U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 31-12-2022.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Nederlandsche Bank N.V. van 12 december 2006, nr. Juza/2006/02470/IH, houdende uitvoering van de artikelen 131, eerste lid, 133, eerste lid, en 135, tweede en vijfde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft (Regeling staten financiële ondernemingen Wft)Regeling staten financiële ondernemingen Wft 2011De Nederlandsche Bank N.V.,

Na raadpleging van de betrokken representatieve organisaties;

Gelet op de artikelen 131, eerste lid, 133, eerste lid, en artikel 135, tweede en vijfde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft;

Besluit:

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5 en 11 tot en met 14, die ter inzage worden gelegd bij DNB.

De Nederlandsche Bank Directeur,A. SchilderDirecteur,D.E.Witteveen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een accountant betrekt bij zijn onderzoek, bedoeld in artikel 133, van het Besluit, de staten die zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling.

2:6

DNB kan bij besluit bepalen dat een bank voorts de staten zoals opgenomen in bijlage 11 bij deze regeling verstrekt aan DNB. DNB zal bij dat besluit bepalen met welke frequentie en binnen welke termijnen de staten zoals opgenomen in bijlage 11 worden verstrekt.

Vervallen

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, eerste lid, van het Besluit, in te dienen door een levensverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering, wordt vastgesteld zoals het is opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, eerste lid, van het Besluit, in te dienen door een levensverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in Nederland uit hoofde van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat gesloten overeenkomsten van verzekering, wordt vastgesteld zoals het is opgenomen in het onderdeel bijkantoren en vrije dienstverrichting levensverzekeraars van bijlage 1 bij deze regeling.

Vervallen

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering, worden vastgesteld zoals zij zijn opgenomen in bijlage 9 bij deze regeling.

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in Nederland uit hoofde van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat gesloten overeenkomsten van verzekering, worden vastgesteld zoals zij zijn opgenomen in het onderdeel bijkantoren en vrije dienstverrichting schadeverzekeraars van bijlage 1 bij deze regeling.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling staten financiële ondernemingen Wft 2011.

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

Een beleggingsmaatschappij die geen aparte beheerder heeft als bedoeld in artikel 2:65, onderdeel b van de Wft of een maatschappij voor collectieve beleggingen in effecten die geen aparte beheerder heeft als bedoeld inartikel 2:69b, eerste lid, onderdeel b van de Wft

Beheerders van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65 Wftdie het is toegestaan de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld in artikel 2:67a, tweede lid, Wftof beheerders van een ICBE als bedoeld inartikel 2:69bdie het is toegestaan de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld inartikel 2:69c, tweede lid, Wften die, indien zij onder het toepassingsbereik van de IFR zouden vallen, zouden voldoen aan de voorwaarden van artikel 12, eerste lid, van de IFR om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden.

Beheerders van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65 Wftdie het is toegestaan de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld in artikel 2:67a, tweede lid, Wft of beheerders van een ICBE als bedoeld in artikel 2:69bdie het is toegestaan de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld in artikel 2:69c, tweede lid, Wften die, indien zij onder het toepassingsbereik van de IFR zouden vallen, niet zouden voldoen aan de voorwaarden van artikel 12, eerste lid, van de IFR om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden.

Een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen die voldoet aan de voorwaarden van artikel 12, eerste lid, van de IFR om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden.

1 Onder geconsolideerd wordt naast de situatie in artikel 2:4, vijfde lid, ook bedoeld de situatie in artikel 2:4, zesde lid, met dien verstande dat indien het een beleggingsondernemingsgroep is toegestaan om artikel 8 van de IFR toe te passen, in dat kader voor de toepassing van de tweede rij voor ‘Annex III en Annex IV’ wordt gelezen ‘Annex VIII en Annex IX’ en de in deze Annexen bedoelde informatie per kalenderkwartaal wordt ingediend (uiterlijk op 12 mei, 11 augustus, 11 november en 11 februari; of indien dit valt op een feestdag, zaterdag of zondag; de eerstvolgende werkdag).

Een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van IFR.

1 Onder geconsolideerd wordt naast de situatie in artikel 2:4, vijfde lid, ook bedoeld de situatie in artikel 2:4, zesde lid, met dien verstande dat indien het een beleggingsondernemingsgroep is toegestaan om artikel 8 van de IFR toe te passen, in dat kader voor de toepassing van de tweede rij voor ‘Annex I en Annex II’ wordt gelezen ‘Annex VIII en Annex IX’.

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:82, eerste lid, van de weten die, indien zij in Nederland zou zijn gevestigd, onder het toepassingsbereik van de IFR zou vallen

Een beleggingsonderneming als bedoeld inartikel 3:82, eerste lid, van de weten die, indien zij in Nederland zou zijn gevestigd, onder het toepassingsbereik van de CRR zou vallen

A. Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:66a, derde lid, Wft, die niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft

1 De vaststelling van het model voor de staat volgt uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening, de frequentie en de indieningstermijn worden bij deze regeling vastgesteld.

B. Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die op vrijwillige basis een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft heeft verkregen en die portefeuilles van beleggingsinstellingen beheert waarvan het totaal aan beheerde activa niet groter is dan € 500.000.000, de beleggingsinstellingen geen gebruik maken van hefboomfinanciering, en geen recht tot inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in de verschillende beleggingsinstellingen kan worden uitgeoefend gedurende een periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop de rechten in de verschillende beleggingsinstellingen voor het eerst zijn verworven

1 De vaststelling van het model voor de staat volgt uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening, de frequentie en de indieningstermijn worden bij deze regeling vastgesteld.

C. Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die: a. op vrijwillige basis een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft heeft verkregen en die portefeuilles van beleggingsinstellingen beheert waarvan het totaal aan beheerde activa niet groter is dan € 100.000.000 en de beleggingsinstellingen gebruik maken van hefboomfinanciering; of b. die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft en die portefeuilles van beleggingsinstellingen beheert waarvan het vermogen de € 500.000.000 niet overstijgt en die gebruik maken van hefboomfinanciering.

1 De vaststelling van het model voor de staat volgt uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening, de frequentie en de indieningstermijn worden bij deze regeling vastgesteld.

D. Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft en die portefeuilles van beleggingsinstellingen beheert waarvan het totaal aan beheerde activa de in artikel 2:66a Wft bedoelde drempel van € 100.000.000 respectievelijk € 500.000.000 overstijgt, maar niet boven de € 1.000.000.000 uitkomt

1 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

E. Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft en die portefeuilles van beleggingsinstellingen beheert waarvan het totaal aan beheerde activa boven de € 1.000.000.000 uitkomt

1 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

F. Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft, voor elke door hem beheerde beleggingsinstelling zonder hefboomfinanciering die overeenkomstig haar kernbeleggingsbeleid in niet-beursgenoteerde ondernemingen en uitgevende instellingen belegt om zeggenschap te verwerven

1 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

G. Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft en die beleggingsinstellingen beheert die in aanzienlijke mate met hefboomfinanciering werken als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de AIFM-richtlijn1

1 De categorie I geldt in aanvulling op categorie E, F, of G

2 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

**) Geen waarmerking/certificering maar via ‘Agreed Upon Procedure’ (AUP).

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, eerste lid, van het Besluit, in te dienen door een levensverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering.

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering.

Vervallen

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

Ligt ter inzage bij DNB.

Ligt ter inzage bij DNB.

Ligt ter inzage bij DNB.

Tabel ATabel B

Toelichting bij de tabellen A en B

Tabel C

Toelichting bij tabel C

Tabel D

Toelichting bij tabel D