Ministeriële regeling · BWBR0020189
Besluit mandaat afgifte, opschorting en intrekking vaarbewijzen, Rijnpatenten en radarpatenten 2006
Gelet op artikel 16, zesde lid, van de Binnenschepenwet, de artikelen 3.01, eerste lid, 3.02, eerste lid, 3.02, tweede lid, onder b, 3.02, vierde lid, 3.03, eerste en tweede lid, 3.06, eerste en vierde lid, 4.01, eerste en tweede lid, 4.02, eerste lid onder a, alsmede tweede en derde lid en 4.03, vijfde lid, van het Reglement Rijnpatenten 1998, alsmede de artikelen 1.02, tweede lid, 2.02, eerste lid, 3.01, eerste lid, 3,03, vierde lid, 3.04, eerste en vierde lid, en 3.05 van het Reglement radarpatenten;
Besluit:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de gemandateerden.
De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.PeijsDe algemeen directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk wordt mandaat verleend ten aanzien van:
- a.
het afgeven van het groot vaarbewijs;
- b.
de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 3.01, eerste lid, 3.02, eerste lid, 3.02, tweede lid, onder b, 3.02, vierde lid, 3.03, eerste en tweede lid, 3.06, eerste en vierde lid, 4.01, eerste en tweede lid, 4.02, eerste lid onder a, alsmede tweede en derde lid en 4.03, vijfde lid, van het Reglement Rijnpatenten 1998;
- c.
de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 1.02, tweede lid, 2.02, eerste lid, 3.01, eerste lid, 3.03, vierde lid, 3.04, eerste en vierde lid en 3.05 van het Reglement radarpatenten.
De hoofddirecteur van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB te ’s-Gravenhage wordt mandaat verleend ten aanzien van het afgeven van het klein vaarbewijs.
De Directeur Continentaal Vervoer van het Directoraat-Generaal Transport en Luchtvaart kan de gemandateerde ten aanzien van de in artikel 1, onder b en c, genoemde bevoegdheden per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheden uit met inachtneming van deze instructies.
De in de artikelen 1 en 2 genoemde gemandateerden wordt toegestaan van de hun verleende mandaten ondermandaat te verlenen aan een of meer onder hun ressorterende functionarissen.
De in de artikelen 1 en 2 genoemde gemandateerden voeren bij de uitoefening van de hun toegekende bevoegdheid een ordentelijke en voor de minister transparante administratie en verschaffen de minister desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van de hun toegekende bevoegdheid.
De in de artikelen 1 en 2 genoemde gemandateerden brengen in elk op grond van dit besluit genomen besluit tot uitdrukking, dat het is genomen namens de Minister van Verkeer en Waterstaat.
De in de artikelen 1 en 2 genoemde gemandateerden nemen geen beslissing op bezwaar- en beroepschriften, ingediend tegen een krachtens hun mandaat genomen besluit.
Het Besluit mandaat afgifte vaarbewijzen, Rijnpatenten en radarpatenten van de Minister van Verkeer en Waterstaat wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat afgifte, opschorting en intrekking vaarbewijzen, Rijnpatenten en radarpatenten 2006.