U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 14-07-2016.

Wet · BWBR0020368

Wet op het financieel toezicht

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)Wet op het financieel toezichtWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de hervorming van het toezicht op de financiële markten naar een functioneel ingericht toezicht, herziening van de wetgeving met betrekking tot dat toezicht noodzakelijk maakt;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage28 september 2006BeatrixDe Minister van Financiën,G.Zalmde eenendertigste oktober 2006De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voorzover niet anders is bepaald, verstaan onder:

aanbieden:

aanbieder: degene die aanbiedt;

aangewezen staat: een staat die op grond van deze wet is aangewezen als staat waar toezicht wordt uitgeoefend op afwikkelondernemingen, beleggingsinstellingen, clearinginstellingen, natura-uitvaartverzekeraars onderscheidenlijk wisselinstellingen dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;

aanmeldingstermijn: de periode gedurende welke de effecten waarop een openbaar bod betrekking heeft, kunnen worden aangemeld;

accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

adviseren:

adviseur: degene die adviseert;

afwikkeling: de uitvoering van een besluit op grond van artikel 3A:18, eerste lid, of artikel 18, zesde lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, alsmede van een daarmee overeenkomend besluit van een afwikkelingsautoriteit in een andere staat;

Afwikkelingsraad: de Afwikkelingsraad, genoemd in artikel 42 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme;

afwikkeldiensten: werkzaamheden, gericht op:

afwikkelonderneming: degene die afwikkeldiensten verleent;

afwikkelonderneming met zetel in een niet-aangewezen staat: afwikkelonderneming met zetel in een staat buiten Nederland die niet op grond van artikel 2:3.0c, derde lid, is aangewezen als staat waar toezicht op afwikkelondernemingen wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;

Agentschap: het agentschap, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van verordening nr. (EG) 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (Pb EU 2009, L 211);

Autoriteit Financiële Markten: Stichting Autoriteit Financiële Markten;

bank: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 4 van de verordening kapitaalvereisten, niet zijnde een kredietunie met zetel in Nederland, met dien verstande dat, tenzij anders bepaald, met een bank wordt gelijkgesteld de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4;

bankspaardeposito eigen woning: spaarrekening eigen woning als bedoeld in artikel 10bis.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001;

basisbankrekening: een betaalrekening, met inbegrip van bijbehorend betaalinstrument, waarbij debetstand niet mogelijk is;

beheerder van een beleggingsinstelling: degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf het beheer voert over een of meer beleggingsinstellingen;

beheerder van een icbe: degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf het beheer voert over een of meer icbe’s;

beheren van een beleggingsinstelling: als beheerder verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in bijlage I van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen;

beheren van een individueel vermogen: in de uitoefening van een beroep of bedrijf, anders dan als beheerder van een beleggingsinstelling of beheerder van icbe, op discretionaire basis voeren van het beheer over financiële instrumenten die toebehoren aan een persoon dan wel over aan deze persoon toebehorende middelen ter belegging in financiële instrumenten op grond van een door deze persoon gegeven opdracht;

beleggerscompensatiestelsel: een stelsel omtrent een garantie voor vorderingen van beleggers in verband met beleggingsverrichtingen op banken, beleggingsondernemingen of financiële instellingen waaraan het is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen, tegen het risico dat deze financiële ondernemingen hun verplichtingen met betrekking tot die vorderingen niet kunnen nakomen;

beleggingsfonds: een niet in een beleggingsmaatschappij ondergebracht vermogen waarin ter collectieve belegging gevraagde of verkregen gelden of andere goederen zijn of worden opgenomen teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen;

beleggingsinstelling: beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen in de vorm van een beleggingsfonds of een beleggingsmaatschappij;

beleggingsinstelling met zetel in een niet-aangewezen staat: een beleggingsinstelling met zetel buiten Nederland in een staat, niet zijnde een lidstaat, die niet op grond van artikel 2:66, eerste lid, is aangewezen als staat waar toezicht wordt uitgeoefend op beleggingsinstellingen dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;

beleggingsmaatschappij: een rechtspersoon die gelden of andere goederen ter collectieve belegging vraagt of verkrijgt teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen, niet zijnde een maatschappij voor collectieve belegging in effecten;

beleggingsobject:

beleggingsonderneming: degene die een beleggingsdienst verleent of een beleggingsactiviteit verricht;

beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling: beleggingsonderneming die frequent op georganiseerde, regelmatige en systematische wijze, voor eigen rekening en buiten een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit om transacties uitvoert door orders van cliënten met betrekking tot aandelen uit te voeren;

bemiddelaar: degene die bemiddelt;

bemiddelen:

betaaldienst: bedrijfswerkzaamheid als bedoeld in de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten;

betaaldienstagent: persoon die bij de uitvoering van betaaldiensten voor rekening van een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling optreedt;

betaaldienstgebruiker: persoon die in de hoedanigheid van betaler, betalingsbegunstigde of beide van een betaaldienst gebruik maakt;

betaaldienstverlener: degene die zijn bedrijf maakt van het verlenen van betaaldiensten;

betaalinstelling: een betaaldienstverlener waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:3a is verleend;

betaalinstrument: gepersonaliseerd instrument of gepersonaliseerde instrumenten of het geheel van procedures, overeengekomen tussen de betaaldienstgebruiker en de betaaldienstverlener, waarvan de betaaldienstgebruiker gebruik maakt om een betaalopdracht te initiëren;

betaalopdracht: door een betaler of betalingsbegunstigde aan zijn betaaldienstverlener gegeven opdracht om een betalingstransactie uit te voeren;

betaalrekening: op naam van een of meer betaaldienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt;

betaler: persoon die houder is van een betaalrekening en een betalingstransactie vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij bij ontbreken van een betaalrekening, een persoon die een betaalopdracht geeft;

betalingsbegunstigde: persoon die de beoogde ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;

betalingssysteem: een geldovermakingssysteem met formele en gestandaardiseerde regelingen en gemeenschappelijke regels voor de verwerking, clearing of afwikkeling van betalingstransacties;

betalingstransactie: door de betaler of de betalingsbegunstigde geïnitieerde handeling waarbij geldmiddelen worden gedeponeerd, overgemaakt of opgenomen, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de betalingsbegunstigde zijn;

bewaarder: degene die belast is met de bewaring van de activa van een beleggingsinstelling of icbe;

bewindvoerder: de bewindvoerder, bedoeld in artikel 3:162, vierde lid, of degene die is aangewezen door de bestuurlijke of rechterlijke instanties in een andere lidstaat om saneringsmaatregelen uit te voeren;

bieder: een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap, dan wel enig naar buitenlands recht daarmee vergelijkbaar lichaam of samenwerkingsverband, door wie of namens wie al dan niet tezamen met een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen, vennootschappen of daarmee vergelijkbare lichamen of samenwerkingsverbanden een openbaar bod wordt voorbereid of uitgebracht, dan wel is uitgebracht;

bijdragende onderneming: bijdragende onderneming als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;

bijkantoor:

binnenlandse fusie: fusie tussen icbe’s met zetel in Nederland waarvan ten minste een van de betrokken beheerders een beheerder van een icbe is die op grond van artikel 2:123, vijfde lid, in een andere lidstaat rechten van deelneming mag aanbieden in een door hem beheerde icbe met zetel in Nederland;

buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling: beheerder van een beleggingsinstelling, niet zijnde een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling;

burgerservicenummer: het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

centrale kredietinstelling: een bank die met betrekking tot een groep banken tot welke groep die bank zelf ook behoort, het beleid mede bepaalt;

clearinginstelling: degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van overeenkomsten betreffende financiële instrumenten met een centrale tegenpartij die optreedt als exclusieve wederpartij bij deze overeenkomsten, waarvan de bedingen die de kern van de prestaties aangeven overeenkomen met de bedingen die deel uitmaken van overeenkomsten, gesloten door derden of door hemzelf in zijn hoedanigheid van partij, op een handelsplatform en die in de laatstbedoelde overeenkomsten de kern van de prestaties aangeven;

clearinginstelling met zetel in een niet-aangewezen staat: een clearinginstelling met zetel in een staat buiten Nederland die niet op grond van artikel 2:6, tweede lid, is aangewezen als staat waar toezicht op clearinginstellingen wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;

co-assurantie binnen de Unie: een directe schadeverzekering betreffende grote risico’s, in co-assurantie gesloten, waarbij:

consument: een niet in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep handelende natuurlijke persoon aan wie een financiële onderneming een financiële dienst verleent;

coördinator: de coördinator, die ingevolge artikel 10, eerste lid, van de richtlijn financiële conglomeraten verantwoordelijk is voor de coördinatie en de uitoefening van het aanvullend toezicht op een financieel conglomeraat;

deelnemende onderneming: een moederonderneming, een onderneming die een richtlijndeelneming bezit of een onderneming die met een andere onderneming verbonden is door het feit dat zij daarover een centrale leiding uitoefent krachtens een door deze ondernemingen gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van een of meer van deze ondernemingen, dan wel door het feit dat de bestuurs-, leidinggevende, of toezichthoudende organen van deze ondernemingen gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in meerderheid bestaan uit dezelfde personen;

deelnemer: aandeelhouder of deelgerechtigde in een beleggingsinstelling of icbe;

deposito: een tegoed dat wordt gevormd door op een rekening staande gelden of dat tijdelijk uit normale banktransacties voortvloeit, en dat een bank onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden dient terug te betalen, met inbegrip van een termijndeposito en een spaardeposito, met uitzondering van een tegoed waarvan:

depositogarantiestelsel: een stelsel omtrent een garantie voor vorderingen van depositohouders op banken tegen het risico dat deze banken hun verplichtingen met betrekking tot die vorderingen niet kunnen nakomen;

dochteronderneming:

waarbij een dochteronderneming van een dochteronderneming eveneens wordt aangemerkt als dochteronderneming van de moederonderneming;

doelvennootschap: de instelling waarvan effecten zijn uitgegeven waarop een openbaar bod is aangekondigd, wordt uitgebracht of dient te worden uitgebracht;

duurzame drager: een hulpmiddel dat een persoon in staat stelt om aan hem persoonlijk gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;

effect:

eigenwoningschuld: eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 10bis.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001;

elektronisch geld: geldswaarde die elektronisch of magnetisch is opgeslagen die een vordering op de uitgever vertegenwoordigt, die is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten als bedoeld in artikel 4, punt 5, van de richtlijn betaaldiensten, en waarmee betalingen kunnen worden verricht aan een andere persoon dan de uitgever;

elektronische weg: elektronische apparatuur voor de verwerking, met inbegrip van digitale compressie, opslag en verzending van gegevens via draden, radio, optische technologieën of andere elektromagnetische middelen;

elektronischgeldinstelling: degene die zijn bedrijf maakt van de uitgifte van elektronisch geld;

entiteit voor risico-acceptatie: instelling, niet zijnde een verzekeraar, die door een verzekeraar overgedragen risico’s accepteert en de acceptatie van die risico’s uitsluitend financiert door van derden gelden aan te trekken terzake waarvan de terugbetalingsverplichtingen zijn achtergesteld bij de betalingsverplichtingen die ontstaan uit het accepteren van de overgedragen risico’s;

entiteit voor risico-acceptatie met zetel in een niet-aangewezen staat: entiteit voor risico-acceptatie met zetel in een staat die geen lidstaat is die niet op grond van artikel 2:54d, tweede lid, is aangewezen als staat waar toezicht op entiteiten voor risico-acceptatie wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;

EU-moederinstelling: een EU-moederinstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 29, van de verordening kapitaalvereisten;

EU-moederonderneming:

Europese bank: bank met zetel in een andere lidstaat die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft;

Europese beleggingsinstelling:

Europese beleggingsonderneming: beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft;

Europese herverzekeraar: herverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die aldaar een vergunning heeft voor de uitoefening van zijn bedrijf die overeenkomt met die in artikel 2:26a;

Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar: levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die aldaar een vergunning heeft voor de uitoefening van zijn bedrijf als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn solvabiliteit II;

Europese toezichthoudende autoriteiten: de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Bankautoriteit;

feeder-beleggingsinstelling: beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel m, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen;

feeder-icbe: een icbe die ten minste 85 procent van het beheerd vermogen belegt in rechten van deelneming in een master-icbe;

financieel conglomeraat: een financieel conglomeraat als bedoeld in artikel 2, punt 14, van de richtlijn financiële conglomeraten;

financieel instrument:

financieel product:

financiële dienst:

financiëledienstverlener: degene die een ander financieel product dan een financieel instrument aanbiedt, die adviseert over een ander financieel product dan een financieel instrument of die bemiddelt, herverzekeringsbemiddelt, optreedt als gevolmachtigd agent of optreedt als ondergevolmachtigde agent;

financiële holding: een financiële instelling die als dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk banken, beleggingsondernemingen in de zin van de verordening kapitaalvereisten of financiële instellingen heeft, van welke dochterondernemingen er ten minste één een bank of één beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten is, en die geen gemengde financiële holding is;

financiële instelling: degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden, bedoeld onder 2 tot en met 12 en 15 in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten, of van het verwerven of houden van deelnemingen;

financiële onderneming:

fonds voor collectieve belegging in effecten: niet in een maatschappij voor collectieve belegging in effecten ondergebracht vermogen waarin ter collectieve belegging gevraagde of verkregen gelden of andere goederen zijn of worden opgenomen teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen;

gecontroleerde onderneming:

gekwalificeerde belegger:

gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal van een onderneming of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten in een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming, waarbij bij het bepalen van het aantal stemrechten dat iemand in een onderneming heeft, tot diens stemrechten mede worden gerekend de stemmen waarover hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van artikel 5:45;

geldmiddelen: chartaal geld, giraal geld of elektronisch geld;

geldwisseltransactie: transactie waarbij munten of bankbiljetten worden omgewisseld tegen andere munten of bankbiljetten en waarbij de geldmiddelen niet op een betaalrekening worden aangehouden;

gemeentelijke kredietbank: een aanbieder van krediet, opgericht door een of meer gemeenten;

gemengde financiële holding: gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 2, punt 15, van de richtlijn financiële conglomeraten;

gemengde holding: een moederonderneming die geen bank, financiële holding of gemengde financiële holding is en die ten minste één bank of één beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten als dochteronderneming heeft;

gemengde verzekeringsholding: een moederonderneming die geen gemengde financiële holding, herverzekeraar, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of verzekeringsholding is, en die een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een lidstaat als dochteronderneming heeft;

geoorloofde debetstand: door een aanbieder van krediet aan een consument toegestaan debetsaldo van een rekening;

geregistreerde gedekte obligatie: obligatie, behorend tot een categorie die:

gereglementeerde entiteit: een gereglementeerde entiteit als bedoeld in artikel 2, punt 4, van de richtlijn financiële conglomeraten;

gereglementeerde informatie: informatie die een uitgevende instelling of een persoon die zonder toestemming van de uitgevende instelling de toelating van haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt heeft aangevraagd, algemeen verkrijgbaar stelt op grond van artikel 5:25c tot en met 5:25e, 5:25h of 5:25i;

gereglementeerde markt: multilateraal systeem dat meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten – binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem – samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en de systemen van die markt tot de handel zijn toegelaten, en dat regelmatig en overeenkomstig de geldende regels inzake de vergunningverlening en het doorlopende toezicht werkt;

gevolmachtigde agent: degene die optreedt als gevolmachtigde agent;

grensoverschrijdende fusie: een fusie tussen

groepstoezichthouder: een toezichthouder of toezichthoudende instantie die is aangewezen ingevolge de criteria, bedoeld in artikel 247 van de richtlijn solvabiliteit II;

grondstoffenderivaat: een financieel instrument als bedoeld in de onderdelen e, f en g van de definitie van financieel instrument;

grote risico’s:

handelen voor eigen rekening: met eigen kapitaal handelen in financiële instrumenten, hetgeen resulteert in het uitvoeren van transacties;

handelsportefeuille: handelsportefeuille als bedoeld in artikel 4 van de verordening kapitaalvereisten;

hefboomfinanciering: methode als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel v, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen;

herverzekeraar: degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van herverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die herverzekeringen;

herverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat: herverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die niet op grond van artikel 2:26d, derde lid, of krachtens artikel 172 van de richtlijn solvabiliteit II is aangewezen als staat waar toezicht op herverzekeraars wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;

herverzekering: verzekering waarbij risico’s worden geaccepteerd die door een verzekeraar worden overgedragen;

herverzekeringsbemiddelaar: degene die herverzekeringsbemiddelt;

herverzekeringsbemiddelen: alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst waarbij risico’s uit overeenkomsten inzake een verzekering worden overgenomen of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een dergelijke overeenkomst;

hypothecair krediet:

IAS-verordening: verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243);

in aanmerking komende tegenpartij:

icbe: maatschappij voor collectieve belegging in effecten of fonds voor collectieve belegging in effecten, in de vorm van:

institutionele belegger:

intragroepsovereenkomsten en -posities: elke overeenkomst en de daaruit voortvloeiende financiële verhoudingen tussen een financiële onderneming in een richtlijngroep en hetzij een ander richtlijngroepslid hetzij een met een richtlijngroepslid in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur verbonden persoon;

krediet:

kredietunie: coöperatie waarvan de leden op grond van hun beroep of bedrijf zijn toegelaten tot het lidmaatschap van de coöperatie, die haar bedrijf maakt van:

levensverzekeraar: degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van levensverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die levensverzekeringen;

levensverzekering: een levensverzekering als bedoeld in artikel 975 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat de prestatie van de levensverzekeraar uitsluitend in geld geschiedt, of een natura-uitvaartverzekering als bedoeld in dit artikel;

lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

lidstaat van herkomst van de beheerder van een beleggingsinstelling: lidstaat waar de beheerder zijn zetel heeft of de in overeenstemming met hoofdstuk VII van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen vastgestelde referentielidstaat van de beheerder;

lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling:

limietorder: een order om een financieel instrument tegen de opgegeven limietkoers of een betere koers en voor een gespecificeerde omvang te kopen of te verkopen;

maatschappij voor collectieve belegging in effecten: rechtspersoon voor collectieve belegging in effecten die gelden of andere goederen ter collectieve belegging vraagt of verkrijgt teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen;

marketmaker: persoon die op de financiële markten doorlopend blijk geeft van de bereidheid voor eigen rekening te handelen door financiële instrumenten tegen door hem vastgestelde prijzen te kopen en te verkopen;

marktexploitant: persoon die een gereglementeerde markt beheert of exploiteert;

master-beleggingsinstelling: een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel y, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen;

master-icbe: een icbe die:

moedermaatschappij: een rechtspersoon die een of meer dochtermaatschappijen heeft als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

moederonderneming:

multilaterale handelsfaciliteit: door een beleggingsonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten, binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels, samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig de geldende regels inzake de vergunningverlening en het doorlopende toezicht;

natura-uitvaartverzekeraar: degene die, geen levensverzekeraar zijnde, zijn bedrijf maakt van het sluiten van natura-uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die natura-uitvaartverzekeringen;

natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat: een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een staat buiten Nederland die niet op grond van artikel 2:50, tweede lid, is aangewezen als staat waar toezicht op natura-uitvaartverzekeraars wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;

natura-uitvaartverzekering: een verzekering in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon waarbij de verzekeraar zich verbindt tot het leveren van een prestatie die niet tevens inhoudt het doen van een geldelijke uitkering;

Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;

Nederlandse bank: bank met zetel in Nederland die voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft;

Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling: beheerder van een beleggingsinstelling, welke beheerder:

Nederlandse beleggingsinstelling: beleggingsinstelling met zetel in Nederland;

Nederlandse beleggingsonderneming: een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten met zetel in Nederland, die voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft;

Nederlandse EU-moederbank: Nederlandse moederbank die zelf geen dochteronderneming is van een Nederlandse of Europese bank of beleggingsonderneming of van een financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in een lidstaat;

Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming: moederbeleggingsonderneming met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een beleggingsonderneming, bank of van een financiële holding met zetel in een lidstaat;

Nederlandse financiële EU-moederholding: financiële holding met zetel in Nederland die geen dochteronderneming is van een Nederlandse of Europese bank of beleggingsonderneming of van een financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in een lidstaat;

Nederlandse financiële moederholding: financiële holding met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een Nederlandse bank of Nederlandse beleggingsonderneming of van een financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in Nederland;

Nederlandse gemengde financiële EU-moederholding: Nederlandse gemengde financiële moederholding die geen dochteronderneming is van een bank of beleggingsonderneming waaraan een vergunning is verleend in een lidstaat of van een financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in een lidstaat;

Nederlandse gemengde financiële moederholding: gemengde financiële holding met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een Nederlandse bank of Nederlandse beleggingsonderneming of van een financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in Nederland;

Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar: herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland die voor de uitoefening van zijn bedrijf een vergunning heeft als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn solvabiliteit II;

Nederlandse moederbank: bank met zetel in Nederland die een beleggingsonderneming, bank of financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een dergelijke financiële onderneming en die zelf geen dochteronderneming is van een andere Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse bank, financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in Nederland;

Nederlandse moederbeleggingsonderneming: beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een beleggingsonderneming, bank of financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een dergelijke financiële onderneming en die zelf geen dochteronderneming is van een andere Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse bank of financiële holding met zetel in Nederland;

nevendienst:

niet-Europese bank: bank met zetel in een staat die geen lidstaat is die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft;

niet-Europese beleggingsinstelling: beleggingsinstelling, niet zijnde een Europese beleggingsinstelling;

niet-Europese beleggingsonderneming: beleggingsonderneming waaraan een vergunning is verleend in een staat die geen lidstaat is waar naar het oordeel van de Nederlandsche Bank het prudentieel toezicht ten minste gelijkwaardig is aan het prudentieel toezicht op grond van deze wet;

niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar: herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die aldaar een vergunning heeft voor de uitoefening van zijn bedrijf;

niet-professionele belegger: een cliënt die niet een professionele belegger is;

onderbemiddelaar: een bemiddelaar die bemiddelt voor een andere bemiddelaar;

ondergevolmachtigde agent: degene die optreedt als ondergevolmachtigde agent;

onderneming die nevenactiviteiten verricht: een onderneming die activiteiten verricht die ten opzichte van de hoofdactiviteiten van een beleggingsonderneming of bank het karakter van ondersteunende activiteit hebben;

Onze Minister: Onze Minister van Financiën;

openbaar bod: een door middel van een openbare mededeling gedaan aanbod als bedoeld in artikel 217, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek op effecten, dan wel een uitnodiging tot het doen van een aanbod op effecten, waarbij de bieder het oogmerk heeft deze effecten te verwerven;

optreden als gevolmachtigde agent: het in de uitoefening van een beroep of bedrijf als gevolmachtigde van een verzekeraar voor diens rekening sluiten van een verzekering met een cliënt;

optreden als ondergevolmachtigde agent: het in de uitoefening van een beroep of bedrijf op grond van een ondervolmacht afgegeven door een gevolmachtigde agent of door een ondergevolmachtigde agent als gevolmachtigde van een verzekeraar voor diens rekening sluiten van een verzekering met een cliënt;

opvanginstelling: een naamloze vennootschap met zetel in Nederland die uitsluitend tot doel heeft in opdracht van de Nederlandsche Bank een in problemen verkerende levensverzekeraar op te vangen door herverzekering of overname van de portefeuille van de levensverzekeraar;

opvorderbare gelden: deposito’s of andere terugbetaalbare gelden als bedoeld in de definitie van kredietinstelling in artikel 4 van de verordening kapitaalvereisten;

overwegende zeggenschap: het kunnen uitoefenen van ten minste 30 procent van de stemrechten in een algemene vergadering van een naamloze vennootschap;

personen met wie in onderling overleg wordt gehandeld: natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen met wie, onderscheidenlijk waarmee wordt samengewerkt op grond van een overeenkomst met als doel het verwerven van overwegende zeggenschap in een naamloze vennootschap of, indien de samenwerking geschiedt met de doelvennootschap, het dwarsbomen van het welslagen van een aangekondigd openbaar bod op die vennootschap; de volgende categorieën natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen worden in elk geval geacht in onderling overleg te handelen:

persoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon;

pensioenbewaarder: rechtspersoon die belast is met de bewaring van het vermogen van een premiepensioeninstelling voor zover dat voortvloeit uit de uitvoering van premieregelingen;

pensioendeelnemer: natuurlijke persoon die op grond van zijn beroepswerkzaamheden gerechtigd zal zijn pensioenuitkeringen te ontvangen overeenkomstig de bepalingen van een pensioenregeling;

pensioenfonds:

pensioengerechtigde: natuurlijke persoon die pensioenuitkeringen ontvangt;

pensioenregeling: overeenkomst, trustakte of voorschriften waarin bepaald is welke pensioenuitkeringen worden toegezegd en onder welke voorwaarden;

pensioenuitkering: uitkering die wordt uitbetaald bij het bereiken of naar verwachting bereiken van de pensioendatum, of, wanneer deze een aanvulling op die uitkering vormen en op bijkomende wijze worden verstrekt, in de vorm van betalingen bij overlijden, arbeidsongeschiktheid of beëindiging van de werkzaamheid, dan wel in de vorm van ondersteunende betalingen of diensten in geval van ziekte, behoeftigheid of overlijden;

pensioenvermogen: het vermogen inzake een pensioenregeling;

plaats van uitvoering: gereglementeerde markt, multilaterale handelsfaciliteit, beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, marketmaker of andere liquiditeitsverschaffer of entiteit die in een derde land een soortgelijke taak verricht als die van een van de voornoemde partijen;

plaatselijke onderneming: degene die uitsluitend voor eigen rekening of voor rekening van beleggingsondernemingen die tot die markten zijn toegelaten, of deze beleggingsondernemingen een prijs geeft voorzover de uitvoering en afwikkeling van de transacties geschieden onder de verantwoordelijkheid van en worden gegarandeerd door een clearinginstelling met zetel in Nederland, handelt op de markten voor:

premie: de in geld uitgedrukte prestatie door de verzekeringnemer te leveren uit hoofde van een verzekering, daaronder niet begrepen de assurantiebelasting;

premiepensioeninstelling: onderneming die is opgericht met als doel om premieregelingen en andere regelingen waarbij de premiepensioeninstelling geen verzekeringstechnisch risico draagt uit te voeren welke op grond van de toepasselijke wetgeving zijn aangemerkt als arbeidsgerelateerde pensioenregelingen;

premiepensioenvordering: vordering van een pensioendeelnemer of pensioengerechtigde op een premiepensioeninstelling vanwege een toegezegde pensioenuitkering;

premieregeling: pensioenregeling inzake een vastgestelde premie die uiterlijk op de pensioendatum wordt omgezet in een pensioenuitkering en waarbij de betaalde premie wordt belegd tot aan de datum van omzetting in een pensioenuitkering;

professionele belegger:

professionele marktpartij:

prospectusverordening:verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van advertenties betreft (PbEU L 149);

provisie: beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, voor het bemiddelen of adviseren ter zake van een financieel product of het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst;

raamovereenkomst voor betaaldiensten: overeenkomst die de uitvoering beheerst van afzonderlijke en opeenvolgende betalingstransacties en die de verplichtingen en voorwaarden voor de opening van een betaalrekening kan omvatten;

rechtsbijstandverzekeraar: een schadeverzekeraar die de branche Rechtsbijstand uitoefent;

reclame-uiting: iedere vorm van informatieverstrekking die dient ter aanprijzing van of een wervend karakter kent ter zake van een bepaalde financiële dienst of een bepaald financieel product;

registerhouder:

relevante toezichthoudende instanties: relevante bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 2, punt 17, van de richtlijn financiële conglomeraten;

richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen:richtlijn nr. 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) Nr. 1060/2009 en (EU) Nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174);

richtlijn betaaldiensten:richtlijn nr. 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt (PbEU L 319);

richtlijn depositogarantiestelsels: richtlijn nr. 2014/49/EU van het Europees parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels (herschikking) (PbEU L 2014, 173);

richtlijn financiële conglomeraten:richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2002, L 35);

richtlijn financiëlezekerheidsovereenkomsten: richtlijn nr. 2002/47/EG van het Europees parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PbEU 2002, L 168);

richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen: richtlijn nr. 2014/59/EU van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 173);

richtlijn hypothecair krediet:richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PbEU 2014. L 60/34);

richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten:richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PbEU 2009, L 302);

richtlijn jaarrekening:richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182);

richtlijn kapitaalvereisten:richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2103 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PbEU 2013, L 176);

richtlijn markten voor financiële instrumenten: richtlijn nr. 2004/39/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PbEU L 145);

richtlijn marktmisbruik:richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);

richtlijn prospectus:richtlijn nr. 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van richtlijn nr. 2001/34/EG (PbEG L 345);

richtlijn solvabiliteit II: richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU 2009, L 335);

richtlijn transparantie: richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390);

richtlijn verzekeringsbemiddeling:richtlijn nr. 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (PbEG L 9);

richtlijndeelneming:

richtlijngroep:

richtlijngroepslid: een onderneming die behoort tot een richtlijngroep;

risicoconcentratie: alle door de richtlijngroepsleden in een financieel conglomeraat ingenomen potentieel verliesgevende posities die groot genoeg zijn om de solvabiliteit of de financiële positie in het algemeen van de gereglementeerde entiteiten in het conglomeraat in gevaar te brengen;

salderen: vaststellen van geldelijke vorderingen of verplichtingen van betaaldienstverleners uit hoofde van betaalopdrachten van betaaldienstgebruikers;

saneringsmaatregel: de noodregeling, bedoeld in afdeling 3.5.5, of een maatregel, genomen in een andere lidstaat, die enigerlei optreden van de aldaar bevoegde instanties behelst en bestemd is om de financiële positie van een bank of een verzekeraar in stand te houden of te herstellen, en van dien aard is dat de maatregel bestaande rechten van derden aantast;

schadeverzekeraar: degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van schadeverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die schadeverzekeringen;

schadeverzekering:

met dien verstande dat voor de toepassing van deze wet een verzekering slechts als schadeverzekering wordt aangemerkt indien sprake is van een uitkeringsplicht ten gevolge van een onzeker voorval of een onzekere omstandigheid waardoor de verzekerde in zijn belangen wordt getroffen;

staat waar het risico is gelegen:

subfonds: administratief afgescheiden gedeelte van het vermogen van een beleggingsinstelling of icbe waarvoor een separaat beleggingsbeleid wordt gevoerd en waarin specifiek voor dat gedeelte ter collectieve belegging gevraagde of verkregen gelden of andere goederen zijn of worden opgenomen teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen onder specifiek voor dat gedeelte geldende voorwaarden;

techniek voor communicatie op afstand: ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van een financiële onderneming en een consument of cliënt, kan worden gebruikt voor het verlenen van financiële diensten;

toezichthoudende instantie: een buitenlandse overheidsinstantie of een buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie, die is belast met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn;

toezichthouder: de Nederlandsche Bank of de Autoriteit Financiële Markten, ieder voor zover belast met de uitoefening van taken ingevolge deze wet;

uitbesteden: het door een financiële onderneming verlenen van een opdracht aan een derde tot het ten behoeve van die financiële onderneming verrichten van werkzaamheden:

uitgevende instelling: een ieder die effecten heeft uitgegeven of voornemens is effecten uit te geven;

uitvoeringskosten: uitgaven die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een order met betrekking tot een financieel instrument en die ten laste komen van de cliënt;

uitvoeringsrichtlijn markten voor financiële instrumenten: richtlijn nr. 2006/73/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PbEU L 241);

uitvoeringsverordening instellingen voor collectieve belegging in effecten: verordening (EU) nr. 584/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft de vorm en inhoud van de gestandaardiseerde kennisgeving en icbe-verklaring, het gebruik van elektronische communicatie tussen bevoegde autoriteiten voor kennisgevingsdoeleinden, alsook procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse en de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten (PbEU L 176);

uitvoeringsverordening markten voor financiële instrumenten: verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europese Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn betreft (PbEU L 241);

