U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0020868

Regeling koopsubsidiegrenzen 2007

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 december 2006, nr. DJZ2006335439, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende vaststelling van de rentevaste periode, bedoeld in artikel 23 van de Wet bevordering eigenwoningbezit, het percentage van de toetsrente, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van die wet, de financieringslastnorm, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van die wet, het percentage waarmee die financieringslastnorm ten hoogste kan worden vermeerderd, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet, en de inkomensklassen, en de daarbij behorende toetsrente, maximale hypothecaire lening, financieringslastnorm en laatstgenoemd percentage, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van die wet (Regeling koopsubsidiegrenzen 2007)Regeling koopsubsidiegrenzen 2007De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 23, 26, eerste lid, 29, eerste, tweede en vijfde lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit en artikel II, eerste lid, van de wet van 21 december 2006 tot wijziging van de Wet bevordering eigenwoningbezit (verruiming en vereenvoudiging van de werking van de Wet bevordering eigenwoningbezit) (Stb. 734);

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag21 december 2006De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.Winsemius

De rentevaste periode, bedoeld in artikel 23 van de Wet bevordering eigenwoningbezit, is: 10 jaar.

Het percentage van de toetsrente, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, bedraagt: 4,5.

De inkomensklassen, en de daarbij behorende maximale hypothecaire lening, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zijn:

De financieringslastnorm, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, bedraagt:

Het percentage, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, waarmee de financieringslastnorm, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ten hoogste kan worden vermeerderd, bedraagt:

Het bedrag, genoemd in artikel 29, eerste lid, formule, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals die wet laatstelijk vóór 1 januari 2007 luidde, is voor het tijdvak van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2016: € 115,19.

Het bedrag, genoemd in artikel 31, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals die wet laatstelijk vóór 1 januari 2007 luidde, is voor het tijdvak van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2016: € 173,06.

Het percentage van de normrente, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals die wet laatstelijk vóór 1 januari 2007 luidde, bedraagt, voorzover de datum van de acceptatie van de offerte, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van die wet, is gelegen in het tijdvak van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2016: 5,0.

Het normbedrag voor de spaarpremie, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals die wet laatstelijk vóór 1 januari 2007 luidde, bedraagt, voorzover de peildatum is gelegen in het tijdvak van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2016: € 60,17.

Wijzigt de Regeling huurtoeslag- en koopsubsidiegrenzen 2006.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling koopsubsidiegrenzen 2007.