U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-10-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0019905

Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 mei 2006, nr. BVE/IenI-2006/22578, houdende regels voor het verstrekken van een aanvullende vergoeding voor de innovatie van het beroepsonderwijs voor de periode 2006–2009 (Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006–2009)Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Overwegende dat het wenselijk is om verschillende innovatiebudgetten te bundelen en dat voor het jaar 2006 op grond van artikel 3 van de Wet Fonds economische structuurversterking middelen zijn toegevoegd aan de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor ICES projecten op het terrein van kennisinfrastructuur;

Gelet op de artikelen 2.2.3, derde lid, 2.4.3, 12.3.8, tweede lid en 12.3.9, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.Rutte

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een instelling kan de FES-middelen die in 2007 zijn ontvangen, slechts besteden indien minimaal 35% van de kosten die zijn verbonden aan een doel, bedoeld in artikel 2, vierde lid, aan cofinanciering wordt gerealiseerd.

Voor de kenniscentra, met uitzondering van Aequor, bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor het desbetreffende kalenderjaar voor die kenniscentra beschikbare budget, welk gedeelte wordt berekend naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van artikel 4.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB, die het kenniscentrum over het desbetreffende jaar ontvangt.

Voor een AOC bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor het desbetreffende kalenderjaar voor de agrarische onderwijscentra beschikbare budget welk gedeelte wordt berekend:

Instellingen leggen jaarlijks in ieder geval via het jaarverslag aan de partijen in de regio verantwoording af over de samenwerking, de inzet van de aanvullende vergoeding en de behaalde resultaten in relatie tot de afspraken en doelen, bedoeld in artikel 3. De agrarische onderwijscentra en Aequor leggen het jaarverslag tevens over aan de partners in de Groene kenniscoöperatie.

De instellingen en de kenniscentra werken mee aan een monitor van de effecten van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009.