U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-12-2020.

Ministeriële regeling · BWBR0019252

Regeling verslaggeving WTZi

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 december 2005, nr. MC/I&K-2641783, houdende voorschriften met betrekking tot de verslaggeving door zorginstellingen Regeling verslaggeving WTZiDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 15 en 16 van de Wet toelating zorginstellingen en hoofdstuk VII van het Uitvoeringsbesluit WTZi;

Besluit:

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.Hoogervorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Op de jaarverslaggeving van een zorginstelling is Titel 9 Boek 2 BW van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11 en 12, een en ander voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

In afwijking van of in aanvulling op Titel 9 Boek 2 BW:

Het bestuur van een academisch ziekenhuis voegt aan de jaarverslaggeving financiële gegevens toe aangaande de besteding van de bijdrage van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ten behoeve van onderwijs en onderzoek en kwantitatieve gegevens voor het verdeelmodel van die bijdrage.

Vervallen

De balans vermeldt het financieringstekort of -overschot. Dit is het aan het einde van het verslagjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget.

Vervallen

De Jaarverantwoording Zorg bevat de specifieke informatie, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling.

De kosten van het opstellen en indienen van de jaarverslaggeving komen ten laste van de desbetreffende zorginstelling.

Op de rechtspleging inzake de jaarverslaggeving van zorginstellingen is Afdeling 16 van het Tweede Boek van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

De artikelen 2a en 9, en bijlagen 1 en 2, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, met uitzondering van onderdeel A, onder 2 en 3, van de Wijziging Regeling verslaggeving WTZi verslagjaar 2020, blijven van toepassing ten aanzien van de verslaggeving over het verslagjaar 2019.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verslaggeving WTZi.

(bijlage als bedoeld in artikel 3, onderdeel e, van de Regeling verslaggeving WTZi)

(bijlage als bedoeld in artikel 8a van de Regeling verslaggeving WTZi)

Bijlage 2 bevat de specifieke informatie die zorginstellingen bij het CIBG via het elektronisch platform DigiMV moeten aanleveren.

In bijlage 2 wordt een onderscheid gemaakt tussen grote en micro-entiteiten. Een micro-entiteit is een zorginstelling die ingevolge artikel 3, onderdeel e, van de Regeling verslaggeving WTZi bij het CIBG via het elektronisch platform DigiMV een vereenvoudigde jaarrekening kan aanleveren, voor zover in de Regeling verslaggeving WTZi niet anders is bepaald.

De bestuursverklaring wordt uitsluitend verwerkt voor de IGJ en derhalve niet openbaar.

1 Te denken valt aan andere managementinformatie, de jaarrekening, de bij de jaarrekening te voegen informatie en uitgevoerde audits.

1 Zorg of dienst waarop aanspraak bestaat ingevolge de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg.

1 In paragraaf 5 van de Beleidsregels WTZi 2017 is bepaald dat de MZS een toelating kan intrekken, indien de instelling gedurende een jaar geen zorg heeft verleend waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet (Stcrt. 2017, 69641).

2 De WTZi-toelating wordt in dit geval niet ingetrokken, omdat niet gedurende 365 dagen geen zorg is verleend waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet namens de instelling.

1 Inclusief organisaties die in de consolidatie zijn meegenomen, maar geen Zvw of Wlz zorg leveren.

(Deze paragraaf is niet van toepassing op regionale ambulancevoorzieningen met publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid.)

1 Model A, Bijlage 1, Hoofdstuk 655, Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, Raad voor de Jaarverslaggeving.

2 Artikel 373, eerste lid van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.

3 Balanspost komt in beginsel voor bij UMC’s, in het geval van geconsolideerde jaarrekening.

4 Indien er sprake is van een geconsolideerde jaarrekening en aandeel derden in groepsvermogen.

1 Artikel 366, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.

2 Model A van het Besluit modellen jaarrekening.

3 Bijvoorbeeld technische en administratieve uitrusting.

4 Model-jaarrekening OCW.

1 Bijvoorbeeld technische en administratieve uitrusting.

1 Artikel 367, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek; Model A van het Besluit modellen jaarrekening.

2 Bijvoorbeeld: aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen.

1 Artikel 370, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek; Model A van het Besluit Modellen jaarrekening.

1 Artikel 375, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.

2 Model A van het Besluit modellen jaarrekening.

1 RJ 655, Bijlage 1, Model C, tweede onderdeel.

1 Uitsluitend voor medisch specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, geriatrische revalidatiezorg en wijkverpleging.

