U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0020360

Regeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 september 2006, nr. TRCJZ/2006/1769, houdende vaststelling van de Regeling medebewind Gemeenschappelijk LandbouwbeleidRegeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 23 van de Landbouwwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

De minister draagt, voor zover nodig in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, de aan hem in de artikelen 13, 15, behoudens voorzover het betrekking heeft op het betalen van geldbedragen, 17, 19 en 20 van de Landbouwwet toegekende bevoegdheden over aan:

De besturen van de in artikel 2 genoemde productschappen zijn gehouden ter zake van het uitoefenen van de hun overgedragen bevoegdheden het bepaalde in de door de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschappen vastgestelde of vast te stellen verordeningen met betrekking tot het handelsverkeer in de in artikel 2 bedoelde producten in acht te nemen, alsmede de ter uitvoering daarvan vastgestelde of vast te stellen regels en besluiten, waaronder begrepen regels en besluiten van de minister, in voorkomend geval vastgesteld in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, in het belang van een goede uitvoering en een juiste toepassing van bedoelde verordeningen.

De krachtens een verordening, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Landbouwwet, vastgestelde nadere regels behoeven de goedkeuring van de Directeur-generaal Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Werkzaamheden in de zin van artikel 5 komen alleen voor vergoeding in aanmerking voor zover deze voortvloeien uit door de minister aan het productschap overgedragen bevoegdheden of uit bij algemene maatregel van bestuur of door de minister vastgestelde regelingen of besluiten, waarbij de medewerking van het productschap wordt ingeroepen.

Als werkzaamheden in de zin van artikel 5 zijn met name aan te merken:

Als werkzaamheden in de zin van artikel 5 zijn niet aan te merken de bekendmaking van de getroffen regelingen aan de bedrijfsgenoten, de publicatie van tarieven van heffingen of bijdragen daaronder niet begrepen, de overige daarmede verband houdende voorlichting aan de bedrijfsgenoten en de werkzaamheden die verband houden met het uit eigen beweging of op verzoek uitbrengen van adviezen aan de centrale overheid.

Als kosten worden mede aangemerkt schadeloosstellingen die aan derden zijn betaald wegens door het productschap bij de uitvoering van de werkzaamheden toegebrachte schade, tenzij ter zake aan het productschap ernstige nalatigheid in de uitoefening van zijn taak is te verwijten.

Bij de toepassing van artikel 9 blijven buiten beschouwing kosten:

De door een productschap gedane uitgaven ter verhoging van toekomstige pensioenuitkeringen aan het personeel worden bij de berekening van de financiële bijdrage mede in aanmerking genomen voor een zelfde procentueel aandeel als geldt voor de daarbij meetellende salariskosten, tenzij het aantal aan het jaar waarover de bijdrage wordt berekend voorafgaande jaren, waarover het productschap reeds een bijdrage voor de kosten van werkzaamheden ter uitvoering van het communautair landbouwbeleid heeft genoten, kleiner is dan het gemiddeld aantal dienstjaren van het totale personeel van het productschap bij de aanvang van het jaar waarover de bijdrage wordt verleend. In dat geval, doch uitsluitend indien dit tot een lagere uitkomst leidt, wordt slechts een zodanig procentueel aandeel van deze uitgaven in aanmerking genomen als wordt gevonden door het procentueel aandeel van de salariskosten te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller en de noemer bestaan uit onderscheidenlijk het eerstbedoeld en het laatstbedoeld aantal jaren en de uitkomst vervolgens met 20% te verhogen.

De door een productschap wegens vervroegde uittreding van personeel gedane netto-uitgaven worden bij de berekening van de financiële bijdrage mede in aanmerking genomen voor een zelfde procentueel aandeel als geldt voor de daarbij meetellende salariskosten.

Op het totaal van de financiële bijdrage worden in mindering gebracht de in

het betrokken dienstjaar of de vijf daaraan voorafgaande dienstjaren ten

onrechte:

een en ander indien en voorzover terzake aan het productschap ernstige nalatigheid in de uitoefening van zijn taak te verwijten is en de gelden die deswege verloren zijn gegaan of niet zijn ontvangen nog niet aan de minister zijn vergoed.

De productschappen plegen, terstond nadat een geval is geconstateerd waarbij aan derden schade is berokkend waarvoor een schadeloosstelling wordt verlangd dan wel (mede) ten gevolge van enigerlei gedraging van het productschap ten onrechte een betaling als bedoeld in artikel 19 heeft plaatsgevonden of een oplegging, invordering of verbeurdverklaring als aldaar bedoeld is nagelaten met de minister overleg over de afwikkeling daarvan. Indien ter zake geen overeenstemming wordt bereikt beslist de minister.

De Overdrachtsregeling bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen en de Medebewindskostenbeschikking 1980 worden ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 oktober 2006.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.