Beleidsregel · BWBR0019813
Beleidsregel optimalisatie commerciële FM-vergunningen
Besluit:
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag28 april 2006De Minister van Economische Zaken, L.J.BrinkhorstIn dit besluit wordt verstaan onder
- a.
Agentschap Telecom: een dienst van het Ministerie van Economische Zaken die is belast met de uitvoering van en het toezicht op een aantal onderdelen van de Telecommunicatiewet;
- b.
vergunninghouder: houder van een op grond van artikel 3.3 van de Telecommunicatiewet verleende vergunning voor commerciële omroep in de frequentieband 87.5 MHz tot en met 104.8 MHz;
- c.
vergunningparameters: technische karakteristieken verbonden aan het gebruik van de frequenties zoals vermeld in de aan de vergunninghouder verleende vergunning;
- d.
frequentiegebruiksrechten: frequentierechten die in de frequentiedatabase van Agentschap Telecom zijn aangemerkt als te beschermen frequentierechten waarbij de zerobase-norm als uitgangspunt geldt1.
- e.
verzorgingsgebied: het gebied dat bepaald wordt door het gebruik van de toegewezen frequentie(s) en bijbehorende technische parameters waarvan de frequentiegebruiksrechten in de frequentiedatabase van Agentschap Telecom zijn aangemerkt als te beschermen frequentierechten;
- f.
netgebonden frequenties: frequenties bestemd voor commerciële omroep die worden gebruikt binnen een afstand van maximaal 400 kHz van een aan een vergunninghouder toegewezen frequentie, die alleen kunnen worden gebruikt door die ene vergunninghouder2 en dienen voor het oplossen van ontvangstproblemen;
- g.
optimalisatievoorstel: een voorstel dat door een vergunninghouder bij Agentschap Telecom is ingediend, dat bestaat uit een verzoek tot wijziging van een of meer vergunningparameters of een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor een of meer netgebonden frequenties die tot doel hebben een of meer ingediende ontvangstklachten op te lossen;
- h.
toename van het demografisch bereik: toename van het demografisch bereik die bij toewijzing van een optimalisatievoorstel wordt gerealiseerd uitgedrukt als percentage van de omvang van het verzorgingsgebied dat behoort bij de vergunning die aan de vergunninghouder is verleend. Het demografisch bereik wordt berekend conform de zerobase-norm.1
In de onderhavige procedure worden ontvangstklachten die door vergunninghouders zijn ingediend en staan vermeld in bijlage B of bijlage II bij de brief van 13 april 2006 aan alle vergunninghouders gezamenlijk en in onderling verband behandeld overeenkomstig deze beleidsregel. Vergunninghouders dienen daartoe een of meer optimalisatievoorstellen in.
Tot de procedure voor het oplossen van ingediende ontvangstklachten worden slechts toegelaten optimalisatievoorstellen die per fax op nummer 050-5877485 door Agentschap Telecom zijn ontvangen tussen 29 mei 2006, 09:00 uur en 9 juni 2006, 17:00 uur en waarmee een of meer ontvangstklachten worden opgelost die zijn vermeld in bijlage B of bijlage II bij de brief van 13 april 2006 aan alle vergunninghouders.
De vergunninghouder dient aparte voorstellen in voor een aanvraag voor het toekennen van een netgebonden frequentie en voor een verzoek tot het wijzigen van vergunningparameters. Deze voorstellen zullen apart worden behandeld.
In afwijking van het eerste lid kan een vergunninghouder ook een combinatievoorstel indienen waarin hij de aanvraag voor het toekennen van een netgebonden frequentie combineert met een verzoek tot het wijzigen van de vergunningparameters. Dit voorstel wordt als een samenhangend geheel behandeld en zal in zijn geheel worden toe- of afgewezen.
Alleen optimalisatievoorstellen die kunnen leiden tot de oplossing van een ingediende klacht bedoeld in artikel 3 worden in behandeling genomen.
Een door een vergunninghouder ingediend optimalisatievoorstel wordt behandeld op basis van de algemene kaders die zijn op genomen in de bijlage bij deze beleidsregel.
Indien een optimalisatievoorstel geheel of gedeeltelijk strijdig is met de frequentiegebruiksrechten van een andere vergunninghouder, wordt het gehele voorstel afgewezen.
