U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 20-07-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0020711

Regeling geurhinder en veehouderij

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 december 2006, nr. BWL/2006333382, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Bodem, Water en Landelijk Gebied, Afdeling Landbouw, houdende vaststelling van geuremissiefactoren, minimumafstanden voor pelsdieren, de wijze van omrekening naar geurbelasting en van de wijze van afstandsbepaling (Regeling geurhinder en veehouderij)Regeling geurhinder en veehouderijDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 1, 4, tweede lid, en 10 van de Wet geurhinder en veehouderij;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag8 december 2006De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. vanGeel

In deze regeling wordt verstaan onder:

bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

wet: Wet geurhinder en veehouderij;

emissiepunt: punt waar een relevante hoeveelheid geur buiten:

De afstand, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet is opgenomen in bijlage 2.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geurhinder en veehouderij.

De afstanden voor pelsdieren (nertsen en vossen) worden als volgt bepaald.

In de berekening worden jongen en reuen buiten beschouwing gelaten.

Indien zowel nertsen als vossen, dan wel uitsluitend vossen worden gehouden, worden voor het bepalen van de afstand 10 vossen (fokmoeren) gelijkgesteld met 15 nertsen (fokteven). Indien (nadat de eventueel aanwezige vossen zijn omgerekend naar nertsen) meer dan 9000 fokteven worden gehouden, wordt de afstand voor elke extra 3000 fokteven met 25 meter extra vergroot.

Indien de pelsdieren in emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 0,25 kg/dierplaats) worden gehouden, worden de afstanden uit de tweede rij van de tabel (‘buiten bebouwde kom’) met 25 meter verminderd.