Ministeriële regeling · BWBR0020568
Regeling vrijstellingen Metrologiewet
Gelet op de artikelen 3 en 8, vijfde lid, van richtlijn nr. 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004, betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135) en de artikelen 22, tweede lid, 23, derde lid, en 24, vierde lid, van de Metrologiewet;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag23 november 2006De Minister van Economische Zaken, J.G.WijnTreedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Van het verbod van artikel 23, eerste en tweede lid, van de Metrologiewet zijn vrijgesteld meetinstrumenten die niet in overeenstemming zijn met de bij of krachtens de Metrologiewet gestelde eisen en die op beurzen, tentoonstellingen, bij demonstraties of bij daarmee vergelijkbare evenementen worden tentoongesteld, mits daarbij op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat zij niet met de gestelde eisen in overeenstemming zijn en niet in de handel kunnen worden gebracht of in gebruik genomen kunnen worden voordat zij in overeenstemming zijn met de gestelde eisen.
Automatische weeginstrumenten voor het sorteren van eieren zijn vrijgesteld van het verbod van artikel 24, eerste, tweede en derde lid, van de Metrologiewet.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 1 dat in werking treedt op het tijdstip waarop artikel 22 van de Metrologiewet in werking treedt.
Wijzigt deze regeling.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstellingen Metrologiewet.