Regeling · BWBR0019491
Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 december 2005, nr. DJZ2005208716, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 20 van de Wet stedelijke vernieuwing;
De Raad van State gehoord (advies van 5 januari 2006, nr. W08.05.0555/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 24 januari 2006, nr. DJZ2006226746, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage27 januari 2006BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , S. M.Dekkerde negende februari 2006De Minister van Justitie ,J. P. H.DonnerIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
- b.
prioritaire wijken: wijken genoemd in bijlage I bij dit besluit;
- c.
probleemcumulatie: opeenhoping van problemen met betrekking tot de kwaliteit van de woon- en leefomgeving die met ingrepen in de gebouwde omgeving kunnen worden aangepakt;
- d.
rechtstreekse gemeenten: gemeenten die ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet zijn aangewezen in artikel 2 van het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing;
- e.
niet-rechtstreekse gemeenten: gemeenten als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet;
- f.
tendersysteem: verdelingssysteem van subsidies, waarbij aanvragen binnen een bepaalde periode moeten worden ingediend, waarna een beoordeling plaatsvindt en een rangorde wordt gemaakt, volgens welke rangorde verlening van de subsidies plaatsvindt voorzover de beschikbare middelen dat toelaten.
Onze Minister kan op aanvraag subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan:
- a.
het opheffen van tijdens de uitvoering van plannen en projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing gerezen knelpunten die niet zijn voorzien en die de voortgang van het proces van stedelijke vernieuwing doen stagneren of vertragen, en
- b.
het versnellen van de uitvoering van plannen en projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing.
Een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan uitsluitend worden aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van een gemeente.
Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2 hebben in elk geval betrekking op een of meer van de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.
Aanvragen van rechtstreekse gemeenten hebben uitsluitend betrekking op plannen en projecten in prioritaire wijken waarover de aanvragende gemeente in het kader van de aanpak van die wijken naar het oordeel van Onze Minister op voldoende wijze afspraken heeft gemaakt met de bij die wijk betrokken lokale partijen.
Aanvragen van niet-rechtstreekse gemeenten hebben uitsluitend betrekking op plannen en projecten in wijken waar sprake is van probleemcumulatie.
Per wijk als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.
Bijlage I bij dit besluit kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
De plafonds voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, bedragen voor het jaar 2006:
- a.
voor de gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht gezamenlijk: € 35 miljoen;
- b.
voor de overige rechtstreekse gemeenten gezamenlijk: € 20 miljoen, en
- c.
voor de niet-rechtstreekse gemeenten gezamenlijk: € 10 miljoen.
In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, kan Onze Minister, indien het ene budget, genoemd in een van die onderdelen, niet volledig wordt uitgeput, het resterende bedrag van dat budget toevoegen aan het andere daarin genoemde budget.
Indien voor de jaren 2007, 2008 en 2009 middelen voor het verlenen van subsidie op basis van dit besluit beschikbaar komen, worden de subsidieplafonds bij ministeriële regeling vastgesteld en bekendgemaakt.
De subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt gericht aan Onze Minister en wordt vóór 1 mei van het betreffende kalenderjaar ingediend.
Een aanvraag tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval:
- a.
op welke wijk de aanvraag betrekking heeft;
- b.
een beschrijving van de knelpunten, dan wel de versnellingen, die de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt op te heffen respectievelijk te bereiken;
- c.
wat de oorzaken zijn van de knelpunten die de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt op te heffen;
- d.
de dringende noodzaak tot, of het overwegende belang bij, het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen;
- e.
met welke maatregelen de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt de knelpunten op te heffen, dan wel de versnellingen te bereiken, welke kosten daarmee zijn gemoeid en wat het bedrag van de aangevraagde subsidie is;
- f.
vóór welke data de gemeente, gegeven de subsidie, de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder e, zal ondernemen en het bedrag van de subsidie zal hebben besteed;
- g.
de te bereiken resultaten en de indicatoren met behulp waarvan na de afronding van de maatregelen, bedoeld onder e, gemeten kan worden in hoeverre de knelpunten zijn opgeheven, dan wel de versnellingen zijn bereikt, en
- h.
indien het een rechtstreekse gemeente betreft, dan wel een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onder a, van de wet: een verklaring van het college van burgemeester en wethouders dat het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat niet in strijd is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7 van de wet, het provinciaal beleid of het rijksbeleid.
Een aanvraag tot verlening van subsidie van een niet-rechtstreekse gemeente gaat vergezeld van een advies van gedeputeerde staten van de provincie waarin die gemeente is gelegen, in welk advies in elk geval wordt ingegaan op de vraag op welke wijze het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat zich verhoudt tot het provinciaal beleid.
Onze Minister beoordeelt de aanvragen tot verlening van subsidie volgens een tendersysteem waarbij de criteria voor het bepalen van de rangorde zijn:
- a.
de mate van doeltreffendheid en doelmatigheid van de voorgenomen maatregelen;
- b.
de mate waarin het ontstaan van een knelpunt aan de gemeente te wijten is;
- c.
de mate waarin, vergeleken met andere aanvragen, er sprake is van een dringende noodzaak tot of een overwegend belang bij het opheffen van een knelpunt, dan wel het bereiken van een versnelling, en
- d.
de mate waarin, vergeleken met andere aanvragen, de kosten van de voorgenomen maatregelen in een gunstige verhouding staan tot de verwachte resultaten van die maatregelen.
Onze Minister kan subsidieverlening weigeren of een lagere subsidie dan aangevraagd verlenen, indien:
- a.
de aanvraag tot verlening van subsidie geen betrekking heeft op een in onderdeel a of b van artikel 2 bedoelde situatie of niet voldoet aan een of meer van de artikelen 3, 4, 5, 7 of 8;
- b.
een zodanige subsidie naar het oordeel van Onze Minister niet doeltreffend of doelmatig is;
- c.
de gemeente het bedrag van de subsidie niet binnen twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend, zal besteden;
- d.
het ontstaan van het knelpunt naar het oordeel van Onze Minister mede te wijten is aan de gemeente;
- e.
een subsidie:
- 1°.
niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen;
- 2°.
in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of
- 3°.
zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of commerciële partijen;
- 1°.
- f.
de begrote kosten, dan wel het aangevraagde bedrag van de subsidie gevoegd bij de financiële inspanningen die de gemeente voornemens is te leveren, naar het oordeel van Onze Minister niet in overeenstemming is met de werkelijke kosten van de voorgenomen maatregelen;
- g.
voorzover het een rechtstreekse gemeente betreft, het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat strijdig is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7 van de wet, het provinciaal beleid of het rijksbeleid;
- h.
een advies als bedoeld in artikel 8, tweede lid, daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, of
- i.
de indicatoren, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder g, naar het oordeel van Onze Minister geen betrouwbare meting mogelijk maken van de gerealiseerde opheffing van knelpunten, dan wel de gerealiseerde versnellingen.
Op aanvragen die in aanmerking komen voor het verlenen van subsidie, wordt door Onze Minister, de rangorde volgend en voorzover de beschikbare middelen dat toelaten, beschikt vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag tot verlening van subsidie is ingediend. Aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie, maar ten aanzien waarvan de beschikbare middelen de verlening van subsidie niet toelaten, kunnen worden aangehouden tot uiterlijk 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
Een beschikking tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval:
- a.
het bedrag van de subsidie;
- b.
een beschrijving van de knelpunten, dan wel de versnellingen, die de gemeente beoogt op te heffen, respectievelijk te bereiken, waarvoor de subsidie wordt verleend;
- c.
de maatregelen die de gemeente zal treffen om die knelpunten op te heffen, dan wel die versnellingen te bereiken;
- d.
de te bereiken resultaten en de indicatoren, met behulp waarvan na de afronding van de maatregelen, bedoeld onder c, gemeten kan worden in hoeverre de knelpunten zijn opgeheven, dan wel de versnellingen zijn bereikt, en
- e.
de uiterste datum waarop de maatregelen, bedoeld onder c, gerealiseerd dienen te zijn.
Indien Onze Minister op grond van omstandigheden als bedoeld in artikel 15 de verlening van de subsidie ten nadele van de gemeente aan welke de subsidie is verleend wijzigt of intrekt, kan hij vervolgens, voorzover de beschikbare middelen dat toelaten, subsidie verlenen ten behoeve van een aangehouden aanvraag tot verlening van subsidie. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijn, genoemd in artikel 11, eerste lid, eerste volzin.
Aanvragen tot verlening van subsidie die niet zijn gehonoreerd met een verlening, worden uiterlijk 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin die aanvraag is ingediend, afgewezen.
Aan de verlening van de subsidie kunnen verplichtingen worden verbonden, voorzover de verwezenlijking van het doel van de subsidie dit vordert.
Aan de verlening van de subsidie is in elk geval de verplichting verbonden dat de gemeente aan welke de subsidie is verleend, onder overlegging van de relevante stukken, zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister doet van nieuwe omstandigheden die:
- a.
er toe leiden dat het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen, niet overeenkomstig de beschikking tot verlening van de subsidie zullen worden gerealiseerd;
- b.
van invloed kunnen zijn op het succesvol opheffen van de knelpunten, dan wel op het succesvol bereiken van de versnellingen, en
- c.
van invloed kunnen zijn op de vaststelling van de subsidie.
Aan de verlening van de subsidie is voorts de verplichting verbonden tot het gebruik van een gemeentelijk registratiesysteem betreffende de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder c, en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder d, gemeten met behulp van de indicatoren, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder d.
Onverminderd artikel 15 kan Onze Minister, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, wijzigen of aanvullen, dan wel alsnog zodanige verplichtingen aan de verlening van de subsidie verbinden, indien uit zich na de verlening van de subsidie voordoende omstandigheden blijkt dat het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen, niet overeenkomstig de beschikking tot verlening van de subsidie zullen worden gerealiseerd.
Onze Minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies.
Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan Onze Minister de verlening van de subsidie ten nadele van de gemeente aan welke die subsidie is verleend wijzigen of intrekken indien:
- a.
na de verlening van de subsidie blijkt dat niet voldaan wordt aan artikel 4 of 5;
- b.
de ontvanger van een subsidie de maatregelen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder c, niet meer wenst uit te voeren of de aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen niet meer wenst na te komen;
- c.
na de verlening van de subsidie blijkt dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10, onder a tot en met g;
- d.
uit nieuwe omstandigheden blijkt dat het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen, niet overeenkomstig de beschikking tot verlening van de subsidie zullen worden gerealiseerd;
- e.
uit nieuwe omstandigheden blijkt dat de aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen niet worden nagekomen;
- f.
de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van subsidie zou hebben geleid;
- g.
de subsidieverlening anderszins onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten, of
- h.
geen medewerking wordt verleend aan de controle, bedoeld in artikel 17, derde lid.
Onverschuldigd betaalde bedragen worden teruggevorderd.
Bij een terugvordering als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, verschuldigd is.
Binnen zeven maanden na afloop van het gemeentelijk begrotingsjaar waarin de maatregelen zijn afgerond en het daarop betrekking hebbende bedrag van de verleende subsidie in zijn geheel is besteed, dient het college van burgemeester en wethouders bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie in.
De aanvraag gaat vergezeld van:
- a.
een verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie;
- b.
een verslag dat een vergelijking bevat van de in de beschikking tot verlening van de subsidie vermelde te bereiken resultaten met de bereikte resultaten en een toelichting op de verschillen, en
- c.
indien de verleende subsidie een bedrag van € 50.000,– te boven gaat:
- 1°.
een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking heeft op het getrouwe beeld van de verklaring, bedoeld onder a, en
- 2°.
een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de vraag of het registratiesysteem, bedoeld in artikel 13, derde lid, een betrouwbare registratie mogelijk heeft gemaakt van de uitvoering van de maatregelen en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in dat artikellid, alsmede omtrent de afwijkingen tussen de aan dat registratiesysteem ontleende gegevens en de in het verslag, bedoeld onder b, opgenomen gegevens.
- 1°.
Onze Minister kan een controle doen instellen op de ingevolge dit artikel verstrekte gegevens.
De aanvraag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt ingericht overeenkomstig bijlage II bij dit besluit.
De verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, wordt ingericht overeenkomstig bijlage III bij dit besluit.
Het verslag, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder b, wordt ingericht overeenkomstig bijlage IV bij dit besluit.
De verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, onder 1°, wordt opgesteld met inachtneming van bijlage V, onderdeel A en B, bij dit besluit.
Het rapport van bevindingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, onder 2°, wordt opgesteld met inachtneming van bijlage V, onderdeel C, bij dit besluit.
Onze Minister stelt de subsidie vast binnen twaalf weken nadat hij de daartoe strekkende aanvraag heeft ontvangen. De subsidie wordt vastgesteld op het bedrag van de verleende subsidie, indien geen van de in artikel 15 bedoelde omstandigheden zich voordoet en de ingevolge artikel 17 aan Onze Minister verstrekte gegevens daaraan niet in de weg staan.
De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.
De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten.
Indien de in artikel 17, eerste lid, bedoelde termijn is verstreken zonder dat een aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.
Onze Minister gaat niet over tot ambtshalve vaststelling dan nadat de gemeente, die de in artikel 17, eerste lid, bedoelde termijn heeft overschreden, in de gelegenheid is gesteld alsnog een aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie in te dienen binnen een door Onze Minister te bepalen termijn.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag die acht weken ligt na de datum van uitgifte van Staatsblad waarin het is geplaatst en vervalt op 1 januari 2010. Het bepaalde in dit besluit blijft na 31 december 2009 van toepassing op ingediende aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2 van dit besluit waarop voor 1 januari 2010 nog niet onherroepelijk is beslist en op verleende subsidies als bedoeld in dat artikel die voor 1 januari 2010 niet zijn ingetrokken of niet zijn vastgesteld.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009.
Gemeente | Wijk | |
1. | Alkmaar | Overdie/Schermereiland |
2. | Almelo | Almelo Zuidwest (Ossenkoppelerhoek/Kerkelanden) |
3. | Amersfoort | De Kruiskamp/Koppel/Randenbroek |
4. | Amersfoort | Schuilenburg |
5. | Amsterdam | Noord |
6. | Amsterdam | Westelijke tuinsteden |
7. | Amsterdam | Zuidoost |
8. | Arnhem | Malburgen |
9. | Arnhem | Presikhaaf |
10. | Breda | Breda Noord-Oost: Hoge Vucht/Doornbos-Linie |
11. | Breda | De Heuvel |
12. | Den Haag | Den Haag Zuidwest |
13. | Den Haag | Duindorp |
14. | Den Haag | Laakkwartier/Spoorwijk |
15. | Den Haag | Rustenburg/Oostbroek |
16. | Den Haag | Transvaal |
17. | Deventer | Keizerslanden |
18. | Deventer | Rivierenwijk |
19. | Dordrecht | Dordrecht West |
20. | Eindhoven | Tongelre: Doornakkers en deel Lakerlopen |
21. | Eindhoven | Woensel Zuid |
22. | Emmen | Emmen Revisited |
23. | Enschede | De Velve Lindenhof |
24. | Enschede | Wesselerbrink |
25. | Groningen | Lewenborg |
26. | Groningen | Vinkhuizen |
27. | Haarlem | Delftwijk |
28. | Haarlem | Europawijk Zuid |
29. | Heerlen | GMS (Grasbroek/Musschemig/Schandelen) |
30. | Heerlen | Heerlen Stad Oost |
31. | Helmond | Binnenstad |
32. | Hengelo (ov) | Berflo Es |
33. | 's Hertogenbosch | Barten/Eikendonk/Hofstad |
34. | 's Hertogenbosch | Boschveld |
35. | Leeuwarden | Achter de Hoven-Vegelin |
36. | Leeuwarden | Vrijheidswijk |
37. | Leiden | Leiden Noord: Groenoord/Noorderkwartier/de Kooij |
38. | Leiden | Leiden Zuid-West |
39. | Lelystad | Zuiderzeewijk/Atol |
40. | Maastricht | Maastricht Noordwest: Malberg/Boschpoort |
41. | Nijmegen | Willemskwartier |
42. | Rotterdam | Crooswijk Noord |
43. | Rotterdam | Hoogvliet |
44. | Rotterdam | Oud Zuid |
45. | Rotterdam | Rotterdam West |
46. | Rotterdam | Zuidelijke Tuinsteden |
47. | Schiedam | Nieuwland/Groenoord |
48. | Sittard-Geleen | Lindenheuvel/Burgemeester Lemmensstraat |
49. | Tilburg | Nieuw Noord |
50. | Tilburg | Oud Zuid |
51. | Utrecht | Hoograven/Tolsteeg |
52. | Utrecht | Kanaleneiland/Transwijk |
53. | Utrecht | Overvecht |
54. | Utrecht | Zuilen/Ondiep |
55. | Venlo | Q4 |
56. | Zaanstad | Zaandam Zuidoost |
57. | Zwolle | Holtenbroek |
Ingevolge artikel 18, eerste lid, dient de aanvraag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, te worden ingericht overeenkomstig dit model.
Hierbij verzoeken wij u de subsidie overeenkomstig beschikking nr. .......... vast te stellen.
Naam gemeente: ........................................
Naam contactpersoon: ........................................
Functie contactpersoon: ........................................
Bezoekadres: ........................................
Postadres: ........................................
Postcode: ..............................
Telefoon: ..............................
Fax: ..............................
Plaats: ..............................
Mobiel: ..............................
E-mail: ..............................
Naam wijk: ..................................................
Datum waarop het bedrag van de verleende subsidie in zijn geheel is besteed: ..................................................
Datum beschikking: ........................................
Nummer beschikking: ........................................
Plaats: ..............................
Datum: ..............................
Handtekeningen:
Ingevolge artikel 18, tweede lid, dient de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, te worden ingericht overeenkomstig dit model.
Naam gemeente: ........................................
Naam wijk: ........................................
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Verleende subsidie: € .........
Bestede subsidie: € .........
Ondergetekenden verklaren hierbij dat het bedrag van de verleende subsidie wel/niet* in zijn geheel is besteed overeenkomstig de (meest recente) beschikking tot verlening van de subsidie en de daaraan verbonden verplichtingen.
......................................................................
......................................................................
......................................................................
......................................................................
Plaats: ..............................
Datum: ..............................
Handtekeningen:
Ingevolge artikel 18, derde lid, dient het verslag, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder b, te worden ingericht overeenkomstig dit model.
Naam gemeente: ........................................
Naam wijk: ..................................................
Naam indicator: | In de beschikking tot verlening van de subsidie opgenomen te bereiken resultaten (I): | Bereikte resultaten (II): |
......................................................................
......................................................................
......................................................................
......................................................................
Plaats: ..............................
Datum: ..............................
Handtekeningen:
1. De accountantsverklaring wordt afgegeven met als doel de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in staat te stellen de juistheid van de verstrekte subsidie te beoordelen.
2. De accountant controleert bij de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie in elk geval of de verleende subsidie betrekking heeft op c.q. juist is toegerekend aan de wijk, de verleende subsidie in zijn geheel is besteed overeenkomstig de (meest recente) beschikking tot verlening van de subsidie en de eventuele daaraan verbonden verplichtingen.
3. De accountant stelt vast dat de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie is ingericht overeenkomstig het in bijlage III bij het Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009 opgenomen model.
4. De accountant controleert de naleving van de aan de verlening van de subsidie en de verleende voorschotten verbonden verplichtingen.
5. De accountant stelt het getrouwe beeld van de verklaring vast in overeenstemming met de hiervoor gestelde eisen. De accountant vermeldt in aanvulling op zijn verklaring in een afzonderlijk rapport zijn bevindingen ten aanzien van de controle, voorzover die van belang zijn geweest bij de oordeelsvorming.
6. De accountant voert zijn werkzaamheden uit rekening houdend met een redelijke mate van zekerheid van de gegevens opgenomen in de verklaring en een onnauwkeurigheid van maximaal 1%.
7. De accountant stelt een goedkeurende verklaring op conform het model dat hierna in onderdeel B is opgenomen.
8. De accountant laat een niet-goedkeurende accountantsverklaring zo goed mogelijk aansluiten op de indeling die in het hierna in onderdeel B opgenomen model is gegeven en laat in de verklaring de aard en het gewicht van de tekortkomingen expliciet tot uitdrukking komen. De accountant richt die verklaring in met inachtneming van de door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants, dan wel van de door de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor accountants-administratieconsulenten.
Opdracht
Op grond van artikel 17, tweede lid, onder c, van het Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009, hebben wij de bijgevoegde en door ons gewaarmerkte verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie van de gemeente .......... (naam gemeente) ten behoeve van de wijk .......... (naam wijk) gecontroleerd. De verklaring is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de te dezen gerechtigde vertegenwoordigers van de gemeente waaraan de bijdrage is verleend. Het is onze verantwoordelijkheid om een accountantsverklaring inzake deze verklaring te verstrekken.
Werkzaamheden
Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Verder hebben wij in onze werkzaamheden betrokken de richtlijnen zoals opgenomen in het in onderdeel A van bijlage V bij het Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009 opgenomen protocol. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verklaring geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
Oordeel
Wij zijn van oordeel dat:
1. de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie is ingericht overeenkomstig het in bijlage III van het Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009 opgenomen model;
2. de gegevens vermeld in de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie een getrouw beeld geven, en
3. de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen zijn nageleefd.
Deze verklaring wordt afgegeven ten behoeve van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Plaats: ..............................
Datum: ..............................
Ondertekening:
Iedere gemeente zal op eigen wijze haar registratiesystemen hebben ingericht, als gevolg waarvan er geen eenduidig normenkader bestaat. De inrichting van dit soort systemen valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, waaronder begrepen de verantwoordelijkheid voor een adequate AO/IC. De beoordeling van de indicatoren is eveneens maatwerk en niet voor te schrijven aan de gemeenten.
De bemoeienis van de accountant richt zich in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie mogelijk maakt van de resultaten omtrent de op te heffen knelpunten respectievelijk de te bereiken versnellingen.
Het verslag gaat vergezeld van een door de accountant opgesteld rapport van bevindingen met betrekking tot de beoordeling van de registratiesystemen vanuit het oogpunt of deze systemen een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk hebben gemaakt. De rapportage heeft betrekking op de periode van veelal twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend.
Dit impliceert betrokkenheid van de accountant vanaf de start van de periode.
De mogelijkheid kan zich voordoen dat de systemen met betrekking tot het genereren van gegevens bij aanvang van de periode nog niet geheel adequaat zijn ingericht. De accountant rapporteert dan zijn bevindingen en aanbevelingen hierover tijdig en periodiek aan het college van burgemeester en wethouders (als verantwoordelijke voor de bedrijfsvoering), waarbij hij tevens aandacht schenkt aan het groeipad naar de gewenste situatie.
Ten aanzien van de registratiesystemen kan een onderscheid worden gemaakt in systemen waarin documenten en gegevens uit externe gezaghebbende bron worden verwerkt en interne registratiesystemen waarvan de gegevens door de gemeente zelf worden bijgehouden.
In het eerste geval zal de bemoeienis van de accountant beperkter kunnen zijn, in elk geval dient de accountant vast te stellen dat de gegevens zijn ontleend aan de gezaghebbende externe bronnen en dat de uitkomsten zijn opgenomen in de verantwoording.
In het tweede geval zal de beoordeling breder zijn. De bemoeienis van de accountant richt zich bij de lokale registratiesystemen in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk maakt.
De volgende aandachtspunten kunnen hierbij als handreiking dienen:
- a.
Zijn er voor alle indicatoren systemen?
- b.
Is er per systeem een actuele en adequate AO/IC beschrijving?
- c.
Zijn maatregelen ter beveiliging en het niet kunnen manipuleren van de bronnen opgenomen in de AO/IC beschrijving?
- d.
Wordt de AO/IC nageleefd?
- e.
Wordt over de realisatie van de in de aanvraag opgenomen indicatoren gerapporteerd?
- f.
Heeft de gemeente voldaan aan de bij of krachtens artikel 13 van het besluit opgelegde verplichtingen?
- g.
Stemmen de in het verslag opgenomen resultaten overeen met de gegevens zoals die in de registratiesystemen zijn opgenomen?
- h.
Zijn de systemen (wanneer deze eenmaal adequaat zijn ingericht) gedurende de uitvoering van de maatregelen in stand gebleven?