Ministeriële regeling · BWBR0020371
Sanctieregeling Belarus 2006
Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;
Gelet op Verordening (EG) nr. 765/2006 van de Raad van de Europese Unie van 18 mei 2006 betreffende beperkende maatregelen tegen president Loekasjenko en bepaalde functionarissen van Belarus (Pb EG L 134);
Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 3 van de Sanctiewet 1977;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken, B.R.BotHet is verboden te handelen in strijd met artikel 1 bis, eerste lid, artikel 1 ter, eerste lid, artikel 1 quater, eerste lid, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, eerste lid en tweede lid, artikel 1 septies, eerste en tweede lid, artikel 1 octies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 nonies, eerste lid, artikel 1 decies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 undecies, artikel 1 duodecies, eerste lid, artikel 1 terdecies, eerste lid, artikel 1 quaterdecies, artikel 1 sedecies, eerste lid, artikel 1 septiesdecies, eerste lid, artikel 1 octiesdecies, eerste lid, artikel 1 noviesdecies, eerste lid, artikel 1 vicies, eerste lid, artikel 2, eerste, tweede en derde lid, artikel 5, artikel 8 ter, eerste lid, en artikel 8 quinquies, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 van de Raad van de Europese Unie van 18 mei 2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU, L 134).
Een verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 1 bis, tweede of derde lid, artikel 1 ter, tweede of derde lid, artikel 1 sexies, derde, vierde, of vijfde lid, artikel 1 septies, derde lid, vierde lid of vijfde lid, artikel 1 septies bis, eerste lid, artikel 1 nonies, tweede of vierde lid, artikel 1 duodecies, tweede of derde lid, artikel 1 terdecies, tweede lid, artikel 1 sedecies, tweede lid, artikel 1 septiesdecies, tweede lid, artikel 1 octiesdecies, tweede lid, artikel 1 noviesdecies, tweede lid, artikel 1 vicies, tweede of derde lid, artikel 3, eerste of tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4, artikel 4 bis, artikel 4 ter, artikel 8 ter, tweede lid, of artikel 8 quater, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 van toepassing is.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 bis, derde lid, en artikel 1 quater, eerste en tweede lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 ter, tweede lid, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, derde tot en met achtste lid, artikel 1 septies, derde tot en met achtste lid, artikel 1 septies bis, artikel 1 septies quater, eerste lid, en artikel 1 vicies, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is, voor zover het betreft de verlening van de bedoelde diensten of transacties met betrekking tot technische bijstand of tussenhandeldiensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en, voor zover het betreft de financiering of financiële bijstand, financiële diensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister van Financiën.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, en artikel 4 ter, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is, voor zover het betreft de vrijgave en de beschikbaarstelling van economische middelen, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 duodecies, derde lid, artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, en artikel 4 ter, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is, voor zover het betreft de vrijgave en de beschikbaarstelling van tegoeden, de Minister van Financiën.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister van Financiën.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quater, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar, entiteiten of personen in Belarus of voor gebruik in of ten behoeve van Belarus, ongeacht het land van oorsprong.
Het eerste lid is niet van toepassing met vooraf verleende ontheffing van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op:
- a.
de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend bestemd is voor humanitaire of beschermende doeleinden, voor programma’s voor institutionele opbouw of voor crisisbeheersingsoperaties van de Verenigde Naties en de Europese Unie;
- b.
de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van andere voertuigen dan gevechtsvoertuigen die gemaakt zijn van, of uitgerust zijn met, materiaal dat bescherming biedt tegen kogels en die uitsluitend bestemd zijn voor de bescherming van personeel van de Europese Unie en haar lidstaten in Belarus.
Het eerste lid is niet van toepassing op beschermende kleding, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, die voor louter persoonlijk gebruik door personeel van de Verenigde Naties, de Europese Unie of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media of medewerkers van humanitaire en ontwikkelingsorganisaties en aanverwant personeel tijdelijk naar Belarus worden uitgevoerd.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Belarus 2006.