Ministeriële regeling · BWBR0021281

Regeling LNV-subsidies

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 februari 2007, nr. TRCJZ/2007/388, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Regeling LNV-subsidies)Regeling LNV-subsidiesDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op:

verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10);

verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);

verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001 (PbEU L 358);

– de artikelen 2, 4 en 7 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

Artikel 1:14b is niet van toepassing op verleende Europese subsidies die minder bedragen dan € 25.000.

De subsidieontvanger doet onverwijld een schriftelijke melding zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies of artikel 1:20, derde of vijfde lid, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente die wordt berekend over de periode die verstrijkt tussen de kennisgeving van de terugvorderingsverplichting aan de subsidieontvanger en de terugbetaling door de subsidieontvanger.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Aan een onderneming, landbouwonderneming of agro-MKB-onderneming wordt geen subsidie verstrekt indien:

Aan een landbouwonderneming wordt geen subsidie verstrekt indien daardoor zou worden gehandeld in strijd met verordeningen als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, houdende een gemeenschappelijke marktordening.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De subsidieontvanger voert de activiteiten waarvoor subsidie is verleend uit binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening.

De subsidieontvanger laat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend binnen zes maanden uitvoeren na de datum van subsidieverlening.

In afwijking van artikel 1:14, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling binnen negen maanden na de datum van subsidieverlening ingediend.

De subsidieontvanger vangt het project aan binnen drie maanden na de datum van de subsidieverlening.

Vervallen

De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie:

De subsidie bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten.

De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4 hoger naarmate:

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een op het project toegesneden communicatieplan waarin wordt aangegeven wie de doelgroep is.

Vervallen

Artikel 1:5 is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot verstrekking van een voucher.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 2:22, eerste lid, of 2:25, eerste lid, wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een daartoe door de Minister vastgesteld formulier.

De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4 hoger naarmate het project waarop de subsidie betrekking heeft:

In aanvulling op artikel 1:9, tweede lid, gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:

In aanvulling op artikel 1:14 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4 hoger naarmate het project waarop de aanvraag betrekking heeft:

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

diervoeders:

alle stoffen en producten, inclusief additieven, verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om te worden gebruikt voor orale vervoedering aan dieren;

industrieel onderzoek:

industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 30 van de verordening (EG) nr. 800/2008;

onderzoeksproject diervoeders:

industrieel onderzoek naar diervoeders of naar de productiemethode van diervoeders met het oog op persistente reductie van de methaanvorming in de pens of dikke darm van melkvee met minimaal behoud van de melkproductie, met dien verstande dat het onderzoek zich richt op:

onderneming:

iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

onderzoeksorganisatie:

een onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 30 van de verordening (EG) nr. 800/2008;

productiemethode van diervoeders:

het fysisch, mechanisch of chemisch bewerken van diervoeders gericht op het beïnvloeden van de eigenschappen ervan.

Aanvragen tot subsidieverlening en subsidievaststelling voor een onderzoeksproject worden ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een daartoe door de Minister verstrekt formulier en gaan vergezeld van een projectplan respectievelijk eindverslag.

Vervallen

Een aanvraag tot subsidieverlening, subsidievaststelling of voorschotverlening gaat vergezeld van de documenten die in bijlage 2 bij deze regeling zijn genoemd bij de investering waarop de subsidie betrekking heeft.

Artikel 1:5 is van toepassing op aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 7, punt A, categorieën 1 tot en met 7.

Artikel 1:6 is van toepassing op aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 8, punt A.

De subsidieontvanger voldoet in voorkomend geval aan de verplichtingen die in bijlage 2 bij deze regeling zijn genoemd bij de investering waarop de subsidie betrekking heeft.

De subsidie bedraagt ten hoogste:

Artikel 1:5 is van toepassing.

In afwijking van artikel 2:38 gaat de aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:42, eerste lid, vergezeld van een investeringsplan, waarin de investeringen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn opgenomen en waaruit blijkt hoe die investeringen bijdragen aan de doelstellingen, genoemd in artikel 2:37, eerste lid.

De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten.

De Minister kan aan een landbouwonderneming subsidie verstrekken voor deelname aan een voedselkwaliteitsregeling.

Artikel 1:6 is van toepassing.

Voor de subsidie komen in aanmerking de vaste kosten verbonden aan deelname aan de voedselkwaliteitsregeling met inbegrip van de kosten voor controles die zijn verbonden aan de deelname.

De Minister verleent jaarlijks ambtshalve voorschot.

Met de indiening van een aanvraag tot verlening van de subsidie stemt de aanvrager ermee in dat de Stichting Skal aan de Minister alle gegevens overlegt die betrekking hebben op de uitoefening van de biologische productiemethode op zijn landbouwonderneming.

De subsidieontvanger:

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De subsidie bedraagt ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten.

Ter verbetering van de bedrijfsstructuur van de glastuinbouwsector kan de Minister aan eigenaren van glasopstanden die hun onderneming staken subsidie verstrekken voor de afbraak van verouderde glasopstanden en daarbij behorende bedrijfsgebouwen.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen vier maanden nadat de overdracht van gronden, bedoeld in artikel 2:64, eerste lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden.

Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een overzicht van liquiditeitsbehoefte.

De Minister kan een tegemoetkoming verstrekken voor door weersomstandigheden veroorzaakte schade aan gewassen overeenkomstig Bijlage 3 en 3a bij deze regeling.

De Minister kan een tegemoetkoming verstrekken voor premies voor weerschadeverzekeringen overeenkomstig Bijlage 4 bij deze regeling.

Voor de toepassing van paragraaf 3 van titel 11 wordt verstaan onder communautaire richtsnoeren: Mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 oktober 2004 aangaande communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (PbEU C 244).

Artikel 2:1a, onderdeel a, is niet van toepassing.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De subsidie, bedoeld in artikel 2:69c, eerste lid, bedraagt per onderneming in moeilijkheden ten hoogste € 100.000,– met inbegrip van subsidie uit eventuele andere bronnen of op grond van andere regelingen.

Geen garantstelling wordt verstrekt:

Aanvragen tot garantstelling worden overeenkomstig artikel 1:6 gerangschikt.

De Minister verstrekt de bank, bedoeld in artikel 2:73, eerste lid, een afschrift van de beschikking tot verlening van de garantstelling.

In aanvulling op, onderscheidenlijk afwijking van artikel 1:15 komen de volgende kosten in aanmerking voor de garantstelling:

In aanvulling op de artikelen 1:15 en 2:2 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor de garantstelling:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De Minister kan tot en met 31 december 2011 subsidie in de vorm van een garantstelling verstrekken aan een landbouwonderneming voor de terugbetaling van een lening, voor zover deze strekt tot financiering van werkkapitaal.

Vervallen

De Minister verleent de subsidie, bedoelt in artikel 2:82, binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 2:84, indien aan de in dat artikel gestelde voorwaarden is voldaan.

Gedurende de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2011 bedraagt het totaal aan de-minimissteun, steun verstrekt op grond van punt 4.2.2 van de Tijdelijke kaderregeling en steun verstrekt op grond van punt 2.2 van de Tijdelijke communautaire kaderregeling 2011, met in begrip van steun die in de vorm van een garantstelling aan een landbouwonderneming op grond van deze paragraaf is toegekend, niet meer dan het subsidie-equivalent van ten hoogste € 15.000.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze titel wordt verstaan onder duurzaam voedsel: voedsel geproduceerd om te voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat daarbij de mogelijkheden van toekomstige generaties worden verminderd om in hun behoeften te voorzien.

De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4 hoger naarmate het project waarop de aanvraag betrekking heeft:

De subsidieontvanger vangt het project waarvoor de subsidie is verleend aan binnen één jaar na de datum van subsidieverlening.