vangnetregeling: het beleggerscompensatiestelsel of het depositogarantiestelsel;

verbonden agent: persoon die, onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één beleggingsonderneming voor wier rekening hij optreedt de beleggingsdiensten als bedoeld in de onderdeel a, d of e van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 verleent en deze diensten of nevendiensten bij cliënten aanbeveelt;

verbonden onderneming: een dochteronderneming, een andere onderneming waarin een richtlijndeelneming bestaat of een onderneming die met een andere onderneming verbonden is door een door die andere onderneming uitgeoefende centrale leiding krachtens een door deze ondernemingen gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van een of meer van deze ondernemingen, dan wel door het feit dat de bestuurs-, leidinggevende, of toezichthoudende organen van deze ondernemingen gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in meerderheid bestaan uit dezelfde personen;

verlenen van een beleggingsdienst:

vermogensbeheerder: degene die een individueel vermogen beheert;

verordening 1227/2011: verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PbEU 2011, L 326), alsmede de door de Europese Commissie vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen op grond van verordening 1227/2011;

verordening (EU) nr. 1095/2010: verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) tot wijziging van Besluit nr. 7176/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (Pb EU 2010, L 331);

verordening bankentoezicht: verordening (EU) Nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287);

verordening centrale effectenbewaarinstellingen: verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257);

verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme: verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225);

verordening grensoverschrijdende betalingen: verordening (EG) Nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001 (PbEU L 266);

verordening kapitaalvereisten: verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176);

verordening markten voor financiële instrumenten: verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2014, L 173);

verordening ratingbureaus: verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU L 302);

verrichten van diensten:

verrichten van een beleggingsactiviteit:

vertegenwoordiger van een verzekeraar: degene die door een levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar is aangesteld om hem te vertegenwoordigen in een andere staat dan de staat van de zetel van die verzekeraar bij de uitoefening van de bevoegdheden van die verzekeraar en bij de naleving van de voorschriften die in eerstbedoelde staat voor die verzekeraar gelden;

verzekeraar: herverzekeraar, levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar;

verzekeraar met beperkte risico-omvang: een verzekeraar die ingevolge artikel 4, 7 of 10 van de richtlijn solvabiliteit II is uitgesloten van het toepassingsgebied van die richtlijn en geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van die richtlijn om een vergunning aan te vragen of te behouden;

verzekering:

verzekeringsholding: een moederonderneming die geen gemengde financiële holding is, een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een lidstaat als dochteronderneming heeft en die uitsluitend of hoofdzakelijk richtlijndeelnemingen houdt in dochterondernemingen die herverzekeraars, levensverzekeraars of schadeverzekeraars zijn;

verzekeringsrichtlijngroep: een richtlijngroep als bedoeld in artikel 213, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de richtlijn solvabiliteit II;

vestiging: bijkantoor of zetel;

vordering uit hoofde van verzekering: een vordering, rechtstreeks op de verzekeraar, van een verzekerde, verzekeringnemer, begunstigde of benadeelde, met inbegrip van de vordering ter zake van voor deze personen gereserveerde bedragen zo lang nog niet alle elementen van de vordering bekend zijn, alsmede de vordering tot teruggave van premies die een verzekeraar heeft ontvangen in de niet beantwoorde verwachting dat een verzekering zou worden gesloten dan wel heeft ontvangen op grond van een verzekering die vervolgens is ontbonden of vernietigd;

wisselinstelling: degene die zijn bedrijf maakt van het verrichten van wisseltransacties;

wisselinstelling met zetel in een niet-aangewezen staat: een wisselinstelling met zetel in een staat buiten Nederland die niet op grond van artikel 2:54l, tweede lid, is aangewezen als staat waar toezicht op wisselinstellingen wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen;

wisseltransactie:

zetel: de plaats waar een onderneming volgens haar statuten of reglementen is gevestigd of, indien zij geen rechtspersoon is, de plaats waar die onderneming haar hoofdvestiging heeft.

Voor de toepassing van het ingevolge deze wet bepaalde wordt onder financiële onderneming mede verstaan de persoon die behoort tot een van de categorieën van financiële ondernemingen en die niet tot doel heeft het maken van winst.

De Nederlandsche Bank is geen afwikkelonderneming, clearinginstelling of bank in de zin van deze wet.

Deze wet is niet van toepassing op:

De herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars, verenigd onder de naam Lloyd’s, te Londen, Verenigd Koninkrijk, worden voor de toepassing van deze wet tezamen als een herverzekeraar, een levensverzekeraar of een schadeverzekeraar beschouwd.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke van de ingevolge deze wet gestelde regels met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar en het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar, onder daarbij te stellen voorwaarden, niet van toepassing zijn op verzekeraars die behoren tot een van de volgende categorieën:

Voor toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten aanzien van het bedrijf van schadeverzekeraar wordt de Zwitserse Bondsstaat aangemerkt als lidstaat, met dien verstande dat met betrekking tot bepaalde onderwerpen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur afwijkende regels kunnen worden gesteld.

Vervallen

Het ingevolge deze wet bepaalde ten aanzien van icbe’s is niet van toepassing op:

Deze wet, met uitzondering van dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële markten, is niet van toepassing op:

Onder het verlenen van een financiële dienst in Nederland wordt mede verstaan het verlenen van een financiële dienst die kan worden aangemerkt als dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in een andere lidstaat door een financiële onderneming vanuit een vestiging in Nederland.

Deze wet, met uitzondering van het deel Gedragstoezicht financiële markten, is niet van toepassing op het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten voorzover:

Het ingevolge deze wet bepaalde met betrekking tot de onderdelen a en b van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 is niet van toepassing op:

Deze wet is niet van toepassing op:

Het bepaalde ingevolge de artikelen 4:9, eerste tot en met vierde lid, 4:10, 4:11, tweede en derde lid, 4:13, eerste en tweede lid, 4:15, eerste en tweede lid, 4:19, 4:20, eerste lid, 4:23, eerste tot en met derde lid, en 4:73, eerste tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op het bemiddelen in verzekeringen en het herverzekeringsbemiddelen vanuit Nederland ten behoeve van cliënten die hun gewone verblijfplaats hebben in een andere lidstaat.

De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling welke is verricht in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels is niet uit dien hoofde aantastbaar, behalve voorzover in deze wet anders is bepaald.

Indien een verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verplicht tot aanwijzing van een orgaan op het terrein van de financiële markten waarbij buitengerechtelijke geschillenprocedures kunnen worden aangespannen, wordt bij algemene maatregel van bestuur het ter zake bevoegde orgaan aangewezen.

Bij ministeriële regeling kunnen, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in bindende EU-rechtshandelingen is bepaald, regels worden gesteld met betrekking tot door de toezichthouder te publiceren algemene informatie over de wijze van uitoefening van het toezicht op grond van deze wet, met inbegrip van relevante regelgeving.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Autoriteit Financiële Markten raadpleegt de Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, alvorens zij een vergunning verleent aan een beleggingsonderneming die:

Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op een goede uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen met betrekking tot financiële markten of op die markten werkzame personen regels worden gesteld met betrekking tot de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op een goede uitvoering van de in de artikelen 1:24 tot en met 1:25a bedoelde taken nadere regels worden gesteld met betrekking tot de samenwerking tussen de toezichthouders en de samenwerking met de Autoriteit Consument en Markt.

Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de samenwerking tussen de toezichthouder en de toezichthoudende instanties van andere lidstaten en de verstrekking van gegevens of inlichtingen door de toezichthouder aan die toezichthoudende instanties.

De Nederlandsche Bank vordert de voor het verzekeringsrichtlijngroepstoezicht benodigde inlichtingen slechts rechtstreeks van de ondernemingen in de verzekeringsrichtlijngroep, indien die inlichtingen eerst van de Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar zijn gevorderd, maar niet of niet tijdig zijn verkregen.

Vervallen

Indien een marktexploitant waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend in een andere lidstaat voorzieningen heeft getroffen waardoor het voor deelnemers of leden van de gereglementeerde markt mogelijk is om vanuit die lidstaat daarop te handelen, en de werkzaamheden van de gereglementeerde markt van aanzienlijk belang zijn voor de werking van de effectenmarkten en de bescherming van de beleggers in die lidstaat, maakt de Autoriteit Financiële Markten, onverminderd artikel 1:51, afspraken met de relevante toezichthoudende instanties in die lidstaat over de uitoefening van haar toezicht.

De Nederlandsche Bank neemt deel aan het betrokken college van toezichthouders, indien zij toezicht houdt op een dochteronderneming van een EU-moederbeleggingsonderneming, een EU-moederbank, een financiële EU-moederholding, of een in Nederland gelegen significant bijkantoor van een beleggingonderneming of bank als bedoeld in artikel 1:51c. Zij kan ook deelnemen in haar hoedanigheid van centrale bank.

De Nederlandsche Bank kan de inlichtingen, bedoeld in artikel 1:74, eerste lid, zelf dan wel door middel van de personen, bedoeld in artikel 1:72, eerste lid, ter plaatse verifiëren bij:

De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 wordt verleend, indien de aanvrager:

Indien een financiële instelling met zetel in Nederland die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft niet langer voldoet aan artikel 3:110, derde tot en met zesde lid, stelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instanties van andere lidstaten waar die financiële instelling vanuit een bijkantoor haar bedrijf uitoefent of financiële diensten verleent, dan wel waarnaar zij diensten verricht, daarvan in kennis.

De Nederlandsche Bank stelt de desbetreffende toezichthoudende instanties van de andere lidstaten in kennis van een vergunning die ingevolge deze wet voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is verleend aan een dochtermaatschappij van een onderneming waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is. In een kennisgeving als bedoeld in de vorige volzin wordt de structuur van de groep vermeld.

De Nederlandsche Bank stelt de desbetreffende toezichthoudende instanties van de andere lidstaten in kennis van een verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 voor een gekwalificeerde deelneming in een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, indien door de gekwalificeerde deelneming de herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar een dochteronderneming wordt van een onderneming waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is.

Indien een systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel q, van de Faillissementswet een goed overdraagt met de bedoeling een vorm van zekerheid te verschaffen aan een andere systeemexploitant in verband met een interoperabel systeem en op deze overdracht artikel 84, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is, worden de in verband met die zekerheid bestaande rechten van de systeemexploitant die de zekerheid verstrekte, niet aangetast door insolventieprocedures ten aanzien van de systeemexploitant aan wie de zekerheid werd verstrekt.

De Autoriteit Financiële Markten kan de beheerder van een beleggingsinstelling of de beheerder van een icbe door middel van een aanwijzing verplichten om in het algemeen belang of in het belang van de deelnemers de inschrijving, inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming op te schorten.

De toezichthouder kan aan de houder van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank als bedoeld in artikel 2:11, van een vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2:99, of van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van centrale effectenbewaarinstelling in de zin van de verordening centrale effectenbewaarinstellingen, een boete opleggen van de derde categorie, bedoeld in artikel 1:81, tweede lid, indien de vergunninghouder bij de aanvraag van de vergunning:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien de Nederlandsche Bank ingevolge afdeling 3.6.2. toezicht houdt op geconsolideerde basis op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank dan wel toezicht houdt op een financiële onderneming binnen een groep waarop geconsolideerd toezicht wordt gehouden, brengt zij Onze Minister en de instanties, bedoeld in artikel 1:93, eerste lid, onderdeel a, onverwijld op de hoogte van noodsituaties, waaronder ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten, die de liquiditeit van de markt en de stabiliteit van het financiële stelsel in de lidstaat waar financiële ondernemingen binnen de groep die in het geconsolideerd toezicht betrokken zijn hun zetel hebben, kunnen aantasten en deelt zij alle informatie mede die voor de uitoefening van hun taken noodzakelijk is.

Onverminderd artikel 1:97, eerste en vijfde lid, maakt de toezichthouder een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete openbaar wanneer dat onherroepelijk is geworden, alsmede, voor zover van toepassing, de uitkomst van een bezwaar of beroep dat daaraan vooraf is gegaan. Artikel 1:97, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Indien bescherming van de belangen die deze wet beoogt te beschermen geen uitstel toelaat, kan de toezichthouder, in afwijking van artikel 1:97, tweede en derde lid, 1:98, of 1:99, eerste en tweede lid, onverwijld overgaan tot openbaarmaking van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete onderscheidenlijk een last onder dwangsom.

Een overdrager van een financiële onderneming ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan afdeling 3.5.4A wordt aangemerkt als houder van de aan die onderneming verleende vergunning.

Het bij of krachtens de artikelen 1:102, eerste en tweede lid, 1:104 en 1:106 met betrekking tot een vergunning bepaalde is van overeenkomstige toepassing op een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 3:95 tot en met 3:97.

Indien de Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank de aanvraag niet binnen de beslistermijn, bedoeld in artikel 1:106b of 1:106c, heeft afgewezen, wordt de verklaring van geen bezwaar geacht te zijn verleend. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op aanvragen die door de Nederlandsche Bank niet binnen de beslistermijn zijn afgewezen.

De Nederlandsche Bank kan een termijn stellen waarbinnen de verwerving of vergroting van de gekwalificeerde deelneming, bedoeld in artikel 3:95, of de handeling, bedoeld in artikel 3:96, dient te zijn voltooid. Deze termijn kan door de Nederlandsche Bank worden verlengd.

Vervallen

De Autoriteit Financiële Markten houdt een lijst bij van gereglementeerde markten waarvoor Onze Minister een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, heeft verleend en zendt deze lijst aan de overige lidstaten en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 1:121 is tot en met 31 december 2015 niet van toepassing op de toekenning van variabele beloningen die voortvloeien uit een door een financiële onderneming voorafgaande aan 1 januari 2015 aangegane verplichting.

Vergunningen en ontheffingen, verleend ingevolge deze wet, zijn persoonlijk en niet overdraagbaar.

Indien, onverminderd artikel 2:2, de Autoriteit Financiële Markten bij de verlening van een vergunning,waarbij ingevolge artikel 1:48 advies aan de Nederlandsche Bank is gevraagd, tevens een ontheffing als bedoeld in artikel 2:67b, vierde lid, of 2:99, zesde lid, verleent, is de Autoriteit Financiële Markten bevoegd tegelijkertijd ontheffing te verlenen van de dienovereenkomstige regels ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen, indien het advies daartoe aanleiding geeft. In die gevallen worden de door de Nederlandsche Bank eventueel geadviseerde voorschriften verbonden aan die ontheffing. Die ontheffing wordt geacht te zijn verleend door de Nederlandsche Bank voorzover betrekking hebbend op regels ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen.

De Nederlandsche Bank kan een afwikkelonderneming als bedoeld in artikel 2:3.0a waaraan geen vergunning tot uitoefening van het bedrijf van afwikkelonderneming is verleend, verbieden haar bedrijf uit te oefenen jegens betaaldienstverleners met wie zij niet in een groep is verbonden, indien die onderneming niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels.

De Nederlandsche Bank kan een afwikkelonderneming als bedoeld in artikel 2:3.0f waaraan geen vergunning tot uitoefening van het bedrijf van afwikkelonderneming is verleend, verbieden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen jegens betaaldienstverleners met wie zij niet in een groep is verbonden, indien die onderneming niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels.

De Nederlandsche Bank kan een afwikkelonderneming als bedoeld in artikel 2:3.0k waaraan geen vergunning tot uitoefening van het bedrijf van afwikkelonderneming is verleend, verbieden in Nederland het bedrijf van afwikkelonderneming uit te oefenen jegens betaaldienstverleners met wie zij niet in een groep is verbonden door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, indien die onderneming niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels.

Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:3a, eerste lid. Aan deze gehele of gedeeltelijke vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:3g, eerste lid.

Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:10a, eerste lid. Aan deze gehele of gedeeltelijke vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.

Vervallen

Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van bank vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.

Vervallen

Het is een financiële instelling met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende verklaring heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110, en die haar bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, toegestaan de werkzaamheden bedoeld onder 2 tot en met 12 en 15 in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten te verrichten, tenzij in de in die lidstaat verleende verklaring, die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110, uitdrukkelijk anders is bepaald dan wel zij van de werkzaamheden die zij voornemens is door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen geen kennis heeft gegeven aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft.

Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars die onder die onder het toepassingsbereik van de richtlijn solvabiliteit II vallen.

De Nederlandsche Bank verleent, onverminderd artikel 2:31, een levensverzekeraar met zetel in Nederland slechts een vergunning voor de branche Kapitalisatieverrichtingen of voor de branche Beheer over collectieve pensioenfondsen indien de aanvrager een vergunning heeft voor de branche Levensverzekering algemeen en ervoor zorgt en aantoont dat hij:

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn solvabiliteit II heeft voor het uitoefenen van zijn bedrijf en voornemens is zijn bedrijf uit te oefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, kan daartoe overgaan twee maanden na de ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:34, eerste lid, of onmiddellijk na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:34, tweede lid.

Indien de Nederlandsche Bank een kennisgeving als bedoeld in 2:26f, eerste lid, 2:45, eerste lid, 2:46, eerste lid, of 2:54f, eerste lid, heeft ontvangen, deelt zij de ontvangst hiervan onverwijld mede aan de entiteit voor risico-aansprakelijkheid, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die de kennisgeving heeft gedaan.

De artikelen 2:28, eerste en tweede lid, 2:29, 2:30 en 2:33 zijn van overeenkomstige toepassing.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 2:48, eerste lid. Aan deze vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.

De artikelen 2:28, eerste en tweede lid, 2:29, 2:30 en 2:33 zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 2:50. Aan deze vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.

Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van kredietunie.

Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:54o. Aan deze gehele of gedeeltelijke vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 2:55, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die:

Artikel 2:55, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat die:

Artikel 2:60, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat die:

Het is verboden een Nederlandse beleggingsinstelling te beheren of rechten van deelneming in een beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden of als Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling een beleggingsinstelling te beheren of rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aan te bieden:

Vervallen

Vervallen

Treedt op een later tijdstip in werking.

Artikel 2:86, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die:

Artikel 2:86, eerste lid, is niet van toepassing op herverzekeringsbemiddelaars die in een andere lidstaat zijn geregistreerd in de zin van artikel 3 van de richtlijn verzekeringsbemiddeling, voorzover is voldaan aan artikel 2:90, tweede lid.

Artikel 2:92, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die:

Artikel 2:92, eerste lid, is niet van toepassing op verzekeringsbemiddelaars die in een andere lidstaat zijn geregistreerd in de zin van artikel 3 van de richtlijn verzekeringsbemiddeling, voor zover is voldaan aan artikel 2:94a.

Het is een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 2:98, tweede lid, niet toegestaan beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten indien die financiële diensten niet worden vermeld in de mededeling, bedoeld in artikel 2:100, eerste lid.

Het bepaalde in dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 2:117 en 2:118, is niet van toepassing op het verlenen van financiële diensten die kunnen worden aangemerkt als dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek naar een andere lidstaat door een financiële onderneming met zetel in Nederland.

Voor de toepassing van dit deel en de daarop berustende bepalingen wordt:

Voor de toepassing van dit deel en de daarop berustende bepalingen treedt de Europese Centrale Bank in de plaats van de Nederlandsche Bank, indien dit volgt uit de artikelen 4, 5 en 6 van de verordening bankentoezicht.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het ingevolge dit deel bepaalde voor afwikkelondernemingen, beheerders van een beleggingsinstelling, beheerders van een icbe, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen, betaaldienstverleners, bewaarders, elektronischgeldinstellingen, houders van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, icbe’s, kredietunies, premiepensioeninstellingen en verzekeraars.

De artikelen 3:8, 3:9 en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is.

De artikelen 3:8, 3:9 en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars of schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is.

De artikelen 3:9, met uitzondering van het eerste lid, derde volzin, en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van wisselinstellingen met zetel in een aangewezen staat.

De artikelen 3:8, 3:9 en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat, van entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een niet-aangewezen staat en van herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat, met dien verstande dat artikel 3:8, derde volzin, en artikel 3:9, derde volzin, uitsluitend van toepassing zijn op in Nederland gelegen bijkantoren van herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.

De artikelen 3:8, 3:9 en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.

De artikelen 3:9, met uitzondering van het eerste lid, derde volzin, en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op wisselinstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.

Vervallen

Een premiepensioeninstelling met zetel in Nederland heeft de rechtsvorm van naamloze vennootschap, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, stichting of Europese naamloze vennootschap.

Een verzekeraar met zetel in Nederland heeft de rechtsvorm van naamloze vennootschap, onderlinge waarborgmaatschappij of Europese vennootschap.

In afwijking van artikel 38, eerste en derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan in de statuten van een kredietunie aan een persoon niet meer dan tien procent van het totaal aantal stemmen worden toegekend.

Een entiteit voor risico-acceptatie, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een andere lidstaat die haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of diensten verricht naar Nederland dient in die lidstaat bevoegd te zijn tot de uitoefening van dat bedrijf.

De artikelen 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, derde lid, en 3:18, eerste en derde lid, aanhef en onderdeel a, zijn van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland en bewaarders met zetel in een staat die geen lidstaat is, die zijn verbonden aan een door een Nederlandse beheerder beheerde niet-Europese beleggingsinstelling.

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of diensten verricht naar Nederland:

De artikelen 3:15, 3:16, 3:17, voor zover artikel 3:17 betrekking heeft op adequate financiële waarborgen en procedures voor de beheersing van risico’s van afwikkeling, en 3:17b zijn van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen met zetel in een aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen jegens cliënten met wie zij niet in een groep zijn verbonden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.

Vervallen

De artikelen 3:17 en 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van wisselinstellingen met zetel in een aangewezen staat.

De artikelen 3:16, 3:17 en 3:17b zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een niet-aangewezen staat.

De artikelen 3:15 tot en met 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.

De artikelen 3:17 en 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat die het bedrijf uitoefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland.

De artikelen 3:17, 3:17b en 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van afwikkelondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.

De artikelen 3:17, 3:18, 3:20a en 3:21 zijn van overeenkomstige toepassing op clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat.

Artikel 3:17b is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat.

Artikel 3:24 is van overeenkomstige toepassing op entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een niet aangewezen staat, herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat of verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland.

Indien een betaalinstelling, elektronischgeldinstelling of kredietunie met zetel in Nederland tevens werkzaamheden verricht die geen verband houden met het verlenen van betaaldiensten, het uitgeven van elektronisch geld, onderscheidenlijk het bedrijf van kredietunie, kan de Nederlandsche Bank de betaalinstelling, elektronischgeldinstelling of kredietunie verplichten die werkzaamheden te doen verrichten door een aparte rechtspersoon indien het verrichten van die werkzaamheden afbreuk doet of dreigt te doen aan:

Een bank met zetel in Nederland die een dochtermaatschappij is van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde bank haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht.

Het is een bank met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor de uitoefening van het bedrijf van bank toegestaan de werkzaamheden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten, te verrichten, tenzij in de vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald.

Indien een financiële onderneming met zetel in Nederland een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en deze vergunning omvat niet het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten, kan zij een uitbreiding van de vergunning met deze activiteiten aanvragen, indien zij ervoor zorgt en aantoont dat wordt voldaan aan het bepaalde ingevolge de artikelen 4:91a, met betrekking tot de eisen die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren, 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6° en 4:87 en met betrekking tot de aanvraag van de vergunning.

Een elektronischgeldinstelling geeft geen elektronisch geld uit via een agent.

Het is een schadeverzekeraar met zetel in Nederland verboden schaden te verzekeren veroorzaakt door of ontstaan uit gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer of muiterij die zich in Nederland voordoen. In zee-, transport-, luchtvaart- en reisverzekeringen is het evenwel toegestaan risico’s van molest te verzekeren in de algemeen gebruikelijke molestclausules zolang de Nederlandsche Bank daartegen geen bedenkingen naar voren heeft gebracht.

Het is een entiteit voor risico-acceptatie met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor het verrichten van haar werkzaamheden verboden andere werkzaamheden uit te oefenen dan de werkzaamheden waarvoor de vergunning is verleend. In afwijking daarvan is het entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in Nederland toegestaan handelsactiviteiten te verrichten die voortvloeien uit hun bedrijf.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot voorwaarden die in door entiteiten voor risico-acceptatie gesloten overeenkomsten worden opgenomen.

Een kredietunie met zetel in Nederland heeft een bij ministeriële regeling te bepalen maximale hoeveelheid aangetrokken opvorderbare gelden en een maximaal aantal leden.

De artikelen 3:29a, 3:29b, 3:29c en 3:34 zijn van overeenkomstige toepassing op betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat en elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de voorwaarden, waaronder wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover krachtens de artikelen 2:17, tweede lid, 2:36, derde lid, of 2:37, tweede lid, de Nederlandsche Bank gegevens heeft ontvangen, ten uitvoer mogen worden gelegd.

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een andere lidstaat geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover krachtens artikel 2:39, eerste lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.

Indien een financiële onderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uitoefent en die een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en deze vergunning omvat niet het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten, kan zij een uitbreiding van de vergunning met deze activiteiten aanvragen, indien zij ervoor zorgt en aantoont dat wordt voldaan aan het bepaalde ingevolge de artikelen 4:91a, met betrekking tot de eisen die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren, 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6° en 4:87 en met betrekking tot de aanvraag van de vergunning.

Een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uitoefent en die een dochteronderneming is van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde bank haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht.

Artikel 3:29 is van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen, clearinginstellingen, entiteiten voor risico-acceptatie, herverzekeraars, verzekeraars met beperkte risico-omvang en wisselinstellingen die gegevens hebben verstrekt ingevolge de artikelen 2:3.0i, eerste lid, 2:3.0m, eerste lid, 2:7, tweede lid, 2:9, eerste lid, 2:26f, tweede lid, 2:51, tweede lid, 2:53, eerste lid, 2:54e, tweede lid, 2:54f, tweede lid, onderscheidenlijk 2:54m, tweede lid.

Het is een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat verboden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor een ander bedrijf dan het bedrijf waarvoor die verzekeraar een vergunning heeft verkregen uit te oefenen.

Een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die door middel van het verrichten van diensten naar Nederland zijn bedrijf uitoefent, geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:53 verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald van welke wijzigingen kennis wordt gegeven, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.

Artikel 3:53, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.

Indien een verzekeraar met zetel in Nederland constateert dat zijn financiële positie verslechtert, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.

Artikel 3:63 is van overeenkomstige toepassing op banken met een zetel in een andere lidstaat als bedoeld in artikel 2:16, eerste lid.

Artikel 3:63 is van overeenkomstige toepassing op banken en op beleggingsondernemingen in de zin van de verordening kapitaalvereisten, die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland, hun zetel hebben in een staat die geen lidstaat is en hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.

Een verzekeraar met beperkte risico-omvang legt de jaarrekening en het bestuursverslag, bedoeld in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op al zijn kantoren in Nederland ter inzage van een ieder tot achttien maanden na afloop van het boekjaar. Tot zolang verstrekt hij een ieder op verzoek een afschrift tegen ten hoogste de kostprijs.

Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling verstrekt aan de Nederlandsche Bank de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens met betrekking tot de wijze waarop de beheerder beleggingsinstellingen beheert, de beleggingsinstellingen die hij beheert, de beleggingen van de beleggingsinstellingen en de markten waarop de beleggingsinstellingen actief zijn.

Een bank met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor voert in Nederland ten minste een afzonderlijke boekhouding met betrekking tot het in Nederland gelegen bijkantoor, die zodanig is dat de Nederlandsche Bank het toezicht op de naleving van het ingevolge artikel 3:63 in samenhang met artikel 3:64 bepaalde kan uitoefenen.

Indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt, verstrekt een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een andere lidstaat al dan niet periodiek staten als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, aan de Nederlandsche Bank, die deze nodig heeft voor het toezicht op de naleving van het ingevolge artikel 3:63 in samenhang met artikel 3:64 bepaalde. Artikel 3:72, vijfde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 3:69a en 3:70 zijn van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.

Artikel 3:75 is van overeenkomstige toepassing op banken, levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren, met dien verstande dat levensverzekeraars en schadeverzekeraars de bedoelde boekhouding ter plaatse van het bijkantoor bewaren.

Artikel 3:73c is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is.

Het bepaalde ingevolge artikel 3:74a van deze wet en deel 8 van de verordening kapitaalvereisten omtrent de openbaarmaking van informatie is van overeenkomstige toepassing op een bank of een beleggingsonderneming in de zin van die verordening, die haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is en haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.

De artikelen 3:69a en 3:70 zijn van overeenkomstige toepassing op herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.

De artikelen 3:71, 3:72, 3:73a en 3:73b zijn van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat en op in Nederland gelegen bijkantoren van afwikkelondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat.

De artikelen 3:75 en 3:81 zijn van overeenkomstige toepassing op clearinginstellingen, herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.

Artikel 3:73c is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.

De artikelen 3:71 en 3:74b, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op wisselinstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.

Vervallen

Vervallen

Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants die het onderzoek, bedoeld in artikel 3:77 uitvoeren van de staten van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een andere lidstaat.

Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants of andere deskundigen die het onderzoek, bedoeld in artikel 3:82, eerste of tweede lid, uitvoeren van de staten van een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, of van een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is die diensten verricht naar Nederland.

Vervallen

Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants of andere deskundigen die het onderzoek, bedoeld in artikel 3:86, eerste of tweede lid, uitvoeren van de staten van een in Nederland gelegen bijkantoor van een afwikkelonderneming met zetel in een niet-aangewezen staat, clearinginstelling met zetel in een niet-aangewezen staat, herverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat of verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.

Vervallen

Het is een verzekeraar met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank, zijn eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen dan wel een dividenduitkering te doen, indien de verzekeraar ten tijde van deze terugbetaling dan wel uitkering niet voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste of zou kunnen worden voorzien dat hij in de twaalf volgende maanden niet meer aan dat vereiste kan voldoen.

De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, of 3:97, eerste lid, tenzij:

De Nederlandsche Bank deelt Onze Minister eens per jaar de gegevens mede waarover zij ingevolge artikel 3:103, eerste en tweede lid, beschikt.

De artikelen 3:95 en 3:103 zijn niet van toepassing ten aanzien van gekwalificeerde deelnemingen die beleggingsondernemingen of banken houden als gevolg van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel e en f van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst, indien de hieruit voortvloeiende stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins gebruikt worden om zeggenschap uit te oefenen in de uitgevende instelling en de betreffende gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na verwerving wordt overgedragen.

De artikelen 3:96, 3:99, 3:101, 3:102, eerste en derde lid, 3:104, eerste lid, 3:105, tweede, derde, vierde lid en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 hebben.

Een levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, kan zijn rechten en verplichtingen uit verzekering uitsluitend overdragen aan een andere verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang. De Nederlandsche Bank kan echter toestaan dat de rechten en verplichtingen uit verzekering worden overgedragen aan een verzekeraar met beperkte risico-omvang, die onder prudentieel toezicht staat.

De aanvraag van instemming met een overdracht als bedoeld in artikel 3:112, eerste lid, 3:113, eerste en tweede lid, 3:114, eerste lid, of 3:114a, eerste lid, geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Vervallen

Artikel 3:132 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars of schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is.

Artikel 3:132 is van overeenkomstige toepassing op herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.

Vervallen

Vervallen

De artikelen 3:135 en 3:136 zijn van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is.

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is wiens solvabiliteit niet voldoet aan het bij of krachtens deze wet bepaalde dan wel aan de in een andere lidstaat gestelde eisen indien een ontheffing is verleend overeenkomstig artikel 3:60, doet aan de Nederlandsche Bank binnen een door haar te bepalen termijn en op een door haar te bepalen wijze opgave van de in artikel 3:68 bedoelde waarden en van de wijzigingen die daarin optreden.

Vervallen

De artikelen 3:135, 3:136 en 3:137, eerste en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.

De Nederlandsche Bank kan de levensverzekeraar en de opvanginstelling aanwijzingen geven in het belang van de goede werking van de opvang. De levensverzekeraar en de opvanginstelling volgen de aanwijzingen van de Nederlandsche Bank op. De aanwijzingen hebben geen betrekking op de herverzekeringsvoorwaarden, bedoeld in artikel 3:152, tweede lid, laatste volzin.

Paragraaf 3.5.4.1 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die vanuit in Nederland gelegen bijkantoren het bedrijf van levensverzekeraar uitoefenen, voorzover het betreft overeenkomsten uit directe verzekering gesloten vanuit een bijkantoor in Nederland, tenzij met betrekking tot het bijkantoor een ontheffing is verleend in de zin van artikel 3:60.

Paragraaf 3.5.4.1. is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat, die vanuit in Nederland gelegen bijkantoren het bedrijf van levensverzekeraar uitoefenen, voor zover het betreft overeenkomsten uit directe verzekering gesloten vanuit een bijkantoor in Nederland.

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze afdeling is van toepassing op een verzekeraar met zetel in Nederland of een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar met zetel in Nederland, ongeacht het recht dat van toepassing is.

Gedingen op de voet van rechtspleging in burgerlijke zaken die betrekking hebben op handelingen in het kader van de voorbereiding van het overdrachtsplan, verricht na de mededeling, bedoeld in artikel 3:159d, eerste lid, worden behandeld op een niet openbare terechtzitting.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het overdrachtsplan met betrekking tot door de probleeminstelling uitgegeven aandelen kan zo nodig afwijken van wettelijke voorschriften of statutaire bepalingen, met uitzondering van de bij of krachtens deze afdeling gestelde regels.

In het overdrachtsplan met betrekking tot door de probleeminstelling uitgegeven aandelen wordt in ieder geval opgenomen:

De rechtbank behandelt het verzoek van de Nederlandsche Bank tot het goedkeuren van het overdrachtsplan en het uitspreken van de overdrachtsregeling met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.

De artikelen 3:159a tot en met 3:159ag zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van verzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, met dien verstande dat:

De artikelen 3:159a tot en met 3:159ag zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat, met dien verstande dat:

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder «verzekeraar» mede verstaan «entiteit voor risico-acceptatie» en onder «verzekering» mede «risico-acceptatie».

De Nederlandsche Bank kan bij haar verzoek als bedoeld in artikel 3:160, eerste lid, een overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c, derde lid, onderdelen a en b, overleggen, met het verzoek het overdrachtsplan goed te keuren.

De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de bank of verzekeraar en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank of verzekeraar is gelegen of waarnaar zij of hij diensten verricht vanuit haar of zijn vestigingen in een lidstaat.

De rechtbank behandelt het verzoek van de Nederlandsche Bank tot het uitspreken van de noodregeling met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voorzover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.

De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de voordracht of het verzoek, bedoeld in artikel 3:164, eerste lid, aan de bank of verzekeraar met zetel in Nederland en deelt de inhoud daarvan mede aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de desbetreffende financiële onderneming is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in andere lidstaten.

De beschikkingen, bedoeld in de artikelen 3:162c, eerste lid, en 3:164, eerste lid, worden met redenen omkleed.

Indien de rechtbank een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, verleent, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Indien een machtiging tot overdracht wordt uitgebreid tot een machtiging tot zowel overdracht als liquidatie, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging tot zowel overdracht als liquidatie op de resterende duur van de machtiging tot overdracht. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kunnen de bewindvoerders eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling. Zolang bij de afloop van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, blijft de machtiging gehandhaafd.

Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c:

De artikelen 3:159k, 3:159l en 3:159p zijn van overeenkomstige toepassing.

In afwijking van artikel 3:182, tweede lid, laatste volzin, kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 3:162c, eerste lid, voorzover artikel 3:163, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.

Ingevolge de hun verleende machtiging, bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de betrokken bank of verzekeraar met zetel in Nederland is bepaald:

De bewindvoerders brengen tijdens de noodregeling telkens na verloop van drie maanden, alsmede na beëindiging van de noodregeling, zo spoedig mogelijk verslag omtrent hun werkzaamheden uit aan de rechtbank. Een afschrift van dit verslag zenden de bewindvoerders aan Onze Minister en aan de Nederlandsche Bank.

Voor de toepassing van de artikelen 194, 342 en 343 van het Wetboek van Strafrecht wordt met faillissement gelijkgesteld de rechtstoestand waarin een bank of verzekeraar met zetel in Nederland verkeert zolang de noodregeling ten aanzien van deze financiële onderneming van kracht is.

Vervallen

Indien de bekendmaking, bedoeld in artikel 3:189, vierde lid, 3:194, derde lid, of artikel 212o, eerste lid, van de Faillissementswet betrekking heeft op alle verbintenissen van de bank of verzekeraar met zetel in Nederland, vervallen door deze bekendmaking van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge het uitspreken van de noodregeling hadden verkregen.

In geval van overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, of een bijzondere machtiging als bedoeld in artikel 3:195, eerste lid, draagt de verzekeraar met zetel in Nederland de waarden over die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voorzover deze voorzieningen betrekking hebben op de verplichtingen die worden overgedragen.

Een overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel a of c, mag geen nadeel toebrengen aan de rechten van de overblijvende schuldeisers.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van de afwikkeling van een verzekeraar. Bij die maatregel kan worden bepaald dat bij de verwerking van persoonsgegevens het burgerservicenummer kan worden gebruikt.

Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank of een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, die geen vergunning heeft een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken.

Vervallen

De artikelen 3:162 tot en met 3:201 zijn van overeenkomstige toepassing op banken en verzekeraars als bedoeld in artikel 3:202, voor zover deze artikelen betrekking hebben op de desbetreffende financiële ondernemingen.

Vervallen

Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, stellen de bewindvoerders de bekende schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van een in Nederland gelegen bijkantoor voortvloeiende verplichting, regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling.

Onverminderd artikel 3:166 zendt de Nederlandsche Bank een afschrift als bedoeld in dat artikel tevens aan het in Nederland gelegen bijkantoor.

Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid,aanhef en onderdeel b of c, stellen de bewindvoerders de schuldeisers, bedoeld in artikel 3:209, regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling, en deelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten die zulks verzoeken het verloop van de noodregeling mede.

Ingevolge de hun verleende machtiging, bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de bank, of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, is bepaald:

Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit haar of zijn in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf.

De Nederlandsche Bank deelt het beëindigen van de noodregeling mede:

Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland en met een in Nederland gelegen bijkantoor worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit zijn in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf.

Onverminderd artikel 3:166 zendt de Nederlandsche Bank een afschrift als bedoeld in dat artikel tevens aan het in Nederland gelegen bijkantoor, en, indien bij de Nederlandsche Bank bekend is dat herverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar in de staat waar hij zijn zetel heeft onder toezicht staat, deelt zij de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van die staat mede.

In afwijking van artikel 3:233, tweede lid, laatste volzin, kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 3:206, eerste en tweede lid, voorzover artikel 3:194, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.

Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, stellen de bewindvoerders ieder van de schuldeisers, bedoeld in artikel 3:228, regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling.

Zodra de noodregeling is beëindigd, doen de bewindvoerders daarvan mededeling in de Staatscourant.

De verwijzingen in deze paragraaf naar een lidstaat waar een financiële onderneming haar zetel heeft, worden tevens beschouwd als verwijzingen naar een lidstaat waar een bijkantoor van een financiële onderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is, is gelegen.

De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel, de saneringsmaatregel zelf en de rechtsgevolgen van de saneringsmaatregel worden beheerst door het recht van de lidstaat waar de saneringsmaatregel is vastgesteld, tenzij de wet anders bepaalt.

Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, laat de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel de bedoelde bevoegdheid onverlet.

De artikelen 3:241 tot en met 3:243 staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.

In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.

In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.

In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten van de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.

In afwijking van artikel 3:240 wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, na het tijdstip tot vaststelling van een saneringsmaatregel, waarmee deze beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.

In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van de saneringsmaatregel voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.

Artikel 3:240 is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:

In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor de gevolgen van een overeenkomst tot verrekening als bedoeld in artikel 212a, onderdeel m, van de Faillissementswet en novatie uitsluitend beheerst door het recht dat van toepassing is op die overeenkomst.

In afwijking van artikel 3:240 worden, onverminderd artikel 3:254, de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor een overeenkomst waarbij de ene partij, de koper, zich verbindt tot een latere overdracht van een gelijke hoeveelheid activa van dezelfde soort aan de verkoper, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat van toepassing is op die overeenkomst.

In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor het uitoefenen van rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt gehouden of is gesitueerd.

Op verzoek van een bewindvoerder uit een andere lidstaat worden de gegevens met betrekking tot een saneringsmaatregel, vastgesteld in een andere lidstaat, door de griffier van de rechtbank Den Haag ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Faillissementswet.

De Nederlandsche Bank stelt met inachtneming van het ingevolge artikel 3:259, vierde lid, onderdeel b, bepaalde de bijdragen vast van de financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 3:258, eerste lid, aan de vangnetregeling. De bijdrageplichtige financiële ondernemingen voldoen deze bijdragen binnen een door de Nederlandsche Bank vastgestelde termijn.

De bewindvoerders stellen de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk na het uitspreken van de noodregeling, bedoeld in Afdeling 3.5.5, in kennis van aan hen bekende:

Artikel 3:267.0a is van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten naar Nederland.

Deze afdeling is van toepassing op overeenkomsten waarbij een verzekeraar of tot dezelfde groep behorende onderneming met zetel in Nederland partij is, ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst.

Jegens de verzekeraar of een tot dezelfde groep behorende onderneming kan geen beroep worden gedaan op een mededelingsverplichting of verplichting tot het verstrekken van informatie met betrekking tot een gebeurtenis.

Vervallen

De Nederlandsche Bank kan, indien zij groepstoezichthouder is, besluiten een onderneming niet in het toezicht, bedoeld in afdeling 3.6.3, te betrekken indien:

Artikel 3:8 is van overeenkomstige toepassing op een financiële holding, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland, met dien verstande dat voor de toepassing van het eerste lid voor «geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming» wordt gelezen «geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële holding, gemengde financiële holding of verzekeringsholding, en van de tot de desbetreffende richtlijngroep behorende gereglementeerde entiteiten».

Artikel 3:9 is van overeenkomstige toepassing op een financiële holding, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland.

Vervallen

Het toezicht op geconsolideerde basis ingevolge deze afdeling wordt uitgeoefend overeenkomstig het bepaalde ingevolge titel II van deel 1 van de verordening kapitaalvereisten.

Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse banken die een moederonderneming hebben die een niet-Europese beleggingsonderneming, niet-Europese bank, financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien:

Vervallen

Vervallen

Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis op een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank, Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank die dochteronderneming is van een Nederlandse financiële EU-moederholding of Nederlandse gemengde financiële EU-moederholding:

Indien de Nederlandsche Bank op geconsolideerde basis toezicht houdt op een bank of op een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten, neemt zij de besluiten, bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdelen a en b, van de richtlijn kapitaalvereisten, in overeenstemming met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten en neemt zij daarbij de in artikel 113, tweede lid, van de richtlijn bedoelde termijnen in acht.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Nederlandsche Bank kan verzoeken om een andere groepstoezichthouder dan de groepstoezichthouder die ingevolge artikel 247, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II wordt aangewezen. Zij volgt daarbij de procedure van artikel 247, derde tot en met zevende lid, van die richtlijn.

Een onderneming die zal ophouden onderdeel van een verzekeringsrichtlijngroep te zijn of die onderdeel wenst te worden van een dergelijke groep vraagt instemming van de groepstoezichthouder indien:

Artikel 3:288b is van overeenkomstige toepassing op een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een dochteronderneming is van een gemengde financiële holding of verzekeringsholding.

Een verzekeringsrichtlijngroep waarvan een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar deel uitmaakt, past artikel 3:69a toe op de waardering van de activa en passiva van de groep.

Vervallen

Vervallen

Een beslissing van een entiteit als bedoeld in artikel 3A:2, onderdeel a tot en met f, om op grond van een overeenkomst financiële steun te verlenen of te aanvaarden voldoet aan het bepaalde ingevolge artikel 24 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.

In dit deel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende entiteiten, met zetel in Nederland, tenzij anders is bepaald:

Dit hoofdstuk is van toepassing op entiteiten als bedoeld in artikel 3A:2, ongeacht het recht dat van toepassing is op:

De waarborgen, bedoeld in hoofdstuk VII van titel IV van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, die gelden bij overgang van een gedeelte van de activa of passiva, worden beheerst door het recht van de lidstaat van de afwikkelingsautoriteit die het besluit tot overgang heeft genomen.

De Nederlandsche Bank beoordeelt bij het opstellen van een afwikkelingsplan ingevolge artikel 3A:9 de mate waarin de betrokken entiteit of groep afwikkelbaar is. Artikel 10, eerste tot en met zesde lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme is van overeenkomstige toepassing.

Een entiteit is te allen tijde in staat kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten uit te geven teneinde te voldoen aan een besluit als bedoeld in artikel 3A:22, eerste lid, of 3A:45, eerste lid.

Bij vermindering van de hoofdsom van een relevant kapitaalinstrument ingevolge artikel 3A:21, eerste lid:

Deze afdeling is van toepassing indien een besluit tot afwikkeling wordt genomen op grond van artikel 18 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme of de artikelen 3A:18 en 3A:19.

De Nederlandsche Bank kan, tot toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, besluiten tot overgang op een verkrijger die geen overbruggingsinstelling is, van:

Onverminderd artikel 3A:62 komt een door de verkrijger te betalen overgangsprijs toe aan de oorspronkelijke eigenaren.

Indien een overgang van eigendomsinstrumenten zou leiden tot verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een bank of beleggingsonderneming, is artikel 3A:26 van overeenkomstige toepassing.

Voor de toepassing van de artikelen 2:15, eerste lid, 2:18, eerste lid, en 2:98 wordt een verkrijger met zetel in een andere lidstaat beschouwd als de rechtsopvolger van de entiteit in afwikkeling en kan deze alle rechten blijven uitoefenen die door die entiteit werden uitgeoefend met betrekking tot de activa of passiva die zijn overgegaan.

De Nederlandsche Bank kan, indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, verlangen dat de verkrijger, de entiteit in afwikkeling en de rechtspersonen die met de entiteit een groep vormen als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, elkaar gegevens verstrekken en bijstand verlenen.

De artikelen 3A:26, 3A:29 tot en met 3A:31, 3A:32, tweede lid, 3A:34 en 3A:35 zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van de overbruggingsinstelling.

De artikelen 3A:29, 3A:31 en 3A:32, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van afsplitsing van activa of passiva.

De artikelen 3A:23 tot en met 3A:26 zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van bail-in.

Een opschorting of beperking uit hoofde van de artikelen 3A:52 tot en met 3A:54 wordt niet beschouwd als het niet nakomen van een overeenkomst.

Op verzoek van de Nederlandsche Bank past de Autoriteit Financiële Markten haar bevoegdheden op grond van de artikelen 4:4b of 5:32h toe om:

Artikel 1:76b is van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van een bevoegdheid op grond van dit hoofdstuk of de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een besluit van een afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat of een derde land, dat erkend is ingevolge de artikelen 3A:4 onderscheidenlijk 3A:5, of een gebeurtenis die daarmee rechtstreeks verband houdt.

Rechtshandelingen in verband met de overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva ingevolge de toepassing van een afwikkelingsmaatregel, zijn niet vernietigbaar op grond van artikel 45 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of de artikelen 42 en 47 van de Faillissementswet.

De rechten die voortvloeien uit financiëlezekerheidsovereenkomsten, gedekte obligaties, gestructureerde financieringsregelingen, salderingsovereenkomsten, verrekeningsovereenkomsten en zekerheidsregelingen, worden niet aangetast door besluiten als bedoeld in artikel 3A:59, eerste lid, onderdelen a en b.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het in het belang van de afwikkeling verwerken van persoonsgegevens. Bij die maatregel kan worden bepaald dat bij de verwerking van persoonsgegevens het burgerservicenummer kan worden gebruikt.

