U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2011.

Ministeriële regeling · BWBR0019435

Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 januari 2006, nr. TRCJZ/2006/99, houdende regels met betrekking tot de werkzaamheden van de Raad voor plantenrassen (Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen)Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassenDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 6, tweede, derde en vierde lid, 49, zevende lid en 72 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 en gelet op artikel 1, onderdeel e, 7, eerste en tweede lid, 8, 9, eerste en derde lid, 12, derde lid, 16, derde lid, 17, 19, tweede lid, 22, tweede lid, en 23 van het Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant geplaatst worden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

De groentegewassen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit, zijn de gewassen zoals opgenomen in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn (EG) 2002/55.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De landbouwgewassen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het besluit, zijn de gewassen als opgenomen in de richtlijnen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van richtlijn (EG) 2002/53.

De bosbouwgewassen, bedoeld in artikel 10 van het besluit, zijn de gewassen als opgenomen in bijlage I van richtlijn (EG) 1999/105.

Artikel 8, derde lid, van het besluit is van toepassing op de toelating van rassen van cichorei voor de industrie.

Voor rassen van groentegewassen waarvan het zaad slechts als standaardzaad kan worden gecontroleerd, kunnen door de aanvrager uitgevoerd onderzoek en bij de teelt opgedane praktische ervaringen in aanmerking worden genomen in samenhang met de resultaten van een onderzoek door een door de Raad aangewezen instelling als bedoeld in artikel 16, derde lid, van het besluit.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De Raad kan de beoordeling van een aanvraag tot toelating van een ras of tot verlening van kwekersrecht baseren op een onderzoek als bedoeld in artikel 19 van het besluit indien:

Een instandhoudingsras wordt niet toegelaten indien:

Een voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras wordt niet toegelaten indien:

Voor de volgende rassen bedraagt de duur van het kwekersrecht 30 jaar:

Artikel 18 is niet van toepassing op een instandhouder van een aardappelras die uitsluitend op basis van gegevens van de keuringsinstelling als zodanig is geregistreerd.

Ingeval de Raad op verzoek van de aanvrager en op grond van na de aanvang van het onderzoek, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de wet, van de aanvrager ontvangen gegevens tot een verdergaand onderzoek besluit, kunnen in afwijking van de bedragen, bedoeld in artikel 21 eerste en tweede lid, en artikel 22, eerste lid, de werkelijke kosten van dat onderzoek in rekening worden gebracht.

Voor de behandeling van een verzoek strekkende tot aanvulling van de beschrijving als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder a, van de wet is een bedrag verschuldigd van € 68.

Voor de inschrijving van een verzoek tot verlening van een licentie door de Raad als bedoeld in artikel 62 van de wet is een bedrag verschuldigd van € 68.

Voor de inschrijving van een akte van overdracht als bedoeld in artikel 65, vierde lid, van de wet alsmede van overgang van het recht door vererving is met betrekking tot een ras een bedrag verschuldigd van € 22.

Voor iedere inschrijving in het rassenregister van

Indien op verzoek van de aanvrager, de houder van het kwekersrecht, een instandhouder of hun rechtsopvolgers een wijziging, verbetering of aanvulling van de in het register ingeschreven gegevens noodzakelijk is, is, voor zover voor die wijziging, verbetering of aanvulling geen bijzonder tarief is gegeven, een bedrag van € 7,70 verschuldigd per ingeschreven ras.

De bedragen, genoemd in de artikelen 17, 18, 22, 26 en 27 tot en met 32, worden vermeerderd met het van toepassing zijnde BTW-percentage indien het bureau als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet gehouden is dit te heffen.

De in deze paragraaf opgenomen tarieven worden periodiek aangepast aan de ontwikkeling van de lonen en prijzen.

De kosten van betaling komen ten laste van de schuldenaar.

De Raad kan de beschikking tot uitstel van betaling intrekken of wijzigen

De schuldenaar is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald.

In geval van wijziging van een bijlage, genoemd in artikel 10 of 11, wordt een technisch onderzoek dat is begonnen vóór de inwerkingtreding van die wijziging, uitgevoerd overeenkomstig het recht zoals dat gold vóór de desbetreffende wijziging.

Deze regeling treedt in werking op het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van inwerkingtreding van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen.