Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 22 augustus 2006, 5434909/06/6 Directie Wetgeving;
Gelet op de artikelen 11, 12 en 27 van de vierde richtlijn nr. 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (PbEG L 222), zoals gewijzigd door richtlijn 2006/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006, tot wijziging van Richtlijnen 78/660/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening en van bepaalde vennootschapsvormen, 83/349/EEG van de Raad betreffende de geconsolideerde jaarrekening, 86/635/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen en 91/674/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen (PbEU L 224);
Gelet op artikel 398 lid 4 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord, advies van 31 augustus 2006, nr. W03.06.0359/I;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 4 oktober 2006, nr. 5444622/06/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage11 oktober 2006BeatrixDe Minister van Justitie , E. M. H.Hirsch Ballinde vierentwintigste oktober 2006De Minister van Justitie , E. M. H.Hirsch BallinWijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.
Dit besluit is van toepassing op jaarrekeningen en jaarverslagen die worden opgesteld over de boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2007. De bepalingen van dit besluit kunnen worden toegepast op de jaarrekening en het jaarverslag die worden opgesteld over het boekjaar dat is aangevangen op of na 1 januari 2006.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.