Ministeriële regeling · BWBR0019252
Regeling verslaggeving WTZi
Gelet op de artikelen 15 en 16 van de Wet toelating zorginstellingen en hoofdstuk VII van het Uitvoeringsbesluit WTZi;
Besluit:
Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.HoogervorstIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
zorginstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder de nummers 1, 17, 18, 19 en 21, van het Uitvoeringsbesluit WTZi;
- b.
jaarverslaggeving: de verslaglegging bestaande uit de jaarrekening en de overige gegevens;
- c.
jaarrekening: de jaarrekening in de zin van artikel 361 van Titel 9 Boek 2 BW;
- d.
Regionale Ambulancevoorzieningen: Regionale Ambulancevoorzieningen als bedoeld in de Tijdelijke wet ambulancezorg;
- e.
overige gegevens: gegevens die aan de jaarrekening dienen te worden toegevoegd op grond van artikel 392 van Titel 9 Boek 2 BW;
- f.
Jaarverantwoording Zorg: verantwoordingsdocument, bestaande uit de jaarverslaggeving en specifieke informatie;
- g.
specifieke informatie: gegevens betreffende de organisatiestructuur, bestuursstructuur, exploitatiekosten en bedrijfsvoering van de zorginstelling;
- h.
richtlijnen: de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving;
- i.
BW: het Burgerlijk Wetboek;
- j.
dochtermaatschappij: dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 BW;
- k.
groep: groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 BW;
- l.
groepsmaatschappij: groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 BW.
Op de jaarverslaggeving van een zorginstelling is Titel 9 Boek 2 BW van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11 en 12, een en ander voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.
Een Regionale Ambulancevoorziening met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid voldoet uitsluitend aan de artikelen 1, 2, 3, onderdelen a, b, c, en h, 6, 8a, 9 en 10.
In afwijking van het bepaalde in deze regeling dient een Regionale Ambulancevoorziening met publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid de jaarstukken in die zij ingevolge het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten moet opstellen, alsmede de specifieke informatie, bedoeld in artikel 8a. Deze jaarstukken en specifieke informatie worden aangeleverd vóór 1 juni van het jaar volgend op het verslagjaar, waarbij de artikelen 9, tweede lid, en 10 van overeenkomstige toepassing zijn. Deze aanlevering geschiedt in elektronische vorm via het elektronische platform DigiMV.
In afwijking van het tweede lid worden de jaarstukken over het verslagjaar 2019 aangeleverd vóór 1 oktober 2020 en hoeven de gegevens, bedoeld in artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de Wet normering topinkomens over dat verslagjaar niet te worden aangeleverd op de in het tweede lid bedoelde wijze. Laatstbedoelde gegevens worden vóór 1 oktober 2020 via internet openbaar gemaakt.
In afwijking van of in aanvulling op Titel 9 Boek 2 BW:
- a.
wordt de jaarverslaggeving ingericht overeenkomstig de richtlijnen, in het bijzonder hoofdstuk 655;
- b.
wordt de jaarverslaggeving opgesteld en gepubliceerd in de Nederlandse taal en in de in Nederland wettige valuta;
- c.
is het verslagjaar altijd gelijk aan een kalenderjaar;
- d.
vervallen;
- e.
wordt de balans en resultatenrekening opgesteld overeenkomstig de modellen in bijlage 1 bij hoofdstuk 655 van de richtlijnen, met dien verstande dat een zorginstelling die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de eisen, genoemd in artikel 395a, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van Boek 2 BW, kan volstaan met een balans en resultatenrekening waarin ten minste de posten zijn opgenomen die zijn genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;
- f.
is een zorginstelling die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de eisen, genoemd in artikel 395a, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet gehouden een verklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over te leggen;
- g.
kan een zorginstelling die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de eisen genoemd in artikel 396, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, volstaan met een beoordelingsverklaring van een accountant in plaats van een verklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- h.
wordt de informatie, bedoeld bij of krachtens de artikelen 1.7 en 4.1, eerste en tweede lid, van de Wet normering topinkomens, opgenomen in de jaarrekening, waarbij gebruik wordt gemaakt van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen model.
Het bestuur van een academisch ziekenhuis voegt aan de jaarverslaggeving financiële gegevens toe aangaande de besteding van de bijdrage van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ten behoeve van onderwijs en onderzoek en kwantitatieve gegevens voor het verdeelmodel van die bijdrage.
Vervallen
De balans vermeldt het financieringstekort of -overschot. Dit is het aan het einde van het verslagjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget.
Het bestuur van een zorginstelling die aan het hoofd staat van een groep, dan wel de besturen van de groepsmaatschappijen die gezamenlijk aan het hoofd staan van een groep, stelt onderscheidenlijk stellen gezamenlijk een geconsolideerde jaarrekening op, waarin de eigen financiële gegevens zijn opgenomen met die van de dochtermaatschappijen in de groep, de andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarover de zorginstelling een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft.
Indien een groepshoofd als bedoeld in het eerste lid ontbreekt, wijst de centrale leiding een bestuur aan dat de geconsolideerde jaarrekening opstelt.
Een zorginstelling die deel uitmaakt van een groep maar niet, alleen of in gezamenlijkheid met een andere groepsmaatschappij, aan het hoofd staat van die groep, stelt een geconsolideerde jaarrekening op waarin de eigen financiële gegevens zijn opgenomen met die van dochtermaatschappijen in de groep, de andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarover een groepslid een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft.
De in het eerste en derde lid genoemde verplichtingen gelden niet, indien:
- a.
de eigen financiële gegevens van de zorginstelling zijn opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening van een andere rechtspersoon van de groep;
- b.
de onder a bedoelde geconsolideerde jaarrekening voldoet aan de eisen van deze regeling of aan de eisen van Titel 9 Boek 2 BW;
- c.
de onder a bedoelde geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig artikel 9 is aangeleverd; en
- d.
het bestuur van de zorginstelling in de toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening naar de onder a bedoelde geconsolideerde jaarrekening verwijst.
In de geconsolideerde jaarrekening van een groep hoeft de jaarrekening van binnen de groep vallende rechtspersonen die vallen onder de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra, dan wel die een toelating hebben op grond van de Woningwet, niet te worden opgenomen.
In de geconsolideerde jaarrekening van een groep hoeft de jaarrekening van een binnen die groep vallende steunstichting, zijnde een rechtspersoon die geen zorginstelling is, die haar middelen verkrijgt uit niet-zorggebonden gelden en die volgens haar statuten algemeen nut beoogt of specifieke activiteiten van een zorginstelling ondersteunt, niet te worden opgenomen. In de geconsolideerde jaarrekening wordt wel opgenomen de jaarrekening van een binnen de groep vallende steunstichting die een zeggenschapsrelatie heeft met of een kapitaaldeelname heeft in een andere rechtspersoon.
Vervallen
De Jaarverantwoording Zorg bevat de specifieke informatie, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling.
Het bestuur van een zorginstelling levert de Jaarverantwoording Zorg vóór 1 juni van het jaar, volgend op het verslagjaar, met gebruikmaking van het elektronische platform DigiMV, aan bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg. In afwijking van de eerste zin wordt de Jaarverantwoording Zorg over het verslagjaar 2019 aangeleverd vóór 1 oktober 2020, en hoeven over dat verslagjaar de gegevens, bedoeld in artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de Wet normering topinkomens, niet te worden aangeleverd met gebruikmaking van het elektronische platform DigiMV. Laatstbedoelde gegevens worden vóór 1 oktober 2020 via internet openbaar gemaakt.
De Minister kan het bestuur van een zorginstelling in het geval van overmacht uitstel van indiening verlenen op een gemotiveerd verzoek, dat vóór 1 april van het jaar, volgend op het verslagjaar, in elektronische vorm via het e-mailadres meldpunt@igj.nl moet zijn ingediend. In afwijking van de eerste zin kan een verzoek om uitstel van indiening van de Jaarverantwoording Zorg over het verslagjaar 2019 worden ingediend vóór 15 juli 2020.
De kosten van het opstellen en indienen van de jaarverslaggeving komen ten laste van de desbetreffende zorginstelling.
Op de rechtspleging inzake de jaarverslaggeving van zorginstellingen is Afdeling 16 van het Tweede Boek van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
De artikelen 2a en 9, en bijlagen 1 en 2, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, met uitzondering van onderdeel A, onder 2 en 3, van de Wijziging Regeling verslaggeving WTZi verslagjaar 2020, blijven van toepassing ten aanzien van de verslaggeving over het verslagjaar 2019.
Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 12, in werking op het tijdstip waarop de Wet toelating zorginstellingen in werking treedt, met dien verstande dat zij voor het eerst wordt toegepast over het verslagjaar 2006.
Artikel 12 treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verslaggeving WTZi.
(bijlage als bedoeld in artikel 3, onderdeel e, van de Regeling verslaggeving WTZi)
Balans | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar | |
Activa | Materiële vaste activa | ||
Liquide middelen | |||
Overige activa | |||
Totale activa | |||
Passiva | Eigen vermogen | ||
voorzieningen | |||
Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar) | |||
Kortlopende schulden | |||
Totale passiva | |||
Toelichting op de balans | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar | |
Mutatie materiële vaste activa | Boekwaarde per 1 januari | ||
Bij: investeringen | |||
Bij: herwaarderingen | |||
Af: afschrijvingen | |||
Af: bijzondere waardeverminderingen | |||
Af: terugname afgeschreven activa | |||
Af: desinvesteringen | |||
Boekwaarde per 31 december |
Resultatenrekening | Bedrag in euro’s verslagjaar | Bedrag in euro’s vorig verslagjaar | ||
Bedrijfsopbrengsten | Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning | Opbrengsten Zvw-zorg | ||
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg | ||||
Opbrengsten Jeugdwet | ||||
Opbrengsten Wmo | ||||
Opbrengsten forensische zorg | ||||
Opbrengsten overige zorgprestaties | ||||
Opbrengsten uit onderaanneming | ||||
Totaal opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning | ||||
Subsidies (excl. Jeugdwet en Wmo) | ||||
Overige bedrijfsopbrengsten | ||||
Totaal bedrijfsopbrengsten | ||||
Bedrijfslasten | Personeelskosten | Lonen en salarissen | ||
Sociale lasten | ||||
Pensioenpremies | ||||
Andere personeelskosten | ||||
Personeel niet in loondienst | ||||
Totaal personeelskosten | ||||
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen vaste activa | ||||
Kosten uitbesteding aan onderaanneming | ||||
Overige bedrijfskosten | ||||
Totaal bedrijfslasten | ||||
Bedrijfsresultaat (a) | Automatisch berekend (bedrijfsopbrengsten minus bedrijfslasten) | |||
Financieel resultaat (resultaat financiële baten en lasten, b) | ||||
Resultaat verslagjaar (a+b) | ||||
Belastingen | ||||
Resultaat na belastingen |
(bijlage als bedoeld in artikel 8a van de Regeling verslaggeving WTZi)
Bijlage 2 bevat de specifieke informatie die zorginstellingen bij het CIBG via het elektronisch platform DigiMV moeten aanleveren.
In bijlage 2 wordt een onderscheid gemaakt tussen grote en micro-entiteiten. Een micro-entiteit is een zorginstelling die ingevolge artikel 3, onderdeel e, van de Regeling verslaggeving WTZi bij het CIBG via het elektronisch platform DigiMV een vereenvoudigde jaarrekening kan aanleveren, voor zover in de Regeling verslaggeving WTZi niet anders is bepaald.
- 1.
Bestuursverklaring
- 2.
Profiel van de organisatie
- 3.
Bedrijfsstructuur
- 4.
Financiële gegevens
- 5.
Governance
- 6.
Personeel
- 7.
Patiënten en cliënten
- 8.
Capaciteit
- 9.
Productie
De bestuursverklaring wordt uitsluitend verwerkt voor de IGJ en derhalve niet openbaar.
Bestuursverklaring | |
Het bestuur van de zorginstelling verklaart dat de jaarverantwoording juist en volledig is en niet strijdig is met andere beschikbare informatie of wet- en regelgeving.1 Het bestuur heeft niet meer persoonsgegevens openbaar gemaakt dan strikt noodzakelijk is voor deze openbaarmakingsverplichting. De zorginstelling heeft de administratie ter inzage beschikbaar zodat de jaarverantwoording verifieerbaar is door de bevoegde autoriteiten. De jaarverantwoording wordt onder andere openbaar gemaakt op de volgende websites: www.jaarverantwoordingzorg.nl en www.kiesbeter.nl. Het CIBG levert de jaarverantwoording onder andere door aan: – externe toezichthouders (IGJ, NZa, CIBG en ISZW); – Centraal Bureau voor de Statistieken (CBS); – RIVM; – brancheorganisatie; – het besloten portaal Raadpleging Integriteit Zorgaanbieders (RIZ); – Landelijk Register van Zorgaanbieders (LRZa); – Zorginstituut Nederland (ZINL). | |
Bestuursfunctie: | Tekstveld |
Naam: | Tekstveld |
Vinkje | Accorderen/voltooien |
1 Te denken valt aan andere managementinformatie, de jaarrekening, de bij de jaarrekening te voegen informatie en uitgevoerde audits.
Typering zorgverlening (meerdere antwoorden mogelijk)1 | Aanvinken |
Medisch specialistische zorg | |
– Universitair Medisch centrum | |
– Algemeen ziekenhuis (inclusief het Centraal Militair Hospitaal) | |
– Categoraal ziekenhuis (niet zijnde revalidatiecentrum) | |
– Zelfstandig behandelcentrum (curatieve somatische medisch-specialistische zorg, geen GGZ) | |
– Revalidatiecentrum | |
– Indien UMC of ziekenhuis: beschikt de instelling ook over een Psychiatrische Universiteitskliniek of Psychiatrische afdeling algemeen ziekenhuis (PAAZ)? | |
Regionale Ambulancevoorzieningen (RAV) | |
Geestelijke gezondheidszorg (Zvw of Wlz) | |
Gehandicaptenzorg (Zvw of Wlz) | |
Verpleging, verzorging en wijkverpleging(Zvw of Wlz) |
1 Zorg of dienst waarop aanspraak bestaat ingevolge de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg.
Bijzonder kenmerk (alle organisaties, m.u.v. RAV) | Aanvinken |
Is er sprake van een micro-entiteit? | |
Is de toelating afgegeven in het verslagjaar? | |
Heeft de zorginstelling in het gehele verslagjaar – 365 dagen – geen zorg verleend waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet?1 | |
Is aan de zorginstelling in het verslagjaar een WTZi toelating verleend en gedurende deze periode geen zorg verleend waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet namens de instelling?2 | |
Is de zorginstelling in het verslagjaar ontbonden of geliquideerd? |
1 In paragraaf 5 van de Beleidsregels WTZi 2017 is bepaald dat de MZS een toelating kan intrekken, indien de instelling gedurende een jaar geen zorg heeft verleend waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet (Stcrt. 2017, 69641).
2 De WTZi-toelating wordt in dit geval niet ingetrokken, omdat niet gedurende 365 dagen geen zorg is verleend waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet namens de instelling.
Nadere typering categoraal ziekenhuis/ZBC’s | Aanvinken |
Abortuskliniek | |
Audiologisch Centrum | |
Brandwondencentrum | |
Dialysecentrum | |
Chronische ziekten/chronisch orgaanfalen | |
Epilepsiecentrum | |
Huidziekten | |
Longziekten/astmacentrum/sanatorium | |
Oncologie | |
Oogziekten | |
Huidziekten | |
Tandheelkunde | |
Overige, namelijk | Tekstveld |
Nadere typering geestelijke gezondheidszorg | Aanvinken |
Behandeling zonder verblijf | |
Behandeling met verblijf | |
Kleinschalig wonen | |
Begeleid Zelfstandig Wonen/ambulante begeleiding | |
Dagactiviteiten | |
Verslavingszorg |
Nadere typering gehandicaptenzorg, verpleging, verzorging en wijkverpleging | Aanvinken |
Somatische aandoening of beperking | |
Psychogeriatrische aandoening of beperking | |
Psychiatrische aandoening | |
Lichamelijke handicap | |
Verstandelijke handicap | |
Zintuiglijke handicap of communicatieve stoornis |
Rechtsvorm | Aanvinken |
Stichting | |
Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid | |
Vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid | |
Coöperatieve vereniging | |
Eenmanszaak | |
Vennootschap onder firma (vof) | |
Maatschap | |
Besloten vennootschap (bv) met raad van toezicht/raad van commissarissen | |
Besloten vennootschap (bv) zonder raad van toezicht/raad van commissarissen | |
Naamloze vennootschap (nv) | |
Coöperatieve en onderlinge waarborgmaatschappij | |
Publiekrechtelijk rechtspersoon (bijv. gemeente, zelfstandig bestuursorgaan, universiteit, gemeenschappelijke regeling of veiligheidsregio) | |
Kerkgenootschap | |
Andere rechtsvorm, namelijk: |
Naam | KvKnummer | Statutaire vestigingsplaats | Juridische vorm | Aard van de activiteiten1 | Eigen vermogen | Resultaat | Deelname | Consolidatie |
Tekst | Tekst | Tekst | € | € | % | % | ||
1 Inclusief organisaties die in de consolidatie zijn meegenomen, maar geen Zvw of Wlz zorg leveren.
Ultimate beneficial owner (UBO) | Antwoordcategorie |
Voornaam | Tekstveld |
Achternaam | Tekstveld |
Geboortemaand | Maand |
Geboortejaar | Jaar |
Nationaliteit | Tekstveld |
Woonstaat | Tekstveld |
Aard en omvang van economisch belang UBO | Tekstveld |
De zorginstelling verklaart geen uiteindelijk belanghebbende aan te kunnen wijzen. | Aanvinken |
Bedrijfsnaam onderaannemer | KvK nummer | Hoe ziet de zorginstelling als hoofdaannemer toe op de kwaliteit van de uitbesteden zorg? |
Bedrijfsnaam hoofdaannemer | KvK nummer |
(Deze paragraaf is niet van toepassing op regionale ambulancevoorzieningen met publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid.)
Type Jaarrekening | Aanvinken |
Enkelvoudige jaarrekening | |
Geconsolideerde jaarrekening |
Balans | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar | |
Activa | Materiële vaste activa | ||
Liquide middelen | |||
Overige activa | |||
Totale activa | |||
Passiva | Eigen vermogen | ||
voorzieningen | |||
Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar) | |||
Kortlopende schulden | |||
Totale passiva | |||
Toelichting op de balans | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar | |
Mutatie materiële vaste activa | Boekwaarde per 1 januari | ||
Bij: investeringen | |||
Bij: herwaarderingen | |||
Af: afschrijvingen | |||
Af: bijzondere waardeverminderingen | |||
Af: terugname afgeschreven activa | |||
Af: desinvesteringen | |||
Boekwaarde per 31 december |
Balans (na resultaatbestemming)1 | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar |
ACTIVA | ||
Vaste activa | ||
Immateriële vaste activa | 0 | 0 |
Materiële vaste activa | 0 | 0 |
Financiële vaste activa | 0 | 0 |
Totaal vaste activa | 0 | 0 |
Vlottende activa | ||
Voorraden | 0 | 0 |
Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBC zorgproducten | 0 | 0 |
Vorderingen uit hoofde van financieringstekort | 0 | 0 |
Debiteuren en overige vorderingen | 0 | 0 |
Effecten | 0 | 0 |
Liquide middelen | 0 | 0 |
Totaal vlottende activa | 0 | 0 |
Totaal activa | 0 | 0 |
Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar | |
PASSIVA | ||
Eigen vermogen2 | ||
Het geplaatste kapitaal | 0 | 0 |
Agio | 0 | 0 |
Herwaarderingsreserve | 0 | 0 |
Wettelijke reserves | 0 | 0 |
Statutaire reserve | 0 | 0 |
Bestemmingsreserves | 0 | 0 |
Bestemmingsfondsen | 0 | 0 |
Algemene en overige reserves | 0 | 0 |
Totaal eigen vermogen | 0 | 0 |
Aandeel derden in groepsvermogen3 | 0 | 0 |
Totaal groepsvermogen4 | 0 | 0 |
Voorzieningen | 0 | 0 |
Langlopende schulden (nog voor meer dan één jaar) | 0 | 0 |
Kortlopende schulden (ten hoogste één jaar) | ||
Schulden uit hoofde van financieringsoverschot | 0 | 0 |
Overige kortlopende schulden | 0 | 0 |
Totaal kortlopende schulden (ten hoogste één jaar) | 0 | 0 |
Totaal passiva | 0 | 0 |
1 Model A, Bijlage 1, Hoofdstuk 655, Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, Raad voor de Jaarverslaggeving.
2 Artikel 373, eerste lid van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.
3 Balanspost komt in beginsel voor bij UMC’s, in het geval van geconsolideerde jaarrekening.
4 Indien er sprake is van een geconsolideerde jaarrekening en aandeel derden in groepsvermogen.
Materiële vaste activa1 | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar |
De specificatie is als volgt:2 | ||
Bedrijfsgebouwen en -terreinen | 0 | 0 |
Machines en installaties | 0 | 0 |
Andere vaste bedrijfsmiddelen3 | 0 | 0 |
Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa | 0 | 0 |
Niet aan bedrijfsoefening dienstbaar | 0 | 0 |
Totaal materiële vaste activa | 0 | 0 |
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven:4 | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar |
Boekwaarde per 1 januari | 0 | 0 |
Investeringen | 0 | 0 |
Desinvesteringen | 0 | 0 |
Afschrijvingen | 0 | 0 |
Afschrijving op desinvestering | 0 | 0 |
Herwaardering | 0 | 0 |
Bijzondere waardeverminderingen | 0 | 0 |
Terugneming van bijzondere waardeverminderingen | 0 | 0 |
Verwerving via fusie of overnames | 0 | 0 |
Buitengebruikstellingen en afstotingen | 0 | 0 |
Omrekeningsverschillen | 0 | 0 |
Overboekingen | 0 | 0 |
Overige mutaties | 0 | 0 |
Totaal mutaties gedurende periode | 0 | 0 |
Boekwaarde per 31 december | 0 | 0 |
1 Artikel 366, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.
2 Model A van het Besluit modellen jaarrekening.
3 Bijvoorbeeld technische en administratieve uitrusting.
4 Model-jaarrekening OCW.
Investeringen | Bedrag in euro’s verslagjaar | Bedrag in euro’s verslagjaar |
Bedrijfsgebouwen en -terreinen | 0 | 0 |
Machines en installaties | 0 | 0 |
Andere vaste bedrijfsmiddelen1 | 0 | 0 |
Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa | 0 | 0 |
Niet aan bedrijfsoefening dienstbaar | 0 | 0 |
Totaal investeringen | 0 | 0 |
1 Bijvoorbeeld technische en administratieve uitrusting.
Financiële vaste activa1 | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar |
De specificatie is als volgt: | ||
Deelneming in groepsmaatschappijen2 | 0 | 0 |
Vorderingen op groepsmaatschappijen | 0 | 0 |
Andere deelnemingen | 0 | 0 |
Vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen | 0 | 0 |
Overige effecten | 0 | 0 |
Overige vorderingen | 0 | 0 |
Totaal financiële vaste activa | 0 | 0 |
1 Artikel 367, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek; Model A van het Besluit modellen jaarrekening.
2 Bijvoorbeeld: aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen.
Debiteuren en overige vorderingen1 | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar |
De specificatie is als volgt: | ||
Vorderingen op handelsdebiteuren | 0 | 0 |
Vorderingen op groepsmaatschappijen | 0 | 0 |
Vorderingen op participanten en maatschappijen waarin wordt deelgenomen | 0 | 0 |
Nog te factureren omzet DBC’s/DBC-zorgproducten’ | 0 | 0 |
Overige vorderingen | 0 | 0 |
Vorderingen van aandeelhouders opgevraagde stortingen | 0 | 0 |
Overlopende activa | 0 | 0 |
Totaal debiteuren en overige vorderingen | 0 | 0 |
1 Artikel 370, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek; Model A van het Besluit Modellen jaarrekening.
Overige kortlopende schulden1 | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar |
De specificatie is als volgt:2 | ||
Converteerbare leningen | 0 | 0 |
Andere obligaties en onderhandse leningen | 0 | 0 |
Schulden aan banken | 0 | 0 |
Vooruit ontvangen op bestellingen | 0 | 0 |
Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 0 | 0 |
Te betalen wissels en cheques | 0 | 0 |
Schulden aan groepsmaatschappijen | 0 | 0 |
Schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen | 0 | 0 |
Belastingen en premies sociale verzekeringen | 0 | 0 |
Schulden ter zake pensioenen | 0 | 0 |
Overige schulden | ||
Overlopende passiva | 0 | 0 |
Totaal overige kortlopende schulden | 0 | 0 |
1 Artikel 375, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.
2 Model A van het Besluit modellen jaarrekening.
Specificatie financieringstekort/overschot1 | Bedrag in euro’s verslagjaar | Bedrag in euro’s vorig verslagjaar |
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg (exclusief subsidies) | ||
Af: Vergoedingen ter dekking van het wettelijk budget | ||
Totaal financieringstekort/overschot |
1 RJ 655, Bijlage 1, Model C, tweede onderdeel.
Heffingsgrondslag Macrobeheersinstrument1 | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar |
Tariefopbrengst van DBC’s, DBC-zorgproducten, overige zorgproducten in zowel het gereguleerde als het vrije segment en ZZP’s GGZ | 0 | 0 |
Verrekenbedrag op grond van de beleidsregel Transitie bekostigingsstructuur medisch specialistische zorg resp. de beleidsregel Verlenging transitiemodel voor gebudgetteerde zorgaanbieders van gespecialiseerde curatieve GGZ | 0 | 0 |
Mutatie medisch specialistische zorg in het onderhanden werk | 0 | 0 |
Totaal heffingsgrondslag | 0 | 0 |
1 Uitsluitend voor medisch specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, geriatrische revalidatiezorg en wijkverpleging.
Resultatenrekening | Bedrag in euro’s verslagjaar | Bedrag in euro’s vorig verslagjaar | ||
Bedrijfsopbrengsten | Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning | Opbrengsten Zvw-zorg | ||
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg | ||||
Opbrengsten Jeugdwet | ||||
Opbrengsten Wmo | ||||
Opbrengsten forensische zorg | ||||
Opbrengsten overige zorgprestaties | ||||
Opbrengsten uit onderaanneming | ||||
Totaal opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning | ||||
Subsidies (excl. Jeugdwet en Wmo) | ||||
Overige bedrijfsopbrengsten | ||||
Totaal bedrijfsopbrengsten | ||||
Bedrijfslasten | Personeelskosten | Lonen en salarissen | ||
Sociale lasten | ||||
Pensioenpremies | ||||
Andere personeelskosten | ||||
Personeel niet in loondienst | ||||
Totaal personeelskosten | ||||
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen vaste activa | ||||
Kosten uitbesteding aan onderaanneming | ||||
Overige bedrijfskosten | ||||
Totaal bedrijfslasten | ||||
Bedrijfsresultaat (a) | Automatisch berekend (bedrijfsopbrengsten minus bedrijfslasten) | |||
Financieel resultaat (resultaat financiële baten en lasten, b) | ||||
Resultaat verslagjaar (a+b) | ||||
Belastingen | ||||
Resultaat na belastingen |
Resultatenrekening met toelichting (grote instelling, m.u.v. RAV met publieke rechtspersoonlijkheid)
Resultatenrekening1 | Bedrag in euro’s verslagjaar | Bedrag in euro’s vorig verslagjaar |
BEDRIJFSOPBRENGSTEN: | ||
Opbrengsten zorgprestaties, jeugdhulp (en maatschappelijke ondersteuning) | ||
– Opbrengsten zorgverzekeringswet (Zvw)2 | 0 | 0 |
– Waarvan MSZ, GGZ en Geriatrische revalidatiezorg | 0 | 0 |
– Waarvan overige Zvw | 0 | 0 |
– Wettelijk budget aanvaardbare kosten (Wlz)3 | 0 | 0 |
– Opbrengsten Jeugdwet4 | 0 | 0 |
– Opbrengsten Wmo5 | 0 | 0 |
– Opbrengsten Ministerie Justitie en Veiligheid | 0 | 0 |
– Beschikbaarheidsbijdragen zorg | 0 | 0 |
– Opbrengsten uit onderaanneming | ||
– Overige zorgprestaties | 0 | 0 |
– Totaal | 0 | 0 |
Subsidies (exclusief Wmo 2015 en Jeugdwet)6 | ||
– Subsidie Zvw | 0 | 0 |
– Subsidie Wlz | 0 | 0 |
– Rijksbijdrage werkplaatsfunctie en medische faculteit van UMC’s | 0 | 0 |
– Subsidies speciaal onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen | 0 | 0 |
– Rijkssubsidies vanwege Ministerie van Justitie en Veiligheid | 0 | 0 |
– Rijkssubsidies vanwege Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | 0 | 0 |
– Overige Rijkssubsidies | 0 | 0 |
– Beschikbaarheidsbijdragen Opleidingen | 0 | 0 |
– Subsidie vanwege Provincie of gemeenten | 0 | 0 |
– Overige subsidies, waaronder loonkostensubsidies en EU-subsidies | 0 | 0 |
– Totaal | ||
Overige bedrijfsopbrengsten | ||
– Overige dienstverlening (waaronder 2e – 4egeldstroom UMC’s voor onderzoek) | 0 | 0 |
– Overige opbrengsten (waaronder vergoeding voor uitgeleend personeel, verhuur onroerend goed) | 0 | 0 |
– Totaal | 0 | 0 |
Som der bedrijfsopbrengsten | 0 | 0 |
BEDRIJFSLASTEN: | ||
Personeelskosten | ||
– Lonen en salarissen | 0 | 0 |
– Sociale lasten | 0 | 0 |
– Pensioen premies | 0 | 0 |
– Andere personeelskosten | 0 | 0 |
– Subtotaal | 0 | 0 |
– Personeel niet in loondienst | 0 | 0 |
– Totaal | 0 | 0 |
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa | ||
– Afschrijvingen immateriële vaste activa | 0 | 0 |
– Afschrijvingen materiele vaste activa | 0 | 0 |
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa | 0 | 0 |
Honorariumkosten vrijgevestigde medisch specialisten | 0 | 0 |
Overige bedrijfskosten | ||
– Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten | 0 | 0 |
– Algemene kosten | 0 | 0 |
– Patiënt- en bewonersgebonden kosten | 0 | 0 |
– Onderhoud en energiekosten | 0 | 0 |
– Kosten uitbesteding aan onderaanneming | ||
– Huur en leasing | 0 | 0 |
– Dotaties voorzieningen | 0 | 0 |
– Totaal | ||
Som der bedrijfslasten | 0 | 0 |
BEDRIJFSRESULTAAT | 0 | 0 |
Financiële baten en lasten | ||
– Rentebaten | 0 | 0 |
– Resultaat deelnemingen | 0 | 0 |
– Waarde veranderingen financiële vaste activa en effecten | 0 | 0 |
– Rentelasten | 0 | 0 |
– Totaal | 0 | 0 |
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITEOFENING VOOR BELASTINGEN | 0 | 0 |
Belastingen over resultaat gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 |
Overige belastingen | 0 | 0 |
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING NA BELASTINGEN | 0 | 0 |
Aandeel derden in resultaat | 0 | 0 |
Minderheidsbelang derden | 0 | 0 |
RESULTAAT VERSLAGJAAR | ||
RESULTAATBESTEMMING | ||
Het resultaat is als volgt verdeeld: | ||
Toevoeging/(onttrekking): | 0 | 0 |
Agio | 0 | 0 |
Herwaarderingsreserve | 0 | 0 |
Wettelijke reserve | 0 | 0 |
Statutaire reserve | 0 | 0 |
Bestemmingsreserve 1 | 0 | 0 |
Bestemmingsreserve 2 | 0 | 0 |
Bestemmingsfonds 1 | 0 | 0 |
Bestemmingsfonds 2 | 0 | 0 |
Algemene reserves | 0 | 0 |
Overige reserves | 0 | 0 |
1 Model B en D, Bijlage 1, Hoofdstuk 655, Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, Raad voor de Jaarverslaggeving.
2 Inclusief persoonsgebonden budgetten (pgb).
3 Inclusief persoonsgebonden budgetten (pgb).
4 Inclusief persoonsgebonden budgetten (pgb).
5 Inclusief persoonsgebonden budgetten (pgb).
6 Subsidie Jeugdwet en Wmo 2015 worden ingevuld bij opbrengsten zorgprestaties, jeugdhulp (en maatschappelijke ondersteuning)
Honoraria accountant1 (grote instellingen) | Bedrag in euro’s einde verslagjaar | Bedrag in euro’s einde vorig verslagjaar |
Controle van de jaarrekening | 0 | 0 |
Overige controlewerkzaamheden (w.o. Regeling AO/IC, GGZ-zelfonderzoek, Nacalculatie Wlz en WNT) | 0 | 0 |
Fiscale advisering | 0 | 0 |
Niet-controlediensten | 0 | 0 |
Accountant Honoraria |
1 Artikel 382a, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.
Overzicht langlopende leningen (voor nog voor meer dan één jaar) (grote instelling) | Lening 1 | Lening 2 | Lening 3 |
Leninggever | |||
Afsluitdatum | |||
Hoofdsom | € | ||
Totale looptijd in jaren | |||
Soort lening | |||
Werkelijke rente % | % | ||
Restschuld 31 december vorig verslagjaar | € | ||
Nieuwe leningen in verslagjaar | € | ||
Aflossing in verslagjaar | € | ||
Restschuld 31 december verslagjaar | € | ||
Restschuld over 5 jaar | € | ||
Resterende looptijd in jaren eind van het verslagjaar | |||
Aflossingswijze | |||
Aflossing komend verslagjaar | € | ||
Gestelde zekerheden |
Overzicht langlopende vorderingen (voor nog voor meer dan één jaar) (grote instellingen) | Vordering 1 | Vordering 2 | Vordering 3 |
Leningnemer | |||
Afsluitdatum | |||
Hoofdsom | € | ||
Totale looptijd in jaren | |||
Soort lening | |||
Werkelijke rente % | % | ||
Restschuld 31 december vorig verslagjaar | € | ||
Nieuwe leningen in verslagjaar | € | ||
Aflossing in verslagjaar | € | ||
Restschuld 31 december verslagjaar | € | ||
Restschuld over 5 jaar | € | ||
Resterende looptijd in jaren eind van het verslagjaar | |||
Aflossingswijze | |||
Aflossing komend verslagjaar | € | ||
Gestelde zekerheden |
Kasstroom | Bedrag in euro’s verslagjaar | Bedrag in euro’s vorig verslagjaar |
Operationele activiteiten | 0 | 0 |
Investeringsactiviteiten | 0 | 0 |
Financieringsactiviteiten | 0 | 0 |
Economische ratio’s | Geconsolideerde jaarrekening | Enkelvoudige jaarrekening |
Rentabiliteit1 | 0 | 0 |
Liquiditeit2 | 0 | 0 |
Solvabiliteit3 | 0 | 0 |
Debt Service Coverage ratio4 | 0 | 0 |
Toelichting | Tekstveld | Tekstveld |
1 Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten / balanstotaal
2 Current ratio: vlottende activa inclusief liquide middelen / totaal kortlopende schulden
3 Eigen vermogen / balanstotaal
4 Resultaat na belastingen + (afschrijvingen + rente) / (rente + aflossingen)
Type zorg | MSZ | PUK, PAAZ | Forensische zorg | GGZ | Gehandicaptenzorg | VVT | Kraamzorg | Jeugdhulp | Jeugdbescherming /reclassering | Just. jeugd inrichting. | AMHK | Overig | Totaal vlg jaarrekening | |
Opbrengsten Zvw (exclusief subsidies)1 | ||||||||||||||
Opbrengsten Wlz (exclusief subsidies)2 | ||||||||||||||
Opbrengsten Wmo3 | ||||||||||||||
Opbrengsten Jeugdwet4 | ||||||||||||||
Opbrengsten forensische zorg (exclusief subsidies)5 | ||||||||||||||
Beschikbaarheidsbijdragen zorg exclusief opleidingen | ||||||||||||||
Opbrengsten subsidies (exclusief Wmo en Jeugdwet) | Zvw & Wlz6 | |||||||||||||
VWS7 | ||||||||||||||
V&J8 | ||||||||||||||
OCW9 | ||||||||||||||
Beschikbaarheidsbijdragen medische (vervolg) opleidingen | ||||||||||||||
Overig10 | ||||||||||||||
Niet eerder genoemde bedrijfsopbrengsten11 | ||||||||||||||
Totaal bedrijfsopbrengsten |
1 Opbrengsten Zvw (exclusief subsidies; beschikbaarheidsbijdragen): medisch specialistische zorg, ggz, geriatrische revalidatiezorg, wijkverpleging (incl. pgb), kraamzorg en overige Zvw-zorg
2 Opbrengsten Wlz (exclusief subsidies; beschikbaarheidsbijdragen): wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg in natura; betalingen uit pgb's)
3 Opbrengsten uit Wmo-voorzieningen in natura (zowel maatwerk- of specialistische als sociale basisvoorzieningen) en betalingen uit persoonsgebonden budgetten (pgb’s) gefinancierd vanuit Wmo 2015.
4 Opbrengsten uit jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering in natura en betalingen uit persoonsgebonden budgetten (pgb’s) gefinancierd vanuit Jeugdwet
5 Opbrengsten Ministerie van Justitie en Veiligheid forensische zorg (exclusief subsidies; waaronder opbrengsten DBBC's)
6 Subsidies Zvw en Wlz
7 Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van VWS (exclusief beschikbaarheidsbijdragen zorg en beschikbaarheidsbijdragen medische (vervolg)opleidingen en subsidies Wlz/Zvw)
8 Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van Justitie en Veiligheid (exclusief opbrengsten DBBC’s)
9 Rijksbijdrage werkplaatsfunctie en medische faculteit van UMC's en overige subsidies vanwege OCW (speciaal onderwijs)
10 Overige rijkssubsidies, subsidies vanwege provincies en gemeenten (excl. Wmo 2015 en Jeugdwet), overige subsidies waaronder loonkostensubsidies en EU-subsidies
11 Niet eerder genoemde bedrijfsopbrengsten: Opbrengsten overige zorgprestaties (eigen bijdragen van cliënten met Wlz/Zvw/Wmo/Jeugdwet, betalingen door cliënten voor zorg niet verzekerd o.b.v. Wlz/Zvw, betalingen uit hoofde van aanvullende zorgverzekeringen), opbrengsten werk in opdracht, overige dienstverlening (waaronder 2e-4e geldstromen UMC’s voor onderzoek) en overige opbrengsten (waaronder vergoedingen voor uitgeleend personeel en verhuur van onroerend goed).
De zeven principes | Geef aan of u volledig voldoet aan het principe1 | Zo nee, leg uit waarom wordt afgeweken van de Governancecode |
Principe 1. Goede zorg. De maatschappelijke doelstelling en legitimatie van de zorgorganisatie is het bieden van goede zorg aan cliënten | Ja/Nee | Tekstveld |
Principe 2. Waarden en normen. De raad van bestuur en raad van toezicht hanteren waarden en normen die passen bij de maatschappelijke positie van de zorginstelling | Ja/Nee | Tekstveld |
Principe 3. Invloed belanghebbenden. De zorgorganisatie schept randvoorwaarden en waarborgen voor adequate invloed van belanghebbenden | Ja/Nee | Testveld |
Principe 4. Inrichting governance. De raad van bestuur en raad van toezicht zijn een ieder verantwoordelijk voor de governance van de zorgorganisatie | Ja/Nee | Tekstveld |
Principe 5. Goed bestuur. De raad van bestuur bestuurt de zorgorganisatie gericht op haar maatschappelijke doelstelling | Ja/nee | Tekstveld |
Principe 6. Verantwoord toezicht. De raad van toezicht houdt toezicht op de maatschappelijke doelstelling van de zorgorganisatie | Ja/Nee | Tekstveld |
Principe 7. Continue ontwikkeling. De raad van bestuur en raad van toezicht ontwikkelen permanent hun professionaliteit en deskundigheid | Ja/Nee | Tekstveld |
Is uw organisatie (naast de Governancecode zorg) onderworpen aan een andere code of past u deze vrijwillig toe? Zo ja, welke code is dat? | Ja/Nee2 | Tekstveld |
1 Indien een zorginstelling niet aan alle principes of beginsel binnen het principe voldoet, vult zij nee in.
2 Zoals: ZKN Governancecode, Governancecode GGD GHOR Nederland of Corporate governance.
Deze specifieke informatie wordt uitsluitend verwerkt ten behoeve van de IGJ.
Achternaam | Tussen-voegsels | Voorletters | Dhr. Of mw. | Functie in raad van bestuur of directie | Interim ja/nee | Functie vervuld sinds (datum) | Hoofdfunctie | Nevenfuncties | Op welke wijze heeft de bestuurder zijn professionaliteit en deskundigheid het afgelopen verslagjaar ontwikkeld?1 |
1 Principe 7 van de Governance code zorg 2017. Denk hierbij aan: 7.1.2. Bestuurders zorgen dat zij vakbekwaam en geschikt zijn en blijven. Bestuurders werken daartoe continu aan hun eigen ontwikkeling en laten zich daarop aanspreken en toetsen. Bestuurders maken daarbij gebruik van interne spiegeling, externe intervisie, coaching, scholing en/of opleiding. In het door de Vereniging voor bestuurders in de zorg (NVZD) ontwikkelde accreditatietraject hebben deze zaken een plek. Ook deze accreditatie kan behulpzaam zijn.
Deze specifieke informatie wordt uitsluitend verwerkt ten behoeve van de IGJ.
Achternaam | Voorvoegsels | Voorletters | Dhr. Of mw. | Functie in toezichthoudend orgaan | Interim ja/nee | Functie vervuld sinds (datum) | Hoofdfunctie | Nevenfuncties | Op welke wijze heeft de toezichthouder zijn professionaliteit en deskundigheid het afgelopen verslagjaar ontwikkeld?1 |
1 Principe 7 van de Governance code zorg 2017. Denk hierbij aan: Het programma Goed Toezicht van de NVTZ gaat uit van drie waarden die belangrijk zijn voor goed toezicht, waarbij ‘Goed beslagen ten ijs’ staat voor kennisvergaring door middel van scholing, ‘Evaluatie en reflectie’ voor voortdurende professionalisering en ‘Transparantie’ voor aanspreekbaarheid en verantwoording. Het doel van Goed Toezicht is om raden van toezicht te stimuleren om voortdurend aan hun kwaliteit van toezicht te werken.
Vraag | Antwoordcategorie |
Over welke onderwerpen heeft de Raad van Bestuur in het verslagjaar goedkeuring gevraagd aan de Raad van toezichthouders/Raad van commissarissen? | Tekstveld |
Onderwerp | Geef aan of het onderwerp aan de orde is (self assessment) | Zo ja, licht in maximaal 200 woorden de antwoorden toe |
Zijn in de zorginstelling in het verslagjaar belangrijke gebeurtenissen aan de orde geweest zoals: – fusieplannen; – wijziging in de visie; – wijziging in de strategie; – wijziging in het besturingsmodel; – wijziging in de organisatie; – belangrijke inkrimping of uitbreiding van de omzet; – belangrijke investeringen; – ICT-migraties – personeelstekort; – andere belangrijke gebeurtenissen. | Ja/Nee | Welke gebeurtenis gaat het? |
Zijn dergelijke belangrijke gebeurtenissen in de komende twee verslagjaren te voorzien? | ||
Is er sprake van een continuïteitsveronderstelling?1 | Ja/Nee2 | |
Voert de zorginstelling in het verslagjaar een actief duurzaamheidsbeleid (energiebewustzijn, duurzame inkoop)? | Ja/Nee | Nee = Welke maatregelen kan de zorginstellinge in het komende verslagjaar nemen? Ja = Geeft dit beleid op hoofdlijnen weer? |
1 De organisatie kan nog minimaal één jaar voortbestaan?
2 Ja, dan kan de zorginstelling na de vaststelling minimaal één jaar voortbestaan.
Vraag | Antwoordcategorie |
Zijn er schriftelijke afspraken vastgelegd over het tegengaan van (de schijn van) belangenverstrengeling? | Ja/Nee |
Beschikt de organisatie over een schriftelijk vastgelegde conflictregeling tussen de RvB en RvT/RvC? | Ja/Nee |
Vraag | Antwoordcategorie |
Soort accountantsverklaring | Aanvinken |
– Samenstellingsverklaring | |
– Beoordelingsverklaring | |
– Controleverklaring | |
– Geen accountantsverklaring1 | |
Vorm van accountantsverklaring2 | Aanvinken |
– Goedkeurende verklaring | |
– Verklaring met beperking | |
– Afkeurende verklaring | |
– Verklaring van oordeelsonthouding | |
Bent u van accountant gewisseld? | Ja/Nee |
Toelichting | Tekstveld |
1 Volgende vragen niet van toepassing
2 Strekking van het oordeel van de verklaring. Betreft de accountantsverklaring die is bijgevoegd bij de jaarrekening.
Vraag | Antwoordcategorie |
Heeft uw zorginstelling inspraak georganiseerd?1 | Ja/Nee |
Heeft uw zorginstelling een cliëntenraad? | Ja/nee |
Zo ja, hoeveel cliëntenraden heeft uw organisatie? | Aantal |
Totaal aantal bijeenkomsten cliëntenraad in het afgelopen verslagjaar | Aantal |
Datum laatste bijeenkomst cliëntenraad | Datum (dag/maand/2019) |
Wanneer u geen cliëntenraad heeft, kunt u dan aangeven waarom niet? | tekstveld |
Wordt/worden de cliëntenraad/raden in financiële en materiële zin voor alle taken ondersteund naar tevredenheid van cliëntenraad/raden? | Ja/nee |
Wordt/worden de cliëntenraad/raden in deskundigheidsbevordering ondersteund naar tevredenheid van cliëntenraad/raden? | Ja/nee |
Hoeveel ongevraagde adviezen zijn er in het verslagjaar door cliëntenraden uitgebracht? | Aantal |
Hoeveel gevraagde adviezen zijn er in het verslagjaar door cliëntenraden uitgebracht? | Aantal |
Hebben deze adviezen tot maatregelen geleid in uw zorginstelling? | % |
Heeft uw concern een commissie van vertrouwenslieden ingesteld, dan wel aansluiting bij de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden? | Ja/nee |
1 Onder «inspraak» wordt verstaan: de mogelijkheid van alle individuele cliënten om direct jegens de zorgaanbieder hun wensen en meningen kenbaar te maken. Daarbij kan worden gedacht aan enquêtes, huiskamergesprekken etc. Overigens is het onderscheid tussen directe en indirecte participatie in de praktijk niet zo zwart-wit bij inspraak. Er zijn immers ook vormen van inspraak waarbij van indirecte participatie zoals panels, focusgroepen en familie- en ouderraden gebruik wordt gemaakt om wensen en meningen in kaart te brengen.
Vraag | Antwoordcategorie |
Kunnen patiënten/cliënten in het concern terecht bij een klachtenfunctionaris? | Ja/nee |
Beschikt de zorginstelling over een regeling voor een effectieve en laagdrempelige opvang en afhandeling van klachten jegens de cliënt van uw zorginstelling? | Ja/nee |
Is de zorginstelling aangesloten bij een onafhankelijke geschilleninstantie conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg? | Ja/nee |
Zo ja, welke? | Tekstveld |
Onderwerp | Aantal in verslagjaar |
Zware gevallen van geweld tussen cliënten | |
Minder zware gevallen van geweld tussen cliënten |
Agressiegerelateerde incidenten | Aantal einde van verslagjaar |
Agressiegerelateerde incidenten jegens de eigen medewerkers van Regionale Ambulancevoorzieningen |
Instroom aantal personen | Instroom aantal fte’s | Uitstroom aantal personen | Uitstroom aantal fte’s | Aantal personen op 31-12 van het verslagjaar | Aantal fte’s op 31-12 van het verslagjaar | |
Personeel in loondienst incl. leerlingen BBL | ||||||
Zelfstandige (geen gezagsverhouding, zoals DGA, maten, vennoten, niet zijnde onderaannemers) | ||||||
Ingehuurd personeel (uitzendkrachten) | ||||||
Stagiaires | ||||||
Vrijwilligers | ||||||
Totaal | ||||||
– waarvan zorgverleners1 |
1 Onder zorgverlener wordt ook verstaan een stagiaire of assistente die medische handelingen mag verrichten.
Verhouding cliëntgebonden personeel/niet-cliëntgebonden personeel | Percentage |
Cliëntgebonden personeel | |
niet-cliëntgebonden personeel |
De organisatie geeft een schatting van de verdeling van personeel naar financieringsstroom.
Zvw | Wlz | Wmo 2015 | Jeugdwet | Forensische zorg | Overige | |
Percentage fte totaal personeel |
Nadere specificaties | Aantal werkzame personen op 31-12 van verslagjaar | Aantal fte’s op 31-12 van verslagjaar |
Medisch specialisten in loondienst | ||
Medisch specialisten inhuur | ||
Medisch specialisten vrij beroep / medisch specialistisch bedrijf | ||
Psychiaters PUK en PAAZ (loon +inhuur + vrijberoep) |
Nadere specificaties | Aantal werkzame personen op 31-12 van verslagjaar | Aantal fte’s op 31-12 van verslagjaar |
Medisch specialisten (loon +inhuur + vrijberoep) |
Nadere specificaties | Aantal werkzame personen op 31-12 van verslagjaar | Aantal fte’s op 31-12 van verslagjaar |
Psychiaters (loon +inhuur + vrijberoep) |
Nadere specificaties | Aantal werkzame personen op 31-12 van verslagjaar | Aantal fte’s op 31-12 van verslagjaar |
Specialist ouderengeneeskunde/basisarts | ||
(GZ)Psycholoog | ||
Verpleegkundig specialist | ||
Verpleegkundige hbo | ||
Verpleegkundige mbo | ||
IG-Verzorgende | ||
Verzorgende/helpende | ||
Zorghulp | ||
Physician assistant | ||
Kraamverzorgenden |
Nadere specificaties | Aantal werkzame personen op 31-12 van verslagjaar | Aantal fte’s op 31-12 van verslagjaar |
Ambulanceverpleegkundige | ||
Bachelor Medisch Hulpverlening | ||
Ambulancechauffeur | ||
Zorgambulancebegeleider | ||
Zorgambulancechauffeur | ||
Verpleegkundig centralist MKA | ||
Niet-verpleegkundig centralist MKA | ||
Overige |
Verzuim | Percentage |
Verzuim totaal personeel in loondienst |
Personeel | Totaal aantal vacatures op 31 december verslagjaar | Waarvan moeilijk vervulbaar |
Alle soorten vacatures | ||
Cliëntgebonden functies |
De paragraaf patiënten en cliënten wordt uitsluitend ingevuld door grote instellingen.
Aantal patiënten/cliënten gehele organisatie (alle vormen van zorg, jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning) | Aantal |
Aantal unieke patiënten/cliënten in zorg op 1 januari van het verslagjaar | |
Aantal nieuw ingeschreven unieke patiënten/cliënten in zorg in het verslagjaar | |
Totaal aantal unieke patiënten/cliënten in zorg in het verslagjaar | |
Aantal uitgeschreven unieke patiënten/cliënten in zorg in het verslagjaar | |
Aantal unieke patiënten/cliënten in zorg of behandeling op 31 december van het verslagjaar |
Verhouding naar financieringsstroom (m.u.v., RAV) | Percentage |
Zvw patiënten/cliënten t.o.v. totaal aantal patiënten/cliënten in zorg op 31 december van het verslagjaar | |
Wlz patiënten/cliënten t.o.v. totaal aantal patiënten/cliënten in zorg op 31 december van het verslagjaar | |
Jeugdwet patiënten/cliënten t.o.v. totaal aantal patiënten/cliënten in zorg op 31 december van het verslagjaar | |
Wmo 2015 patiënten/cliënten t.o.v. totaal aantal patiënten/cliënten in zorg op 31 december van het verslagjaar | |
Forensische zorg patiënten/cliënten t.o.v. totaal aantal patiënten/cliënten in zorg op 31 december van het verslagjaar |
Aantal patiënten | Aantal |
Aantal patiënten met minimaal één afgesloten DBC/DBC-product in verslagjaar |
Aantal patiënten | Aantal |
Aantal patiënten met minimaal één afgesloten DBC/DBC-product in verslagjaar |
Aantal cliënten | Aantal op 31 december van het verslagjaar |
Cliënten Wlz | |
Aantal cliënten op basis van een zzp/zorgprofiel met dagbesteding | |
Aantal cliënten op basis van een zzp/zorgprofiel zonder dagbesteding | |
Aantal cliënten met een Volledig Pakket Thuis | |
Aantal cliënten met een Modulair Pakket Thuis | |
Aantal cliënten dat zorg bij de organisatie inkoopt o.b.v. persoonsgebonden budget Wlz | |
Aantal cliënten extramurale behandeling (tijdelijke subsidieregeling) | |
Cliënten Zvw, inclusief kindzorg | |
Aantal cliënten wijkverpleging | |
Aantal cliënten eerstelijnsverblijf | |
Aantal cliënten geriatrische revalidatiezorg |
Aantal cliënten | Aantal cliënten op 31 december van het verslagjaar |
Cliënten Wlz | |
Aantal cliënten op basis van een zzp/zorgprofiel | |
Aantal cliënten met een Volledig Pakket Thuis | |
Aantal cliënten met een Modulair Pakket Thuis | |
Aantal cliënten dat zorg bij u inkoopt o.b.v. persoonsgebonden budget Wlz | |
Aantal cliënten extramurale behandeling (tijdelijke subsidieregeling Wlz) | |
Cliënten Zvw | |
Aantal cliënten wijkverpleging, inclusief intensieve Kindzorg | |
Aantal cliënten eerstelijnsverblijf | |
Aantal cliënten geriatrische revalidatiezorg (verblijf op basis van DBC) | |
Aantal cliënten extramurale behandeling Specialist ouderengeneeskunde1 |
1 Per 2020 is een gedeelte van de tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling Wlz overgeheveld naar de Zvw. Dit betreft de individuele behandeling door de Specialist ouderengeneeskunde en de Arts verstandelijk gehandicapten. Cliënten die zowel extramurale behandeling uit de Zvw als uit de Wlz ontvangen, kunnen bij beide categorieën worden vermeld.
Aantal cliënten | Aantal cliënten op 31 december van het verslagjaar |
Aantal verblijfcliënten (Zvw) | |
Aantal verblijfcliënten (Wlz) |
Capaciteit en productie zelfstandige behandelklinieken medisch-specialistische zorg (micro-entiteit)
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal beschikbare bedden/plaatsen voor klinische capaciteit en dag/deeltijdbehandeling per einde verslagjaar | |
– waarvan bedden/plaatsen voor dag/deeltijdbehandeling |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal beschikbare bedden/plaatsen voor klinische capaciteit en dag/deeltijdbehandeling per einde verslagjaar | |
-Waarvan bedden/plaatsen voor dag/deeltijdbehandeling | |
-Waarvan wiegen voor gezonde zuigelingen | |
Aantal beschikbare operatiekamers |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal beschikbare bedden/plaatsen voor klinische capaciteit en dag/deeltijdbehandeling per einde verslagjaar | |
-Waarvan bedden/plaatsen voor dag/deeltijdbehandeling | |
-Waarvan wiegen voor gezonde zuigelingen |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal bedden/plaatsen dat beschikbaar is voor dagelijkse planning van opnames of verblijf | |
Aantal plaatsen deeltijdbehandeling |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal bedden dat beschikbaar is voor klinische zorg |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal bedden dat beschikbaar is voor klinische zorg | |
Waarvan voor kinderen tot 18 jaar | |
Waarvan voor volwassenen |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Het aantal bedden/plaatsen dat beschikbaar is voor dagelijkse planning van opnames, verblijf of voor dagbehandeling. |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Het aantal bedden/plaatsen dat beschikbaar is voor dagelijkse planning van opnames, verblijf of voor dagbehandeling. | |
Waarvan klinische bedden (Zvw en Wlz) |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal bedden/plaatsen dat beschikbaar is voor verblijfszorg per einde verslagjaar, inclusief vroegere gezinsvervangende tehuizen |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal beschikbare bedden/plaatsen verblijfszorg per einde verslagjaar | |
– Waarvan beschikbare bedden/plaatsen geriatrische revalidatiezorg in verslagjaar (verblijf op basis van DBC) |
Capaciteit | Aantal op 31/12 verslagjaar |
Aantal beschikbare bedden/plaatsen verblijfszorg per einde verslagjaar | |
– Waarvan bedden/plaatsen dat beschikbaar is voor Wlz-zorg met verblijf | |
– Waarvan bedden/plaatsen dat beschikbaar is voor geriatrische revalidatiezorg (verblijf op basis van DBC) | |
– Waarvan bedden/plaatsen dat beschikbaar is voor eerstelijnsverblijf |
Capaciteit | Antwoordcategorie |
Standplaatsen | Aantal op 31 december van het verslagjaar |
Aantal ambulance1 | Aantal op 31 december van het verslagjaar |
1 Ambulances: ALS-ambulance capaciteit.
Productie | Aantal |
Aantal in verslagjaar geopende DBC’s/DBC-zorgproducten (afkomstig uit ZIS) | |
Aantal in verslagjaar gesloten DBC’s/DBC-zorgproducten (afkomstig uit ZIS) |
Productie | Aantal |
Aantal in verslagjaar geopende DBC-zorgproducten (ontlenen aan ZIS) | |
Aantal in verslagjaar gesloten DBC-zorgproducten (ontlenen aan ZIS) | |
Aantal klinische opnamen (exclusief interne overnamen in verslagjaar) | |
Aantal eerste polikliniekbezoeken in verslagjaar | |
Aantal dagverplegingsdagen in verslagjaar | |
Aantal langdurige observaties zonder overnachting in verslagjaar | |
Aantal klinische verpleegdagen in verslagjaar (inclusief verkeerde bed) | |
– Waarvan verkeerde-bed-dagen |
Productie | Aantal |
Aantal openstaande DBC-zorgproducten op 1 januari van verslagjaar (ontleend aan het instellingensysteem niet uit DIS) | |
Aantal in het verslagjaar geopende DBC-zorgproducten (ontleend aan het instellingensysteem niet uit DIS) | |
Aantal in het verslagjaar gesloten DBC-zorgproducten (ontleend aan het instellingensysteem niet uit DIS) | |
Aantal openstaande DBC-zorgproducten op 31 december van verslagjaar (ontleend aan het instellingensysteem, niet uit DIS) | |
Aantal klinische opnamen exclusief interne overnamen in verslagjaar | |
Aantal eerste polikliniekbezoeken in het verslagjaar | |
Aantal overige polikliniekbezoeken in verslagjaar | |
Aantal psychiatrische deeltijdbehandelingen in verslagjaar | |
Aantal klinische verpleegdagen in verslagjaar |
Productie | Aantal |
Aantal deeltijdbehandeling per einde verslagjaar | |
Aantal in verslagjaar geopende DBC’s/DBC-zorgproducten (afkomstig uit instellingssystemen) | |
Aantal in verslagjaar gesloten DBC’s/DBC-zorgproducten (afkomstig uit instellingssystemen) |
Productie | Aantal |
Aantal klinische verpleegdagen in verslagjaar | |
– Waarvan voor kinderen tot 18 jaar | |
– Waarvan voor volwassenen | |
Aantal klinische opnamen in verslagjaar | |
– Waarvan voor kinderen tot 18 jaar | |
– Waarvan voor volwassenen | |
Aantal in verslagjaar geopende DBC’s/DBC-zorgproducten ontleend aan informatiesysteem van de instelling | |
– Waarvan klinisch | |
– Waarvan poliklinisch | |
Aantal in verslagjaar gesloten DBC’s/DBC-producten ontleend aan informatiesysteem van de instelling | |
– Waarvan klinisch | |
– Waarvan poliklinisch |
Deze vragenlijst is niet opgenomen in het model-jaardocument, maar wordt getoond in DigiMV. De enquête beeldvormende diagnostiek heeft als doel het maken van ramingen van de dosis voor patiënten/cliënten als bedoeld in artikel 64 van Richtlijn 2013/59. Deze vraag is derhalve afkomstig van Europese regelgeving.1
Artikel 64 is geïmplementeerd in artikel 8.13 van het huidige Besluit basisveiligheidseisen stralingsbescherming (individuele dosisschattingen): ‘Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport draagt zorg voor de verdeling van individuele dosisschattingen als gevolg van medische blootstelling voor radiodiagnostiek en interventieradiologie. Indien nodig, wordt rekening gehouden met de leeftijdsverdeling en het geslacht van de blootgestelde populatie.’
Het RIVM gebruikt de verkregen gegevens voor het actueel houden van het Informatiesysteem Medische Stralingstoepassingen (IMS). Deze website voor professionals in de gezondheidszorg verschaft inzicht in de aard en omvang van medische stralingstoepassingen in Nederland.
Productie GGZ (Zvw en Wlz), exclusief PAAZ en PUK | Aantal |
Productie Zvw – Basis GGZ | |
Aantal openstaande zorgproducten basis GGZ op 1 januari van verslagjaar | |
Aantal in het verslagjaar geopende zorgproducten basis GGZ | |
Aantal in het verslagjaar gesloten zorgproducten basis GGZ | |
Aantal openstaande zorgproducten basis GGZ op 31 december van verslagjaar | |
Productie Zvw – Gespecialiseerde GGZ | |
Aantal openstaande DBC-zorgproducten gespecialiseerde GGZ op 1 januari van verslagjaar (niet ontleend aan DIS) | |
Aantal in het verslagjaar geopende DBC-zorgproducten gespecialiseerde GGZ (niet ontleend aan DIS) | |
Aantal in het verslagjaar gesloten DBC-zorgproducten gespecialiseerde GGZ (niet ontleend aan DIS) | |
Aantal openstaande DBC-zorgproducten gespecialiseerde GGZ op 31 december van verslagjaar (niet ontleend aan DIS) | |
Aantal ZZP langdurige GGZ met behandeling in 2de en 3de jaar in dagen in verslagjaar | |
Productie Wlz | |
Aantal ZZP/zorgprofiel – B dagen in verslagjaar |
Productie in verslagjaar | Aantal |
Aantal dagen met zorg met verblijf en dagbesteding | |
Aantal dagen zorg met verblijf zonder dagbesteding | |
Aantal dagen zorg op basis van Volledig Pakket Thuis | |
Aantal dagdelen dagbesteding |
Productie in verslagjaar | Aantal |
Wlz | |
Aantal dagen zorg met verblijf | |
Aantal dagen zorg op basis van Volledig Pakket Thuis | |
Zvw | |
Aantal dagen eerstelijnsverblijf | |
Aantal in verslagjaar geopende DBC’s/DBC-zorgproducten geriatrische revalidatiezorg | |
Aantal in verslagjaar gesloten DBC’s/DBC-zorgproducten geriatrische revalidatiezorg |
Productie | Aantal ritten per verslagjaar |
A1-ritten | |
A2-ritten | |
B-ritten met ambulance | |
B-ritten met zorgambulance | |
EHGV-ritten1 | |
Loze ritten2 | |
A1-ritten ten behoeve van andere regio’s | |
A2-ritten ten behoeve van andere regio’s | |
B-ritten ten behoeve van andere regio’s | |
Ritten ten behoeve van een buitenlandse buurregio | |
Inzetten van een buitenlandse buurregio binnen de RAV regio, | |
MICU-ritten |
1 EHGV-rit: een rit die wordt uitgevoerd met de intentie tot hulpverlening of hulpverlening en vervoer, maar waarbij de noodzaak tot vervoer na onderzoek van de patiënt niet is gebleken.
2 Loze rit: een rit die wordt uitgevoerd met de intentie tot hulpverlening of hulpverlening en vervoer, maar waarbij blijkt dat er geen noodzaak was tot hulpverlening.
Prestatie | Gemiddeld per verslagjaar |
Tijdsduur aanname en uitgifte A1-ritten | minuten : seconden |
Uitruktijd A1-ritten | minuten : seconden |
Aanrijtijd A1-ritten | minuten : seconden |
Responstijd A1-ritten | minuten : seconden |
A1-ritten binnen 14 minuten bij de patiënt | Percentage % |
A1 ritten binnen 15 minuten bij de patiënt | Percentage % |
A1-ritten binnen 16 minuten bij de patiënt | Percentage % |
Tijdsduur aanname en uitgifte A2-ritten | minuten : seconden |
Uitruktijd A2-ritten | minuten : seconden |
Aanrijtijd A2-ritten | minuten : seconden |
Responstijd A2-ritten | minuten : seconden |
A2 ritten binnen 30 minuten bij de patiënt | Percentage % |