U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2024.

Wet · BWBR0020685

Wet medezeggenschap op scholen

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 30 november 2006, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot medezeggenschap op scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs (Wet medezeggenschap op scholen)Wet medezeggenschap op scholenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 te vervangen door een nieuwe wet, aangezien het, in het belang van het goed functioneren van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs, wenselijk is het overleg met en de vertegenwoordiging van het personeel en de ouders en leerlingen van de school te verbeteren mede in het licht van de vergroting van de autonomie van besturen van die scholen, dat het tevens wenselijk is de medezeggenschap bij centrale diensten als bedoeld in genoemde wetten en regionale expertisecentra als bedoeld in de Wet op de expertisecentra zoveel mogelijk dienovereenkomstig te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage30 november 2006BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap , M. J. A.van der HoevenDe Minister van Landbouw. Natuur en Voedselkwaliteit , C. P.Veermande negentiende december 2006De Minister van Justitie , E. M. H.Hirsch Ballin

Deze wet verstaat onder:

Deze wet is niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, voor zover zij de scholen en de samenwerkingsverbanden betreffen, zijn regels voor het openbaar onderwijs en voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs.

De medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de ondersteuningsplanraad kiezen uit hun midden een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters. De voorzitter, of bij diens verhindering een plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de raad in rechte.

Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan de medezeggenschapsraad of een geleding, wijst het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad of die geleding uitdrukkelijk op haar instemmings- of adviesbevoegdheid.

Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken:

De artikelen 6, 7, 7a, 8 en 8a zijn, met uitzondering van de onderdelen c en d voor wat betreft artikel 8a, van overeenkomstige toepassing op:

Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de medezeggenschapsraad voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:

De ondersteuningsplanraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het samenwerkingsverband te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:

Het samenwerkingsverband behoeft de voorafgaande instemming van de ondersteuningsplanraad voor elk door het samenwerkingsverband te nemen besluit met betrekking tot vaststelling of wijziging van het ondersteuningsplan, bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs, respectievelijk artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Indien een te nemen besluit ingevolge artikel 11, dan wel op grond van het medezeggenschapsreglement krachtens artikel 24, tweede en derde lid, vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de medezeggenschapsraad, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat:

De artikelen 15, 17 en 18 zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

In het medezeggenschapsstatuut wordt in ieder geval geregeld:

De artikelen 23 en 24 zijn van overeenkomstige toepassing op het reglement van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld voor specifieke situaties bij een categorie van scholen. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is overgelegd.

De artikelen 21, 22, 23, 24, eerste lid, 28 en 29 zijn van overeenkomstige toepassing op de ondersteuningsplanraad, met dien verstande dat artikel 29 van toepassing is indien ten minste tweederde van het aantal scholen in het samenwerkingsverband gebruik maakt van de in dat artikel genoemde mogelijkheid.

De artikelen 31, 32, 33, 34, 35, 35a en 36 zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen, de raden, bedoeld in artikel 20, eerste en tweede lid, de raad, bedoeld in artikel 20, vierde lid, voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de raad is ingesteld en de ondersteuningsplanraad.

De Wet op de ondernemingsraden is niet van toepassing op de scholen, samenwerkingsverbanden en centrale diensten in de zin van deze wet.

Het Besluit medezeggenschap onderwijs blijft van kracht totdat de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 27 tot stand is gekomen. Het geldt tot dat tijdstip als besluit, gebaseerd op artikel 27 van deze wet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Wijzigt de Experimentenwet onderwijs, de Arbeidstijdenwet en de Wet op de rechterlijke organisatie.

Vervallen

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als «Wet medezeggenschap op scholen».