U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-10-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0020800

Regeling inrichting landelijk gebied

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat van 14 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3910, houdende regels inzake de inrichting van het landelijke gebiedRegeling inrichting landelijk gebied De Minister Van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;

Gelet op de artikelen 12, vierde lid, 52, vierde lid, 87, 91, derde lid, 92, 93 en 95, vierde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied, artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer, artikel 29 van de Wet agrarisch grondverkeer, artikel 92, tweede lid, van de Reconstructiewet Midden-Delfland, artikel 97 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies, artikel 33, eerste lid, artikel 107, tweede lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, artikel 6 van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PbEU L 209) en artikel 74 van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag14 december 2006De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.VeermanDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. vanGeelDe Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs

In deze regeling wordt verstaan onder:

Met betrekking tot door gedeputeerde staten ten laste van het investeringsbudget uitgevoerde steunmaatregelen als bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap verstrekken gedeputeerde staten de Minister jaarlijks alle informatie die deze nodig heeft ter uitvoering van artikel 21 van verordening (EG) nr. 659/1999.

Telkens wanneer met betrekking tot grond aan het bureau beheer landbouwgronden een recht van eigendom of een daarvan afgeleid recht wordt aangeboden, is het bureau beheer landbouwgronden gehouden het hem aangeboden recht te verwerven namens en voor rekening van de provincie waarin de desbetreffende grond is gelegen, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

Telkens wanneer met betrekking tot grond aan het bureau beheer landbouwgronden een recht van eigendom of een daarvan afgeleid recht wordt aangeboden, is het bureau beheer landbouwgronden gehouden het hem aangeboden recht te verwerven namens en voor rekening van de provincie waarin de desbetreffende grond is gelegen, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

De gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming, bedoeld in artikel 52, derde lid, van de wet, worden bepaald met inachtneming van de artikelen 16 tot en met 20.

Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing:

Het bedrag, bedoeld in artikel 91, derde lid, van de wet, bedraagt € 10,–.

Bij landinrichtingsprojecten waarvoor een landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, onderscheidenlijk een uitwerking van het reconstructieplan als bedoeld in artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebieden is vastgesteld voor de inwerkingtreding van de wet en die worden voltooid volgens de bepalingen van de wet:

De op het tijdstip van de inwerkingtreding van de wet afgeronde procedureonderdelen en proceduremomenten worden geacht te zijn afgerond overeenkomstig de wet.

In afwijking van artikel 95, derde lid, van de wet worden de volgende landinrichtingsprojecten voltooid overeenkomstig de procedure van de Landinrichtingswet:

Ter uitvoering van artikel 74, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005 is aangewezen:

Ter uitvoering van artikel 6, derde lid, van verordening (EG) nr. 1290/2005 is als coördinerende instantie erkend: het coördinerend bureau van de Directie Internationale Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn aangewezen de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Wijzigt de Regeling herverkaveling.

Wijzigt de Regeling subsidie nationale en grensoverschrijdende parken.

Wijzigt de Regeling versterking recreatie.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2007.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inrichting landelijk gebied.