Ministeriële regeling · BWBR0020687

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar VROM-IOD 2007

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Justitie d.d. 8 december 2006, nr. 5457813/06/CBK, houdende aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de VROM Inlichtingen en Opsporingsdienst (Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar VROM-IOD 2007)Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar VROM-IOD 2007De Minister van Justitie,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten juncto artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag8 december 2006De Minister van Justitie, namens deze:het hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken, R.R.Joesoef Djamil

In dit besluit wordt verstaan onder:

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

De directeur van de VROM-IOD brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar VROM-IOD 2002, worden voor de duur van hun geldigheid, geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden te zijn, afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007 en vervalt met ingang van 1 januari 2008 of: met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar VROM-IOD 2007.