U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 07-08-2013.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 18 december 2006, houdende regels met betrekking tot het financiële toetsingskader op grond van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen)Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 oktober 2006, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/PB/2006/84673;

Gelet op de artikelen 116, tweede lid, 126, derde lid, 128, derde lid, 131, tweede lid, 132, derde lid, 135, tweede lid, 136, tweede lid, 137, tweede lid, 138, zesde lid, 140, vijfde lid, 141, derde lid, 143, tweede lid, 144, vierde lid, 145, tweede lid, 147, zesde lid, en 203, vierde lid van de Pensioenwet en de artikelen 114, tweede lid, 121, derde lid, 123, derde lid, 126, tweede lid, 127, derde lid, 130, tweede lid, 131, tweede lid, 132, tweede lid, 133, zesde lid, 135, vijfde lid, 136, derde lid, 138, tweede lid, 139, vierde lid, 140, tweede lid, 142, zesde lid, en 197, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

De Raad van State gehoord (advies van 16 november 2006, nr. W1206.0450/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 december 2006, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/PB/2006/101170A:

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage18 december 2006BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. J. deGeusde achtentwintigste december 2006De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De vorming van eigen vermogen ten behoeve van toezeggingen die in de toekomst leiden tot een wijziging van de pensioenovereenkomst en als gevolg daarvan tot een toename van de pensioenverplichtingen, is een activiteit die verband houdt met pensioen en kan overeenkomstig artikel 116 van de Pensioenwet door een pensioenfonds worden verricht.

Van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeelde waarborgkapitaal wordt de helft meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het eigen vermogen of het minimaal vereist eigen vermogen, naargelang welk bedrag het laagst is, mits van het geplaatste kapitaal minimaal vijfentwintig procent is gestort.

Indien een fonds een technische voorziening vormt voor de financiering van de voorwaardelijke toeslagverlening wordt de hoogte van de technische voorziening vastgesteld overeenkomstig artikel 2.

Het kortetermijnherstelplan, bedoeld in artikel 140 van de Pensioenwet of artikel 135 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat in ieder geval:

Een fonds beschikt over goede administratieve en boekhoudkundige procedures en adequate interne controlemechanismen, stelt beleid op ten aanzien van de beheersing van te lopen risico’s en draagt zorg voor de uitvoering van dat beleid.

Een fonds draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitrisico’s en stelt aan de hand van deze analyse een integriteitbeleid vast en draagt zorg voor de uitvoering van dat beleid.

Een fonds voert een beleid gericht op het duurzaam beheersen van te lopen financiële risico’s en andere dan financiële risico’s.

Vervallen

De actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld in artikel 145 van de Pensioenwet of artikel 140 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat in ieder geval een beschrijving van:

De beschrijving van de financiële sturingsmiddelen, bedoeld in artikel 24, onder g, bevat in ieder geval een beschrijving van de inzetbaarheid van de sturingsmogelijkheden van het fonds ten aanzien van het premiebeleid, het beleggingsbeleid en het beleid met betrekking tot de aanpassingen van de aanspraken en inzake voorwaardelijke toeslagverlening. Daarbij wordt aangegeven welke effecten met de genoemde sturingsmiddelen worden bereikt.

De beschrijving van het beleggingsbeleid, bedoeld in artikel 25, onder c, bevat in ieder geval een beschrijving van:

Voor zover risico’s zijn overgedragen of verzekerd kunnen de beschrijvingen, bedoeld in de artikelen 25 en 27, beperkt blijven tot een verwijzing naar hetgeen in de ten behoeve van de overdracht of verzekering afgesloten overeenkomsten is opgenomen.

De beschrijvingen die de actuariële en bedrijfstechnische nota bevat op grond van de artikelen 24 tot en met 28 zijn zodanig dat De Nederlandsche Bank op basis van die beschrijvingen tot een oordeel kan komen over de wijze waarop voldaan wordt aan de artikelen 25, 95, 126 tot en met 137 en 143 van de Pensioenwet of de artikelen 35, 103, 121 tot en met 132 en 138 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van hoofdstuk 7 van de Pensioenwet en hoofdstuk 6 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling alsmede met inachtneming van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van verordening (EG) Nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243), regels met betrekking tot de te verstrekken gegevens, bedoeld in artikel 30. Deze omvatten uitsluitend:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen.