Ministeriële regeling · BWBR0020745
Mandaatregeling meldpunt ongebruikelijke transacties
Gelet op de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid, 10:9, eerste lid, en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag13 december 2006De Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch BallinIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Wet MOT: de Wet melding ongebruikelijke transacties;
- b.
FIU-Nederland: Financial Intelligence Unit-Nederland, de organisatie van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties en het Bureau ter politiële ondersteuning van de landelijke officier van justitie inzake de Wet MOT. FIU-Nederland stond voorheen ook bekend als de projectorganisatie Meldpunt Ongebruikelijke Transacties en Bureau ter politiële ondersteuning van de landelijke officier van justitie inzake de Wet melding ongebruikelijke transacties of kortweg de projectorganisatie MOT/BLOM;
- c.
ambtenaren behorend tot het Klpd: de ambtenaren behorend tot het Korps landelijke politiediensten, alsmede de ambtenaren behorend tot FIU-Nederland.
Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de algemene leiding, de organisatie en het beheer van het meldpunt, bedoeld in artikel 5 van de Wet MOT.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt toegestaan ondermandaat te verlenen en de volmacht en machtiging door te geven aan onder hem ressorterende ambtenaren of ambtenaren behorend tot het Klpd. De verlening van ondermandaat en de doorgifte van volmacht en machtiging geschiedt schriftelijk en wordt aan de Minister van Justitie en de Minister van Financiën ter kennis gebracht.
De regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
De regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling meldpunt ongebruikelijke transacties.