Ministeriële regeling · BWBR0019673
Besluit erkende organisaties Schepenwet
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en de Minister van Toerisme en Transport van Aruba;
Gelet op artikel 6, tweede lid, van de Schepenwet en artikel 6 van het Schepenbesluit 1965, alsmede de artikelen 23, eerste lid, 36, 48, tweede lid en 59, eerste lid, van het Schepenbesluit 2004;
Besluit:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,K.M.H.PeijsAls rechtspersonen waarvan de regels kunnen gelden als eisen als bedoeld in artikel 3a van de Schepenwet, worden aangewezen:
- a.
American Bureau of Shipping (ABS) Europe Ltd te Londen, Verenigd Koninkrijk;
- b.
Bureau Veritas (BV) te Parijs, Frankrijk;
- c.
Det Norske Veritas (DNV) te Oslo, Noorwegen;
- d.
Germanischer Lloyd (GL) AG te Hamburg, Duitsland;
- e.
Lloyd’s Register of Shipping (LR) te Londen, Verenigd Koninkrijk;
- f.
Nippon Kaiji Kyokai (NKK) te Tokio, Japan;
- g.
Registro Italiano Navale (RINA) te Genua, Italië.
De in het eerste lid genoemde rechtspersonen zijn tevens bevoegd tot het verrichten van de bij of krachtens de artikelen 8 van het Schepenbesluit 1965 en 13 tot en met 18 van het Schepenbesluit 2004 voorgeschreven onderzoeken.
Onverminderd artikel 1, tweede lid, is tot het verrichten van onderzoeken van elektronisch aangedreven liften, personenliften, niet zijnde elektrisch aangedreven liften, en roltrappen tevens bevoegd de Stichting Nederlands Instituut voor Lifttechniek (Liftinstituut) te Amsterdam.
Als keuringsstations voor de keuring van opblaasbare reddingsvlotten en opblaasbare hulpverleningsboten worden in het Koninkrijk aangewezen de ingevolge tabel 1 bevoegde keuringsstations. Tot het verrichten van keuringen buiten het Koninkrijk zijn bevoegd de door de bevoegde autoriteiten ter plaatse erkende keuringsstations.
Keuringsstations | bevoegd ten aanzien van: | |
opblaasbare reddingsvlotten van het type: | hulpverleningsboten van het type: | |
Marin Assist B.V. te Grou | RFD, Beaufort/Dunlop | Zodiac |
Marin Assist B.V. te Rotterdam | RFD, Beaufort/Dunlop | Zodiac |
Nautische Unie-Hunfeld te Farmsum | Viking | Narwahl, Zodiac |
Oceana Air-Sea Trading te Rotterdam | DSB/Autoflug, TVB*, Plastimo, Duarry, Zodiac, Mitsubishi, Sumitomo, Tokyo Toyo, Fujikura, Euro-Vinyls, Revere, Switlik | DSB |
Oceana Air-Sea Trading te Grou | DSB/Autoflug, TVB*, Plastimo, Duarry, Zodiac, Mitsubishi, Sumitomo, Tokyo Toyo, Fujikura, Euro-Vinyls, Revere, Switlik | DSB |
Jacobs Lifesaving B.V. te H.I. Ambacht | Fujikura, Mitsubishi, Samgong, Sumitomo, Swastik, UFA-Plant, Uzemik | |
Unitor Schips Service B.V. te Rotterdam | Zodiac | |
Viking Life-Saving B.V. te Zwijndrecht | Viking | Viking, Narwahl |
Viking Life-Saving B.V. te Haarlem | Viking | |
Sail Safe RBC te IJmuiden | Duarry | |
Catis Marine Division N.V. te Curaçao | Viking, DSB, AFG, TVB*, RFD-Revere survival products, RFD- Surviva, Zodiac, Avon, Survival Products Inc. | DSB |
Koninklijke Marine – Marinebedrijf te Den Helder | Viking |
* Reddingsvlotten zonder een erkend typecertificaat overeenkomstig richtlijn nr. 96/98/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen (PbEG 1997 L 46).
Als testing ASP voor het verrichten van onderzoeken gericht op het testen van geschiktheid van apparatuur voor het automatisch zenden van gegevens, bedoeld in voorschrift V-19/1 van het SOLAS-verdrag worden aangewezen:
- a.
Alewijnse Marine Systems B.V., te Krimpen aan den IJssel;
- b.
Radio Holland Netherlands B.V., te Rotterdam;
- c.
Pole Star Space Applications Limited, te Londen, Verenigd Koninkrijk, in combinatie met de rechtspersonen, genoemd in de onderdelen a en b.
Aan de aanwijzing, bedoeld in het derde lid, zijn de voorschriften verbonden, opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
In dit artikel wordt onder de IMDG-Code verstaan: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A, van het SOLAS-verdrag.
Als bevoegde instanties voor de toepassing van de IMDG-Code worden, voor de daarbij aangegeven taken, in het Koninkrijk aangewezen de in tabel 2 genoemde organisaties. Als bevoegde instanties buiten het Koninkrijk zijn aangewezen de door de bevoegde autoriteiten ter plaatse erkende instanties.
De uitoefening van taken, aangeduid met een asterisk, geschiedt in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Instanties | bevoegd ten aanzien van de taken, bedoeld in de volgende voorschriften van de IMDG-Code |
Rechtspersonen, genoemd in artikel 1, eerste lid | 4.2.1.7; 4.2.1.9; 4.2.3.6.4*; 4.2.3.7.1*; 4.2.5.3 (TP4, TP10, TP16 en TP24); 6.7.1.1.1; 6.7.2.2; 6.7.2.3; 6.7.2.6; 6.7.2.7; 6.7.2.8; 6.7.2.10; 6.7.2.12; 6.7.2.18; 6.7.2.19.4; 6.7.2.19.5; 6.7.19.9; 6.7.19.10; 6.7.3.2; 6.7.3.7; 6.7.3.8; 6.7.3.14; 6.7.3.15.3; 6.7.3.15.5; 6.7.3.15.9; 6.7.3.15.10; 6.7.4.2; 6.7.4.3; 6.7.4.6; 6.7.4.7; 6.7.4.13; 6.7.4.14.3; 6.7.4.14.10; 6.7.4.14.11; 6.7.5; 6.8.3.1; 6.8.3.2.1; 6.8.3.2.2.1; 6.8.3.2.3; 6.8.3.3.2.1; 6.8.3.3.3; 7.4.2.3; 7.5.1.3 |
TNO Product Testing & Consultancy B.V. | 6.1.1.2*; 6.1.1.3*; 6.1.3.1; 6.1.3.7; 6.1.3.8, 6.1.5; 6.3.1.1; 6.3.2.7; 6.3.3.2; 6.5.1.1.2*; 6.5.1.1.3; 6.5.1.6.1*; 6.5.1.6.4; 6.5.1.6.7; 6.5.2; 6.5.4; 6.6.1.2*; 6.6.1.3*; 6.6.3.1; 6.6.5.1; 6.6.5.4 |
Lloyds Register Nederland | 4.1.4.1 P200, P201, P203, P902; 4.1.4.3 LP902; 4.1.6.1.2; 6.2 |
SGS Redwood B.V | 6.7.2.19.5 |
RDW | 4.2.1.7; 4.2.1.9; 4.2.3.6.4*; 4.2.3.7.1*; 4.2.5.3 (TP4, TP10, TP16 en TP24); 6.7.2.2; 6.7.2.3; 6.7.2.6; 6.7.2.7; 6.7.2.8; 6.7.2.10; 6.7.2.12; 6.7.2.18; 6.7.2.19.4; 6.7.2.19.5; 6.7.2.19.9; 6.7.2.19.10; 6.7.3.2; 6.7.3.7; 6.7.3.8; 6.7.3.14; 6.7.3.15.3; 6.7.3.15.5; 6.7.3.15.9; 6.7.3.15.10; 6.7.4.2; 6.7.4.3; 6.7.4.6; 6.7.4.7; 6.7.4.13; 6.7.4.14.10; 6.7.4.14.11; 6.7.5; 6.8.2.2.3; 6.8.3.1; 6.8.3.2.1; 6.8.3.2.2.1; 6.8.3.2.3; 6.8.3.3.2.1; 6.8.3.3.3; 6.9.4.3; 6.9.4.4 |
Als erkende beveiligingsorganisaties, bevoegd tot het verrichten van onderzoeken als bedoeld in artikel 19 van het Schepenbesluit 2004, worden tot en met 30 juni 2009 aangewezen de in artikel 1, eerste lid, genoemde rechtspersonen.
Het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 31 januari 2003 houdende aanwijzing van rechtspersonen bevoegd tot het verrichten van onderzoeken als bedoeld in hoofdstuk III van het Schepenbesluit 1965, of waarvan de regels kunnen gelden als eisen als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Schepenwet, nr. HDJZ/SCH/2002-2818, Stcrt. 27, wordt ingetrokken.
Het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 2 september 2004 houdende aanwijzing erkende organisaties voor de beveiliging van zeeschepen, nr. HDJZ/SCH/2004-1717, Stcrt. 174, wordt ingetrokken.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit erkende organisaties Schepenwet.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt ten aanzien van de artikelen 1 tot en met 3 en, voor zover betrekking hebbende op de aanwijzing van Registro Italiano Navale (RINA) als erkende beveiligingsorganisatie, bevoegd tot het verrichten van onderzoeken als bedoeld in artikel 19 van het Schepenbesluit 2004, artikel 4, terug tot en met 1 januari 2005.
- a.
Indien de instantie weigert de taken uit te voeren waarvoor de aanwijzing geldt, wordt daarvan onder opgave van redenen mededeling gedaan aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat,
- b.
De instantie verstrekt de Inspectie Verkeer en Waterstaat desgevraagd inlichtingen omtrent haar taakuitoefening,
- c.
Indien de instantie voornemens is de taken waarvoor de aanwijzing geldt te beëindigen, wordt daarvan ten minste drie maanden voor de voorgenomen datum van beëindiging mededeling gedaan aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat, en
- d.
De instantie verleent onvoorwaardelijk medewerking aan audits en steekproeven, gehouden door of vanwege het Hoofd van de Scheepvaartinspectie of de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de taken waarvoor de aanwijzing geldt.