Ministeriële regeling · BWBR0020427

Regeling examinering beroepsopleidingen en KCE-tarieven 2006

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 oktober 2006, nr. BVE/Stelsel/06/35295, houdende vaststelling van standaarden voor de kwaliteit van examinering van de beroepsopleiding en de daarbij behorende normering, alsmede van KCE-tarieven 2006 (Regeling examinering beroepsopleidingen en KCE-tarieven 2006)Regeling examinering beroepsopleidingen en KCE-tarieven 2006 De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 7.4.4, 7.4.9g, derde lid, en 7.4.9i, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, B.J.Bruins

De standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waarvan de normering deel uitmaakt, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 bij deze regeling.

De berekeningswijze, bedoeld in artikel 7.4.9g, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 2 bij deze regeling.

Het tarief voor een afschrift als bedoeld in artikel 7.4.9i, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt vastgesteld op € 3,50 per opleiding.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2006.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling examinering beroepsopleidingen en KCE-tarieven 2006.

Toelichting op standaard 1

KCE kijkt naar bewijzen waaruit blijkt dat het beroepenveld overtuigd is van de kwaliteit van examinering. Als deze overtuiging is aangetoond, kan KCE oordelen dat het beroepenveld vertrouwen heeft. Als kijkrichting (=ijkpunten) hanteert KCE tevredenheid over de examinering en proactieve betrokkenheid bij de examinering. KCE wil voorkomen dat een instelling alleen met een enquête kan aantonen dat het beroepenveld vertrouwen heeft in de kwaliteit van de examinering. Vertrouwen kan op verschillende manieren aangetoond worden. Bewijzen voor het vertrouwen van het beroepenveld in de kwaliteit van de examinering beoordeelt KCE op actualiteit (niet ouder dan 36 maanden), representativiteit (methodologisch verantwoord) en authenticiteit/validiteit (het bewijs is direct verkregen en/ of geaccordeerd door betrokkene). Uit de bewijzen moet blijken of het beroepenveld overtuigd is van de kwaliteit van examinering van de door KCE te onderzoeken kwalificaties.

Toelichting op standaard 2

KCE kijkt naar bewijzen waaruit de tevredenheid van de deelnemers blijkt. Als kijkrichting (=ijkpunt) hanteert KCE tevredenheid over de examinering. Tevredenheid kan op verschillende manieren aangetoond worden. Bewijzen beoordeelt KCE op actualiteit (niet ouder dan 36 maanden), representativiteit (methodologisch verantwoord) en authenticiteit/validiteit (het bewijs is direct verkregen en/ of geaccordeerd door betrokkene). Uit de bewijzen moet blijken wat de tevredenheid van de deelnemer is over de door KCE te onderzoeken kwalificaties. De tevredenheid van de deelnemer wordt gekoppeld aan het niveau van het examen, zodat van de deelnemer ‘gewenste’ antwoorden niet van invloed zijn op de tevredenheid over de examinering.

Toelichting op standaard 3

KCE kijkt naar de deskundigheid van betrokkenen die beslissingen nemen over de examinering. Dit zijn doorgaans de constructeurs, vaststellers, de beoordelaars van de school en uit de beroepspraktijk en de diplomaverstrekkers. KCE kan de deskundigheid alleen maar beoordelen als de benodigde competenties zijn gedefinieerd en er vervolgens verifieerbare bewijzen worden aangeleverd waaruit de mate van deskundigheid blijkt. Als KCE kan zien op basis van welke feiten de instelling concludeert dat er sprake is van deskundigheid, kan KCE de conclusie verifiëren. Op verzoek van instellingen en/of aanbieders van trainingen gaat KCE in het studiejaar 2006–2007 de kwaliteit van trainingen/ certificaten op het gebied van de examinering beoordelen en certificeren. Daardoor wordt het makkelijker voor instellingen om deskundigheid aantoonbaar te maken.

Toelichting op standaard 4

Toelichting op standaard 5

Toelichting op standaard 6

KCE stelt eerst vast welke examenvormen een instelling inzet bij de te onderzoeken kwalificaties en of er onder assessmentcondities wordt geëxamineerd. Daarna wordt door KCE beoordeeld of de examineringsprocessen aansluiten bij de gekozen examineringsvorm. De instelling kan transparantie aantonen door middel van het beschrijven van de gekozen examenvormen in relatie tot de te examineren eindtermen/kerntaken, het weergeven onder welke condities de uitvoering van de examineringsvormen plaatsvindt en door het inzichtelijk maken van procedures, taakverdeling en de daaraan gekoppelde bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Bij assessmentcondities kijkt KCE naar vooraf door de instelling gestelde kwaliteitskenmerken en beoordeelt het die op criteria zoals objectiviteit, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van beoordelingen, maar ook op de dekkingsgraad en moeilijkheidsgraad. Voorbeelden van examenvormen zijn een proeve van bekwaamheid in een gesimuleerde omgeving, een proeve van bekwaamheid op de werkplek, een project, een assessment, een panelgesprek, enzovoorts.

Toelichting op standaard 7

De instelling toont aan dat de uitvoering van de examinering voldoet aan de vooraf gestelde kwaliteitscriteria (assessmentcondities). Uit de gegevens van de instelling moet blijken in welke mate de examinering onafhankelijk, betrouwbaar, objectief, correct uitgevoerd en dekkend is. KCE controleert de gegevens.

Toelichting op standaard 8

De kwaliteit van examinering van een opleiding wordt gewaardeerd aan de hand van standaarden. Deze standaarden kunnen worden beoordeeld met uitstekend, goed, voldoende, onvoldoende of slecht. Een beoordeling van de standaarden leidt tot een verklaring, die een uitspraak doet over de kwaliteit van examinering van de betreffende opleiding.

De tarieven in tabel 1 omvatten de onderzoeksfase en de verificatiefase, exclusief het onderzoek van de instrumenten van examinering.

Naast het tarief voor de onderzoek- en verificatiefase worden voor het onderzoek van de instrumenten van examinering de volgende tarieven gehanteerd (tabel 2):

De vastgestelde tarieven zijn exclusief 19% BTW.