Ministeriële regeling · BWBR0020148
Regeling aanwijzing opsporingsambtenaren luchtvaart IVW
Gelet op artikel 71, onderdeel b, van de Luchtvaartwet en artikel 11.3, eerste lid, van de Wet luchtvaart;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, M.H.Schultz van Haegen.Door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, zijn aangewezen als ambtenaren belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens de Luchtvaartwet, de Wet luchtvaart en de Luchtvaartwet BES .
Ingetrokken worden:
- a.
het besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 24 november 1981 (Stcrt. 239) houdende de aanwijzing ambtenaren als bedoeld in de Luchtvaartwet,
- b.
de Regeling van de minister van Verkeer en Waterstaat van 6 mei 1998 (Stcrt 95) houdende aanwijzing van ambtenaren van de RVI als personen belast met de opsporing van de bij of krachtens de Luchtvaartwet strafbaar gestelde feiten, en wijziging van het Besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 augustus 1995 (Stcrt. 169).
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing opsporingsambtenaren luchtvaart IVW.
Deze regeling berust tevens op artikel 61a, eerste lid, van de Luchtvaartwet BES.