U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 06-01-2006.

Ministeriële regeling · BWBR0019396

Regeling algemene subsidiebepalingen Stichting Fonds PGO

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 december 2005, nr. DWJZ/BWJP-2645507, houdende algemene subsidiebepalingen Stichting Fonds PGORegeling algemene subsidiebepalingen Stichting Fonds PGO De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies en artikel 10 van de Welzijnswet 1994;

Besluit:

Deze regeling wordt in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F.Hoogervorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de Stichting van oordeel is dat de verstrekking past in het door de Stichting bekendgemaakte beleid.

Een projectsubsidie bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten, voor zover opgenomen in een door de Stichting goedgekeurde begroting, en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke baten. De subsidie bedraagt niet meer dan een door de Stichting vast te stellen maximum.

Indien zich aan de zijde van de subsidieaanvrager omstandigheden voordoen of aan de subsidieaanvrager omstandigheden bekend worden die van invloed kunnen zijn op de beslissing van de Stichting inzake (de hoogte van) de gevraagde subsidie, doet de aanvrager daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Stichting. Daarbij worden eventuele relevante stukken overgelegd.

De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

De subsidieontvanger zorgt er voor dat:

Bij organisaties die een instellingssubsidie ontvangen is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar.

De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Stichting van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie of van de bevoorschotting. Daarbij worden relevante bewijsstukken overgelegd.

De subsidieontvanger vrijwaart de Stichting voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van door de subsidieontvanger verrichte activiteiten en de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties.

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. De Stichting kan gevallen aanwijzen waarvoor de bepaling niet van toepassing is.

Het in artikel 29, tweede lid, onder a, genoemde inhoudelijk verslag bestaat bij een instellingssubsidie uit een jaarverslag en bij een projectsubsidie uit een projectverslag. Het verslag geeft inzicht in de aard, duur, wijze van aanpak, omvang en resultaten van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag sluit aan op het goedgekeurde activiteitenplan, onderscheidenlijk projectplan, en vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het activiteitenplan, onderscheidenlijk projectplan, beschreven voorgenomen activiteiten. Belangrijke verschillen worden daarbij toegelicht.

De baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen zijn toegerekend, dienen te zijn bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin afschrijvingslasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschafprijzen van die activa berekend.

Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling, geeft de Stichting een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Indien op enig moment nadat een voorschot is uitbetaald en voordat de subsidie is vastgesteld blijkt dat de subsidieontvanger te veel voorschot heeft ontvangen, stort de subsidieontvanger het te veel ontvangen voorschot terstond terug.

De Stichting kan nadere voorschriften geven ten aanzien van de inrichting van en de wijze van indiening van aanvragen, het werk- of projectplan, de begroting, de liquiditeitsprognose, de administratie, de jaarrekening, de subsidiedeclaratie, verslagen, tussentijdse rapportages bedoeld in artikel 28, de verantwoording en de verklaring van de accountant.

De Stichting kan bij beschikking artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing van die artikelen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling algemene subsidiebepalingen Stichting Fonds PGO.