U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 07-08-2008.

Ministeriële regeling · BWBR0019947

Subsidieregeling VWS-subsidies

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juni 2006, nr. DWJZ-2688921, houdende vaststelling van algemene subsidieregels (de Subsidieregeling VWS-subsidies)Subsidieregeling VWS-subsidies De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 10 van de Welzijnswet 1994 en artikel 3 van de Kaderwet Volksgezondheidssubsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.Hoogervorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling is van toepassing op alle subsidieverstrekkingen door de minister op het terrein van de gezondheidsbevordering, de gezondheidsbescherming, de gezondheidszorg, de maatschappelijke zorg en de sport, tenzij daarvoor in een ministeriële regeling andere regels zijn gesteld.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Subsidies worden slechts verstrekt voor zover de minister van oordeel is dat de verstrekking past in het bekend gemaakte beleid.

Een besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekendgemaaktt.

De minister kan projectsubsidies verlenen die zich uitstrekken over meer dan een kalenderjaar.

Een projectsubsidie kan worden aangevraagd door een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, een publiekrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijke persoon.

De minister geeft een beschikking op een aanvraag van een projectsubsidie binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

De ontvanger van een projectsubsidie zorgt ervoor dat:

De ontvanger van een projectsubsidie zorgt er voor dat:

De ontvanger van een projectsubsidie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

De ontvanger van een projectsubsidie die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.

De ontvanger van een projectsubsidie werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

De minister kan bij de verlening van een projectsubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht.

Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 25, geeft de minister een beschikking tot vaststelling.

Instellingssubsidies worden verleend voor de periode van één boekjaar.

Voor het activiteitenplan en de begroting, bedoeld in artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

De minister geeft een beschikking op een aanvraag van een instellingssubsidie binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

De ontvanger van een instellingssubsidie zorgt ervoor dat:

De ontvanger van een instellingssubsidie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

De minister kan bij de verlening van een instellingssubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

De ontvanger van een instellingssubsidie die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.

De ontvanger van een instellingssubsidie werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Binnen vijf maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 43, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

De minister kan indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken.

De door subsidieontvangers op grond van artikel 7 van de Subsidieregeling welzijnsbeleid en artikel 9 van de Subsidieregeling volksgezondheid opgebouwde reservering, wordt na inwerkingtreding van deze regeling toegevoegd aan de egalisatiereserve.

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2006.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling VWS-subsidies.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen