U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-03-2014.

Ministeriële regeling · BWBR0019131

Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Wijzigingen Officiële bron
Regeling GLB-inkomenssteun 2006Regeling GLB-inkomenssteun 2006De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EG) Nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PbEU L 270);

Gelet op Verordening (EG) Nr. 795/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141);

Gelet op Verordening (EG) Nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141);

Gelet op Verordening (EG) Nr. 1973/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en IV bis van die verordening ingestelde steunregelingen en het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van grondstoffen (PbEU L345);

Overwegende dat toepassing moet worden gegeven aan de hiervoor genoemde verordeningen en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Raads- en Commissieverordeningen;

Overwegende dat de bepalingen van genoemde verordeningen rechtstreekse werking hebben in de Nederlandse rechtssfeer, zij het dat ten behoeve van de juiste uitvoering en nadere invulling van deze bepalingen regelgeving noodzakelijk is;

Voorts gelet op de artikelen 15, 19, 23, 26, 27 en 28 van de Landbouwwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag1 december 2005De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

Een landbouwer die een aanvraag heeft ingediend voor één van de in artikel 2 genoemde steunregelingen neemt de volgende bepalingen in acht:

Met ingang van 1 januari 2011 komen niet voor verstrekking van steun ingevolge deze regeling in aanmerking:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Overeenkomstig de artikelen 64 en 65 van verordening 73/2009 verhoogt de minister de waarde van de toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2010 in eigendom hebben, of wijst de minister aan landbouwers nieuwe toeslagrechten toe, volgens de berekening, opgenomen in bijlage 4.

Ter zake van de integratie van de gekoppelde steun voor de productie en verwerking van zetmeelaardappelen, verhoogt de minister overeenkomstig artikel 64 van verordening 73/2009 de waarde van toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2012 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten aan landbouwers toe, volgens de berekening, opgenomen in bijlage 9, punt 1.

Ter zake van de integratie van de gekoppelde steun voor de productie van zaaizaad van vezelvlas, verhoogt de minister overeenkomstig artikel 65 van verordening 73/2009 de waarde van toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2012 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten aan landbouwers toe, volgens de berekening, opgenomen in bijlage 9, punt 2.

Ter zake van de integratie van de gekoppelde steun voor de verwerking van vezelvlas of hennep, verhoogt de minister overeenkomstig artikel 64 van verordening 73/2009 de waarde van toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2012 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten aan landbouwers toe, volgens de berekening, opgenomen in bijlage 9, punt 3.

Ter zake van de integratie van de gekoppelde steun voor de verwerking van gedroogde voedergewassen, verhoogt de minister overeenkomstig artikel 64 van verordening 73/2009 de waarde van toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2012 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten aan landbouwers toe, volgens de berekening, opgenomen in bijlage 9, punt 4.

Landbouwers die hun aanspraak op toeslagrechten als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 15 hebben overgedragen in combinatie met de overdracht van een onderneming of een deel ervan, kunnen de minister verzoeken om toepassing van artikel 26 of artikel 27 van verordening 1120/2009.

Na toepassing van het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 15c, verlaagt de minister op grond van artikel 69, zesde lid, onderdeel b, van verordening 73/2009, op 15 mei 2012 de waarde van aan landbouwers toegewezen toeslagrechten met 1%.

De waarde van alle toeslagrechten, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening 73/2009 wordt per 15 mei 2014 verlaagd met 11%.

Indien artikel 16 van toepassing is, verhoogt de minister de waarde van de toeslagrechten die landbouwers op 15 mei 2010 in eigendom hebben, of wijst de minister nieuwe toeslagrechten toe aan landbouwers overeenkomstig de artikelen 64 en 65 van verordening 73/2009.

Indien als gevolg van overheidsinterventie de omvang van een bedrijf is verkleind, waardoor een landbouwer over minder hectaren subsidiabele grond beschikt dan het aantal dat overeenstemt met de toeslagrechten die hij in het kader van artikel 41, derde lid, van verordening 73/2009 zou krijgen, of heeft gekregen, komt de betrokken landbouwer overeenkomstig artikel 18 van verordening 1120/2009 in aanmerking voor toewijzing van toeslagrechten uit de nationale reserve.

Voor de toepassing van artikel 9 van verordening 1120/2009 wordt landbouwgrond die niet meer dan 90 dagen per jaar voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, aangemerkt als overwegend voor landbouwdoeleinden gebruikte landbouwgrond.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In deze paragraaf wordt verstaan onder integraal duurzame stal of houderijsysteem: stal of houderijsysteem dat voldoet aan bovenwettelijke normen op het gebied van dierenwelzijn en minimaal voldoet aan wettelijke normen op de gebieden: milieu, energie, diergezondheid, landschappelijke inpasbaarheid en arbeidsomstandigheden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Een landbouwer komt uitsluitend in aanmerking voor steun op grond van deze paragraaf indien:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag steun aan landbouwers in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten van de onderstaande activiteiten:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Er worden geen rechtstreekse betalingen toegekend aan landbouwers indien het totaalbedrag van de in een bepaald kalenderjaar aangevraagde of toe te kennen rechtstreekse betalingen vóór toepassing van de in de artikelen 21 en 23 van verordening 73/2009 vastgestelde verlagingen en uitsluitingen lager is dan € 500.

Vervallen

Vervallen

De aanvraag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, wordt uiterlijk vóór 15 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de verzekering betrekking heeft, ingediend.

Bewijsstukken als bedoeld in artikel 55, vierde lid, overlegt de landbouwer schriftelijk voor zover deze niet elektronisch overgelegd kunnen worden.

De landbouwer, verzekeraar, verantwoordelijke voor een certificeringssysteem of controleur ten behoeve van een certificeringssysteem zijn verplicht op verzoek van DR alle gewenste nadere inlichtingen, ter zake van de gegevens verschaft bij de ingediende aanvragen op grond van deze regeling, terstond en naar waarheid te verstrekken.

Een uitvoerende instantie zoals genoemd in de artikelen 63 tot en met 65 is voor de regelingen die zij uitvoert bevoegd om het bedrag aan subsidie dat aan de landbouwer is toegekend te verrekenen met bestuursrechtelijke geldschulden die de desbetreffende landbouwer aan haar is verschuldigd.

DR, organisaties die bewijsmateriaal leveren als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van verordening 1122/2009 en de ondernemingen die betrokken zijn bij de uitvoering van steunverstrekking op grond van Hoofdstuk 2a, paragraaf 1, alsmede de instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving van de in artikel 3 en Hoofdstuk 2a, paragraaf 1, bedoelde voorwaarden wisselen de gegevens uit betreffende aanvragers die relevant zijn in het kader van bedoeld toezicht.

DR is belast met de uitvoering van

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De NVWA is verantwoordelijk voor de coördinatie van de controles ter plaatse op de naleving van de regeling als bedoeld in de artikelen 20 en 22 van verordening 73/2009.

Indien een landbouwer andere dan de in artikel 68 bedoelde voorwaarden of verplichtingen voortvloeiend uit verordening 73/2009 en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen niet naleeft, wordt door DR met betrekking tot de in artikel 63, eerste lid, bedoelde regelingen overeenkomstig Deel II, Titel IV, hoofdstuk II van verordening 1122/2009 een korting opgelegd op het bedrag dat op grond van de betrokken steunregeling aan de landbouwer is of moet worden toegekend.

Indien een landbouwer niet alle in artikel 13, achtste lid, van verordening 1122/2009 bedoelde oppervlakten opgeeft en daarbij het verschil tussen enerzijds de totale in de verzamelaanvraag aangegeven oppervlakte en anderzijds de som van de aangegeven oppervlakte en de totale oppervlakte van de niet-aangegeven percelen groter is dan 3% van de aangegeven oppervlakte, wordt het totale bedrag van de rechtstreekse betalingen die in dat jaar aan die landbouwer moet worden gedaan, als volgt verlaagd:

Voor de toepassing van de artikelen 8, 23 en 28 van verordening 73/2009 en artikel 55 van verordening 1122/2009, gelden aanvragen voor betalingen op grond van artikel 36, eerste lid, artikel 37, eerste lid en artikel 38b, eerste lid, als ingediend in de periode van 1 tot en met 31 december van het jaar waarin de steun is verleend, respectievelijk als ingediend in de periode van 1 tot en met 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de aanvraag tot steunverlening is ingediend.

De steun, bedoeld in Hoofdstuk 2a, paragraaf 5, en bedoeld in Hoofdstuk 2a, paragraaf 6, wordt verlaagd overeenkomstig artikel 58 van verordening 1122/2009, indien blijkt dat de oppervlakte van de gezamenlijke percelen waarvoor steun is aangevraagd groter is dan de oppervlakte van de percelen die op grond van artikel 57 van verordening 1122/2009 zijn geconstateerd.

De Regeling GLB-inkomenssteun wordt ingetrokken, maar blijft evenwel van toepassing op aanvragen ingediend vóór de inwerkingtreding van de onderhavige regeling waarop nog niet onherroepelijk is beslist en, in geval van slacht, op slachtingen en export verricht vóór de inwerkingtreding van de onderhavige regeling.

De Regeling GLB-inkomenssteun 2006 zoals die luidde vóór 1 januari 2009 blijft van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2009.

Wijzigt de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer.

Wijzigt de Subsidieregeling natuurbeheer 2000.

Wijzigt de Regeling superheffing en melkpremie 2004.

Wijzigt deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling GLB-inkomenssteun 2006’.

¹ In geval de PVV-verordening niet (langer) van kracht is, gelden de bepalingen van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten: ze zijn elkaars vangnet.

De landbouwer is verplicht de volgende bepalingen in acht te nemen:

Het is de landbouwer verboden om zonder vergunning landbouwgronden te bevloeien met water, indien deze vergunning op basis van enig algemeen verbindend voorschrift vereist is.

Het is de landbouwer verboden om in strijd te handelen met het bepaalde in artikel 2.2 eerste en tweede lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, voor zover de lozingen van afvalwater of andere stoffen plaatsvinden in het kader van zijn landbouwbedrijf.

Punt 2: Weerribben en De Wieden

Punt 3: Biesbosch

De berekening bestaat uit de vermenigvuldiging van onderstaande componenten:

(A / B) X (C / D)

waarin:

de component (A / B) bestaat uit de deling van:

A: het totale aantal geconstateerde dieren of geconstateerde oppervlakten van de landbouwer in alle referentiejaren voor betalingen op grond van de onderscheidenlijke artikelen 76, 83, 130, eerste lid, onderdeel a en 130, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1782/2003, en

B: de som van het aantal onderscheidenlijke referentiejaren,

vermenigvuldigd met:

de component (C / D), die bestaat uit de deling van:

C: het nationaal plafond,

D: gemiddeld aantal geconstateerde dieren of geconstateerde oppervlakten in Nederland voor betalingen op grond van de onderscheidenlijke artikelen 76, 83, 130, eerste lid, onderdeel a en 130, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1782/2003,

en waarin wordt verstaan onder:

referentiejaren:

nationaal plafond:

voor volwassen runderen: het gemiddelde van de voor Nederland beschikbare bedragen voor volwassen runderen, bedoeld in Bijlage I van verordening 552/2007 en Bijlage I van verordening 674/2008;

voor kalveren: het gemiddelde van de voor Nederland beschikbare bedragen voor geconstateerde kalveren, bedoeld in Bijlage I van verordening 1156/2006, respectievelijk Bijlage I van verordening 552/2007 en Bijlage I van verordening 674/2008;

voor eiwithoudende gewassen: het voor Nederland beschikbare bedrag voor de geconstateerde oppervlakten met eiwithoudende gewassen, bedoeld in Bijlage XII van verordening 73/2009;

voor noten: het voor Nederland beschikbare bedrag voor de areaalbetaling voor noten, bedoeld in Bijlage XII van verordening 73/2009.

De tenminste voor 50% te handhaven landbouwactiviteit, uitgedrukt in GVE, wordt als volgt berekend voor landbouwers die toeslagrechten ontvangen op basis van artikel 16:

De som voor alle diercategorieën van de formule A x B = C

waarin:

Vervallen

Blankvleeskalveren:

§ 1. Beschrijving van de bolle roostermat met luchtkamers:

Bol uitgevoerde, zachte en indrukbare roostermat van thermoplastisch rubber en voorzien van luchtkamers. De mat heeft een werkende breedte van ca 128 mm en een effectieve spleetbreedte van ca 29 mm. De mat wordt aangebracht op een speciale roostervloer van hout of beton met een nominale balkbreedte van 120 mm en een spleetbreedte van 37 mm. De roostermat wordt middels stugge zijwangen aan de roosterbalk vastgeklemd.

§ 2. Beschrijving roostervloer:

De roostervloer waar de roosterafdekking op wordt aangebracht, kan gemaakt zijn van hout of beton.

Rosévleeskalveren:

§ 3. Beschrijving van de bolle roostermat met luchtkamers:

Bol uitgevoerde, zachte en indrukbare roostermat van thermoplastisch rubber en voorzien van luchtkamers. De mat heeft een werkende breedte (afgestemd op een ondervloer) van 127–138 mm en een effectieve spleetbreedte van ca 30 mm. De roostermat wordt aangebracht op een bestaande of nieuwe roostervloer van beton met een vaste spleetbreedte van 38 mm en een variabele balkbreedte van 119 tot 130 mm. De roostermat wordt middels stugge zijwangen aan de betonroosterbalk vastgeklemd.

§ 4. Beschrijving roostervloer:

Blankvleeskalveren:

§ 1. Beschrijving van de bolle massief rubberen duo-roostermat:

Roostermat van natuurlijk rubber met een werkende effectieve (balk)breedte van 120 mm en een spleetbreedte van 30 mm. De matten worden geproduceerd als duo-mat waarmee twee roosterbalken worden afgedekt. Deze zijn in het midden door middel van bruggen met elkaar verbonden, De bruggen zijn aan de onderzijde voorzien van rubber pluggen waarmee de mat in de roosterspeet wordt vastgeklemd. Het oppervlak van de mat is in het midden van de roosterbalk bol en zonder profilering. Langs de beide zijden licht aflopend en voorzien van een hamerslagprofiel. Haaks op de lengterichting is om de 40 cm een 3 mm hoge rubber strip op de mat aangebracht om extra grip te realiseren. Aan de zijkanten zorgt een overhangende rubber slab van 15 mm voor een afscherming van de overgang van de mat op het onderliggende rooster. De onderzijde van de mat is voorzien van een zaagtand-profiel om de indrukbaarheid te vergroten.

§ 2. Beschrijving roostervloer:

De roostervloer waar de duo-mat op wordt gemonteerd kan gemaakt zijn van hout of beton.

Rosévleeskalveren:

§ 3. Beschrijving van de bolle massief rubberen duo-roostermat:

Roostermat van natuurlijk rubber met een werkende (balk)breedte van minimaal 129 mm en maximaal 140 mm en een vaste spleetbreedte van 28 mm. De matten worden geproduceerd als duo-mat waarmee twee roosterbalken worden afgedekt. Deze zijn in het midden door middel van bruggen met elkaar verbonden, De bruggen zijn aan de onderzijde voorzien van rubber pluggen waarmee de mat in de roosterspeet wordt vastgeklemd. Het oppervlak van de mat is in het midden van de roosterbalk bol en zonder profilering. Langs de beide zijden licht aflopend en voorzien van een hamerslagprofiel. Haaks op de lengterichting is om de 40 cm een 3 mm hoge rubber strip op de mat aangebracht om extra grip te realiseren. Aan de zijkanten zorgt een overhangende rubber slab van 15 mm voor een afscherming van de overgang van de mat op het onderliggende rooster. De onderzijde van de mat is voorzien van een zaagtand-profiel om de indrukbaarheid te vergroten.

§ 4. Beschrijving roostervloer:

De roostervloer waar de mat voor rosékalveren op wordt gemonteerd kan een bestaand gangbaar betonrooster of een nieuw betonrooster zijn:

Bestaande betonroosters moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: een vaste spleetbreedte van 38 mm en een balkbreedte van 119 tot maximaal 130 mm. In geval van een spleetbreedte in het bestaande rooster van minder dan 38 mm is het in veel gevallen toch mogelijk om hiervoor een aangepaste mat te leveren waarmee alsnog een effectieve spleetbreedte met mat van 29 mm kan worden gerealiseerd. De overhangende rubberen slab zal dan wat smaller en korter worden. De leverancier beoordeelt of voor de bestaande roostervloer een bijpassende mat kan worden geleverd.

