Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDWBeleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDWDe Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer,

Gelet op artikel 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, het Voertuigreglement en het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten;

Besluit:

Deze beleidsregel wordt met toelichting en bijlagen in de Staatcourant bekendgemaakt.

De Algemeen Directeur van de RDW, J.G.Hakkenberg

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de behandeling van aanvragen voor ontheffingen van een exceptioneel transport op basis van artikel 149a, tweede lid Wegenverkeerswet 1994.

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

Op aanvraag kan door de RDW na een voertuigtechnisch onderzoek als bedoeld in artikel 12, tweede lid, een voertuigtechnisch document worden afgeven.

Deze beleidsregel treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A, B, F tot en met H, en artikel IV van de wet van 9 december 2004 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot het verlenen van ontheffingen in bepaalde gevallen door de Dienst Wegverkeer en enkele technische wijzigingen (Staatsblad 687) in werking treden.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW.

Indien naar aanleiding van de aanvraag om een ontheffing door de RDW is beoordeeld dat een nader technisch onderzoek aan het voertuig moet worden uitgevoerd, vindt dit onderzoek plaats aan de hand van de eisen zoals hierna in onderdeel I en onderdeel II zijn aangegeven.

Indien het een aanvraag voor een ontheffing betreft met voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.18.11 van het Voertuigreglement, geldt het volgende:

Indien het een aanvraag voor een ontheffing betreft met voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading waarbij in beladen toestand niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.18.11, respectievelijk 5.18.13 van het Voertuigreglement, geldt het volgende:

De draaiproefeisen zijn van toepassing op samenstellen van voertuigen bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading en vallende in één van onderstaande categorieën.

De voor het voertuig of de voertuigen ten behoeve van het exceptioneel transport afgegeven en voor de ontheffing vereiste voertuigtechnische documenten moeten bij de uitvoering van het exceptioneel transport aanwezig zijn.

Indien als voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing is verbonden, moet de transportbegeleiding worden uitgevoerd door een Erkend Particulier Begeleider met een begeleidingsvoertuig, uitgerust met hulpmiddelen en waarvan aan de buitenzijde zichtbaar is dat het wordt ingezet voor transportbegeleiding.

Indien in het voertuig hulpbesturing aanwezig is, geldt ten aanzien van het gebruik van de hulpbesturing dat:

Het bijplaatsen van lading is toegestaan, indien deze lading:

Indien het een ontheffing voor modulaire voertuigen betreft geldt dat:

Het voertuig of samenstel van voertuigen moet bij gebruik in onbeladen toestand altijd tot de kleinst mogelijke afmetingen zijn teruggebracht.

Indien een ander, vervangend, voertuig of samenstel van voertuigen dan in de ontheffing is vermeld bij de uitvoering van het exceptioneel transport wordt gebruikt, geldt onverminderd het bepaalde in artikel 1 van deze bijlage, het volgende: