Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken van 28 april 2006, nr. WJZ 6032376, houdende vaststelling van de procedure en het afwegingskader voor indiening, behandeling en beoordeling van optimalisatievoorstellen van commerciële FM-vergunninghouders (Beleidsregel optimalisatie commerciële FM-vergunningen)Beleidsregel optimalisatie commerciële FM-vergunningenDe Minister van Economische Zaken,

Besluit:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag28 april 2006De Minister van Economische Zaken, L.J.Brinkhorst

In dit besluit wordt verstaan onder

In de onderhavige procedure worden ontvangstklachten die door vergunninghouders zijn ingediend en staan vermeld in bijlage B of bijlage II bij de brief van 13 april 2006 aan alle vergunninghouders gezamenlijk en in onderling verband behandeld overeenkomstig deze beleidsregel. Vergunninghouders dienen daartoe een of meer optimalisatievoorstellen in.

Tot de procedure voor het oplossen van ingediende ontvangstklachten worden slechts toegelaten optimalisatievoorstellen die per fax op nummer 050-5877485 door Agentschap Telecom zijn ontvangen tussen 29 mei 2006, 09:00 uur en 9 juni 2006, 17:00 uur en waarmee een of meer ontvangstklachten worden opgelost die zijn vermeld in bijlage B of bijlage II bij de brief van 13 april 2006 aan alle vergunninghouders.

Een door een vergunninghouder ingediend optimalisatievoorstel wordt behandeld op basis van de algemene kaders die zijn op genomen in de bijlage bij deze beleidsregel.

Voorstellen die met toepassing van artikel 7 niet kunnen worden toegewezen, worden afgewezen.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel optimalisatie commerciële FM-vergunningen.

Bij een verplaatsing, aanpassing van de karakteristieken en de inzet van netgebonden steunzenders dient de interne Nederlandse situatie beschermd te worden, zoals aangegeven in het relevante deel uit het zerobase rapport:

Hierbij geldt:

Onder waterscheiding wordt verstaan: het beschermen van de lokale omroepzenders in de band 104.9 – 107.9 MHz. Om de frequenties binnen de LO-band te beschermen mag de beschermde veldsterkte, op de site en/of rasterpunten, niet overschreden worden.

De hieronder vermelde waardes gelden daarbij als uitgangspunt:

De berekeningen worden uitgevoerd met de volgende instellingen**:

** Deze instellingen zijn gebaseerd op de huidige lokale omroepplanning. Ten gevolge van het, inmiddels opgestarte, optimalisatie-onderzoek lokale omroep kan de norm bijgesteld worden.

Wijzigingen van vergunningsparameters, inclusief de inzet van nieuwe steunzenders, zullen in coördinatie worden gebracht.

Het moet hierbij gaan om een haalbaar verzoek en de gebruikelijke regels zijn daarbij indicatief om de haalbaarheid te beoordelen.

Agentschap Telecom bepaalt of er sprake is van een acceptabele toename van de Nederlandse bruikbare veldsterkte.

Vanwege de uniformiteit met betrekking tot het indienen van coördinatieverzoeken hanteren we het volgende uitgangspunt:

De nieuwe technische parameters, zoals coördinaten, antennehoogte en antennediagram, dus de gewenste situatie, worden als modificatie van de oorspronkelijke P- of C-status ingebracht.

Ten aanzien van het buitenland hanteren we de volgende maximale toenames van de bruikbare veldsterktes op de interferentiecontourpunten (berekend volgens Geneve’84 overeenkomst):

Ten aanzien van Duitsland wordt tevens verwezen naar de bilaterale overeenkomst van 4 maart 2004.

Indien gekozen wordt voor de inzet van nieuwe frequenties is dit uitsluitend toegestaan als deze frequenties netgebonden zijn.

Ook is het toegestaan een bestaande frequentie om te ruilen met een andere frequentie die onlosmakelijk met de oorspronkelijke frequentie is verbonden. Dat willen zeggen frequenties plus/min 300 kHz ten opzichte van de oorspronkelijke frequentie zoals vergund in 2003.

Steunzenderfrequenties worden, bij grootsignaalgedrag, uitsluitend ingezet als de zender die de grootsignaalproblematiek veroorzaakt, ≥ 10 KW bedraagt.

De ingediende wijzigingen van de parameters en/of de inzet van een steunzender mogen bij NLCO-vergunninghouders niet tot gevolg hebben dat het demografisch meer bedraagt dan 30% van de totale Nederlandse bevolking, zoals vastgelegd in het aanvraagdocument vergelijkende toets 2003.

Een vergunning wordt pas verleend als het coördinatieproces volledig is afgerond.