Bij de beoordeling van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, met betrekking tot een besluit ingevolge dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3A.2.2, gaat de voorzieningenrechter uit van het rechtsvermoeden dat opschorting van de uitvoering van het besluit tegen het algemeen belang indruist.

De bestuursrechter geeft, indien een beroep tegen een besluit ingevolge dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3A.2.2, gegrond wordt verklaard, toepassing aan artikel 8:72, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, indien dit noodzakelijk is ter bescherming van de belangen van te goeder trouw handelende derden die ingevolge het besluit andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva van de instelling in afwikkeling hebben verkregen.

De gronden waarop wordt opgekomen tegen de toepassing van een met een afwikkelingsmaatregel overeenkomend besluit van een afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat worden beheerst door het recht van de lidstaat van de afwikkelingsautoriteit die de afwikkelingsmaatregel heeft genomen.

De opbrengsten van de toepassing van een afwikkelingsmaatregel ten aanzien van een entiteit of bijkantoor als bedoeld in artikel 3A:68, eerste lid, komen, onverminderd de artikelen 3A:31, 3A:39, 3A:43 en 3A:62, toe aan het afwikkelingsfonds.

Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op het in de uitoefening van een beroep of bedrijf als gevolmachtigde of ondergevolmachtigde van een herverzekeraar voor diens rekening sluiten van een herverzekering met een natura-uitvaartverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of andere herverzekeraar.

Het ingevolge dit deel bepaalde met betrekking tot het verlenen van betaaldiensten is uitsluitend van toepassing op betaaldiensten, verleend in euro’s of in andere valuta van lidstaten.

Met uitzondering van afdeling 4.2.4, paragraaf 4.3.8.1 en de artikelen 4:17, 4:19, eerste, tot en met derde lid, en 4:22 is het ingevolge dit deel bepaalde niet van toepassing op het aanbieden van financiele producten als bedoeld in onderdeel b van de definitie van financieel product in artikel 1:1.

Met uitzondering van de artikelen 4:19, 4:22, 4:33, 4:34 en 4:35 is dit deel niet van toepassing op financiële diensten met betrekking tot een geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen drie maanden af te lossen.

De Autoriteit Financiële Markten kan aan een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling een verbod opleggen tot het uitoefenen van het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, indien de beleggingsonderneming de ingevolge paragraaf 4.3.7.3 gestelde regels die op haar van toepassing zijn niet naleeft.

Artikel 4:9, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op werknemers die werken voor het in een andere lidstaat gelegen bijkantoor van waaruit:

Een centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in de verordening centrale effectenbewaarinstellingen beschikt over passende procedures voor het melden van inbreuken, bedoeld in artikel 65 van die verordening.

Indien een financiëledienstverlener een financiële dienst verleent door tussenkomst van een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of een ondergevolmachtigde agent wordt de informatie, bedoeld in artikel 4:20, eerste en derde lid, verstrekt door deze bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, tenzij de desbetreffende financiële onderneming en de bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent zijn overeengekomen dat de financiële onderneming zelf aan artikel 4:20, eerste en derde lid, voldoet.

Indien een beleggingsonderneming van een andere beleggingsonderneming de opdracht krijgt om beleggingsdiensten of nevendiensten voor een cliënt te verlenen:

Een betaaldienstverlener neemt bij het uitoefenen van zijn bedrijf Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een elektronischgeldinstelling betaalt de nominale waarde van het aangehouden elektronisch geld terug wanneer de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt en neemt daarbij artikel 521a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.

Een elektronischgeldinstelling legt de terugbetalingsrechten van personen die betalingen met het door de elektronischgeldinstelling uitgegeven elektronisch geld aanvaarden, vast in een overeenkomst met die personen.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding bij krediet, niet zijnde hypothecair krediet.

Een gemeentelijke kredietbank wordt opgericht en opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van de gemeenteraad of door middel van het treffen van een gemeenschappelijke regeling door gemeenteraden van twee of meer gemeenten.

Vervallen

Het ingevolge deze afdeling bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:37l tot en met 4:37z, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling verstrekt aan de Autoriteit Financiële Markten de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens met betrekking tot de wijze waarop de beheerder beleggingsinstellingen beheert, de beleggingsinstellingen die hij beheert, de beleggingen van de beleggingsinstellingen en de markten waarop de beleggingsinstellingen actief zijn.

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt, indien van toepassing in afwijking van artikel 1:1, verstaan onder:

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt, indien van toepassing in afwijking van artikel 1:1, verstaan onder:

Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, bewaarder van een icbe of pensioenbewaarder.

De personen die het dagelijks beleid van een beheerder van een icbe of maatschappij voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.

Vervallen

Een beheerder van een icbe is een rechtspersoon.

Vervallen

Ten minste een maal per jaar voert een onafhankelijke deskundige een waardering uit van de activa van een icbe die geen financiële instrumenten zijn die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.

Vervallen

Indien van de in Nederland gevoerde of te voeren naam van een beheerder van een icbe of een icbe gevaar voor verwarring of misleiding is te duchten, kan de Autoriteit Financiële Markten verlangen dat de beheerder van een icbe onderscheidenlijk de icbe:

Indien een beheerder van een icbe de inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe opschort, stelt hij de toezichthoudende instantie van elke lidstaat waar de rechten van deelneming in de icbe worden verhandeld, onverwijld daarvan op de hoogte.

Vervallen

Indien een beheerder van een master-icbe de inkoop, terugbetaling of inschrijving van rechten van deelneming in een door hem beheerde master-icbe tijdelijk opschort, kan een beheerder van een feeder-icbe onverminderd artikel 4:55 besluiten in dezelfde periode de inkoop, terugbetaling of inschrijving van rechten van deelneming in de door hem beheerde feeder-icbe op te schorten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een maatschappij voor collectieve belegging in effecten heeft een aparte beheerder tenzij de maatschappij een eigen vermogen heeft van ten minste € 300 000.

Een beheerder van een icbe heeft zijn zetel in een lidstaat.

Een binnenlandse en grensoverschrijdende fusie kan plaatsvinden door een rechtshandeling van twee of meer icbe’s waarbij:

Een icbe die een aparte beheerder van een icbe heeft, brengt de juridische kosten, administratiekosten of advieskosten in verband met de voorbereiding en de afronding van een fusie in rekening bij de beheerder van een icbe.

In geval van een fusie op grond van artikel 4:62a stelt de beheerder van een icbe van de verkrijgende icbe de bewaarder van de verkrijgende icbe in kennis van de overdracht van de activa en in voorkomend geval van de passiva.

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

Een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe stelt als bewaarder aan:

De artikelen 4:65 tot en met 4:69 zijn niet van toepassing op:

Indien een overeenkomst van verzekering tevens risico’s van een andere branche dekt, draagt een rechtsbijstandverzekeraar er zorg voor dat de inhoud van de rechtsbijstanddekking wordt opgenomen in een afzonderlijke overeenkomst of in een afzonderlijk hoofdstuk van de overeenkomst.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de provisie die een aanbieder betaalt of verschaft en de wijze van uitbetaling daarvan.

Een bank die betaalrekeningen aanbiedt aan consumenten, verstrekt een basisbankrekening aan de aanvrager ervan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:

Vervallen

Vervallen

Artikel 4:33, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op een bemiddelaar in krediet, tenzij de bemiddelaar slechts bij wijze van nevenactiviteit bemiddelt in krediet.

Een bemiddelaar in hypothecair krediet met statutaire zetel in Nederland heeft zijn hoofdkantoor in Nederland.

De artikelen 4:83, 4:84, en 4:87, tweede lid, onderdeel b, zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. Artikel 4:85, eerste lid, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot informatieverstrekking door een beleggingsonderneming aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit deel.

Indien een beleggingsonderneming die lid is van of deelneemt aan een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, ingevolge de op grond van artikel 5:27, eerste lid, te hanteren regels verplicht is ter medewerking aan de controle op de naleving van die regels persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens te verstrekken, behoeft de beleggingsonderneming voor deze verstrekking niet de toestemming van degene op wie de persoonsgegevens betrekking hebben.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van deze paragraaf indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.

Deze paragraaf is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling uitsluitend uitoefenen met betrekking tot transacties met een omvang boven de standaard marktomvang.

De Autoriteit Financiële Markten bepaalt voor elk aandeel waarvoor Nederland in termen van liquiditeit de meest relevante markt is, bedoeld in artikel 4:90e, vijfde lid, onderdeel a, ten minste eenmaal per jaar tot welke aandelenklasse het aandeel behoort en maakt deze informatie openbaar.

Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling actualiseert de op grond van artikel 4:91g vastgestelde prijzen regelmatig en doorlopend gedurende de normale handelstijd.

Degene die tot een melding op grond van artikel 4:97 is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.

Indien een verbonden agent in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt dat een beleggingsonderneming voor wier rekening hij beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel a, d of e van de definitie van het verlenen van beleggingsdiensten in artikel 1:1, in strijd handelt met een in hoofdstuk 2.2 geregeld verbod op het zonder daartoe verleende vergunning uitoefenen van een bedrijf of verlenen van een financiële dienst of dat aan de beleggingsonderneming een verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, 1:104, derde lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd, verleent hij geen beleggingsdiensten meer voor rekening van de beleggingsonderneming, behoudens voorzover het beleggingsdiensten betreft ten aanzien waarvan het de beleggingsonderneming is toegestaan overeenkomsten af te wikkelen op grond van artikel 1:58, tweede lid, of artikel 4:4, tweede lid.

Degene die tot een melding op grond van artikel 4:100d is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.

Een beleggingsonderneming die, direct of indirect, deelnemingsrechten in een beleggingsinstelling aanbiedt gaat daartoe pas over nadat zij zich ervan heeft vergewist dat de rechten van deelneming overeenkomstig deze wet mogen worden aangeboden.

Het bepaalde in deze paragraaf met betrekking tot de verhouding tussen een verzekeraar en een bemiddelaar is van overeenkomstige toepassing op:

Een verzekering die door bemiddeling van een bemiddelaar tot stand is gekomen of naar de portefeuille van een bemiddelaar is overgeboekt, behoort in de relatie tot de betrokken verzekeraar tot de portefeuille van die bemiddelaar zolang die verzekering daaruit niet is overgeboekt.

Voor de toepassing van het ingevolge dit hoofdstuk bepaalde wordt verstaan onder:

Onverminderd de Wet bescherming persoonsgegevens, deelt een beleggingsonderneming of bank de kwalificatie van haar cliënten als professionele beleggers op verzoek aan de uitgevende instelling mede.

Het is verboden in Nederland effecten aan te bieden aan het publiek of effecten te doen toelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, tenzij ter zake van de aanbieding of de toelating een prospectus algemeen verkrijgbaar is dat is goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten of door een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat.

De Autoriteit Financiële Markten is tevens bevoegd tot goedkeuring van een prospectus, indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat die bevoegd is om het prospectus goed te keuren de Autoriteit Financiële Markten heeft verzocht om het prospectus goed te keuren en de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.

De artikelen 5:13 tot en met 5:18, 5:20 en 5:21 zijn uitsluitend van toepassing met betrekking tot aanbiedingen van effecten aan het publiek en toelatingen van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt terzake waarvan de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 5:6 of 5:7 bevoegd is tot de goedkeuring van het prospectus.

Indien een beleggingsinstelling een prospectus ingevolge dit deel dient op te stellen, neemt de beheerder van de beleggingsinstelling de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens op in het prospectus of in een gelijktijdig met het prospectus algemeen verkrijgbaar te stellen document.

Vervallen

Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt een uitgevende instelling die actief is in de sectoren, bedoeld in artikel 41 van de richtlijn jaarrekening, haar opgemaakte jaarlijkse verslag over betalingen aan overheden algemeen verkrijgbaar. Het verslag wordt gedurende een periode van ten minste tien jaar beschikbaar gehouden voor het publiek.

Vervallen

Indien een houder van aandelen in een uitgevende instelling met zetel in Nederland verzoekt ter behandeling een onderwerp op te nemen in de agenda van de algemene vergadering, vermeldt de houder in het verzoek het percentage in het geplaatst kapitaal dat de aandelen vertegenwoordigen waarover hij overeenkomstig de artikelen 5:33 en 5:45 en de daarop berustende bepalingen beschikt of geacht wordt te beschikken. In het verzoek vermeldt de houder tevens het percentage in het geplaatst kapitaal dat de financiële instrumenten, waarover hij beschikt en die een shortpositie met betrekking tot de aandelen inhouden, vertegenwoordigen. Wordt het verzoek door twee of meerdere houders gedaan dan vermelden zij de bedoelde percentages in het geplaatst kapitaal die zij gezamenlijk vertegenwoordigen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bepaling van een shortpositie als bedoeld in dit artikel.

Vervallen

Een uitgevende instelling met een andere lidstaat van herkomst waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt en niet op een in een andere lidstaat gelegen of functionerende markt, stelt de gereglementeerde informatie met betrekking tot die effecten die zij naar het recht van die lidstaat algemeen verkrijgbaar moet stellen, tevens algemeen verkrijgbaar op de wijze zoals is bepaald bij of krachtens de artikelen 5:25m en 5:25w.

Gegevens die de Autoriteit Financiële Markten heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat worden alleen openbaar gemaakt met de uitdrukkelijke toestemming van die toezichthoudende instantie en worden uitsluitend gebruikt voor doeleinden waarmee deze instantie heeft ingestemd.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van de artikelen 5:25c en 5:25d aan uitgevende instellingen waarvan bepaalde klassen van obligaties zijn toegelaten tot een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt ter uitvoering van de artikelen 8, tweede en derde lid, en 30, derde en vierde lid, van de richtlijn transparantie.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder gereglementeerde markt mede verstaan een platform voor de veiling van emissierechten als bedoeld in hoofdstuk VII van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).

Voor de toepassing van het ingevolge deze afdeling bepaalde wordt onder «marktexploitant» verstaan: een marktexploitant waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend.

Als lid van of deelnemer aan een gereglementeerde markt ten behoeve waarvan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, kunnen slechts worden toegelaten:

Een marktexploitant biedt beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld in onderdeel b van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 of het verrichten van beleggingsactiviteiten als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1, en die aan de overige voorwaarden voor lidmaatschap of deelname voldoen, de mogelijkheid om aan de handel op de gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, deel te nemen:

Een marktexploitant zal de gebruikmaking van systemen voor de afwikkeling van de op de betrokken gereglementeerde markten verrichte transacties in financiële instrumenten niet verbieden, tenzij:

Een naamloze vennootschap naar Nederlands recht of een rechtspersoon die is opgericht naar het recht van een staat die geen lidstaat is en die een uitgevende instelling wordt, meldt onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten haar onderscheidenlijk zijn kapitaal en haar onderscheidenlijk zijn stemmen, alsmede de met haar onderscheidenlijk zijn medewerking uitgegeven aandelen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 2°.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij een melding als bedoeld in deze afdeling dienen te worden verstrekt en de wijze van melden.

Een ieder die de beschikking krijgt of verliest over een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in een uitgevende instelling, meldt dat onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten. Aan deze verplichting is voldaan, indien terzake van hetzelfde feit een melding is gedaan op grond van artikel 5:38, eerste lid.

Een ieder die ophoudt een gecontroleerde onderneming te zijn en die beschikt over een substantiële deelneming of een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in een uitgevende instelling, meldt dat onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij een melding als bedoeld in deze afdeling dienen te worden verstrekt en de wijze van melden.

De verplichtingen, bedoeld in de artikelen 5:38, derde lid, en 5:39, tweede lid, zijn niet van toepassing op:

Met betrekking tot aandelen of stemmen in een rechtspersoon die is opgericht naar het recht van een staat die geen lidstaat is en waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend en voor welke rechtspersoon Nederland een lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel n, van richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390):

Indien een uitgevende instelling, op grond van een mededeling als bedoeld in artikel 5:49, tweede lid, of derde lid, tweede volzin, vermoedt dat een onjuiste melding is gedaan, stelt zij de Autoriteit Financiële Markten daarvan onverwijld in kennis.

Vervallen

Ten aanzien van strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 5:56, eerste, derde en zevende lid, 5:57, eerste en tweede lid, 5:58, eerste lid, 5:58a, eerste, tweede en derde lid, artikel 5:25i, tweede of vijfde lid, en 5:62, eerste lid, is de rechtbank Amsterdam in eerste aanleg bij uitsluiting bevoegd.

Een uitgevende instelling met zetel in Nederland die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 5:56, eerste lid, onderdeel a of b, of een uitgevende instelling met zetel in een staat die geen lidstaat is die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 5:56, eerste lid, onderdeel d, heeft uitgegeven of voornemens is uit te geven of op wiens voorstel een koopovereenkomst inzake een financieel instrument als bedoeld in die onderdelen, niet zijnde een effect, tot stand is gekomen of die een zodanige overeenkomst voorstelt, met uitzondering van financiële instrumenten die zijn uitgegeven of zullen worden uitgegeven in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld, alsmede een uitgevende instelling met zetel in een staat die geen lidstaat is die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 5:56, eerste lid, onderdeel a, heeft uitgegeven of voornemens is uit te geven of op wiens voorstel een koopovereenkomst inzake een financieel instrument als bedoeld in dat onderdeel, niet zijnde een effect, tot stand is gekomen of die een zodanige overeenkomst voorstelt, met uitzondering van financiële instrumenten die zijn uitgegeven in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld, stelt een reglement vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot het bezit van en transacties in op haar betrekking hebbende aandelen of in financiële instrumenten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen door haar werknemers en de personen, bedoeld in artikel 5:60, eerste lid, onderdelen a en b. Het reglement voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

Vervallen

Met betrekking tot de naleving van het ingevolge deze afdeling bepaalde is artikel 1:75, eerste lid, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van pensioenfondsen.

Binnen zes werkdagen nadat een besluit houdende goedkeuring aan hem bekend is gemaakt, brengt de bieder zijn bod uit door het goedgekeurde biedingsbericht algemeen verkrijgbaar te stellen of doet hij een openbare mededeling dat hij geen openbaar bod zal uitbrengen.

De artikelen 5:79, 5:80a en 5:80b zijn van toepassing op openbare biedingen ter zake waarvan de Autoriteit Financiële Markten ingevolge artikel 5:74, tweede lid, het biedingsbericht kan goedkeuren.

Indien de bieder zijn openbaar bod gestand heeft gedaan, is het hem gedurende een periode van een jaar nadat het biedingsbericht algemeen verkrijgbaar is gesteld niet toegestaan effecten van de soort waarop het openbaar bod betrekking had, direct of indirect, te verwerven tegen voor de rechthebbende van die effecten gunstiger voorwaarden dan volgens het openbaar bod.

Een krachtens artikel 5:71, tweede lid, 5:76, tweede lid, 5:80a, derde of vierde lid, of 5:80b, vijfde lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.

Een ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 of de vereisten, bedoeld in artikel 6a, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die is verleend op grond van artikel 6c, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 5:81, derde lid.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 5:86.

Onverminderd artikel 1:89, eerste lid, verstrekt de toezichthouder eigener beweging of desgevraagd vertrouwelijke gegevens of inlichtingen aan Onze Minister, indien dit met het oog op de toepassing van artikel 6:1 of 6:2 noodzakelijk is. Artikel 1:42, vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1:76b is van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 6:1 en 6:2, of een gebeurtenis die met de uitoefening van deze taken en bevoegdheden rechtstreeks verband houdt.

Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad stelt Onze Minister de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van en verwijzingen naar artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken daarmee in overeenstemming.

Deze wet treedt in werking op een bij of krachtens wet te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het financieel toezicht.

Het bedrijf van levensverzekeraar wordt onderscheiden naar de volgende branches:

Het bedrijf van schadeverzekeraar wordt onderscheiden naar de volgende branches, waartoe de daarbij vermelde risico’s behoren:

2:3.0a, eerste en vierde lid

2:3.0b, eerste lid

2:3.0e

2:3.0f, eerste en vierde lid

2:3.0g, eerste lid

2:3.0h

2:3.0j

2:3.0k, eerste en vierde lid

2:3.0l, eerste lid

2:3.0n

2:3a, eerste lid

2:3e, eerste lid.

2:3f, eerste lid

2:3g, eerste lid

2:4, eerste lid

2:6, eerste lid

2:8, eerste lid

2:9, eerste en tweede lid

2:10, eerste, tweede en vierde lid

2:10a, eerste lid

2:10e, eerste lid

2:10f, eerste lid

2:11, eerste lid

2:14, tweede lid

2:15, eerste en tweede lid

2:16, eerste en derde lid

2:18, eerste en tweede lid

2:20

2:24, tweede lid

2:25, eerste en tweede lid

2:26

2:26a, eerste lid

2:26c, eerste lid

2:26d, eerste lid

2:26f, eerste lid

2:27, eerste lid

2:34, tweede lid

2:35

2:36, eerste tot en met vijfde lid

2:38, eerste en tweede lid

2:39, eerste en tweede lid

2:40, eerste lid

2:45, eerste tot en met vierde lid

2:46, eerste tot en met derde lid

2:48, eerste lid

2:50, eerste lid

2:52, eerste lid

2:53, eerste en tweede lid

2:54, eerste, tweede en vierde lid

2:54a, eerste lid

2:54c, eerste lid

2:54d, eerste lid

2:54f, eerste lid

2:54g, eerste lid

2:54i, eerste lid

2:54l, eerste lid

2:54n, eerste lid

2:54o

2:54q

2:55, eerste lid

2:60, eerste lid

2:65

2:66a, derde en zesde lid

2:69b, eerste lid

2:69c, eerste en derde lid

2:70

2:70, tweede lid

2:70a

2:71, eerste lid

2:72, eerste lid

2:73, eerste en tweede lid

2:75, eerste lid

2:80, eerste lid

2:81, derde en vierde lid

2:84, tweede lid

2:86, eerste lid

2:90 eerste en tweede lid

2:92, eerste lid

2:96, eerste lid

2:100, tweede lid

2:101, eerste lid

2:102, eerste lid

2:103

2:103a, eerste lid

2:106.0a, eerste lid

2:106a, eerste lid

2:107, eerste lid

2:107a, eerste en tweede lid

2:108, eerste lid

2:110, eerste lid

2:111, eerste lid

2:112, eerste lid

2:114, eerste lid

2:115, eerste lid

2:117, eerste lid

2:118, eerste lid

2:120, eerste lid

2:121, eerste lid

2:121a, eerste lid

2:121c eerste, vijfde, zesde en negende lid

2:121d eerste, vijfde, zesde en negende lid

2:121e

2:121f

2:121g

2:121h

2:122, eerste en vierde lid

2:122a, eerste lid

artikel 2:123, eerste, derde tot en met vijfde lid

2:124b, eerste en tweede lid

2:125, eerste lid

2:126, eerste lid

2:127, eerste lid

2:128, vijfde lid

2:129, eerste en derde lid

2:130, eerste lid

3:2, vijfde en zesde lid

3:5, eerste en vierde lid

3:6, eerste en vierde lid

3:7, eerste en vierde lid

3:8, eerste tot en met derde en vijfde lid

3:9, eerste lid

3:10, eerste tot en met derde lid

3:15, eerste en tweede lid

3:16, eerste tot en met derde lid

3:17, eerste en tweede lid

3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, onder 4

3:17a, eerste tot en met derde lid

3:17b, eerste tot en met derde en vijfde lid

3:17c, eerste en derde lid

3:18, eerste tot en met derde lid

3:18b, eerste lid

3:19, eerste en tweede lid

3:19a

3:20

3:20a

3:21, eerste en tweede lid

3:24

3:24.0b

3:29, eerste tot en met derde lid

3:29a, eerste en tweede lid.

3:29b

3:29c, eerste lid en vierde lid

3:30, eerste lid

3:32

3:33a, tweede lid

3:33b

3:33c

3:34

3:35

3:35a, eerste en tweede lid

3:36, eerste, derde en zesde lid

3:37, eerste tot en met derde lid

3:38

3:38a

3:38b

3:39, eerste en tweede lid

3:40

3:41

3:42

3:43, tweede lid

3:44, eerste lid

3:47, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid

3:48

3:51

3:52

3:53, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid

3:54, derde lid

3:55, tweede lid

3:55a, eerste en tweede lid

3:57, eerste, tweede, vierde en zesde lid

3:57, vijfde lid

3:57a

3:59, tweede lid

3:62, tweede lid

artikel 3:62a, derde tot en met zesde lid

3:62b, eerste en tweede lid

3:63, eerste tot en met derde lid

3:63, derde lid

3:66

3:67, eerste tot en met vijfde lid

3:68, eerste en derde lid

3:68a, eerste en tweede lid

3:69, eerste en tweede lid

3:69a

3:70, eerste lid

3:71, eerste en tweede lid

3:72, eerste, derde tot en met zevende lid

3:73

3:73a

3:73c, eerste en tweede lid

3:74, eerste en tweede lid

3:74a, eerste tot en met derde lid

3:74b, eerste en tweede lid

3:74c

3:75

3:76, eerste en tweede lid

3:77

3:78, eerste en tweede lid

3:81, eerste tot en met derde lid

3:82, eerste en tweede lid

3:83, eerste en tweede lid

3:86, eerste en tweede lid

3:87, eerste en tweede lid

3:88, eerste, tweede en vierde lid

3:95, eerste lid

3:96, eerste en vierde lid

3:97

3:97, eerste lid

3:99, eerste lid

3:103, eerste tot en met derde lid

3:104, eerste en derde lid

3:105, vierde lid

3:106, eerste lid

3:108a, eerste lid

3:110, vierde en vijfde lid

3:111, derde lid

3:111a, eerste en tweede lid

3:111b, eerste lid

3:111c

3:112, eerste lid

3:113, eerste en tweede lid

3:114, eerste lid

3:114a, eerste lid

3:116

3:119, eerste lid

3:120, eerste tot en met vijfde en zevende lid

3:124, tweede lid

3:125, eerste lid

3:129, eerste en tweede lid

3:130, eerste lid

3:131, eerste lid

3:131a, eerste lid

3:132, derde lid

3:135, eerste tot en met derde en zesde lid

3:136, eerste en tweede lid

3:137, eerste lid

3:141, eerste lid

3:143

3:144, eerste lid

3:146, eerste lid

3:148, eerste lid

3:151, derde lid

3:153

3:155, eerste en derde lid

3:156, zesde en tiende lid

3:158, derde en vierde lid

3:159ai, tweede en derde lid

3:175, derde lid

3:196

3:259, eerste en tweede lid

3:262

3:263

3:264, eerste lid

3:267, derde tot en met vijfde lid

3:267a, eerste tot en met vierde lid

3:267b, eerste tot en met vierde lid

3:267c, eerste lid

3:267h

3:269, eerste en tweede lid

3:269a, eerste en derde lid

3:273, eerste lid

3:277a, eerste lid

3:279, eerste en vierde lid

3:280, tweede tot en met vierde lid

3:281

3:281a, tweede en derde lid

3:281b, eerste en tweede lid

3:284, eerste lid

3:288a, eerste tot en met derde lid en vijfde lid

3:288b, eerste tot en met derde lid

3:288e, eerste en tweede lid

3:288f, eerste en tweede lid

3:288h, tweede tot en met vijfde lid

3:288i, eerste, derde en vierde lid

3:296, eerste tot en met vierde lid

3:297, eerste tot en met derde en vijfde lid

3:298, eerste tot en met derde en vijfde lid

3:299, eerste en tweede lid

3:301, eerste lid

3:302, eerste lid

3:303, eerste en tweede lid

3:304

3:305, eerste, tweede en vierde lid

2:67a, eerste, derde en vierde lid

4:3, eerste en vierde lid

4:4, eerste lid

4:4a

4:5, derde lid

4:6, eerste en tweede lid

4:6a, eerste lid

4:9, eerste tot en met derde lid

4:9b, eerste en derde lid

4:10, eerste lid

4:11, eerste tot en met vierde lid

4:13, eerste en tweede lid

4:14, eerste tot en met derde lid

4:15, eerste en tweede lid

4:16, eerste tot en met derde lid

4:17, eerste en derde lid

4:18a, eerste en tweede lid

4:18b, tweede en derde lid

4:18c, derde lid

4:18d, eerste en tweede lid

4:18e, eerste en tweede lid

4:19, eerste tot en met derde lid

4:20, eerste, derde en vierde lid

4:21

4:22, eerste en tweede lid

4:23, eerste tot en met derde lid

4:24, eerste tot en met derde en vijfde lid

4:25, eerste lid

4:25a, eerste lid

4:25b, eerste en tweede lid

4:25d

4:26, eerste tot en met zevende lid

4:27, eerste, tweede en vierde lid

4:27a, eerste lid

4:30a, eerste tot en met derde lid

4:31, eerste tot en met vierde lid

4:31a

4:32, eerste lid

4:33, eerste tot en met derde lid

4:34, derde lid

4:35

4:37c

4:37d, eerste en derde lid

4:37e, eerste en tweede lid

4:37j, eerste en tweede lid

4:37k, eerste tot en met vierde lid

4:37l, eerste tot en met derde lid

4:37m, eerste lid

4:37n

4:37o, eerste tot en met vierde lid

4:37p, eerste lid

4:37s, eerste lid

4:37t

4:37u

4:37v, eerste, derde en vierde lid

4:37y

4:37z, eerste, derde en vierde lid

4:39

4:40

4:42

4:44, eerste en tweede lid

4:46, eerste tot en met vierde lid

4:46a

4:47, eerste tot en met vijfde lid

4:48, eerste en tweede lid

4:49, eerste tot en met vierde lid

4:50, eerste en tweede lid

4:51, eerste tot en met vijfde lid

4:52, eerste tot en met derde lid

4:52a

4:53

4:55

4:57c, eerste tot en met derde en vijfde lid

4:58

4:59

4:59a, eerste tot en met derde lid

4:59b, eerste en tweede lid

4:59c, eerste tot en met zevende lid

4:59d, eerste tot en met zesde lid

4:59e, eerste en tweede lid

4:60, eerste tot en met derde lid

4:61, eerste lid

4:61a, eerste tot en met vijfde lid

4:61b, eerste tot en met vierde lid

4:62, eerste tot en met vierde lid

4:62b, eerste en tweede lid

4:62e, eerste en tweede lid

4:62f, eerste tot en met derde lid

4:62g, eerste lid

4:62h, eerste en tweede lid

4:62i

4:62j, eerste tot en met vierde lid

4:62k

4:62m, eerste en tweede lid

4:62n

4:62o, eerste tot en met vierde lid

4:62q, eerste lid

4:62r, eerste tot en met derde lid

4:62s, eerste en tweede lid

4:62t, eerste en tweede lid

4:62u, eerste, tweede en vierde lid

4:62v, eerste lid

4:62w, eerste en tweede lid

4:63, eerste en tweede lid

4:65, eerste tot en met derde lid

4:66

4:67, eerste lid

4:68, eerste lid

4:69, eerste lid

4:70, eerste tot en met zevende lid

4:71, eerste tot en met vijfde lid

4:71a

4:71b, eerste tot en met derde lid

4:71c

4:71d, eerste tot en met zesde lid

4:71f, eerste lid

4:74, eerste lid

4:75, eerste tot en met derde lid

4:76, eerste en derde lid

4:76a

4:76b

4:76c

4:76d

4:77, eerste tot en met vierde lid

4:78, eerste en tweede lid

4:79, eerste lid

4:83, eerste lid

4:84, eerste en tweede lid

4:85, eerste en derde tot en met vijfde lid

4:86

4:87, eerste tot en met vierde lid

4:87a

4:88, eerste tot en met vierde lid

4:89, eerste en tweede lid

4:89a, eerste en tweede lid

4:90, eerste en tweede lid

4:90a, eerste tot en met vijfde lid

4:90b, eerste tot en met tiende lid

4:90c, eerste tot en met vierde lid

4:90d, eerste, tweede en vierde lid

4:90e, eerste tot en met vijfde en achtste lid

4:91a, eerste, derde tot en met zevende en negende lid

4:91b, eerste tot en met vierde lid

4:91c, eerste en tweede lid

4:91d, eerste en tweede lid

4:91g, eerste tot en met vierde lid

4:91i

4:91j, eerste, tweede en vijfde lid

4:91k, eerste en tweede lid

4:91l, eerste en tweede lid

4:93, eerste en tweede lid

4:94, eerste tot en met derde lid

4:95, eerste tot en met derde lid

4:96, eerste en tweede lid

4:97, eerste en derde lid

4:99, eerste en tweede lid

4:100, eerste tot en met derde lid

4:100a, eerste en tweede lid

4:100b, eerste tot en met derde lid

4:100c

4:100d, eerste en tweede lid

4:100f

2:3.0a, eerste en vierde lid

2:3.0b, eerste lid

2:3.0e

2:3.0f, eerste en vierde lid

2:3.0g, eerste lid

2:3.0h

2:3.0j

2:3.0k, eerste en vierde lid

2:3.0l, eerste lid

2:3.0n

2:3a, eerste lid

2:3e, eerste lid

2:3f, eerste lid

2:3g, eerste lid

2:4, eerste lid

2:6, eerste lid

2:8, eerste lid

2:9, eerste en tweede lid

2:10, eerste, tweede en vierde lid

2:10a, eerste lid

2:10e, eerste lid

2:10f, eerste lid

2:11, eerste lid

2:14, tweede lid

2:15, eerste en tweede lid

2:16, eerste en derde lid

2:18, eerste en tweede lid

2:20

2:24, tweede lid

2:25, eerste en tweede lid

2:26

2:26a, eerste lid

2:26c, eerste lid

2:26d, eerste lid

2:26f, eerste lid

2:27, eerste lid

2:34, tweede lid

2:35

2:36, eerste tot en met vijfde lid

2:38, eerste en tweede lid

2:39, eerste en tweede lid

2:40, eerste lid

2:45, eerste tot en met vierde lid

2:46, eerste tot en met derde lid

2:48, eerste lid

2:50, eerste lid

2:52, eerste lid

2:53, eerste en tweede lid

2:54, eerste, tweede en vierde lid

2:54a, eerste lid

2:54c, eerste lid

2:54d, eerste lid

2:54f, eerste lid

2:54g, eerste lid

2:54i, eerste lid

2:54l, eerste lid

2:54n, eerste lid

2:54o

2:54q

2:55, eerste lid

2:60, eerste lid

2:65

2:66a, derde en zesde lid

2:69b, eerste lid

2:69c, eerste en derde lid

2:70

2:70, tweede lid

2:70a

2:71, eerste lid

2:72, eerste lid

2:73, eerste en tweede lid

2:75, eerste lid

2:80, eerste lid

2:81, derde en vierde lid

2:84, tweede lid

2:86, eerste lid

2:90, eerste en tweede lid

2:92, eerste lid

2:96, eerste lid

2:99, vierde en vijfde lid

2:100, tweede lid

2:101, eerste lid

2:102, eerste lid

2:103

2:103a, eerste lid

2:106.0a, eerste lid

2:106a, eerste lid

2:107, eerste lid

2:107a, eerste en tweede lid

2:108, eerste lid

2:110, eerste lid

2:111, eerste lid

2:112, eerste lid

2:114, eerste lid

2:115, eerste lid

2:117, eerste lid

2:118, eerste lid

2:120, eerste lid

2:121, eerste lid

2:121a, eerste lid

2:121c eerste, vijfde, zesde en negende lid

2:121d eerste, vijfde, zesde en negende lid

2:121e

2:121f

2:121g

2:121h

2:122, eerste en vierde lid

2:122a, eerste lid

artikel 2:123, eerste, derde tot en met vijfde lid

2:124b, eerste en tweede lid

2:125, eerste lid

2:126, eerste lid

2:127, eerste lid

2:128, vijfde lid

2:129, eerste en derde lid

2:130, eerste lid

3:2, vijfde en zesde lid

3:5, eerste en vierde lid

3:6, eerste en vierde lid

3:7, eerste en vierde lid

3:8, eerste tot en met derde en vijfde lid

3:9, eerste lid

3:10, eerste tot en met derde lid

3:15, eerste en tweede lid

3:16, eerste tot en met derde lid

3:17, eerste en tweede lid

3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, onder 4

3:17a, eerste tot en met derde lid

3:17b, eerste tot en met derde en vijfde lid

3:17c, eerste en derde lid

3:18, eerste tot en met derde lid

3:18b, eerste lid

3:19, eerste en tweede lid

3:19a

3:20

3:20a

3:21, eerste en tweede lid

3:24

3:24.0b

3:29, eerste tot en met derde lid

3:29a, eerste en tweede lid

3:29b

3:29c, eerste lid en vierde lid, onder a

3:30, eerste lid

3:32

3:33a, tweede lid

3:33b

3:33c

3:34

3:35, eerste lid

3:35a, eerste en tweede lid

3:36, eerste, derde en zesde lid

3:37, eerste tot en met derde lid

3:38

3:38a

3:38b

3:39, eerste en tweede lid

3:40

3:41

3:42

3:43, tweede lid

3:44, eerste lid

3:47, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid

3:48

3:51

3:52

3:53, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid

3:54, derde lid

3:55, tweede lid

3:55a, eerste en tweede lid

3:57, eerste, tweede, vierde en zesde lid

3:57, vijfde lid

3:57a

3:59, tweede lid

3:62, tweede lid

artikel 3:62a, derde tot en met zesde lid

3:62b, eerste en tweede lid

3:63, eerste tot en met derde lid

3:63, derde lid

3:66

3:67, eerste tot en met vijfde lid

3:68, eerste en derde lid

3:68a, eerste en tweede lid

3:69, eerste en tweede lid

3:69a

3:70, eerste lid

3:71, eerste en tweede lid

3:72, eerste en derde tot en met zevende lid

3:73

3:73a

3:73c, eerste en tweede lid

3:74, eerste en tweede lid

3:74a, eerste tot en met derde lid

3:74b, eerste en tweede lid

3:74c

3:75

3:76, eerste en tweede lid

3:77

3:78, eerste en tweede lid

3:81, eerste tot en met derde lid

3:82, eerste en tweede lid

3:83, eerste en tweede lid

3:86, eerste en tweede lid

3:87, eerste en tweede lid

3:88, eerste, tweede en vierde lid

3:95, eerste lid

3:96, eerste en vierde lid

3:97

3:97, eerste lid

3:99, eerste lid

3:103, eerste tot en met derde lid

3:104, eerste en derde lid

3:105, vierde lid

3:106, eerste lid

3:108a, eerste lid

3:110, vierde en vijfde lid

3:111, derde lid

3:111a, eerste en tweede lid

3:111b, eerste lid

3:111c

3:112, eerste lid

3:113, eerste en tweede lid

3:114, eerste lid

3:114a, eerste lid

3:116

3:119, eerste lid

3:120, eerste tot en met vijfde en zevende lid

3:124, tweede lid

3:125, eerste lid

3:126, eerste lid

3:129, eerste en tweede lid

3:130, eerste lid

3:131, eerste lid

3:131a, eerste lid

3:132, derde lid

3:135, eerste tot en met derde en zesde lid

3:136, eerste en tweede lid

3:137, eerste lid

3:141, eerste lid

3:143

3:144, eerste lid

3:146, eerste lid

3:148, eerste lid

3:151, derde lid

3:153

3:155, eerste en derde lid

3:156, zesde en tiende lid

3:158, derde en vierde lid

3:159ai, tweede en derde lid

3:175, derde lid

3:196

3:259, eerste en tweede lid

3:262

3:263

3:264, eerste lid

3:267, derde tot en met vijfde lid

3:267a, eerste tot en met vierde lid

3:267b, eerste tot en met vierde lid

3:267c, eerste lid

3:267h

3:269, eerste en tweede lid

3:269a, eerste en derde lid

3:273, eerste lid

3:277a, eerste lid

3:279, eerste en vierde lid

3:280, tweede tot en met vierde lid

3:281

3:281a, tweede en derde lid

3:281b, eerste en tweede lid

3:284, eerste lid

3:288a, eerste tot en met derde lid en vijfde lid

3:288b, eerste tot en met derde lid

3:288e, eerste en tweede lid

3:288f, eerste en tweede lid

3:288h, tweede tot en met vijfde lid

3:288i, eerste, derde en vierde lid

3:296, eerste tot en met vierde lid

3:297, eerste tot en met derde en vijfde lid

3:298, eerste tot en met derde en vijfde lid

3:299, eerste en tweede lid

3:301, eerste lid

3:302, eerste lid

3:303, eerste en tweede lid

3:304

3:305, eerste, tweede en vierde lid

2:67a, eerste, derde en vierde lid

4:3, eerste en vierde lid

4:4, eerste lid

4:4a

4:5, tweede en derde lid

4:6, eerste en tweede lid

4:6a, eerste lid

4:9, eerste tot en met derde lid

4:9b, eerste en derde lid

4:10, eerste lid

4:11, eerste tot en met vierde lid

4:13, eerste en tweede lid

4:14, eerste tot en met derde lid

4:15, eerste en tweede lid

4:16, eerste tot en met derde lid

4:17, eerste en derde lid

4:18a, eerste en tweede lid

4:18b, tweede en derde lid

4:18c, derde lid

4:18d, eerste en tweede lid

4:18e, eerste en tweede lid

4:19, eerste tot en met vierde lid

4:20, eerste, derde en vierde lid

4:21

4:22, eerste en tweede lid

4:23, eerste tot en met derde lid

4:24, eerste tot en met derde en vijfde lid

4:25, eerste lid

4:25a, eerste lid

4:25b, eerste en tweede lid

4:25d

4:26, eerste tot en met achtste lid

4:27, eerste, tweede en vierde lid

4:27a, eerste lid

4:30a, eerste tot en met derde lid

4:31, eerste tot en met derde lid

4:31a

4:32, eerste lid

4:33, eerste tot en met derde lid

4:34, eerste tot en met derde lid

4:35

4:37c

4:37d, eerste en derde lid

4:37e, eerste en tweede lid

4:37j, eerste en tweede lid

4:37k, eerste tot en met vierde lid

4:37l, eerste tot en met derde lid

4:37m, eerste lid

4:37n

4:37o, eerste tot en met vierde lid

4:37p, eerste lid

4:37s, eerste lid

4:37t

4:37u

4:37v, eerste, derde en vierde lid

4:37y

4:37z, eerste, derde en vierde lid

4:39

4:40

4:42

4:44, eerste en tweede lid

4:46, eerste tot en met vierde lid

4:46a

4:47, eerste tot en met vijfde lid

4:48, eerste en tweede lid

4:49, eerste tot en met vierde lid

4:50, eerste en tweede lid

4:51, eerste tot en met vijfde lid

4:52, eerste tot en met derde lid

4:52a

4:52b

4:53

4:55

4:55a

4:57c, eerste tot en met derde en vijfde lid

4:58

4:59

4:59a, eerste tot en met derde lid

4:59b, eerste en tweede lid

4:59c, eerste tot en met zevende lid

4:59d, eerste tot en met zesde lid

4:59e, eerste en tweede lid

4:60, eerste tot en met derde lid

4:61, eerste lid

4:61a, eerste tot en met vijfde lid

4:61b, eerste tot en met vierde lid

4:62, eerste tot en met vierde lid

4:62b, eerste en tweede lid

4:62e, eerste en tweede lid

4:62f, eerste tot en met derde lid

4:62g, eerste tot en met vierde lid

4:62h, eerste tot en met derde lid

4:62i

4:62j, eerste tot en met vierde lid

4:62k

4:62m, eerste en tweede lid

4:62n

4:62o, eerste tot en met vierde lid

4:62q, eerste lid

4:62r, eerste tot en met derde lid

4:62s, eerste en tweede lid

4:62t, eerste en tweede lid

4:62u, eerste, tweede en vierde lid

4:62v, eerste lid

4:62w, eerste en tweede lid

4:63, eerste en tweede lid

4:65, eerste tot en met derde lid

4:66

4:67, eerste lid

4:68, eerste lid

4:69, eerste lid

4:70, eerste tot en met zevende lid

4:71, eerste tot en met vijfde lid

4:71a

4:71b, eerste tot en met derde lid

4:71c

4:71d, eerste tot en met zesde lid

4:71e

4:71f, eerste lid

4:74, eerste en tweede lid

4:75, eerste tot en met derde lid

4:76, eerste en derde lid

4:76a

4:76b

4:76c

4:76d

4:77, eerste tot en met vierde lid

4:78, eerste en tweede lid

4:79, eerste lid

4:83, eerste lid

4:84, eerste en tweede lid

4:85, eerste en derde tot en met vijfde lid

4:86

4:87, eerste tot en met derde lid

4:87a

4:88, eerste tot en met vierde lid

4:89, eerste en tweede lid

4:89a, eerste en tweede lid

4:90, eerste en tweede lid

4:90a, eerste tot en met vijfde lid

4:90b, eerste tot en met tiende lid

4:90c, eerste tot en met vierde lid

4:90d, eerste, tweede en vierde lid

4:90e, eerste tot en met vijfde en achtste lid

4:91a, eerste, derde tot en met zevende en negende lid

4:91b, eerste tot en met vierde lid

4:91c, eerste en tweede lid

4:91d, eerste en tweede lid

4:91g, eerste tot en met vierde lid

4:91i

4:91j, eerste, tweede en vijfde lid

4:91k, eerste en tweede lid

4:91l, eerste en tweede lid

4:93, eerste en tweede lid

4:94, eerste tot en met derde lid

4:95, eerste tot en met derde lid

4:96, eerste en tweede lid

4:97, eerste tot en met derde lid

4:99, eerste en tweede lid

4:100, eerste tot en met derde lid

4:100a, eerste en tweede lid

4:100b, eerste tot en met derde lid

4:100c

4:100d, eerste en tweede lid

4:100f

4:103, eerste en vierde lid

4:104, eerste en derde lid

4:15a, eerste, tweede en vierde lid

4:74b, eerste, tweede en derde lid

4:74c

5:2

5:16, tweede lid

5:18, tweede lid

5:19a

5:20, eerste tot en met vijfde lid

5:21, eerste tot en met zevende lid

5:23, eerste en vijfde lid

5:24, eerste, derde en vierde lid

5:25a, tweede lid

5:25c, eerste en zesde tot en met negende lid

5:25d, eerste en derde lid

5:25e

5:25f

5:25h

5:25i

5:25m, eerste tot en met derde lid, zesde en achtste lid

5:25p

5:25q

5:25v, derde lid

5:25w

5:26, eerste lid

5:27, derde en vierde lid

5:29, eerste, tweede, vierde en vijfde lid

5:30

5:31, eerste, derde en vierde lid

5:32, eerste tot en met vierde lid

5:32a, eerste tot en met derde lid

5:32b, eerste tot en met derde en vijfde lid

5:32c

5:32d, eerste en zevende lid

5:32e

5:32f, eerste lid

5:32g, eerste en tweede lid

5:32j, eerste tot en met derde lid

5:32k, eerste, tweede en vierde lid

5:32l, eerste tot en met derde lid

5:32m

5:34, eerste en tweede lid

5:35, eerste tot en met vierde lid

5:36

5:37

artikel 5:38, eerste, tweede en derde lid

artikel 5:39, eerste en tweede lid

5:40

5:41, eerste en tweede lid

5:42

5:43, eerste en tweede lid

5:44

5:48, derde tot en met achtste en tiende lid

5:50

5:51, eerste lid

5:56, eerste, derde en zevende lid

5:57, eerste en derde lid

5:58, eerste lid

5:58a, eerste tot en met derde lid

5:59, eerste en tweede lid

5:60, eerste en derde lid

5:61, eerste lid

5:62, eerste en derde lid

5:63, derde lid

5:64, eerste en derde tot en met zevende lid

5:65

5:68, eerste lid

5:74, eerste, derde en vierde lid,

5:76, tweede lid,

5:78,

5:79

5:80, tweede lid

5:80a, eerste en vierde lid

5:86, eerste en tweede lid

5:88, eerste en tweede lid