U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 05-07-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0019131

Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Wijzigingen Officiële bron
Regeling GLB-inkomenssteun 2006Regeling GLB-inkomenssteun 2006De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EG) Nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PbEU L 270);

Gelet op Verordening (EG) Nr. 795/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141);

Gelet op Verordening (EG) Nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141);

Gelet op Verordening (EG) Nr. 1973/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en IV bis van die verordening ingestelde steunregelingen en het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van grondstoffen (PbEU L345);

Overwegende dat toepassing moet worden gegeven aan de hiervoor genoemde verordeningen en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Raads- en Commissieverordeningen;

Overwegende dat de bepalingen van genoemde verordeningen rechtstreekse werking hebben in de Nederlandse rechtssfeer, zij het dat ten behoeve van de juiste uitvoering en nadere invulling van deze bepalingen regelgeving noodzakelijk is;

Voorts gelet op de artikelen 15, 19, 23, 26, 27 en 28 van de Landbouwwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag1 december 2005De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Overeenkomstig verordening 1782/2003 en met inachtneming van ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen en deze regeling:

Een landbouwer die een aanvraag heeft ingediend voor één van de in artikel 2 genoemde steunregelingen is verplicht de in de artikelen 3 en 4 van de in verordening 1782/2003 bedoelde beheerseisen, opgenomen in bijlage I bij deze regeling, en de navolgende bepalingen inzake blijvend grasland en goede landbouw- en milieucondities in acht te nemen.

De landbouwer is verplicht de volgende eisen na te komen inzake goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening 1782/2003:

De nationale reserve, bedoeld in artikel 42 van verordening 1782/2003, omvat het bedrag dat voortvloeit uit:

De bedragen, bedoeld in artikel 34, derde lid, tweede alinea, van verordening 1782/2003, die overeenstemmen met de niet toegekende toeslagrechten vervallen aan de nationale reserve en komen vanaf 16 mei 2006 opnieuw voor toewijzing beschikbaar.

Indien als gevolg van overheidsinterventie de omvang van een bedrijf is verkleind, waardoor een landbouwer over minder hectaren subsidiabele grond beschikt dan het aantal dat overeenstemt met de toeslagrechten die hij in het kader van artikel 43 van verordening 1782/2003 zou krijgen, of heeft gekregen, komt de betrokken landbouwer overeenkomstig artikel 7 van verordening 795/2004 in aanmerking voor toewijzing van toeslagrechten uit de nationale reserve.

Overeenkomstig artikel 53 van verordening 1782/2003 worden op aanvraag braakleggingstoeslagrechten toegewezen aan landbouwers die tijdens de referentieperiode op grond van artikel 6, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1251/1999 verplicht waren om een deel van de tot hun bedrijf behorende grond braak te leggen.

Percelen die zijn bebost in het kader van de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden uit hoofde van een aanvraag die na 28 juni 1995 is ingediend, kunnen worden meegerekend als braakgelegd.

In afwijking van artikel 7 is het de landbouwer vanaf 15 juli toegestaan de in het kader van deze regeling uit productie genomen percelen ten behoeve van de oogst van het daaropvolgende kalenderjaar in te zaaien met de in bijlage 3 bij deze regeling genoemde gewassen.

De landbouwer kan een hectare als bedoeld in artikel 24 door andere gronden vervangen, overeenkomstig 54, vijfde lid, van verordening 1782/2003, indien:

In afwijking van artikel 30, eerste lid, mogen landbouwers die grondstoffen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, op braakgelegde grond telen overeenkomstig artikel 146 van verordening 1973/2004, de in dat artikel, eerste lid, onder a en b genoemde gewassen verbouwen voor productie van en verwerking tot energie dan wel biobrandstof op het eigen landbouwbedrijf.

De landbouwer die overeenkomstig artikel 30a grondstoffen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, op braakgelegde grond wil verbouwen met het oogmerk om deze zelf te gebruiken dan wel te verwerken,

Vervallen

De landbouwer die gebruik maakt van de mogelijkheid van verbouw van niet voor menselijke of dierlijke voeding bestemde grondstoffen op een overeenkomstig artikel 24 uit productie genomen oppervlakte, heeft aanspraak op subsidie indien is vastgesteld dat is voldaan aan artikel 155 van verordening 1973/2004, alsmede aan de bepalingen van deze regeling.

De zekerheid, bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b, wordt door het HPA vrijgegeven overeenkomstig artikel 158 van verordening 1973/2004.

De referentieopbrengst voor tarwe, niet bestemd voor menselijke of dierlijke voeding, bedraagt voor 2007 voor kleigronden die als zodanig zijn aangeduid op de kaarten die zijn opgenomen als bijlage I bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet 8.950 kilogram en voor overig Nederland 6.360 kilogram.

In afwijking van artikel 40, eerste lid, sub b, mogen landbouwers die energiegewassen telen overeenkomstig artikel 25 van verordening 1973/2004, de in dat artikel, eerste lid, onder a en b genoemde gewassen verbouwen voor productie van en verwerking tot energie dan wel biobrandstof op het eigen landbouwbedrijf.

De landbouwer die overeenkomstig artikel 40a energiegewassen wil verbouwen met het oogmerk om deze zelf te gebruiken dan wel te verwerken,

Afdeling 7 van hoofdstuk 8 van verordening 1973/2004 wordt toegepast met ingang van 1 januari 2008.

Een landbouwer die eiwithoudende gewassen teelt komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie op grond van premie voor eiwithoudende gewassen als bedoeld in artikel 2, indien het perceel:

De landbouwer die voor de zetmeelproductie bestemde aardappelen produceert overeenkomstig artikelen 93 en 94 van verordening 1782/2003 en hoofdstuk 6 van verordening 1973/2004, komt in aanmerking voor subsidie op grond van de productiesteun voor zetmeelaardappelen als bedoeld in artikel 2.

Slachtpremie wordt de landbouwer slechts verstrekt ten behoeve van runderen die:

Geen slachtpremie wordt verstrekt voor runderen waarvan de geboortedatum, de datum van aanvoer op en afvoer van het bedrijf van de landbouwer, of de datum van de slacht, onderscheidenlijk uitvoer naar een andere lidstaat of derde land, niet in het I & R-systeem zijn vermeld.

De landbouwer die een slachtpremieaanvraag indient, is verplicht de tot zijn bedrijf behorende grond aan te geven. Daartoe maakt hij gebruik van de verzamelaanvraag, bedoeld in artikel 55, met inachtneming van de daarvoor vastgestelde procedure.

Geen slachtpremie wordt verleend indien de slachtmelding wordt verricht door een abattoir dat door toepassing van artikel 62 van verordening 796/2004 is uitgesloten van het recht verklaringen of certificaten af te geven met het oog op de toekenning van premie.

Overeenkomstig verordening 1117/2006 worden aan landbouwers ambtshalve slachtpremie en extra betalingen als bedoeld in artikel 1 van die verordening verstrekt.

De landbouwer is verplicht het betrokken betaalorgaan op diens verzoek alle gewenste nadere inlichtingen, ter zake van de gegevens verschaft bij de verzamelaanvraag of de slachtpremieaanvraag, terstond en naar waarheid te verstrekken.

Indien een bedrijf volledig wordt overgedragen nadat een verzamelaanvraag of een slachtpremieaanvraag is ingediend en voordat aan alle voorwaarden voor het verstrekken van subsidie is voldaan, of indien een bedrijf volledig wordt overgedragen nadat de voor de toekenning van de steun vereiste handelingen zijn begonnen, maar voordat aan alle voorwaarden voor de toekenning van de steun is voldaan, kan aan de verkrijger van het bedrijf de desbetreffende aangevraagde subsidie worden verstrekt indien:

De betaalorganen dragen zorg voor de uitwisseling van gegevens betreffende aanvragers die relevant zijn in het kader van het toezicht op de naleving van de in artikel 3 tot en met 8 bedoelde voorwaarden of relevant zijn voor de in artikel 9 genoemde modulatie.

Vervallen

De AID is verantwoordelijk voor de coördinatie van de controles ter plaatse op de naleving van de regeling als bedoeld in de artikelen 23 en 25 van verordening 1782/2003.

Indien een landbouwer andere dan de in artikel 68 bedoelde voorwaarden of verplichtingen voortvloeiend uit verordening 1782/2003 en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen niet naleeft, wordt door het betrokken betaalorgaan overeenkomstig Deel II, Titel IV, hoofdstuk I van verordening 796/2004 een korting opgelegd op het bedrag dat op grond van de betrokken steunregeling aan de landbouwer is of moet worden toegekend.

