U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 10-07-2024.

Regeling · BWBR0020420

Besluit prudentiële regels Wft

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 12 oktober 2006, houdende prudentiële regels voor financiële ondernemingen die werkzaam zijn op de financiële markten (Besluit prudentiële regels Wft)Besluit prudentiële regels WftWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 27 juni 2006, nr. FM 2006-01567 M;

Gelet op de artikelen 3:9, derde lid, 3:10, tweede en derde lid, 3:17, tweede lid, 3:18, tweede en derde lid, 3:29, derde lid, 3:36, vierde lid, 3:40, 3:41, 3:42, 3:43, tweede lid, 3:47, zesde lid, 3:48, 3:52, 3:53, derde lid, 3:54, derde lid, 3:55, tweede lid, 3:57, tweede en zevende lid, 3:59, tweede lid, 3:62, tweede lid, 3:63, tweede lid, 3:67, vierde lid, 3:71, tweede lid, 3:72, vijfde en zevende lid, 3:73, 3:74, tweede lid, 3:78, tweede lid, 3:81, tweede lid, 3:83, tweede lid, 3:87, tweede lid, 3:88, vierde lid, 3:89, eerste lid, 3:96, derde en vierde lid, 3:99, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht en de richtlijnen nr. 73/239/EEG, 85/611/EEG, 88/357/EEG, 91/674/EEG, 92/49/EEG, 93/6/EEG, 93/22/EEG, 2000/12/EG, 2000/46/EG en 2002/83/EG;

De Raad van State gehoord, advies van 27 juli 2006, nr. W06.06.0265/IV;

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 9 oktober 2006, nr. FM 2006-2352 M;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage12 oktober 2006BeatrixDe Minister van Financiën, G.Zalmde eenendertigste oktober 2006De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

authenticatie: een procedure waarmee een betaaldienstverlener de identiteit van een betaaldienstgebruiker dan wel de validiteit van het gebruik van een specifiek betaalinstrument kan verifiëren, met inbegrip van het gebruik van persoonlijke beveiligingsgegevens van de betaaldienstgebruiker;

back-to-back lening: kredietinstrument waarbij de kredietnemer geld of financiële instrumenten ter beschikking krijgt, waartegenover de kredietverstrekker een zekerheid ontvangt, direct of indirect, uit eigen liquide middelen van de kredietnemer;

betaalgegevens: gegevens die samenhangen met het houden van een betaalrekening en met het uitvoeren van een betalingstransactie vanaf deze rekening;

betalingstransactie op afstand: betalingstransactie die via het internet of met een voor communicatie op afstand bruikbaar apparaat wordt geïnitieerd;

daggeld: kortlopende vorderingen die dagelijks opvraagbaar zijn en die uiterlijk twee werkdagen na opvraging dan wel opzegging moeten worden terugbetaald;

gemiddeld uitstaand elektronisch geld: het gemiddelde totale bedrag gedurende de zes voorafgaande kalendermaanden van de met elektronisch geld verband houdende financiële verplichtingen dat op het eind van elke kalenderdag in omloop is, berekend op de eerste kalenderdag van elke kalendermaand en toegepast voor die kalendermaand.

gevoelige betaalgegevens: betaalgegevens, waaronder persoonlijke beveiligingsgegevens, met behulp waarvan fraude kan worden gepleegd, met uitzondering van de naam van de rekeninghouder en het rekeningnummer voor zover betaalinitiatie- en rekeninginformatiedienstverleners deze gegevens gebruiken ten behoeve van hun bedrijfsuitoefening;

groepsbestuurder: ieder die binnen een groep het beleid bepaalt;

incident: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van de desbetreffende financiële onderneming;

integriteitgevoelige functie:

integriteitsrisico: gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven;

internationale jaarrekeningstandaarden: internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243);

kalenderpost: actiefpost of passiefpost waarvan de kasinstromen respectievelijk kasuitstromen als gevolg van aflossing of rentebetalingen in de vervalkalender worden opgenomen;

kasstromen van het kernbedrijf: kasstromen van leningen die met een vaste termijn zijn verstrekt aan tegenpartijen, die geen kantoren en bancaire deelnemingen zijn die niet in de rapportage worden betrokken, die geen banken en geen professionele geldmarktpartijen zijn, en van deze tegenpartijen met een vaste termijn opgenomen gelden, met inbegrip van te ontvangen onderscheidenlijk te betalen rente;

maandperiode: eerste kalendermaand volgend op de verslagdatum;

niet-volgestorte kredietprotectie: kredietrisicovermindering waarbij het kredietrisico met betrekking tot een vordering van een financiële onderneming wordt beperkt door de garantie van een derde partij om een bepaald bedrag uit te keren bij wanbetaling van de wederpartij of bij andere in de overeenkomst tot kredietprotectie vermelde gebeurtenissen die betaling onder de overeenkomst of afwikkeling van de overeenkomst tot gevolg hebben;

officiële stand-by faciliteiten: liquiditeitsgarantie die, onder door de Nederlandsche Bank te stellen voorwaarden, is ontvangen van onderscheidenlijk afgegeven door een binnenlandse of buitenlandse bank;

operationeel risico: risico van verliezen als gevolg van tekortschietende of falende interne procedures en systemen of als gevolg van externe gebeurtenissen, met inbegrip van juridische risico’s;

persoonlijke beveiligingsgegevens: gepersonaliseerde kenmerken die door de betaaldienstverlener aan een betaaldienstgebruiker worden verstrekt ten behoeve van authenticatie;

professionele geldmarktpartij: persoon die geen bank is en die in het kader van zijn middelenbeheer transacties verricht op de geldmarkt met bij de geldmarkt passende volumes en op die markt met enige regelmaat opereert op een manier die vergelijkbaar is met die van een bank;

rekeninghoudende betaaldienstverlener: een betaaldienstverlener die ten behoeve van een betaler een betaalrekening aanbiedt en beheert;

securitisatie: transactie of regeling waarbij:

securitisatiepositie: vordering in het kader van een securitisatie;

stresstest: onderzoek naar de risico’s die ontstaan als zich veranderingen in de marktsituatie voordoen of zouden voordoen die een ongunstige invloed uitoefenen op de toereikendheid van het toetsingsvermogen van een financiële onderneming, en naar de risico’s die ontstaan als zekerheidsrechten worden uitgeoefend in crisissituaties;

tegenpartijkredietrisico: risico dat de wederpartij bij een transactie in gebreke blijft voordat de definitieve afwikkeling van de met de transactie samenhangende kasstromen heeft plaatsgevonden;

toetsingsvermogen: het eigen vermogen, bedoeld in artikel 72 van de verordening kapitaalvereisten of, in het geval van beleggingsondernemingen in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, artikel 9 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen;

tranche: contractueel vastgesteld segment van het kredietrisico van een gesecuritiseerde vordering of verzameling van vorderingen, waarbij een securitisatiepositie in dit segment een groter of kleiner risico op verlies meebrengt dan een securitisatiepositie van dezelfde omvang in elk ander segment, indien geen rekening wordt gehouden met de volgestorte of niet-volgestorte kredietprotectie die door derden rechtstreeks aan de houders van de securitisatieposities in dit segment of in andere segmenten wordt geboden;

verordening solvabiliteit II: gedelegeerde verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU L12);

verslagdatum: datum van de dag direct voorafgaande aan de periode waarover wordt gerapporteerd;

vervalkalender: overzicht van contractuele looptijden van overeenkomsten gesloten door een financiële onderneming;

volgestorte kredietprotectie: kredietrisicovermindering waarbij het kredietrisico met betrekking tot een vordering van een financiële onderneming wordt beperkt door het recht van die financiële onderneming om bij wanbetaling van de wederpartij of bij andere specifieke gebeurtenissen in verband met de wederpartij die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het kredietrisico met betrekking tot de vordering:

voorraadposten: liquide activa die niet in de vervalkalender worden opgenomen;

waarde van de gekwalificeerde deelneming: koopprijs van een aandeel, op het moment van de verwerving of vergroting van de gekwalificeerde deelneming, vermenigvuldigd met het aantal verworven aandelen;

weekperiode: eerste zeven kalenderdagen volgend op de verslagdatum;

de wet: de Wet op het financieel toezicht.

De artikelen 1, 4, 5 tot en met 25, 27 tot en met 31, 35, 48, 50, 59, 138, 139, en 145 zijn, voor zover zij betrekking hebben op banken, van overeenkomstige toepassing op financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 van de wet.

Vervallen

De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 5, in ieder geval in aanmerking:

De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 5, in aanmerking:

Het organisatieonderdeel, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van een bank als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of 3:23, tweede lid, van de wet die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, heeft als taak:

De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de bedrijfsvoering van afwikkelondernemingen.

Een bank is, mede voor de toepassing van artikel 3:8, vierde lid, van de wet, significant, indien:

Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.

De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.

De werknemers van een bank met zetel in Nederland die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten en andere personen die door de bank zijn belast met het verrichten van zodanige werkzaamheden beschikken over de nodige vakbekwaamheid en deskundigheid om de hun toevertrouwde verantwoordelijkheden uit te oefenen.

Het beleid en de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, eerste en derde tot en met vijfde lid:

In aanvulling op artikel 23, eerste lid, omvat het risicobeheerbeleid van een beheerder van een icbe procedures ter beheersing van duurzaamheidsrisico’s als bedoeld in artikel 2, onder 22, van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PbEU 2019, L 317).

Indien een onderneming, entiteit of groep als bedoeld in de artikelen 23d, eerste of vijfde lid, of 23e, eerste of vierde lid, uitvoering geeft aan maatregelen die zijn opgenomen in het herstelplan of deze maatregelen achterwege laat in afwijking van de uitkomsten van de indicatoren, bedoeld in artikel 23f, tweede lid, doet de onderneming, de entiteit of de EU-moederonderneming van de groep daarvan onverwijld mededeling aan de Nederlandsche Bank.

Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten.

De Nederlandsche Bank kan een entiteit als bedoeld in artikel 3A:2 van de wet verplichten gedetailleerde gegevens bij te houden over financiële contracten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 100, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen waarbij zij partij is, indien dit nodig is met het oog op:

Een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe die een activiteit verricht of een beleggingsdienst verleent op grond van artikel 2:67a, tweede lid, van de wet, respectievelijk artikel 2:69c, tweede lid, van de wet, voldoet aan het bepaalde in de artikelen 23, eerste tot en met vijfde lid en negende lid, 23a, aanhef en onderdeel b, 23b, eerste, derde en vierde lid, en 24a1 voor een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen of voor een beleggingsonderneming die kwalificeert als klein en niet-verweven als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen indien wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in dat artikel. Artikel 24a2, voor zover het de toepassing van de artikelen 23, 23a en 23b betreft, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17aa, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van de risicobeheerfunctie bij een premiepensioeninstelling. De artikelen 5, eerste lid, 17aa, vierde lid, en 17ab zijn van overeenkomstige toepassing op de personen die verantwoordelijk zijn voor de risicobeheerfunctie van een premiepensioeninstelling.

De Nederlandsche Bank kan een premiepensioeninstelling de verplichting opleggen om een stresstest uit te voeren, om de financiële omstandigheden van de premiepensioeninstelling te kunnen bepalen of de ontwikkeling ervan te kunnen volgen.

De artikelen 319, 320, 321, 324, 326 en 327 van de verordening solvabiliteit II inzake de bedrijfsvoering van entiteiten voor risico-acceptatie zijn van overeenkomstige toepassing op entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.

De inrichting van de bedrijfsvoering van een verzekeraar als bedoeld in artikel 26.5, eerste lid, of van een verzekeraar dan wel holding als bedoeld in artikel 26.6, eerste lid, waarborgt dat elke maatregel bedoeld in artikel 26.5, vierde lid, onderdeel a, zonder wezenlijke belemmeringen ten uitvoer kan worden gelegd, in ieder geval met betrekking tot:

Indien een verzekeraar, onderdeel of holding als bedoeld in artikel 26.6, eerste lid, uitvoering geeft aan maatregelen die zijn opgenomen in het voorbereidende crisisplan of deze maatregelen achterwege laat bij een aanzienlijke verslechtering van de financiële positie als bedoeld in artikel 26.5, eerste lid, doet de verzekeraar, het onderdeel of de holding daarvan onverwijld mededeling aan de Nederlandsche Bank.

Afwikkelondernemingen, banken, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen nemen bij de inrichting van hun bedrijfsvoering de regels in acht die door de Nederlandsche Bank terzake worden gesteld ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden om de goede werking van het betalingsverkeer te waarborgen.

Een betaaldienstverlener beschikt over procedures ter waarborging van de bedrijfscontinuïteit, waarin de kritieke bedrijfsactiviteiten en noodplannen zijn opgenomen, met inbegrip van een procedure om de toereikendheid en effectiviteit van deze plannen periodiek te toetsen en te herzien.

Een betaaldienstverlener, met uitzondering van de betaaldienstverlener die uitsluitend betaaldiensten verleent als bedoeld onder 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten, verkrijgt alleen met de uitdrukkelijke toestemming van de betaaldienstgebruiker toegang tot diens persoonsgegevens, om deze gegevens te verwerken en te bewaren voor zover noodzakelijk voor het verlenen van betaaldiensten.

De artikelen 26e tot en met 26k zijn van toepassing op betalingstransacties in alle valuta, waarbij één of de enige bij de betalingstransactie betrokken betaaldienstverlener zijn zetel in een lidstaat heeft, met betrekking tot de delen van de betalingstransactie die binnen een lidstaat worden uitgevoerd.

Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten draagt de betaalinstelling er zorg voor dat uitbesteding de verplichtingen van de betaalinstelling jegens haar cliënten en de rechten van haar cliënten uit hoofde van de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet wijzigt.

De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de uitbesteding door afwikkelondernemingen van werkzaamheden.

Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voldoet met betrekking tot uitbesteding van werkzaamheden aan artikel 49 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk IX, afdeling 4, van de verordening solvabiliteit II.

Artikel 49 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk IX, afdeling 4, van de verordening solvabiliteit II inzake uitbesteding van werkzaamheden zijn van overeenkomstige toepassing op de volgende verzekeraars, voor zover zij hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor:

Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.

Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.

De artikelen 29 tot en met 31 zijn niet van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden aan ondernemingen met zetel in een lidstaat die deel uitmaken van de groep waartoe de financiële onderneming behoort, tenzij die financiële onderneming een bank, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling of premiepensioeninstelling is.

Betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen verlenen slechts krediet in verband met de in de punten 4 en 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde betaaldiensten indien:

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het label «Europese gedekte obligaties (premium)» wordt uitsluitend gebruikt voor gedekte obligaties die voldoen aan de vereisten ingevolge de artikelen 3:33a, 3:33b en 3:33ba van de wet.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de activa, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen b en c, van de richtlijn gedekte obligaties, onder de daarin te bepalen voorwaarden als primaire of vervangende activa in de dekkingspool, als bedoeld in artikel 40g, eerste en tweede lid, kunnen worden opgenomen.

Als adres van een vertegenwoordiger in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:40 van de wet waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan wordt beschouwd het in Nederland gelegen bijkantoor.

Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:40, 3:47, zesde lid of 3:50, tweede lid, van de wet wordt geacht, indien de vertegenwoordiger ontbreekt, zijn woonplaats te hebben bij het parket van de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waar de verzekeraar ingevolge artikel 42 het laatst zijn woonplaats had, of anders bij het parket van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam.

De artikelen 129 en 131 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VII, van de verordening solvabiliteit II inzake het minimumkapitaalvereiste zijn van overeenkomstige toepassing op het minimumkapitaalvereiste van een in Nederland gelegen bijkantoor van:

Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen a tot en met e, 51 en 62 van de verordening kapitaalvereisten. Op een bewaarder of pensioenbewaarder met de rechtsvorm van een stichting is artikel 27 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing.

Het minimumkapitaalvereiste van een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, 3:54, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, 3:55, tweede lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van het kernvermogen, bedoeld in artikel 88 van de richtlijn solvabiliteit II, voor zover dat ingevolge artikel 98, tweede en vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II, en met inachtneming van artikel 82, tweede en derde lid, van de verordening solvabiliteit II, in aanmerking komt ter dekking van het minimumkapitaalvereiste.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de solvabiliteit van afwikkelondernemingen.

Vervallen

De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een kredietunie bedraagt 10 procent van de totale risicoblootstelling, berekend overeenkomstig deel 7 van de verordening kapitaalvereisten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Op de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste volgens de standaardformule overeenkomstig artikel 65 of 66 zijn de overgangsmaatregelen, bedoeld in artikel 308 ter, twaalfde en dertiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing, tenzij een verzekeraar gebruik maakt van de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 quinquies van die richtlijn.

Een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, 3:61, eerste lid, of 3:62, eerste lid, van de wet en daarbij zorgverzekeringen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet herverzekert onderscheidenlijk sluit, kan zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekenen met toepassing van artikel 149 van de verordening solvabiliteit II.

Een verzekeraar met beperkte risico-omvang waarop artikel 308 ter, veertiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II van overeenkomstige toepassing is en die op 31 december 2017 niet voldoet of gedurende het jaar 2018 dreigt niet te voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, treft de nodige maatregelen om uiterlijk op 31 december 2022 het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het sovabiliteitskapitaalvereiste op peil te brengen of zijn risicoprofiel zodanig te verlagen dat wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste.

De waarden die dienen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van een bijkantoor van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:59, tweede lid, van de wet of een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 3:62, tweede lid, van de wet zijn aanwezig in Nederland tot het bedrag van het minimumkapitaalvereiste en voor het meerdere in één of meer lidstaten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De kapitaalconserveringsbuffer, bedoeld in artikel 105, eerste lid, onderdeel a, bedraagt tweeënhalf procent.

Vervallen

De Nederlandsche Bank kan met inachtneming van de artikelen 133 en 134 van de richtlijn kapitaalvereisten regels stellen ten aanzien van de systeemrisicobuffer, bedoeld in artikel 105, eerste lid, onderdeel d.

De kennisgeving, bedoeld in artikel 3:62a, derde lid, of artikel 3:62ba, vierde lid, van de wet, vermeldt tevens het maximaal uitkeerbare bedrag, bedoeld in artikel 105g, eerste lid, zoals berekend door de bank of beleggingsonderneming.

De liquiditeit van een clearinginstelling, kredietunie of icbe als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet is voldoende, indien de aanwezige liquiditeit, bedoeld in artikel 111 of 112, ten minste gelijk is aan de ingevolge artikel 108, onderscheidenlijk artikel 109, vereiste liquiditeit.

De liquiditeit van een bank als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, 3:64 of 3:65 van de wet is voldoende, indien wordt voldaan aan de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 6 van de verordening kapitaalvereisten, dat van overeenkomstige toepassing is op de activiteiten vanuit een bijkantoor in Nederland van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is.

Vervallen

De aanwezige liquiditeit van een icbe als bedoeld in artikel 3:63 van de wet wordt gevormd door de volgende posten:

Vervallen

Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op de activa van de in Nederland gelegen bijkantoren van:

Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op:

De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de door een verzekeraar met beperkte risico-omvang vanuit zijn vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen zijn:

Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op:

Het beleggingsbeleid van een pensioenregeling die niet wordt beheerst door het recht van een lidstaat wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het land van herkomst van de regeling.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid of 3:85 verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.

Vervallen

Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 130 de staten niet langs elektronische weg verstrekt, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek van de financiële onderneming, besluiten dat het de financiële onderneming is toegestaan andere informatiedragers dan de modellen, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, te gebruiken, indien deze wat betreft indeling en inhoud geen afwijking vertonen van de modellen.

Het onderzoek van de staten, bedoeld in artikel 130, door de accountant, uitmondend in een verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, eerste volzin, van de wet, wordt een maal per jaar uitgevoerd. De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken, met dien verstande dat een beheerder die een maal per jaar een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening verstrekt daarmee voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, van de wet. De accountant waarmerkt deze staten.

Tot de gegevens, bedoeld in artikel 3:73a van de wet, behoren in ieder geval de gegevens met betrekking tot storingen die zich hebben voorgedaan of bijna hebben voorgedaan in het verrichten van afwikkeldiensten.

Artikel 134c is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van:

Een verzekeraar als bedoeld in artikel 134c of 134d behoeft tot en met 31 december 2020 de informatie, bedoeld in artikel 51, tweede lid, derde alinea, van de richtlijn solvabiliteit II niet afzonderlijk openbaar te maken.

Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:73c, 3:82a of 3:86a met beperkte risico-omvang maakt jaarlijks binnen een termijn van zes maanden de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens openbaar en vermeldt daarbij in de toelichting op de jaarrekening:

De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot het effectief verlenen van afwikkeldiensten.

De door een accountant als bedoeld in artikel 3:88, tweede lid, 3:90, 3:91 of 3:93 van de wet te verstrekken gegevens zijn:

Tot de liquide middelen van een vennootschap als bedoeld in artikel 3:96, derde lid, van de wet worden uitsluitend gerekend:

Een groepsmaatschappij verstrekt bij een kennisgeving als bedoeld in artikel 3:103a, eerste lid, van de wet aan de Nederlandsche Bank de volgende gegevens:

Een groepsmaatschappij verstrekt bij een kennisgeving als bedoeld in artikel 3:103a, eerste lid, van de wet aan de Nederlandsche Bank de volgende gegevens:

De gegevens, bedoeld in artikel 3:111b, eerste lid, van de wet zijn:

Voor het boekjaar 2007 wordt het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge voor herverzekeraars of schadeverzekeraars die zorgverzekeringen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet of daarop aanvullende ziektekostenverzekeringen herverzekeren onderscheidenlijk uitvoeren, bepaald op de wijze als bedoeld in artikel 67, met dien verstande dat bij de berekening en de verhouding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b onderscheidenlijk c, van dat artikel niet wordt uitgegaan van de afgelopen drie boekjaren, maar van de boekjaren 2006 en 2007.

Wijzigt dit besluit.

Een besluit, genomen op grond van een van de artikelen, bedoeld in kolom A, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit aangemerkt als een besluit in de zin van het daarna in kolom B genoemde artikel van dit besluit. De aan het besluit gestelde beperkingen of verbonden voorschriften blijven van kracht.

Indien de Nederlandsche Bank ten aanzien van een bank of elektronischgeldinstelling een besluit heeft genomen dat overeenkomt met een besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, 62, vijfde lid, 64, 92, tweede of derde lid, 93, 102, zevende lid, wordt het eerstbedoelde besluit aangemerkt als besluit in de zin van het desbetreffende artikel. De aan het besluit gestelde beperkingen of verbonden voorschriften blijven van kracht.

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit prudentiële regels Wft.

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.

Tegen betrokkene is een strafbeschikking als bedoeld in artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering, artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 10:15 van de Algemene douanewet uitgevaardigd ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder strafbeschikkingen wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare buitengerechtelijke afdoening ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, opgelegd door een daartoe bevoegde autoriteit.

Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.

Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.

Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

Aan betrokkene is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

Vervallen

Vervallen