Beleidsregel · BWBR0021156

Aanwijzing varen onder invloed

Wijzigingen Officiële bron
Aanwijzing varen onder invloedAanwijzing varen onder invloed

Op 1 april 1998 is de wet tot ‘Wijziging van de Scheepvaartverkeerswet in verband met de wijziging van de bepalingen met betrekking tot het varen onder invloed’ (Stb. 1997, 200) in werking getreden. In art. 27 van de Scheepvaartverkeerswet is vanaf die datum een zelfstandige strafbaarstelling opgenomen voor het varen onder invloed. In deze aanwijzing wordt aangegeven hoe in de praktijk met de handhaving van deze strafbaarstelling dient te worden omgegaan.

In deze aanwijzing is aansluiting gezocht bij het systeem dat gehanteerd wordt voor het besturen van een motorvoertuig onder invloed van alcoholhoudende drank. Hierop zijn echter twee belangrijke uitzonderingen van toepassing, te weten:

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

De aanwijzing bestaat uit twee delen:

Het op de regeling van het tegenonderzoek bij ademanalyse betrekking hebbende Besluit van 21-2-1998, Stb. 1998 nr. 119, houdende wijziging van het Besluit alcoholonderzoeken is op 1 april 1998 in werking getreden. Hieronder wordt nader ingegaan op het door de politie in dezen te voeren beleid.

Artikel 10a van het Besluit alcoholonderzoeken regelt dat dadelijk na het vernemen van het resultaat van de ademanalyse, de verdachte kan verzoeken om een tegenonderzoek. Dit onderzoek wordt voor rekening van de verdachte verricht in de vorm van een bloedproef – of bij medische bezwaren – een vervangende urineproef.1

De bloedproef is op dit moment als tegenonderzoek het meest doelmatig en biedt de verdachte de meest objectieve vorm van tegenonderzoek.2

De politie is niet verplicht om de verdachte op de mogelijkheid van een tegenonderzoek te wijzen.3

Indien de verdachte om een tegenonderzoek vraagt, dient dit uiteraard in het proces-verbaal te worden vermeld.

In afwachting van het tegenonderzoek wordt de verdachte geacht zich op vrijwillige basis in het politiebureau te bevinden. Verdachte dient zich daartoe op te houden in een door de opsporingsambtenaar aangewezen ruimte in het politiebureau. Verlaat verdachte zonder toestemming deze ruimte, dan wordt hij geacht afstand te hebben gedaan van zijn recht op een tegenonderzoek4, dan wel het aan zichzelf te wijten te hebben dat geen tegenonderzoek is verricht.

Verzoekt verdachte om een tegenonderzoek, dan zal de politie een arts moeten waarschuwen. Indien de verdachte te kennen geeft zelf een arts te willen uitkiezen, dient dit verzoek in beginsel te worden gehonoreerd. De verdachte neemt vervolgens contact op met de arts van zijn keuze. Wel wordt de eis gesteld dat dit niet mag leiden tot onredelijke vertraging van het onderzoek. De door de verdachte gekozen arts zal dan ook moeten aangeven of hij naar verwachting binnen een uur aanwezig zal kunnen zijn. Kan hij deze toezegging niet doen en blijft de verdachte bij zijn verzoek om een tegenonderzoek, dan zal de politie van haar kant een arts waarschuwen.

In de regel zal de arts naar het politiebureau komen om daar de verdachte door middel van een venapunctie de vereiste hoeveelheid bloed af te nemen, c.q. onder zijn toezicht door verdachte urine af te laten staan. De desbetreffende bepalingen uit het Besluit alcoholonderzoeken en de Regeling bloed- en urine-onderzoek zijn van toepassing.

Nadrukkelijk zij er op gewezen dat artikel 15 van het Besluit alcoholonderzoeken, houdende de 1-uursregeling, onverkort van toepassing is.

Ook het verzenden van het bloedmonster (of urinemonster) dient te geschieden overeenkomstig de geldende regels. De politie dient hierbij aan te geven dat het monster is afgenomen in het kader van een tegenonderzoek bij ademanalyse. Dit dient de politie op de thans in gebruik zijnde formulieren aan te tekenen.

Het onderzoek van het bloed of de urine wordt verricht door het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk. Ingevolge artikel 20 van het Besluit alcoholonderzoeken dient het resultaat van het onderzoek zo spoedig mogelijk aan de verdachte te worden medegedeeld. De mededeling van het resultaat aan verdachte geschiedt rechtstreeks door het Gerechtelijk Laboratorium, nu niet de politie, doch de verdachte opdrachtgever is.

De kosten van het tegenonderzoek bij ademanalyse5, te weten die van de arts, van het onderzoek door het Gerechtelijk Laboratorium en van het bloedblok komen voor rekening van de verdachte.6 De verdachte dient – voordat de arts wordt gewaarschuwd – de kosten van het bloedblok en van de arts op het politiebureau te voldoen. De kosten van het onderzoek door het Gerechtelijk Laboratorium dienen binnen zes weken na de bloedafname aan het Gerechtelijk Laboratorium te worden voldaan. Pas nadat ook deze kosten zijn voldaan, gaat het Gerechtelijk Laboratorium tot het onderzoek over. Hierbij kan worden aangesloten bij het arrest van de Hoge Raad 18-10-1983, NJ 1984, 97 waarin werd bepaald dat het resultaat van een bloedproef voor het bewijs mocht worden gebruikt, omdat de verdachte niet tijdig een financiële regeling had getroffen en het daardoor aan zichzelf had te wijten dat het tegenonderzoek (bij bloedproef) niet had plaatsgevonden. De verdachte die dus niet voldoet aan betaling van alle kosten binnen de gestelde betalingstermijn, mag worden geacht afstand te hebben gedaan van zijn recht op een tegenonderzoek.

Aan de verdachte, die om een tegenonderzoek heeft verzocht, wordt door de politie een brief ter hand gesteld waarin de procedure en de verplichtingen met betrekking tot de betaling van de kosten worden vermeld (zie bijlagen 1 en 2).

Op basis van de artikelen 21, eerste en tweede lid, van het Besluit alcoholonderzoeken en 12, eerste lid, van de Regeling bloed- en urineonderzoek kan de verdachte, die na het tegenonderzoek bij ademanalyse nog een tegenonderzoek wenst, hiertoe een van de daartoe aangewezen laboratoria aanwijzen (zie bijlage 3).

Voor de kosten en de procedure van dit tegenonderzoek na tegenonderzoek bij ademanalyseonderzoek wordt hier verwezen naar het tegenonderzoek bij bloedproef.

Het Besluit Alcoholonderzoeken en de Regeling bloed- en urine- onderzoek kent de verdachte het recht toe een tegenonderzoek bij bloedproef te laten verrichten bij een van de drie daartoe aangewezen laboratoria (zie bijlage 3). De kosten van dit onderzoek komen voor rekening van de verdachte7 en dienen bij vooruitbetaling te worden voldaan. Het Gerechtelijk Laboratorium bewaart voor dit doel, conform de bepalingen, gedurende één jaar (te rekenen vanaf de datum bloedafname) een bloedmonster bij diepvriestemperatuur. De wens tot het laten verrichten van een tegenonderzoek bij bloedproef dient dus binnen dat jaar kenbaar te worden gemaakt.

De praktische uitvoering van de organisatie rond het tegenonderzoek is niet tot in detail wettelijk geregeld, maar wordt overgelaten aan de afdeling Toxicologie van het Gerechtelijk Laboratorium. Dit laboratorium heeft de onderstaande procedure opgesteld:

Wanneer met inachtneming van de wettelijke voorschriften een ademmonster/bloedproef is genomen, zodat het resultaat van dat onderzoek voor het bewijs kan worden gebruikt, zal een vervolging op basis van artikel 27, tweede lid, aanhef en onder a of b, Scheepvaartverkeerswet dienen te worden ingesteld.

Een vervolging op basis van artikel 27, eerste lid, Scheepvaartverkeerswet komt in aanmerking in de volgende gevallen:

Indien de ademanalyse/bloedproef wordt geweigerd, zijn er twee situaties te onderscheiden:

Hoewel ten aanzien van het onder a omschreven geval het theoretisch mogelijk is artikel 28a en artikel 27, eerste lid, Scheepvaartverkeerswet cumulatief te laste te leggen, dient zowel in dit geval als in de situatie genoemd onder b de verdachte te worden vervolgd ter zake van artikel 28a Scheepvaartverkeerswet9.

Zie de richtlijn voor strafvordering ‘varen onder invloed’ (registratienummer 1998R001).

N.v.t.

PARKET VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE TE ......

Aan:......

Betreft: tegenonderzoek bloedalcoholgehalte

Parketnr.:

Naar aanleiding van uw mededeling dat u in bovenvermelde zaak een tegenonderzoek wenst te doen uitvoeren naar het bloedalcoholgehalte, bericht ik u dat u een keuze kunt maken uit de drie op bijgaand informatieblad genoemde laboratoria. Ik verzoek u mij schriftelijk mede te delen op welk laboratorium uw keuze is gevallen, opdat ik ervoor kan zorgdragen dat het bloedmonster naar dat laboratorium wordt verzonden.

Ik wijs u er nog op dat de kosten van het tegenonderzoek voor uw rekening komen en dat het laboratorium eerst tot een tegenonderzoek overgaat nadat het verschuldigde bedrag is betaald. Ten aanzien van de hoogte van het bedrag, de manier waarop kan worden betaald en de gegevens die bij de betaling dienen te worden vermeld, verwijs ik tevens naar bijgaand informatieblad.

Het resultaat van het tegenonderzoek wordt u te zijner tijd door het door u aangewezen laboratorium medegedeeld

De officier van justitie,

Bij de betaling aan het laboratorium van uw keuze moet duidelijk worden vermeld: ‘tegenonderzoek bloedalcoholbepaling’ en de naam en het adres van de verdachte. Bij gebruikmaking van een giro- of bankrekening van een ander dan de verdachte zelf (bijvoorbeeld van echtgeno(o)t(e) of raadsman) mag dit geen aanleiding tot misverstanden kunnen geven.

De kosten van het tegenonderzoek bedragen € 136,13. Pas na betaling van dit bedrag voert het laboratorium het tegenonderzoek uit.

Laboratorium voor Klinische Chemie van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis

1e Oosterparkstraat 179

1091 HA Amsterdam-Oost

Laboratorium der Apotheek van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Dijkzigt

Dr. Molenwaterplein 40

3015 GD Rotterdam

Laboratorium der Apotheek van het Academisch Ziekenhuis Groningen

Oostersingel 59

Postbus 30001

9700 RB Groningen