Ministeriële regeling · BWBR0019575
Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria
Gelet op artikel 6, eerste en derde lid, en bijlage X, hoofdstuk C, onderdeel 2, van verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);
Gelet op bijlage B, hoofdstuk I, punt 2, en hoofdstuk II, punt 2, van richtlijn nr. 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEG L 194);
Gelet op beschikking nr. 2001/618/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 2001 betreffende aanvullende garanties ten aanzien van de ziekte van Aujeszky voor het intracommunautaire handelsverkeer van varkens, betreffende criteria voor de over deze ziekte te verstrekken gegevens en houdende intrekking van de Beschikkingen 93/24/EEG en 93/244/EEG (PbEG L 215);
Gelet op beschikking nr. 2003/100/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 februari 2003 tot vaststelling van minimumeisen voor fokprogramma’s ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schapen (PbEU L 41);
Gelet op beschikking nr. 2004/226/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen houdende erkenning van tests voor de opsporing van antilichamen tegen runderbrucellose in het kader van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad (PbEU L 68);
Gelet op beschikking nr. 2004/558/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 2004 tot uitvoering van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad voor wat betreft aanvullende garanties voor het intracommunautaire handelsverkeer in runderen ten aanzien van infectieuze boviene rhinotracheïtis en de goedkeuring van de door sommige lidstaten ingediende uitroeiingsprogramma’s (PbEU L 249);
Gelet op artikel 10, 77, 78, 80 en 94 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
Gelet op artikel 19, 22a, 22b van de Landbouwwet;
Gelet op artikel 9 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra;
Besluit:
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.VeermanIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
TSE-verordening: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);
- b.
verordening (EG) nr. 882/2004: verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn;
- c.
verordening (EG) nr. 2075/2005: verordening (EG) nr. 2075/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees;
- d.
verordening (EG) nr. 1162/2009: verordening (EG) nr. 1162/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad;
- e.
richtlijn 64/432/EEG: richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121);
- f.
richtlijn 88/407/EEG: richtlijn nr. 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEG L 194);
- g.
richtlijn 2003/85/EG: richtlijn nr. 2003/85/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking van Richtlijn 85/511/EEG en van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van Richtlijn 92/46/EEG (PbEU L 306);
- h.
beschikking 2000/258/EG: beschikking nr. 2000/258/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren;
- i.
beschikking 2001/618/EG: beschikking nr. 2001/618/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 2001 betreffende aanvullende garanties ten aanzien van de ziekte van Aujeszky voor het intracommunautaire handelsverkeer van varkens, betreffende criteria voor de over deze ziekte te verstrekken gegevens en houdende intrekking van de Beschikkingen 93/24/EEG en 93/244/EEG (PbEG L 215);
- j.
beschikking 2003/100/EG: beschikking nr. 2003/100/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 februari 2003 tot vaststelling van minimumeisen voor fokprogramma’s ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schapen (PbEU L 41);
- k.
beschikking 2004/226/EG: beschikking nr. 2004/226/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen houdende erkenning van tests voor de opsporing van antilichamen tegen runderbrucellose in het kader van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad (PbEU L 68);
- l.
beschikking 2004/558/EG: beschikking nr. 2004/558/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 2004 tot uitvoering van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad voor wat betreft aanvullende garanties voor het intracommunautaire handelsverkeer in runderen ten aanzien van infectieuze boviene rhinotracheïtis en de goedkeuring van de door sommige lidstaten ingediende uitroeiïngsprogramma’s (PbEU L 249);
- m.
richtlijn 92/66/EEG: richtlijn 92/66/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (PbEG 1992, L 260);
- n.
verordening (EG) nr. 2073/2005: verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PbEG 2005, L 338);
- o.
NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
- p.
RvA: Raad voor Accreditatie;
- q.
UBN: uniek bedrijfsnummer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren;
- r.
CVI: Central Veterinary Institute, te Lelystad;
- s.
OIE: World Organisation for Animal Health;
- t.
minister: Minister van Economische Zaken;
- u.
richtlijn 92/65/EEG: Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PbEG L 268);
- v.
richtlijn 90/429/EG: Richtlijn nr. 90/429/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224);
- w.
richtlijn 2009/156/EG: Richtlijn 2009/156/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PbEG L 192);
- x.
richtlijn 91/68/EG: Richtlijn 91/68/EEG van de Raad van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 046);
- y.
beschikking 90/242/EEG: Beschikking 90/242/EEG van de Raad van 21 mei 1990 inzake een financiële actie van de Gemeenschap voor de uitroeiing van schape- en geitebrucellose (PbEG L 97);
- z.
verordening (EG) nr. 2073/2005: verordening van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PbEGL 338);
- aa.
verordening (EG) nr. 2160/2003: verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEG L 325);
- ab.
verordening (EU) nr. 200/2010: verordening (EU) nr. 200/2010 van de Commissie van 10 maart 2010 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een doelstelling van de Unie voor het verminderen van de prevalentie van serotypen Salmonella bij volwassen vermeerderingskoppels van Gallus gallus (PbEU L 61);
- ac.
verordening (EU) nr. 517/2011: verordening (EU) nr. 517/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een doelstelling van de Unie voor het verminderen van de prevalentie van bepaalde serotypes van salmonella bij legkippen van Gallus gallus en tot wijziging van verordening (EG) nr. 2160/2003 en verordening (EU) nr. 200/2010 van de Commissie (PbEU L 138);
- ad.
verordening (EU) nr. 200/2012: verordening (EU) nr. 200/2012 van de Commissie van 8 maart 2012 tot vaststelling van een doelstelling van de Unie voor het terugdringen van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium bij koppels slachtkuikens, als vastgesteld in verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 71);
- ae.
verordening (EU) nr. 1190/2012: verordening (EU) nr. 1190/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot vaststelling van een doelstelling van de Unie voor het terugdringen van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium bij koppels kalkoenen, als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 340);
- af.
verordening (EG) nr. 1266/2007: verordening (EG) nr. 1266/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 oktober 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor richtlijn 2000/75/EG van de Raad van de Europese Unie wat betreft bestrijding, monitoring, surveillance en beperkingen op de verplaatsingen van bepaalde dieren van vatbare soorten in verband met bluetongue (PbEG L 283);
- ag.
richtlijn 91/68/EG: Richtlijn 91/68/EEG van de Raad van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46).
De minister kan, indien naar zijn oordeel is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in paragraaf 2, een erkenning verlenen aan een laboratorium voor één of meer in de bijlage opgenomen testmethodes.
Indien een laboratorium bestaat uit verschillende vestigingen, beschikt elke vestiging over een afzonderlijke erkenning.
Voor het verrichten van één of meer in de bijlage opgenomen testmethoden kan de minister op aanvraag een laboratorium, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, gelijkstellen met een op grond van de onderhavige regeling erkend laboratorium.
Een besluit tot gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen indien het laboratorium door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of staat is erkend voor het verrichten van de in de bijlage opgenomen testmethode, op basis van criteria waardoor een gelijkwaardig kwaliteits- en betrouwbaarheidsniveau wordt bereikt als op basis van de eisen in onderhavige regeling.
Bij een aanvraag tot gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, worden documenten overgelegd waaruit blijkt dat het laboratorium voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.
Het laboratorium is gelegen op Nederlands grondgebied.
Het laboratorium is door de RvA, of een andere accreditatieorganisatie die aantoonbaar voldoet aan ISO 17011 en ondertekenaar is van de meerzijdige overeenkomst van het Europese netwerk van accreditatie geaccrediteerd, conform NEN-EN-ISO/IEC 17025, voor de testmethode waarvoor de erkenning wordt aangevraagd.
Indien het laboratorium een erkenning aanvraagt voor een testmethode als bedoeld in de bijlage, uitgezonderd de testmethodes genoemd in de bijlage onder 30, is mede uit een audit, uitgevoerd door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, gebleken dat de testmethode overeenkomstig de door het laboratorium in het kader van de accreditatie, bedoeld in het eerste lid, opgestelde documentatie en analysevoorschriften wordt uitgevoerd.
Indien het laboratorium niet beschikt over de accreditatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
de aanvraag voor de accreditatie is ingediend bij de RvA, en
- b.
mede uit een audit, uitgevoerd door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, is gebleken dat de testmethode, bedoeld in de bijlage, overeenkomstig de door het laboratorium in het kader van die accreditatie opgestelde documentatie en analysevoorschriften wordt uitgevoerd.
Het laboratorium heeft deelgenomen aan een ringtest, georganiseerd door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, waaruit is gebleken dat het laboratorium de testmethode voldoende nauwkeurig uitvoert.
Een laboratorium dat een erkenning voor de testmethode, bedoeld in de bijlage, onder 10, aanvraagt, is met gunstig resultaat beoordeeld door het laboratorium, genoemd in artikel 1 van beschikking 2000/258/EG, en voldoet aan de bepalingen die de Europese Commissie vaststelt op grond van artikel 3 van genoemde beschikking.
De aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 3 wordt bij de NVWA ingediend met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier.
Bij het aanvraagformulier worden in ieder geval de volgende gegevens overgelegd:
- a.
het bewijs van accreditatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of een kopie van de aanvraag voor een accreditatie, bedoeld in artikel 7, onderdeel 1, en
- b.
indien artikel 7 van toepassing is, de door het laboratorium in het kader van de accreditatie, opgestelde documentatie en analysevoorschriften.
Bij een aanvraag voor een erkenning voor een testmethode als bedoeld in de bijlage, onder 1, wordt tevens een technische omschrijving van het elektronisch in- en uitslagregister, bedoeld in artikel 16, onder c, overgelegd.
Bij een aanvraag voor een erkenning voor de testmethode, bedoeld in de bijlage, onder 10, worden tevens documenten overgelegd waaruit blijkt dat het laboratorium voldoet aan het bepaalde in artikel 8a.
Vervallen
Indien de erkenning is verleend terwijl het laboratorium niet beschikt over de accreditatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, dient het laboratorium binnen zes maanden na de datum waarop de erkenning is verleend, geaccrediteerd te zijn overeenkomstig artikel 6, eerste lid.
Het laboratorium verricht een onderzoek als bedoeld in de bijlage, met de testmethode waarvoor het laboratorium erkend is.
Het laboratorium voert de testmethodes uit met reagentia of testkits waarvan de uitgangswaarden voldoen aan de Europese regelgeving of goede laboratoriumpraktijken, zoals gecontroleerd door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium.
Het laboratorium meldt niet-negatieve testresultaten, voor zover de testresultaten betrekking hebben op een aangewezen besmettelijke dierziekte als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 9 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, onmiddellijk telefonisch en per fax of elektronisch aan de NVWA en stuurt de monsters direct naar het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium voor bevestigingsonderzoek.
In afwijking van het eerste lid, stuurt het laboratorium monsters die niet-negatieve testresultaten geven van het onderzoek, bedoeld in de bijlage onder 8, enkel aan het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, indien het testresultaat een uitslag van een test uitgevoerd volgens de gE-Elisa testmethode betreft. Het laboratorium meldt daarnaast niet-negatieve testresultaten van het onderzoek, bedoeld in de bijlage onder 8, eveneens in afwijking van het eerste lid, enkel aan de NVWA, indien het testresultaat een uitslag van een test uitgevoerd volgens de gE-Elisa testmethode betreft.
In afwijking van het eerste lid, stuurt het laboratorium monsters die niet-negatieve testresultaten geven op Trichinellose direct naar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, te Bilthoven.
Bij het melden van een niet-negatieve uitslag aan de NVWA, als bedoeld in het eerste lid, vermeldt het laboratorium telkens:
- a.
het met het desbetreffende monster corresponderende UBN, indien het monster afkomstig is van een dier dat zich in Nederland bevindt, dan wel
- b.
het land van herkomst van het desbetreffende monster en de NAW-gegevens van het bedrijf waar het dier waar het monster van afkomstig is gehouden wordt, indien het monster afkomstig is van een dier dat zich buiten Nederland bevindt.
Het laboratorium rapporteert elk kwartaal aan de NVWA elektronisch over de in dat kwartaal uitgevoerde onderzoeken, bedoeld in de bijlage, alsmede over de uitslagen van die onderzoeken, overeenkomstig een door de NVWA opgesteld format.
Het laboratorium verleent medewerking aan periodieke monitoring, uitgevoerd door het Nationaal Referentie Laboratorium.
De in het eerste lid bedoelde monitoring bestaat in ieder geval per erkenning uit:
- a.
ten minste één keer per jaar een audit;
- b.
ten minste 2 ringtesten per jaar, dan wel ten minste 1 ringtest per jaar indien het laboratorium de ringtesten in de voorgaande 3 jaren steeds met goed gevolg heeft afgelegd en effectieve monitoring door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium gewaarborgd blijft;
- c.
een controle inzake de nauwkeurigheid van de testmethode en de betrouwbaarheid van testuitslagen.
De in het eerste lid bedoelde monitoring bestaat voor de testmethodes in de bijlage, waarvoor het Central Veterinary Institute, te Lelystad, als bevoegd Nationaal Referentie Laboratorium is aangewezen, in aanvulling op het tweede lid, in ieder geval per erkenning uit het uitvoeren van controletesten op monsters met een negatieve testuitslag, die door het erkende laboratorium onderzocht zijn met een testmethode als bedoeld in de bijlage onder 2, 4, 5, 8, 12, 14 tot en met 25 en 31 tot en met 35.
Indien een laboratorium beschikt over meer dan één erkenning, worden de audits, bedoeld in het tweede lid, onder a, gecombineerd uitgevoerd.
Het laboratorium dat is erkend voor een testmethode als bedoeld in de bijlage onder 2, 4, 5, 8, 12, 14 tot en met 25 en 31 tot en met 35, zendt jaarlijks 10% van de onderzochte monsters met een negatieve testuitslag, tot een maximum van 250 monsters per testmethode, aan het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, tenzij het door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium in kennis is gesteld van het feit dat in het betrokken kalenderjaar reeds 250 of meer monsters, onderzocht met de desbetreffende testmethode, zijn ontvangen.
Onverminderd de voorgaande artikelen, dient een laboratorium dat erkend is voor een testmethode als bedoeld in de bijlage, onder 1:
- a.
te voldoen aan artikel 6, derde lid, van de TSE-verordening;
- b.
geen inzage te verlenen in of geen mededelingen te doen over resultaten van de onderzoeken, anders dan aan de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van deze regeling, aan medewerkers van het Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad, die werkzaamheden verrichten in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in bijlage X, hoofdstukken A en C, van de TSE-verordening, alsmede aan medewerkers van de RvA, die werkzaamheden verrichten in het kader van het verlenen van de accreditatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid;
- c.
een elektronisch in- en uitslagregister van de monsters operationeel te hebben dat is gekoppeld aan een elektronisch register van de NVWA of van een andere door de NVWA aangewezen organisatie op een zodanige wijze dat de minister op ieder gewenst moment een koppeling kan leggen tussen de monsters en het individuele rund, waarvan het monster afkomstig is;
- d.
maandelijks aan de minister te rapporteren over de in die maand uitgevoerde onderzoeken, bedoeld in de bijlage, onder 1, de uitslagen van die onderzoeken en de leeftijd van de onderzochte dieren, overeenkomstig een door de minister opgesteld format.
Vervallen
De minister kan de erkenning, bedoeld in artikel 3, schorsen voor een door hem te bepalen termijn indien het laboratorium niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4.
In geval van een schorsing van de erkenning als bedoeld in het eerste lid, voert het laboratorium de desbetreffende testmethode niet uit. Indien de erkenning wordt geschorst omdat het laboratorium niet voldoet aan artikel 11, kan de minister besluiten dat het laboratorium de testmethode mag blijven verrichten.
De minister kan de erkenning, bedoeld in artikel 3, intrekken indien:
- a.
het laboratorium zich niet houdt aan het tweede lid;
- b.
na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het laboratorium nog steeds niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4;
- c.
blijkt dat binnen een periode van twaalf maanden na afloop van de schorsingstermijn, bedoeld in het eerste lid, het laboratorium opnieuw niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4, of
- d.
het laboratorium niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4, en naar het oordeel van de minister afbreuk is gedaan aan de correctheid en betrouwbaarheid van de resultaten van het onderzoek.
Voordat een besluit tot schorsing of intrekking wordt genomen, wordt het laboratorium in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan de voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4 te voldoen.
De minister kan de erkenning met onmiddellijke ingang intrekken indien sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel d, en het belang van de dier- en volksgezondheid een intrekking met onmiddellijke ingang vereist.
De minister kan een besluit tot gelijkstelling als bedoeld in artikel 4 schorsen of intrekken indien het laboratorium niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4, tweede lid.
Artikel 17 is van overeenkomstige toepassing.
Het Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad voert de ingevolge de TSE-verordening te verrichten onderzoeken op overdraagbare spongiforme encefalopathieën uit, met uitzondering van het onderzoek, bedoeld in de bijlage, onder 1, dat wordt uitgevoerd door op grond van artikel 3 erkende laboratoria.
De Gezondheidsdienst voor Dieren is aangewezen als laboratorium als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Plant Research International BV, Business Unit Biointeracties, bijen@wur, te Wageningen voert de onderzoeken uit, te verrichten ingevolge artikel 7, vierde lid, van verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie van 12 maart 2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PbEU L 73).
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, te Bilthoven, is aangewezen om het onderzoek, bedoeld in de bijlage, onder 11, uit te voeren.
Het Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad wordt aangewezen als laboratorium, bedoeld in artikel 57, aanhef en onderdeel a, van Richtlijn nr. 2006/88/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 oktober 2006, betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PbEG L 328).
Het Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad, wordt aangewezen als laboratorium, bedoeld in Bijlage V, onderdeel 3, van verordening (EU) nr. 139/2013 van de Europese Commissie van 7 januari 2013 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Unie en de desbetreffende quarantainevoorschriften (PbEU L 47).
Innovative Modern Agriculture IMA - Wageningen B.V. wordt aangewezen als testlaboratorium als bedoeld in hoofdstuk IV, onderdeel 1, van beschikking nr. 2006/968/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad wat betreft richtsnoeren en procedures voor de elektronische identificatie van schapen en geiten (Pb L 401).
De Gezondheidsdienst voor Dieren wordt aangewezen als laboratorium, bedoeld in artikel 5.1.3 van de Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten.
Het Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad, is aangewezen als erkend laboratorium voor het werken met levend mond- en klauwzeervirus als bedoeld in artikel 65, onderdelen b en c, van richtlijn 2003/85/EG.
Merial S.A.S., Lelystad Laboratory, te Lelystad, is aangewezen als erkend laboratorium voor het werken met levend mond- en klauwzeervirus voor de productie van vaccins als bedoeld in artikel 65, onderdeel c, van richtlijn 2003/85/EG.
Het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, functioneert ten minste met inachtneming van de in bijlage XII, onder 1., van richtlijn 2003/85/EG bedoelde normen inzake bioveiligheid.
Het Centraal Veterinair Instituut, te Lelystad, en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, te Bilthoven, verstrekken de resultaten van:
- –
de audit, bedoeld in artikel 6, tweede lid, en artikel 7, aanhef en onder twee,
- –
de ringtest, bedoeld in artikel 8, en
- –
de werkzaamheden, bedoeld in artikel 15,
uitsluitend aan de NVWA en het desbetreffende laboratorium.
Erkenningen die zijn verleend op grond van de Regeling erkenning laboratoria snelle BSE-testen worden geacht te zijn verleend op grond van artikel 3 van deze regeling.
Besluiten tot erkenning van laboratoria genomen door de voorzitter van het Productschap Pluimvee en Eieren op grond van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen laboratoria (PPE) 2011 die golden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, worden met ingang van 1 januari 2015 voor de duur van 18 maanden geacht te zijn genomen op grond van deze regeling, onder dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden.
Wijzigt de Regeling rundersperma.
Wijzigt de Regeling retributies VWA veterinaire en hygiënische aangelegenheden.
Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
De Regeling erkenning laboratoria snelle BSE-testen wordt ingetrokken.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2006.
Deze bijlage geeft per dierziekte aan wat het kader is waarbinnen de voor die dierziekte te hanteren testmethode of testmethodes wordt uitgevoerd, welke testmethodes daarvoor kunnen worden gehanteerd, wat het monstertype, oftewel de matrix, is waarop het onderzoek plaatsvindt en welk laboratorium voor de desbetreffende dierziekte het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium is.
Ziekte(verwekker) | Kader waarbinnen de test wordt uitgevoerd | Testmethode | matrix | NRL |
1. BSE | De tests als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, onder I, onderdelen 2.1 en 2.2, bij de TSE-verordening De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.4.6. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | De tests als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, onderdeel 4, bij de TSE-verordening | Rund: hersenstam (de obex van de medulla oblongata) | CVI |
2. Runderbrucellose | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.4.3. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Spermawinstations Intracommunautair en nationaal handelsverkeer: De tests als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG De tests als bedoeld in artikel 8 van de Regeling rundersperma | RBT; CBR; SAT; ELISA | Rund: serum | ||
Rund Intracommunautair handelsverkeer: De tests als bedoeld in bijlage C bij Richtlijn 64/432/EEG | RBT; CBR; SAT; ELISA | |||
Screening individuele dieren: | RBT; SAT | |||
Export derde landen: | CBR; ELISA | |||
Overig intracommunautair handelsverkeer: De tests als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 92/65/EEG | RBT; CBR; SAT; ELISA | Antilocapridae, Bovidae, Camelidae, Cervidae, Giraffidae, Hippopotamidae en Tragulidae: serum | ||
3. Enzoötische bovine leukose | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.4.11 http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Spermawinstations, intracommunautair en nationaal handelsverkeer: De tests als bedoeld in Bijlage B bij Richtlijn 88/407/EEG De tests als bedoeld in artikel 8 van de Regeling rundersperma | ELISA | Rund: serum | ||
Rund; Intracommunautair handelsverkeer De tests als bedoeld in bijlage D bij Richtlijn 64/432/EEG | ELISA | Rund: serum | ||
Monitoring rund: De tests als bedoeld in artikel 94 van de regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, | ELISA | Rund: tankmelk | ||
Export naar derde landen: | Als bovenstaande testen | |||
4. IBR/IPV | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.4.13. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Spermawinstations, intracommunautair en nationaal handelsverkeer: De tests als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG De tests als bedoeld in artikel 8 van de Regeling rundersperma | De serologische test (volledig virus) | Rund: serum | ||
Rund Intracommunautair handelsverkeer: De tests als bedoeld in richtlijn 64/432/EEG De tests als bedoeld in beschikking 2004/558/EG | BHV1-gB ELISA en, indien toegestaan, BHV1-gE ELISA | |||
Export naar derde landen | Als bovenstaande testen | |||
5. BVD/MD | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.4.8. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Spermawinstations. Intracommunautair en nationaal handelsverkeer: De tests als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG De tests als bedoeld in artikel 8 van de Regeling rundersperma | Serologische test ELISA | Stier: serum | ||
ELISA; BVDG isolatietest; BVDG Antigeen ELISA | Stier: sperma | |||
Export naar derde landen | Als bovenstaande testen | |||
6. Campylobacter fetus ssp Venerealis | De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.4.5. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Spermawinstations rund; Intracommunautair en nationaal handelsverkeer: De tests als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG, De tests als bedoeld in artikel 8 van de Regeling rundersperma | Een bacteriologisch onderzoek door middel van kweek | Stier: spoeling van kunstvagina of praeputium; sperma Koe: vaginaal slijm- monster | ||
Export naar derde landen: | Als bovenstaande testen | |||
7. Trichomonas foetus | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.4.17. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Spermawinstations rund. Intracommunautair en nationaal handelsverkeer: De tests als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG De tests als bedoeld in artikel 8 bij de Regeling rundersperma | Een cultureel onderzoek door middel van kweek | Stier: spoeling praeputium; sperma; smegma | ||
Export naar derde landen | Als bovenstaande testen | |||
8. Ziekte van Aujeszky | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.1.2. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Spermawinstations varken; Intracommunautair en nationaal handelsverkeer: De tests als bedoeld in hoofdstuk I van bijlage B bij richtlijn 90/429/EG | ADV-gB ELISA; ADV-gE ELISA (mits dieren zijn gevaccineerd); | Varken: serum | ||
Varken. Intracommunautair handelsverkeer: De tests als bedoeld in richtlijn 64/432/EEG De tests als bedoeld beschikking 2008/185/EG | ELISA gB; ELISA gE (mits dieren zijn gevaccineerd) | |||
Aanwijzing A-bedrijf varken. De tests als bedoeld in artikel 29b van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s | ||||
Varken. Monitoring: De tests als bedoeld in artikel 82 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, | ||||
Export naar derde landen: | Als bovenstaande testen, mits overeenkomstig eisen derde landen | |||
9. TSE: Genotypering van schapen | Handel en uitvoer levende dieren: De tests als bedoeld in de TSE-verordening | Elke methode ter bepaling van de aminozuren op codons 136, 154, en 171 van het PrP gen van beide allelen die door het Central Veterinary Institute te Lelystad als voldoende betrouwbaar wordt beoordeeld | Schaap: volbloed | CVI |
10. Rabiës: Doelmatigheid van antirabiësvaccins | De tests als bedoeld in artikel 3 van beschikking 2000/258/EG | Serologische test | Hond, kat, fret: serum | CVI |
11. Trichinella spiralis | De tests als bedoeld in artikel 2, tweede alinea van het eerste lid, en de derde alinea van het derde lid, van verordening (EG) nr. 2075/2005 | De referentiemethode als bedoeld in bijlage I, van verordening (EG) nr. 2075/2005, met eventueel daarbij één of meer gelijkwaardige methoden als bedoeld in hoofdstuk II van bijlage I van de verordening | Equinae, suinae: dwars gestreepte spier | RIVM |
De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.1.16. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | ||||
12. Afrikaanse paardenpest (APP) of African horse sickness | Export naar derde landen: De tests als bedoeld in richtlijn 2009/156/EG | ELISA | Paard-achtigen: serum | CVI |
De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.5.1. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | ||||
13. Contagious Equine Metritis (CEM) of Taylorella equigenitalis | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.5.2. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Intracommunautair en nationaal handelsverkeer spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams: De tests als bedoeld in bijlage D bij richtlijn 92/65/EEG De tests als bedoeld in de Regeling paardensperma 2015 | Cultureel bacteriologisch onderzoek door middel van kweek; PCR of real time PCR | Hengst: penisschacht; urethra; fossa glandis Bokmerrie: fossa clitoralis; clitorale sinussen | ||
Export naar derde landen: | Als bovenstaande testen | |||
14. Dourine of Trypanosoma equiperdum | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.5.3. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CBR | Paard: serum | CVI |
15. Surra of Trypanosoma evansi | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.1.17. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | Virusneutralisatietest; Virusisolatie; CATT | Paard: serum | CVI |
Bloedonderzoek van bloeduitstrijkje | Paard: volbloed | |||
16. Equine infectieuze anemie (EIA) | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.5.6. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | Paard: serum | CVI | |
Intracommunautair handelsverkeer spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams: De tests als bedoeld in bijlage D bij richtlijn 92/65/EEG De tests als bedoeld in de Regeling paardensperma 2015 | AGIDT of Cogginstest, ELISA | |||
Export naar derde landen: | Als bovenstaande testen | |||
17. Salmonella abortus equi of Equine paratyphoid | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.9.9. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | SAT | Paard-achtigen: serum | CVI |
18. Equine piroplasmosis of Theilleria equi en Babesia caballi | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.5.8. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | IFAT; ELISA; CBR | Paard: serum | CVI |
Microscopisch onderzoek van bloeduitstrijkje | Paard: volbloed | |||
19. Equine Rhinopneumonie (ER) | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.5.9. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online | - Virusneutralisatietest - Virusisolatie | Paard: serum | CVI |
20. Equine virale arteritis (EVA) | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.5.10. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI. | ||
Intracommunautair en nationaal handelsverkeer spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams: De tests als bedoeld in hoofdstuk II van bijlage D bij de Richtlijn 92/65/EEG De tests als bedoeld in de Regeling paardensperma 2015 | Serumneutralisatietest Bij positieve serumneutralisatietest: Virusisolatietest; PCR of real time PCR | Paard: serum | ||
Export naar derde landen: | Als bovenstaande testen | Paard: sperma | ||
21. Malleus of Kwade droes of Glanders | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.5.11. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CBR | Paard: serum | CVI |
22. Venezulaanse/Eastern en Western equine encephalomyelitis (VEE/EEE/WEE) | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk 2.5.13. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | HI; CBR; PRNT | Paard: serum | CVI |
23. Vesiculaire stomatitis (VS) | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.1.19. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | ELISA; CBR | Paard: serum | CVI |
24. West Nile koorts (WNF) | Export naar derde landen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.1.20. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | IgM capture ELISA (=MAC ELISA) | Paard: serum | CVI |
25. Brucella melitensis | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.7.2. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | Kleine herkauwer: serum | CVI | |
Intracommunautair handelsverkeer spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams: De tests als bedoeld in bijlage D bij Richtlijn 92/65/EEG | RBT; CBR | |||
Intracommunautair handelsverkeer schapen, geiten: de tests als bedoeld in bijlagen A, B en C bij richtlijn 91/68/EG, en de tests als bedoeld in beschikking 90/242/EEG | ||||
Overig intracommunautair handelsverkeer: De tests als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 92/65/EEG | RBT; CBR | Antilocapridae, Bovidae, Camelidae, Cervidae, Giraffidae en Tragulidae: serum | ||
26. NCD: De werking van vaccinatie tegen Newcastle disease | De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk 2.3.14. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ De tests als bedoeld in hoofdstuk 6 van bijlage III bij richtlijn 92/66/EEG De tests als bedoeld in artikel 93, onderdeel c, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s | Serologisch onderzoek naar de werking van vaccinatie tegen Newcastle Disease | Pluimvee: serum | CVI |
27. Aviaire influenza | De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk 2.3.4. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ De tests als bedoeld in artikel 86 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s. | ELISA | Pluimvee: serum | CVI |
28. Mycoplasma gallinarum Mycoplasma synoviae Mycoplasma meleagridis | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.3.5. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | SPA; HI test; ELISA; PCR | Pluimvee: serum | Niet van toepassing |
29. Salmonellaarizonae Salmonella Gallinarum, biovars gallinarum en pullorum | Voor de testen op Salmonella gallinarum en Salmonella pullorum: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.3.11. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | SPA | Pluimvee: serum. | Voor deze optredend als NRL: CVI |
Salmonellaarizonae: Kweek (bacteriologisch onderzoek) | Salmonellaarizonae: Kalkoen mest | |||
30. Zoönotische Salmonella, waaronder: Salmonella Enteritidis Salmonella Typhimurium Salmonella Hadar Salmonella Infantis Salmonella Virchow Salmonella Paratyphi B var. Java | Voor alle testen: De tests als bedoeld in: verordening (EG) nr. 2073/2005; verordening (EG) nr. 2160/2003; verordening (EU) nr. 200/2010; verordening (EU) nr. 517/2011;verordening (EU) nr. 200/2012; verordening (EU) nr. 1190/2012; De tests als bedoeld in de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's | Detectie van Salmonella (grensreactie) in voedingsmiddelen wordt uitgevoerd overeenkomstig de recentste versie van norm NEN-EN-ISO 6579 | Pluimvee producten bestemd voor humane consumptie, zoals ei- en vleesproducten | RIVM |
Detectie van Salmonella (grensreactie / MSRV) in monsters van de primaire productie wordt uitgevoerd overeenkomstig de recentste versie van norm NEN-EN-ISO 6579 | Pluimvee producten voor de beoordeling van de status van de primaire productie, zoals mest, dons, ei, nek/borstvel en omgevingsmonsters | |||
Serotypering wordt aan de hand van het Kaufmann-White-LeMinor schema uitgevoerd overeenkomstig de recentste versie van norm NPR-CEN-ISO/TR 6579-3 | Pluimvee Salmonella isolaten | |||
Het gebruik van alternatieve testmethoden in de plaats van de referentiemethode (NEN-EN-ISO 6579) is alleen toegestaan wanneer deze alternatieve testmethoden door het daarvoor aangewezen instituut zijn gevalideerd en gecertificeerd overeenkomstig de recentste versie van norm NEN-EN-ISO 16140 | ||||
31. Blauwtong | Export rundersperma naar derde landen De tests als bedoeld in bijlagen 1 en 3 bij Verordening (EG) nr. 1266/2007, Bijlage 1 en 3 | PCR | Rund: volbloed | CVI |
ELISA | Rund: serum | |||
De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.1.3. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | ||||
32. Brucella suis | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk 2.8.5. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Spermawinstations varken. Intracommunautair handelsverkeer: De tests als bedoeld in bijlage B, bij richtlijn 90/429/EG De tests als bedoeld in de Regeling varkenssperma | RBT; ELISA | Varken: serum | ||
Intracommunautair handelsverkeer rund en varken: De tests als bedoeld in bijlage C bij richtlijn 64/432/EEG | RBT; CBR; SAT | |||
Export naar derde landen | Als bovenstaande testen | |||
Overig intracommunautair handelsverkeer: De tests als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 92/65/EEG | RBT; CBR; SAT | Cervidae, Leporidae, Ovibos moschatus, Suidae en Tayassuidae: serum | ||
33. Q-koorts (Coxiella burnetii) | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk 2.1.12. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | Voor deze optredend als NRL: CVI | ||
Monitoring | PCR | tankmelk | ||
Export naar derde landen | Als bovenstaande testen | |||
34. Schmallenberg | Export naar derde landen | PCR | Herkauwer: sperma; volbloed; serum | Voor deze optredend als NRL: CVI |
ELISA | Herkauwer: serum | |||
35. Brucella ovis | Voor alle testen: De meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk 2.7.9 http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/ | CVI | ||
Intracommunautair handelsverkeer spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams: De tests als bedoeld in bijlage D bij richtlijn 92/65/EEG | CBR | Ram: serum | ||
Intracommunautair handelsverkeer schapen, geiten: De tests als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 91/68/EG | CBR | Ram: serum | ||
Export derde landen | Als bovenstaande testen | |||
Overig intracommunautair handelsverkeer: De tests als bedoeld in artikel 6 van de richtlijn 92/65/EEG | CBR | Camelidae, Tragulidae, Cervidae, Giraffidae, Bovidae en Antilocapridae: serum |