1 Model B en D, Bijlage 1, Hoofdstuk 655, Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, Raad voor de Jaarverslaggeving.

2 Inclusief persoonsgebonden budgetten (pgb).

3 Inclusief persoonsgebonden budgetten (pgb).

4 Inclusief persoonsgebonden budgetten (pgb).

5 Inclusief persoonsgebonden budgetten (pgb).

6 Subsidie Jeugdwet en Wmo 2015 worden ingevuld bij opbrengsten zorgprestaties, jeugdhulp (en maatschappelijke ondersteuning)

1 Artikel 382a, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.

1 Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten / balanstotaal

2 Current ratio: vlottende activa inclusief liquide middelen / totaal kortlopende schulden

3 Eigen vermogen / balanstotaal

4 Resultaat na belastingen + (afschrijvingen + rente) / (rente + aflossingen)

1 Opbrengsten Zvw (exclusief subsidies; beschikbaarheidsbijdragen): medisch specialistische zorg, ggz, geriatrische revalidatiezorg, wijkverpleging (incl. pgb), kraamzorg en overige Zvw-zorg

2 Opbrengsten Wlz (exclusief subsidies; beschikbaarheidsbijdragen): wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg in natura; betalingen uit pgb's)

3 Opbrengsten uit Wmo-voorzieningen in natura (zowel maatwerk- of specialistische als sociale basisvoorzieningen) en betalingen uit persoonsgebonden budgetten (pgb’s) gefinancierd vanuit Wmo 2015.

4 Opbrengsten uit jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering in natura en betalingen uit persoonsgebonden budgetten (pgb’s) gefinancierd vanuit Jeugdwet

5 Opbrengsten Ministerie van Justitie en Veiligheid forensische zorg (exclusief subsidies; waaronder opbrengsten DBBC's)

6 Subsidies Zvw en Wlz

7 Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van VWS (exclusief beschikbaarheidsbijdragen zorg en beschikbaarheidsbijdragen medische (vervolg)opleidingen en subsidies Wlz/Zvw)

8 Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van Justitie en Veiligheid (exclusief opbrengsten DBBC’s)

9 Rijksbijdrage werkplaatsfunctie en medische faculteit van UMC's en overige subsidies vanwege OCW (speciaal onderwijs)

10 Overige rijkssubsidies, subsidies vanwege provincies en gemeenten (excl. Wmo 2015 en Jeugdwet), overige subsidies waaronder loonkostensubsidies en EU-subsidies

11 Niet eerder genoemde bedrijfsopbrengsten: Opbrengsten overige zorgprestaties (eigen bijdragen van cliënten met Wlz/Zvw/Wmo/Jeugdwet, betalingen door cliënten voor zorg niet verzekerd o.b.v. Wlz/Zvw, betalingen uit hoofde van aanvullende zorgverzekeringen), opbrengsten werk in opdracht, overige dienstverlening (waaronder 2e-4e geldstromen UMC’s voor onderzoek) en overige opbrengsten (waaronder vergoedingen voor uitgeleend personeel en verhuur van onroerend goed).

1 Indien een zorginstelling niet aan alle principes of beginsel binnen het principe voldoet, vult zij nee in.

2 Zoals: ZKN Governancecode, Governancecode GGD GHOR Nederland of Corporate governance.

Deze specifieke informatie wordt uitsluitend verwerkt ten behoeve van de IGJ.

1 Principe 7 van de Governance code zorg 2017. Denk hierbij aan: 7.1.2. Bestuurders zorgen dat zij vakbekwaam en geschikt zijn en blijven. Bestuurders werken daartoe continu aan hun eigen ontwikkeling en laten zich daarop aanspreken en toetsen. Bestuurders maken daarbij gebruik van interne spiegeling, externe intervisie, coaching, scholing en/of opleiding. In het door de Vereniging voor bestuurders in de zorg (NVZD) ontwikkelde accreditatietraject hebben deze zaken een plek. Ook deze accreditatie kan behulpzaam zijn.

Deze specifieke informatie wordt uitsluitend verwerkt ten behoeve van de IGJ.

1 Principe 7 van de Governance code zorg 2017. Denk hierbij aan: Het programma Goed Toezicht van de NVTZ gaat uit van drie waarden die belangrijk zijn voor goed toezicht, waarbij ‘Goed beslagen ten ijs’ staat voor kennisvergaring door middel van scholing, ‘Evaluatie en reflectie’ voor voortdurende professionalisering en ‘Transparantie’ voor aanspreekbaarheid en verantwoording. Het doel van Goed Toezicht is om raden van toezicht te stimuleren om voortdurend aan hun kwaliteit van toezicht te werken.

1 De organisatie kan nog minimaal één jaar voortbestaan?

2 Ja, dan kan de zorginstelling na de vaststelling minimaal één jaar voortbestaan.

1 Volgende vragen niet van toepassing

2 Strekking van het oordeel van de verklaring. Betreft de accountantsverklaring die is bijgevoegd bij de jaarrekening.

1 Onder «inspraak» wordt verstaan: de mogelijkheid van alle individuele cliënten om direct jegens de zorgaanbieder hun wensen en meningen kenbaar te maken. Daarbij kan worden gedacht aan enquêtes, huiskamergesprekken etc. Overigens is het onderscheid tussen directe en indirecte participatie in de praktijk niet zo zwart-wit bij inspraak. Er zijn immers ook vormen van inspraak waarbij van indirecte participatie zoals panels, focusgroepen en familie- en ouderraden gebruik wordt gemaakt om wensen en meningen in kaart te brengen.

1 Onder zorgverlener wordt ook verstaan een stagiaire of assistente die medische handelingen mag verrichten.

De organisatie geeft een schatting van de verdeling van personeel naar financieringsstroom.

De paragraaf patiënten en cliënten wordt uitsluitend ingevuld door grote instellingen.

1 Per 2020 is een gedeelte van de tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling Wlz overgeheveld naar de Zvw. Dit betreft de individuele behandeling door de Specialist ouderengeneeskunde en de Arts verstandelijk gehandicapten. Cliënten die zowel extramurale behandeling uit de Zvw als uit de Wlz ontvangen, kunnen bij beide categorieën worden vermeld.

1 Ambulances: ALS-ambulance capaciteit.

Deze vragenlijst is niet opgenomen in het model-jaardocument, maar wordt getoond in DigiMV. De enquête beeldvormende diagnostiek heeft als doel het maken van ramingen van de dosis voor patiënten/cliënten als bedoeld in artikel 64 van Richtlijn 2013/59. Deze vraag is derhalve afkomstig van Europese regelgeving.1

Artikel 64 is geïmplementeerd in artikel 8.13 van het huidige Besluit basisveiligheidseisen stralingsbescherming (individuele dosisschattingen): ‘Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport draagt zorg voor de verdeling van individuele dosisschattingen als gevolg van medische blootstelling voor radiodiagnostiek en interventieradiologie. Indien nodig, wordt rekening gehouden met de leeftijdsverdeling en het geslacht van de blootgestelde populatie.’

Het RIVM gebruikt de verkregen gegevens voor het actueel houden van het Informatiesysteem Medische Stralingstoepassingen (IMS). Deze website voor professionals in de gezondheidszorg verschaft inzicht in de aard en omvang van medische stralingstoepassingen in Nederland.

1 EHGV-rit: een rit die wordt uitgevoerd met de intentie tot hulpverlening of hulpverlening en vervoer, maar waarbij de noodzaak tot vervoer na onderzoek van de patiënt niet is gebleken.

2 Loze rit: een rit die wordt uitgevoerd met de intentie tot hulpverlening of hulpverlening en vervoer, maar waarbij blijkt dat er geen noodzaak was tot hulpverlening.