Indien een landbouwer niet alle in artikel 14, eerste lid, van verordening 796/2004 bedoelde oppervlakten opgeeft en daarbij het verschil tussen enerzijds de totale in de verzamelaanvraag aangegeven oppervlakte en anderzijds de som van de aangegeven oppervlakte en de totale oppervlakte van de niet-aangegeven percelen groter is dan 3% van de aangegeven oppervlakte, wordt het totale bedrag van de rechtstreekse betalingen die in dat jaar aan die landbouwer moet worden gedaan, als volgt verlaagd:

De Regeling GLB-inkomenssteun wordt ingetrokken, maar blijft evenwel van toepassing op aanvragen ingediend vóór de inwerkingtreding van de onderhavige regeling waarop nog niet onherroepelijk is beslist en, in geval van slacht, op slachtingen en export verricht vóór de inwerkingtreding van de onderhavige regeling.

Wijzigt de Overdrachtsregeling bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen.

Wijzigt de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer.

Wijzigt de Subsidieregeling natuurbeheer 2000.

Wijzigt de Regeling superheffing en melkpremie 2004.

Wijzigt deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling GLB-inkomenssteun 2006’.

1. Artikel 8 en artikel 9 in samenhang met artikel 31;

Artikel 10 in samenhang met artikel 31, en artikel 11, 12, 13, 14, 15, 37, 50, derde lid, 53 in samenhang met 46, artikel 72, vijfde lid, van de Flora- en faunawet in samenhang met artikel 5, 6, 7 en 9, van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren

2. Artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998

3. Artikel 25 van het Lozingenbesluit bodembescherming

4. Artikel 13 in samenhang met artikel 14 en 17, 18, 19, 23, 28, 28a, 28b, 28c, 29, 30, 34, 34a, 34b, 34c, van het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen

5. Artikel 2, 3, 3a, 3b, 4, 4a, 4b, 5, 6, 6a, 6b, 6c, 6d en 8a, van het Besluit gebruik meststoffen

6. Artikel 16 in samenhang met artikel 13, van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij

7. Artikel 7 in samenhang met artikel 8 onder a en b, 9 en 10, van de Meststoffenwet in samenhang met artikel 24 tot en met 27 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

8. Artikel 28 in samenhang met artikel 27, 29 en 30, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in samenhang met artikel 36 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet Volksgezondheid, diergezondheid en gezondheid van planten

9. Artikel 5, eerste lid, onder a, van de Richtlijn nr. 92/102/EEG

10. Artikel 2 in samenhang met artikel 7;

Artikel 4 in samenhang met artikel 7 , 8 en artikel 10 tot en met 12;

Artikel 19, eerste lid tot en met de zinsnede ‘van verordening 911/2004’;

Artikel 19, tweede, vierde en vijfde lid;

Artikel 31, eerste lid, onder a;

Artikel 31, eerste lid, onder b, m.u.v. de onderdelen ‘soort varkens’ (derde gedachtenstreepje) en ‘het certificeringnummer van het transportmiddel’ (zevende gedachtenstreepje);

Artikel 31, tweede en derde lid;

Artikel 36, eerste lid tot aan het woord ‘alsmede’, van de Regeling identificatie en registratie van dieren

11. Artikel 19, eerste lid, en artikel 104, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

12. Artikel 3.2, van de Regeling handel levende dieren en levende producten

13. Artikel 4, eerste tot en met derde lid, artikel 7, eerste lid, tweede gedachtenstreepje, van Verordening (EG) nr. 1760/2000

14. Artikel 4, eerste lid , eerste alinea, en vierde lid, van Verordening (EG) nr. 21/2004

15. Artikel 2 en 10, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962

16. Artikel 2, van de Regeling verwijdering dompelvloeistof bloembollen en bloemknollen

17. Artikel 2, eerste lid tot en met het woord ‘gewasbeschermingsplan’, en tweede lid, van het Besluit beginselen geïntegreerde gewasbescherming

18. Artikel 2 en 4 van de Kaderwet diervoeders

19. Artikel 68 en 74 van de Regeling diervoeders

20. Artikel 2, tiende lid, van het Warenwetbesluit bereiding en behandeling levensmiddelen

21. Artikel 113a, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s

22. Artikel 73a, van de Regeling diervoeders in samenhang met artikel 5, eerste lid, in samenhang met Bijlage I, deel A, onder I, onder 4e en 4g, en onder II, onder 2a, 2b en 2e, artikel 5, vijfde lid in samenhang met Bijlage III, onder 1, eerste alinea, eerste zin en derde alinea, en onder 2, derde zin, en artikel 5, zesde lid, van Verordening (EG) nr. 183/2005

23. Artikel 2, eerste lid van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen in samenhang met artikel 4, eerste lid, in samenhang met Bijlage I, deel A, onder II, onder 4g, 4h, , 5f en 5h, m.u.v. de zinsnede ‘gewasbeschermingsmiddelen en’, onder 6, en onder III, onder 8a, 8d, 8e , 9a en 9c van Verordening (EG) nr. 852/2004

24. Artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen in samenhang met artikel 4, eerste lid, in samenhang met Bijlage I, deel A, onder II, onder 4j van Verordening (EG) 852/2004 in samenhang met artikel 6, derde lid, en artikel 7, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet.

25. Artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet in samenhang met artikel 4, eerste lid, en de Bijlage I, deel A, onderdeel 8b, van Verordening (EG) nr. 852/2004 in samenhang met artikel 91 en 92, van de Diergeneesmiddelenregeling

26. Artikel 2, tweede lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen in samenhang met artikel 3, eerste lid, in samenhang met Bijlage III, sectie IX, hoofdstuk I, onderdeel I, onder 1b, 1c, 1d, 1e, 2a, 2b, 2c, 3a, 3b, 3c, 4 en 5 en onderdeel II, onder A onder 1, 2, 3, 4, en onder B onder 1a, 1d, 2, 4a en 4b, sectie X, hoofdstuk I onder 1, m.u.v. de zinsnede ‘en tot op het moment van verkoop aan de consument’ van Verordening (EG) nr. 853/2004

27. Artikel 2, eerste lid en 44, van de Diergeneesmiddelenwet in samenhang met artikel 82 van de Diergeneesmiddelenregeling

28. Artikel 46, van het Diergeneesmiddelenbesluit in samenhang met artikel 81, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenregeling

29. Artikel 2, eerste lid, onder a en c, en 3, eerste lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten

30. Artikel 2, van Verordening PVV Verbod op gebruik van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede bèta-agonisten 1997 (2005-I)

31. Artikel 2, eerste lid in samenhang met 4, eerste lid, van Verordening PVV identificatie en registratie paardachtigen 2004

32. Artikel 4 in samenhang met bijlage, onder 1 tot en met 4, onder 6, onder 8, onder 9, onder 11 en onder 13 tot en met 15, van de Richtlijn 91/629/EEG

33. Artikel 3, artikel 4, eerste en tweede lid, en artikel 5 tot en met 9, van het Kalverenbesluit

34. Artikel 3, eerste lid, onder a;

Artikel 3, tweede lid, onder a en b, in samenhang met negende lid;

Artikel 3, vierde lid, onder a en b, in samenhang met negende lid;

Artikel 3, zesde lid;

Bijlage, eerste hoofdstuk, onder 5, tweede zin;

Bijlage, eerste hoofdstuk, onder 8, eerste zin, tweede gedachtenstreepje, in samenhang met bijlage, tweede alinea, onder 8;

Bijlage, eerste hoofdstuk, onder 8, derde alinea, tweede zin van Richtlijn 91/630/EEG

35. Bijlage, eerste hoofdstuk, onder 8, eerste zin tot en met het eerste gedachtenstreepje, van Richtlijn 91/630/EEG, in samenhang met artikel 2, eerste lid, onder q, van het Ingrepenbesluit

36. Bijlage, eerste hoofdstuk, onder 8, eerste zin, vierde gedachtenstreepje, van Richtlijn 91/630/EEG in samenhang met artikel 2, eerste lid, onder l, van het Ingrepenbesluit

37. De artikelen 2b, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, 3, eerste en tweede lid, 5, zevende lid, 9, eerste lid, 10, 11, tweede lid, 13 en 15, van het Varkensbesluit

38. Artikel 3, eerste lid, onder b, eerste volzin, van Richtlijn 91/630/EEG in samenhang met artikel 4, vierde lid, van het Varkensbesluit, in samenhang met artikel 3, negende lid, van Richtlijn 91/630/EEG

39. Artikel 9, tweede en derde lid, van het Varkensbesluit, in samenhang met artikel 3, negende lid, van Richtlijn 91/630/EEG

40. Artikel 2 in samenhang met artikel 7, tweede lid, onder c, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990

41. Artikel 3 tot en met 6, van het Besluit welzijn productiedieren

42. Artikel 34 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, in samenhang met het Besluit aanwijzing voor productie te houden dieren

43. Artikel 40 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, in samenhang met het Ingrepenbesluit

44. Artikel 55 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, in samenhang met het Besluit voortplantingstechnieken bij dieren

Tevens zijn in mengsels van één of meer van bovenstaande gewassen toegestaan:

1. Referentiebedrag suiker

De formule, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, luidt:

A × (B : (C – D + E))

Verklaring van de tekens:

A staat voor het getal dat overeenkomt met de hoeveelheid suiker, uitgedrukt in kilogram, die een landbouwer op grond van zijn leveringscontract met de suikerfabrikant op 1 januari 2006 mag leveren voor het verkoopseizoen 2006/2007, hetzij in het kader van het Suikersysteem 2006 aan een binnenlandse suikerfabrikant, hetzij aan een buitenlandse suikerfabrikant.

B staat voor het getal dat overeenkomt met het in punt K, onder 2, in tabel 1, van bijlage VII van verordening 1782/2003 voor respectievelijk de jaren 2006, 2007, 2008, en voor 2009 en volgende jaren aangegeven nationale maximumbedrag voor Nederland, zoals dat op basis van artikel 41, lid 1bis, van genoemde verordening nog door de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan worden aangepast en voorzover dit bedrag betrekking heeft op de component suiker. De minister maakt de door de Commissie aangepaste bedragen en de onderverdeling daarvan over suiker en cichorei bekend in de Staatscourant.

C staat voor het getal dat overeenkomt met alle suiker, uitgedrukt in kilogram, die door de landbouwers op grond van het Suikersysteem 2006 op 1 januari 2006 voor het verkoopseizoen 2006/2007 geleverd mag worden.

D staat voor het getal dat overeenkomt met alle suiker, uitgedrukt in kilogram, die door de landbouwers op 1 januari 2006 voor het verkoopseizoen 2006/2007 in Nederland geproduceerd mag worden met in het buitenland geteelde suikerbieten.

E staat voor het getal dat overeenkomt met alle suiker, uitgedrukt in kilogram, die door de landbouwers op 1 januari 2006 voor het verkoopseizoen 2006/2007 geproduceerd mag worden in het buitenland met in Nederland geteelde suikerbieten.

2. Hectareberekening suiker

De formule, bedoeld in artikel 12a, tweede lid, luidt:

A : 13.100.

Verklaring van de tekens:

A staat voor het getal dat overeenkomt met de hoeveelheid suiker, uitgedrukt in kilogram, die een landbouwer op grond van zijn leveringscontract met de suikerfabrikant op 1 januari 2006 mag leveren voor het verkoopseizoen 2006/2007, hetzij in het kader van het Suikersysteem 2006 aan een binnenlandse suikerfabrikant, hetzij aan een buitenlandse suikerfabrikant.

3. Referentiebedrag cichorei

De formule, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, luidt:

A × (B : C).

Verklaring van de tekens:

A staat voor het getal dat overeenkomt met het gemiddeld aantal hectares over de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004 en 2004/2005, waarvoor de landbouwer een leveringscontract voor de teelt van cichoreiwortels heeft afgesloten.

B staat voor het getal dat overeenkomt met het in punt K, onder 2, in tabel 1, van bijlage VII van verordening 1782/2003 voor respectievelijk de jaren 2006, 2007, 2008, en voor 2009 en volgende jaren aangegeven nationale maximumbedrag voor Nederland, zoals dat op basis van artikel 41, lid 1bis, van genoemde verordening nog door de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan worden aangepast en voorzover dit bedrag betrekking heeft op de component cichorei. De minister maakt de door de Commissie aangepaste bedragen en de onderverdeling daarvan over suiker en cichorei bekend in de Staatscourant.

C staat voor het getal dat overeenkomt met het gemiddeld aantal in Nederland gelegen hectares over de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004 en 2004/2005 waarvoor door landbouwers al dan niet via tussenpersonen leveringscontracten met producenten van inulinestroop zijn afgesloten.