Wijzigingen Officiële bron
Wet van 5 juli 2006, houdende regels betreffende de melding van zeggenschap en kapitaalbelang in, alsmede de melding van het geplaatste kapitaal van effectenuitgevende instellingen (Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen)Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de reikwijdte van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996 te vergroten, alsmede nieuwe regels te stellen met het oog op het vergroten van de doorzichtigheid van de zeggenschap en van het kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage5 juli 2006BeatrixDe Minister van Financiën ,G.ZalmDe Minister van Justitie ,J. P. H.Donnerde eerste augustus 2006De Minister van Justitie a.i. ,S. M.Dekker

Een naamloze vennootschap naar Nederlands recht of een rechtspersoon, opgericht naar het recht van een staat die niet een lidstaat is, die een uitgevende instelling wordt meldt onverwijld aan Onze Minister haar kapitaal en haar stemmen, alsmede de aandelen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij een melding als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 dienen te worden verstrekt en met betrekking tot de wijze van melden.

Een ieder die de beschikking krijgt of verliest over een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in een uitgevende instelling, meldt dat onverwijld aan Onze Minister. Aan de verplichting op grond van de vorige volzin is voldaan, indien terzake van hetzelfde feit een melding is gedaan op grond van artikel 6, eerste lid.

Een ieder die ophoudt een dochtermaatschappij te zijn en die beschikt over een substantiële deelneming of een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in een uitgevende instelling, meldt dit onverwijld aan Onze Minister.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij een melding als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 dienen te worden verstrekt en met betrekking tot de wijze van melden.

Met betrekking tot aandelen of stemmen in een rechtspersoon, opgericht naar het recht van een staat die niet een lidstaat is, waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland en voor welke aandelen Nederland lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390):

Indien een uitgevende instelling, op grond van een mededeling betreffende een melding als bedoeld in artikel 17, vierde lid, tweede volzin, of vijfde lid, tweede volzin, vermoedt dat een onjuiste melding is gedaan, stelt zij Onze Minister daarvan onverwijld in kennis.

Onze Minister kan de kosten die voor de uitvoering van deze wet worden gemaakt volgens door Onze Minister te stellen regels in rekening brengen bij de uitgevende instellingen.

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht terzake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten, kan Onze Minister, onverminderd artikel 20, eerste lid, het feit terzake waarvan de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, het overtreden voorschrift, alsmede de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, ter openbare kennis brengen.

Onze Minister kan, in afwijking van artikel 20, eerste lid, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen, het feit dat een meldingsplichtige naar zijn oordeel een onjuiste melding heeft gedaan of ten onrechte geen melding heeft gedaan ter openbare kennis brengen.

Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat Onze Minister zijn handelen of nalaten op grond van artikel 40 ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht terzake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De beschikking om op grond van artikel 40 een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:

Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 40 een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

In afwijking van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 40 ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Handelsregisterwet 1996.

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.

Vervallen

Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Wijzigt de Wet toezicht kredietwezen 1992.

Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

Wijzigt de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf.

Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.

In geval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beroep is ingesteld tegen een op grond van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996 genomen besluit wordt op het beroep beslist met toepassing van het voor dat tijdstip geldende recht.

Ingeval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet kosten in rekening zijn gebracht bij een vennootschap voor de uitvoering van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996 worden die kosten geacht verschuldigd te zijn op grond van artikel 24 van deze wet.

Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden de gegevens in het register, bedoeld in artikel 7a van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996, opgenomen in het register, bedoeld in artikel 17, eerste lid.

Wijzigt deze wet.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen.

Voor de onderstaande overtredingen, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, zijn de boetebedragen als volgt vastgesteld:

Op grond van artikel 32, tweede lid, behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.