Ministeriële regeling · BWBR0019494

Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 29 januari 2006, nr. WJZ 6007061, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van innovatieprogramma’s (Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten)Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag29 januari 2006De Minister van Economische Zaken, L.J.Brinkhorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Bepalingen uit deze regeling kunnen van toepassing worden verklaard op subsidies die de minister verstrekt voor de uitvoering van een innovatieproject.

Ieder begrotingsjaar wordt bij ministeriële regeling een subsidieplafond vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidies. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën innovatieprojecten.

De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op de in een vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën innovatieprojecten.

De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na de laatste dag van de voor de tender vastgestelde periode om aanvragen in te dienen.

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

De minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Indien sprake is van een innovatie-samenwerkingsverband, wijst dit samenwerkingsverband één deelnemer aan als penvoerder.

Indien subsidie wordt verstrekt voor een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een innovatie-samenwerkingsverband, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening een raming van de subsidiabele kosten per deelnemer in het innovatie-samenwerkingsverband.

Indien de subsidie-ontvangers in een innovatie-samenwerkingsverband verplicht zijn tot terugbetaling van de subsidie, is elke deelnemer in het innovatie-samenwerkingsverband tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde subsidiabele kosten aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie.

De minister kan bij de subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.

Bij de subsidieverlening wordt de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer tussenrapportages over de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de gerealiseerde kosten ten opzichte van de bij de subsidieverlening vermelde begroting.

Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten.