Ministeriële regeling · BWBR0020970
Regeling toezicht Wet toelating zorginstellingen
Gelet op artikel 35 van de Wet toelating zorginstellingen;
Besluit:
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F.HoogervorstAls personen, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet toelating zorginstellingen naast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, worden aangewezen:
- a.
van het College bouw zorginstellingen, voor zover het betreft de artikelen 11, eerste en vierde lid, en 12:
- –
de bestuursleden van het college;
- –
de hoofden van de afdelingen Care en Cure en hun plaatsvervangers;
- –
het hoofd van de sectie Bouwbegeleiding;
- –
de medewerkers van de sectie Bouwbegeleiding;
- –
de als secretaris-jurist benoemde medewerker.
- –
- b.
van het College sanering zorginstellingen, voor zover het betreft:
- 1°.
de artikelen 17, eerste en achtste lid, en 18, eerste en tweede lid;
- 2°.
de aan de toelating verbonden voorschriften inzake behoud van waarde van onroerende zaken voor de zorg:
- –
de bestuursleden van het college;
- –
de directeur/secretaris van het college en diens plaatsvervanger;
- –
de gemachtigden van het college (onder verantwoordelijkheid van het college).
- –
- 1°.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toezicht Wet toelating zorginstellingen.