Ministeriële regeling · BWBR0020933
Regeling aanhoudings- en ondersteuningseenheid en samenwerking speciale eenheden
Gelet op artikel 46, eerste, tweede en derde lid en artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993 en artikel 8, tweede lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen;
Besluiten:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.RemkesDe Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch BallinDe Minister van Defensie, H.G.J.KampIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
aanhoudings- en ondersteuningseenheid: een onderdeel als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Besluit beheer politie;
- b.
aanhoudings- en ondersteuningseenheid van de Koninklijke marechaussee: aanhoudings- en ondersteuningseenheid die is ondergebracht bij de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten van de Koninklijke marechaussee;
- c.
de Dienst Speciale Interventies: de dienst, bedoeld in artikel 2 van de Regeling Dienst speciale interventies.
Vervallen
Een aanhoudings- en ondersteuningseenheid bestaat uit twee secties, een eenheidscommandant en een ondersteunend medewerker.
Een sectie bestaat uit elf leden en twee sectiecommandanten.
De korpschef stelt de termijn vast gedurende welke een ambtenaar van politie ononderbroken deel uit maakt van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid, tot een maximum van 6 jaar.
De ambtenaar van politie die deel uitmaakt van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid, voldoet aan de eindtermen van de door de Minister van Veiligheid en Justitie aan te wijzen vervolgopleiding.
De korpschef draagt er zorg voor dat de kennis en vaardigheden van de ambtenaar van politie die deel uitmaakt van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid worden onderhouden op minimaal het niveau van de eindtermen, bedoeld in het eerste lid.
Vervallen
Vervallen
De korpschef en de Minister van Defensie maken afspraken over beheersmatige samenwerking tussen de aanhoudings- en ondersteuningseenheden en de aanhoudings- en ondersteuningseenheid van de Koninklijke marechaussee. De afspraken hebben in ieder geval betrekking op:
- a.
de afstemming van uitrusting en opleidingen;
- b.
het op een gelijk niveau brengen van de frequentie van inzet van een eenheid.
De korpschef en de Minister van Defensie maken afspraken over beheersmatige samenwerking tussen de aanhoudings- en ondersteuningseenheden, de aanhoudings- en ondersteuningseenheid van de Koninklijke marechaussee en de Dienst Speciale Interventies. De afspraken hebben in ieder geval betrekking op:
- a.
de opleiding, uitrusting en beschikbaarheid van personeel van de aanhoudings- en ondersteuningseenheden en de aanhoudings- en ondersteuningseenheid van de Koninklijke marechaussee, ten behoeve van het gezamenlijk optreden met de Dienst Speciale Interventies;
- b.
stages door het personeel van de Dienst Speciale Interventies bij de aanhoudings- en ondersteuningseenheden en de aanhoudings- en ondersteuningseenheid van de Koninklijke marechaussee.
De Organisatieregeling aanhoudings- en ondersteuningseenheden wordt ingetrokken.
Deze regeling berust op de artikelen 5 en 57 van de Politiewet 2012 en artikel 16, tweede lid, van het Besluit beheer politie.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanhoudings- en ondersteuningseenheid en samenwerking speciale eenheden.
Vervallen