Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Justitie van 23 mei 2006, nr. 5422924/506/CBK, houdende aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Belastingdienst/FIOD-ECD (Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2006)Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2006 De Minister van Justitie,

Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 142, eerste lid, onder c van het Wetboek van Strafvordering, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993, artikel 3a van de Wet wapens en munitie en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag23 mei 2006De Minister van Justitie, namens deze:hoofd bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, R.R.Joesoef Djamil

In deze regeling wordt verstaan onder:

De leden van het managementteam, teamleiders en medewerkers opsporing in dienst van de Rijksbelastingdienst en werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD-ECD zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Op grond van deze regeling kunnen maximaal 1100 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

De door de voorzitter van het managementteam aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

De in artikel 6 aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren kunnen bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik maken van:

De voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/FIOD-ECD brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD-ECD aan de Minister van Justitie verslag uit over:

De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 10 genoemde besluit, behouden hun geldigheid tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 23 juni 2006 en vervalt op 23 juni 2011.

Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2006.