Kalverhouder:

Adres:

en

Wageningen UR Livestock Research, Edelhertweg 15, 8219 PH Lelystad, instituut binnen de rechtspersoon Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek gevestigd te Wageningen, te dezen vertegenwoordigd door Dr. M.C.Th. Scholten (algemeen directeur), hierna te noemen ‘WLR’

De kalverhouder en WLR komen de volgende voorwaarden overeen voor de deelname aan Fase 2 van het onderzoekproject Alternatieve Vloeren Vleeskalveren

Aldus in tweevoud opgemaakt en overeengekomen

De berekening, bedoeld in artikel 12, luidt als volgt:

A = B x € 78,17

waarin:

A: de omvang vertegenwoordigt van de aanspraak van een landbouwer op verhoging van de waarde van de toeslagrechten in eigendom, of op toedeling van nieuwe toeslagrechten,

en

B: de hoeveelheid zetmeel (zetmeelequivalent) van in Nederland geteelde aardappelzetmeel die de landbouwer blijkens het teeltcontract in 2011 mag leveren aan een aardappelzetmeelfabrikant, bepaald met inachtneming van

De berekening, bedoeld in artikel 13 luidt als volgt:

A = B × € 0,4167

waarin:

A: de omvang vertegenwoordigt van de aanspraak van een landbouwer op verhoging van de waarde van toeslagrechten in eigendom, of op toedeling van nieuwe toeslagrechten.

en

B: de totale hoeveelheid in 2008 in Nederland geproduceerd zaaizaad van vezelvlas waarvoor de landbouwer een directe steunbetaling heeft ontvangen van het HPA, uitgedrukt in kilogram.

De berekening, bedoeld in artikel 14 luidt als volgt:

A = B × € 393,69

waarin

A: de omvang vertegenwoordigt van de aanspraak van een landbouwer op verhoging van de waarde van toeslagrechten in eigendom, of op toedeling van nieuwe toeslagrechten.

en

B: de oppervlakte van de percelen in Nederland, uitgedrukt in hectaren, die de landbouwer heeft ingezaaid in 2008 met vezelvlas of hennep waarvoor op grond van een aan- en verkoopcontract of een verwerkingsverbintenis een verwerker van vezelvlas en hennep een directe steunbetaling heeft ontvangen van het HPA. Indien de op grond van de vorige zin bepaalde oppervlakte afwijkt van de relevante oppervlakte die de landbouwer op grond van de Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2008 heeft aangegeven, geldt de kleinste oppervlakte als variabele voor deze berekening.

De berekening, bedoeld in artikel 15, luidt als volgt:

A = B x € 10,81

waarin:

A: de omvang vertegenwoordigt van de aanspraak van een landbouwer op verhoging van de waarde van de toeslagrechten in eigendom, of op toedeling van nieuwe toeslagrechten,

en

B: de totale hoeveelheid gedroogde voedergewassen voortkomend uit de door de landbouwer in Nederland geproduceerde voedergewassen in de jaren 2005, 2006 en 2007, uitgedrukt in tonnen, en waarvoor een verwerker in die jaren een gecorrigeerde directe betaling heeft ontvangen van het HPA voor het dehydrateren daarvan.

Het aantal schapen of geiten, bedoeld in artikel 38b, vijfde lid, wordt als volgt berekend:

A = (B – C – D) ≤ (E – F)

waarin:

A: het aantal voor steun in aanmerking komende schapen of geiten.

Berekend op basis van:

B: het aantal elektronische merken dat voldoet aan artikel 12g, derde lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren, dat de landbouwer tot 30 juni 2010 heeft besteld.

verminderd met:

C: het aantal elektronische merken dat tot 30 juni 2010 nog niet is gebruikt voor het elektronisch merken van schapen of geiten.

verminderd met:

D: het aantal schapen en geiten die na 1 januari 2010 en voor 30 juni 2010 zijn geboren.

en voorzover dat aantal kleiner of gelijk is aan:

E: het aantal dieren dat aanwezig was op de landbouwonderneming waaraan een UBN is toegekend en geïdentificeerd op grond van artikel 37, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren, zoals deze luidde op 1 november 2009.

verminderd met:

F: het aantal dieren dat voor 1 januari 2010 is geboren en voor 30 juni 2010 niet elektronisch gemerkt is zoals bedoeld in artikel 12g, derde lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren.

Goedgekeurde verzekeringen als bedoeld in artikel 26, eerste lid, zijn de brede weersverzekeringen van: