U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2006.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 juli 2006, nr. TRCJZ/2006/1534, houdende regels betreffende eisen, administratie, registratie inzake uitoefening visserij (Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij)Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserijDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de Lid-Staten (PbEG L 276);

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (PbEG L 132);

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1382/87 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1987 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de inspectie van vissersvaartuigen (PbEG L 132);

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG L 261);

Gelet op Verordening (EG) nr. 1093/94 van de Raad van de Europese Unie van 6 mei 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vissersvaartuigen van derde landen vangsten rechtstreeks mogen aanlanden en verkopen in de havens van de Gemeenschap (PbEG L 121);

Gelet op de artikelen 4 en 17 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG L 358);

Gelet op de artikelen 13 en 15 van Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden (PbEU L 70);

Gelet op de artikelen 10 en 12 van Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (PbEU L 185);

Gelet op Verordening (EG) nr. 356/2005 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 maart 2005 houdende uitvoeringsbepalingen voor het merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren (PbEU L 56);

Gelet op Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (PbEU L 16);

Gelet op de artikelen 3, 4 en 5 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Gelet op de artikelen 3, 5 en 6, tweede en derde lid, van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag5 juli 2006De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

Het is verboden met een buitenlands vissersvaartuig de visserij uit te oefenen binnen de in artikel 3 bedoelde zone anders dan voortvloeiend uit artikel 17, tweede lid, van verordening nr. 2371/2002.

Als registratiesysteem of -bestand als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het Registratiebesluit worden erkend de aanvoergegevensbestanden van:

Het is verboden te vissen met een vissersvaartuig, indien de brutotonnage van dat vaartuig, zoals aangegeven in de op dat vaartuig betrekking hebbende meetbrief, niet is vastgesteld overeenkomstig artikel 4 van verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEG L 274).

De schipper is verplicht ervoor zorg te dragen dat:

De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit, zijn vastgesteld in bijlage 1.

Inschrijving van vissersvaartuigen in het visserijregister vindt niet plaats onder een letterteken als bedoeld in artikel 10, indien gedurende tenminste een jaar geen vissersvaartuig onder dat letterteken in het visserijregister geregistreerd heeft gestaan en vaststaat dat geen vaartuig meer in de desbetreffende gemeente kan havenen.

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op het registratienummer waaronder een buitenlands vissersvaartuig in die andere lidstaat is geregistreerd.

Degene die met een vissersvaartuig een visreis maakt van meer dan 15 dagen is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag en, voor zolang de visreis duurt, om de 15 dagen, op de wijze als bedoeld in bijlage VIII van verordening nr. 2807/83, de gegevens, bedoeld in die bijlage, te melden aan de AID ter attentie van het Visserij Controle Centrum (postbus 234, 6460 AE Kerkrade, telefax (31) 455461011).

Indien meer dan 10 ton haring, makreel, horsmakreel of een combinatie daarvan aan boord wordt gehouden van een vissersvaartuig of buitenlands vissersvaartuig, komt de opgave in het logboekgedeelte van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, van de hoeveelheden aan boord gehouden vis, overeen met de hoeveelheden die zijn opgegeven ingevolge artikel 3, vijfde lid, onderdeel 9°, van de Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988.

In afwijking van artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 2807/83, geldt een tolerantiemarge van 8%, indien het betreft visreizen gemaakt door vissersvaartuigen of buitenlandse vissersvaartuigen in de geografische gebieden:

De ondernemer bewaart een kopie van alle door of namens hem ingevulde logboeken, tevens vangstopgaveformulieren, gedurende een periode van drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin een formulier is ingediend.

De aanvoerder van vis vermeldt in zijn administratie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, de volgende gegevens:

Degene die zijn bemiddeling bij het veilen van vis verleent, vermeldt in zijn administratie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, de volgende gegevens:

Alle niet verwerkte of aan boord verwerkte vis die op Nederlands grondgebied wordt aan- of ingevoerd en die naar een andere plaats dan de plaats van aan- of invoer wordt vervoerd, moet totdat de eerste verkoop heeft plaatsgevonden, worden vergezeld door:

Indien vis, die in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap dan Nederland wordt aangeland, voor het eerst op de markt wordt gebracht op Nederlands grondgebied, overhandigt de vervoerder van de vis binnen 48 uur na het tijdstip van aanlanding een kopie van het vervoersdocument aan een ambtenaar van de AID of deponeert de vervoerder deze in een vangstopgavebus.

In afwijking van artikel 31 wordt elke hoeveelheid kabeljauw die is gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 2 van verordening nr. 423/2004, en elke hoeveelheid van meer dan 50 kg heek die is gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 811/2004, die wordt vervoerd naar een andere plaats dan de plaats van aanlanding of invoer, vergezeld van de documenten, genoemd in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, en artikel 30, onderdeel a.

Het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van het Registratiebesluit, is aanwezig aan boord van het desbetreffende vissersvaartuig en wordt op eerste vordering van de met controle belaste ambtenaren getoond.

De schipper is op eerste vordering van een ambtenaar van de AID verplicht te voldoen aan artikel 3, eerste en derde lid, van verordening nr. 1382/87.

Wijzigt de Regeling technische maatregelen 2000.

Wijzigt de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren.

1. Er wordt een monster genomen van elke in de lading aanwezige vissoort.

2. Tijdens het lossen worden afhankelijk van de hoeveelheid dozen die de lading omvat het aantal pallets geselecteerd zoals vermeld in de onderstaande tabel. De geselecteerde pallets worden overgebracht naar een koelhuis waar de pallets worden gewogen.

3. Uit de geselecteerde pallets worden per vissoort vijf dozen in het monsterlokaal uitgepakt en wordt de inhoud ontdooid tot 10 °C. De ontdooide vis wordt gewogen, evenals de verpakking.

4. Per hoeveelheid vis worden negen lege pallets gewogen teneinde het tarragewicht van de pallets vast te stellen.