Indien het toewijzen van een optimalisatievoorstel het noodzakelijk maakt om een op grond van internationale overeenkomsten verplichte internationale coördinatieprocedure te starten en de uitkomsten van deze procedure naar het oordeel van Agentschap Telecom zodanig zullen zijn dat de aanvraag geheel of gedeeltelijk zal moeten worden afgewezen, wordt het betreffende voorstel in het kader van dit onderhavige besluit geheel afgewezen.
Indien het toewijzen van een optimalisatievoorstel geheel of gedeeltelijk in strijd is met de Telecommunicatiewet, wordt het betreffende voorstel geheel afgewezen.
Indien een optimalisatievoorstel niet voldoet aan het bepaalde in artikel 3 wordt het niet in behandeling genomen.
De voorstellen bedoeld in het vierde lid zullen pas in behandeling worden genomen nadat onderhavige procedure is afgehandeld en de gevolgen voor de frequentiegebruiksrechten van de toegewezen optimalisatievoorstellen in de frequentiedatabase van Agentschap Telecom zijn verwerkt.
Voorzover een optimalisatievoorstel in behandeling is genomen en niet is afgewezen op grond van artikel 6 komen de volgende voorstellen voor toewijzing in aanmerking:
- a.
het voorstel dat niet conflicteert met andere ingediende voorstellen;
- b.
bij een voorstel dat een aanvraag voor het toekennen van een netgebonden frequentie inhoudt en deze aanvraag conflicteert met de aanvraag voor een netgebonden frequentie van een andere vergunninghouder en daardoor kan maar één voorstel worden toegekend dan geldt dat toegewezen wordt het voorstel dat als eerste binnen de daarvoor opengestelde periode bedoeld in artikel 3 bij Agentschap Telecom is ontvangen;
- c.
bij een voorstel dat een verzoek inhoudt tot het wijzigen van de vergunningparameters en dat conflicteert met een voorstel van een andere vergunninghouder tot wijziging van vergunningparameters en daardoor kan maar één voorstel worden toegewezen dan geldt dat het voorstel wordt toegewezen dat de grootste toename van het demografisch bereik oplevert als bedoeld in artikel 1, onderdeel h;
- d.
bij een conflicterend voorstel als bedoeld in onderdeel c en beide voorstellen leiden tot een even grote toename van het demografisch bereik als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, dan geldt dat het voorstel wordt toegewezen dat als eerste binnen de daarvoor opengestelde periode bedoeld in artikel 3 bij Agentschap Telecom is ontvangen;
Indien een optimalisatievoorstel een combinatievoorstel zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, betreft dan zal het voorstel slechts worden toegewezen als alle onderdelen van het voorstel met toepassing van het eerste lid kunnen worden toegewezen.
Voorstellen die met toepassing van artikel 7 niet kunnen worden toegewezen, worden afgewezen.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel optimalisatie commerciële FM-vergunningen.
Bij een verplaatsing, aanpassing van de karakteristieken en de inzet van netgebonden steunzenders dient de interne Nederlandse situatie beschermd te worden, zoals aangegeven in het relevante deel uit het zerobase rapport:
Parameter | ||
Propagatiemodel | ITU Recommendation 370 met TCA en morfo | |
Ontvangstantenne | Non-directief | |
Hoogte ontvangstantenne | 1,5 meter; met een morfografisch afhankelijke correctie om van 10 m. naar 1,5 m. om te rekenen | |
Polarisatiediscriminatie | Geen | |
Gewenst signaalniveau | 50% plaats | |
50% tijd | ||
Ongewenst signaalniveau | 50% plaats | |
10% tijd & 50% tijd (worst case)1 | ||
Terrein-oneffenheid | Terrain Clearance Angle (TCA) conform ITU rec. 370-7 | |
Protectieverhoudingen conventioneel geplande zenders voor respectievelijk continue/troposferische storing | 0 kHz | 40 dB/32 dB |
100 kHz | 30 dB/22 dB | |
200 kHz | –2 dB | |
300 kHz | –15 dB | |
400 kHz | –25 dB | |
Protectieverhoudingen voor SFN en NSF geplande zenders | 0 kHz | 2 .. 25 dB (afhankelijk van looptijd) |
100 kHz | 5 dB | |
200 kHz | –5 dB | |
300 kHz | –15 dB | |
400 kHz | –25 dB | |
Berekening interferentie | Methode sterkste stoorder | |
Ontvangst | Stereo | |
Minimum bruikbare veldsterkte | 37 tot 43,5 dBμV/meter op 1,5 meter hoogte; afhankelijk van de morfografie. |
Hierbij geldt:
- –
de ‘groen-is-groen’ benadering
- –
per beïnvloede frequentie de te hanteren pixelgrootte vaststellen.
Onder waterscheiding wordt verstaan: het beschermen van de lokale omroepzenders in de band 104.9 – 107.9 MHz. Om de frequenties binnen de LO-band te beschermen mag de beschermde veldsterkte, op de site en/of rasterpunten, niet overschreden worden.
De hieronder vermelde waardes gelden daarbij als uitgangspunt:
freq. afstand | Afstand (km) | Eu* | aantal |
0 | 40 | 58.1 | 6 |
100 | 19 | 50.8 | 2 |
25 | 45.7 | 2 | |
26 | 44.9 | 2 | |
44 | 34.5 | 2 | |
45 | 34.1 | 2 | |
200 | 19 | 44.8 | 2 |
21 | 42.9 | 2 | |
300 | 12 | 40.6 | 2 |
29 | 23.7 | 2 | |
400 | 8 | 37.7 | 2 |
De berekeningen worden uitgevoerd met de volgende instellingen**:
Propagatie model | ITU-R370 (+ extentie 0–10 km) |
Gewenst signaalniveau | 50%/50% |
Ongewenst signaalniveau | 50%/10% |
Delta-H | 50 meter |
Hoogte ontvangstantenne | 10 meter |
Ontvangst | Mono |
E-min mono | 48 dBµV/m |
Sommatiemethode Eu | Powersum |
Antennediscriminatie | geen |
Polarisatiediscriminatie | geen |
** Deze instellingen zijn gebaseerd op de huidige lokale omroepplanning. Ten gevolge van het, inmiddels opgestarte, optimalisatie-onderzoek lokale omroep kan de norm bijgesteld worden.
Wijzigingen van vergunningsparameters, inclusief de inzet van nieuwe steunzenders, zullen in coördinatie worden gebracht.
Het moet hierbij gaan om een haalbaar verzoek en de gebruikelijke regels zijn daarbij indicatief om de haalbaarheid te beoordelen.
Agentschap Telecom bepaalt of er sprake is van een acceptabele toename van de Nederlandse bruikbare veldsterkte.
Vanwege de uniformiteit met betrekking tot het indienen van coördinatieverzoeken hanteren we het volgende uitgangspunt:
De nieuwe technische parameters, zoals coördinaten, antennehoogte en antennediagram, dus de gewenste situatie, worden als modificatie van de oorspronkelijke P- of C-status ingebracht.
Ten aanzien van het buitenland hanteren we de volgende maximale toenames van de bruikbare veldsterktes op de interferentiecontourpunten (berekend volgens Geneve’84 overeenkomst):
Engeland | 0.5 dB | ||
Denemarken | 0.5 dB | ||
Frankrijk | 0.5 dB | ||
Luxemburg | 0.5 dB | ||
België – Vlaanderen | 0.2 dB | ||
België – Wallonië | 0.5 dB | ||
Duitsland | 87.6 – 104.8: | < 41dBW: | 0.2 dB |
≥ 41 dBW: | 0.1 dB | ||
104.9 – 107.9: | < 44 dBW: | 0.2 dB | |
≥ 44dBW: | 0.1 dB |
Ten aanzien van Duitsland wordt tevens verwezen naar de bilaterale overeenkomst van 4 maart 2004.
Indien gekozen wordt voor de inzet van nieuwe frequenties is dit uitsluitend toegestaan als deze frequenties netgebonden zijn.
Ook is het toegestaan een bestaande frequentie om te ruilen met een andere frequentie die onlosmakelijk met de oorspronkelijke frequentie is verbonden. Dat willen zeggen frequenties plus/min 300 kHz ten opzichte van de oorspronkelijke frequentie zoals vergund in 2003.
Steunzenderfrequenties worden, bij grootsignaalgedrag, uitsluitend ingezet als de zender die de grootsignaalproblematiek veroorzaakt, ≥ 10 KW bedraagt.
De ingediende wijzigingen van de parameters en/of de inzet van een steunzender mogen bij NLCO-vergunninghouders niet tot gevolg hebben dat het demografisch meer bedraagt dan 30% van de totale Nederlandse bevolking, zoals vastgelegd in het aanvraagdocument vergelijkende toets 2003.
Een vergunning wordt pas verleend als het coördinatieproces volledig is afgerond.