U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 27-10-2006.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 26 september 2006, houdende vaststelling van het Besluit doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006–2010Besluit vaststelling doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006–2010Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 juli 2006 , nr. WJZ/2006/27322 (2635), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 165 en 168, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 3 augustus 2006, nr. W05.06.0275/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 21 september 2006, nr. WJZ/2006 /27324 (2635), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage26 september 2006BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap , M. J. A. van derHoevende tiende oktober 2006De Minister van Justitie , E. M. H.Hirsch Ballin

De begripsbepalingen van de Wet op het primair onderwijs zijn van toepassing.

In dit besluit wordt verder verstaan onder:

Het onderwijsachterstandenbeleid op scholen en in gemeenten heeft als doel om onderwijsachterstanden van kinderen vroegtijdig te signaleren en te bestrijden, waarbij voor gemeenten de nadere voorwaarden, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 7 gelden.

Indien de som van de schoolgewichten, bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 juli 2006, van de hoofdvestigingen en nevenvestigingen van basisscholen voor zover deze zich bevinden op het grondgebied van een gemeente, gebaseerd op de leerlingenaantallen op 1 oktober 2004, 11 of meer bedraagt, wordt aan een gemeente een specifieke uitkering toegekend voor de bestrijding van onderwijsachterstanden. Deze uitkering wordt voor de schooljaren 2006–2007 tot en met 2009–2010 vastgesteld. De uitkering wordt berekend door de schoolgewichten bij elkaar op te tellen en de uitkomst te vermenigvuldigen met een bedrag van € 1368.

De gemeente besteedt de specifieke uitkering aan voorschoolse educatie en/of aan schakelklassen om onderwijsachterstanden te bestrijden, met dien verstande dat maximaal 15% van de in dat jaar verstrekte specifieke uitkering kan worden besteed aan coördinerende en/of overige activiteiten die zijn gerelateerd aan het onderwijsachterstandenbeleid.

Op voorschoolse educatie zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

Op schakelklassen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

Het vermenigvuldigingsbedrag, bedoeld in artikel 3, wordt jaarlijks aangepast op basis van de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van basisscholen, als bedoel in artikel 120, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs. Het vermenigvuldigingsbedrag wordt jaarlijks bekend gemaakt in de Staatscourant.

De specifieke uitkering en de aanpassing daarvan, bedoeld in de artikelen 3 en 8, kunnen jaarlijks worden gewijzigd, onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk achterwege worden gelaten, voor zover de toestand van ’s Rijks kas dat noodzakelijk maakt.

Een landelijke evaluatie vindt plaats na het schooljaar 2007–2008. Desgevraagd werken gemeenten en bevoegde gezagsorganen hieraan mee. De evaluatie heeft betrekking op:

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug tot en met 1 augustus 2006. Dit besluit vervalt met ingang van 1 augustus 2010.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006–2010.