Een beschikking omtrent subsidievaststelling wordt gegeven binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Minister kan op aanvraag aan de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie, statutair gevestigd te Amsterdam, subsidie verstrekken voor projecten gericht op kwaliteitsverbetering, samenwerking, educatie, voorlichting en onderzoek van:

In afwijking van artikel 1:10, eerste lid, wordt een beschikking omtrent subsidieverlening gegeven voor 15 februari van het jaar waarin het project wordt uitgevoerd.

Artikel 1:13, tweede lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

In afwijking van artikel 1:8, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling ingediend bij de Directeur Natuur, Landschap en Platteland van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

In afwijking van artikel 1:10, eerste lid, wordt een beschikking omtrent subsidieverlening gegeven binnen drie maanden na afloop van de periode voor het aanvragen van subsidieverlening.

De subsidieontvanger voert het programma uit overeenkomstig het werkprogramma waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:

Een beschikking omtrent subsidievaststelling wordt gegeven binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

De Minister kan aan de Stichting Zeldzame Huisdieren subsidie verstrekken voor de begeleiding van stamboek-, ras- en fokverenigingen:

In afwijking van artikel 1:8, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidieverlening ingediend bij de Directeur Agroketens en Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:

Een beschikking omtrent subsidievaststelling wordt gegeven binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

In deze titel wordt verstaan onder:

Geen subsidie wordt verstrekt indien:

De subsidieontvanger draagt zorg voor de uitvoering van het begrazingsplan.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een kopie van de meetbrief.

Ten aanzien van contingenten die zijn toegekend ten behoeve van vaartuigen waarvoor subsidie wordt verleend, wordt de periode van aanhouden van een contingent als bedoeld in artikel 14 van de Regeling contingentering zeevis vastgesteld op ten hoogste 36 maanden.

Artikel 1:6 is van toepassing.

Binnen acht weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in artikel 4:11, tweede lid, stelt de Minister de subsidie, bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, onderdeel d, vast.

De aanvraag gaat vergezeld van een beschrijving van het partnerschap met de wetenschappelijke of technische instantie, waarin in elk geval de taakverdeling en de aard van de wetenschappelijke begeleiding worden beschreven.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een controleverklaring van een accountant.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

Op de verstrekking van de subsidie zijn de artikelen 4:24 tot en met 4:26 van overeenkomstige toepassing.

In het projectplan, bedoeld in artikel 1:9, tweede lid, is de geografische locatie opgenomen waar het project wordt uitgevoerd.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een controleverklaring van een accountant.

Als visserijgebieden als bedoeld in artikel 43 van verordening nr. 1198/2006, worden aangewezen de gebieden zoals opgenomen in bijlage 5, onderdeel A, bij deze regeling.

Als lokale groepen als bedoeld in artikel 45 van verordening nr. 1198/2006, worden aangewezen de groepen zoals opgenomen in bijlage 5, onderdeel B, bij deze regeling.

In het projectplan, bedoeld in artikel 1:9, tweede lid, wordt de geografische locatie opgenomen waarop het project zal worden uitgevoerd.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

Indien het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt, kan in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald dat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld gaat van een controleverklaring van een accountant.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De volgende kosten komen in aanmerking voor de subsidie:

Artikel 1:6 is van toepassing.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van nota’s en betaalbewijzen van de aanschaf en installatie van de elektronische weegapparatuur en de koppeling daarvan aan het systeem van elektronische registratie- en meldapparatuur waarop de gemaakte kosten zijn gespecificeerd.

De subsidieontvanger voert de activiteiten, bedoeld in artikel 4:39a, eerste lid, uit uiterlijk op 1 oktober 2012.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De subsidieontvanger voert de activiteiten, bedoeld in artikel 4:39g, eerste lid, uit vóór 1 januari 2012.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van nota’s en betaalbewijzen van de aanschaf en, indien van toepassing, installatie van apparatuur, bedoeld in artikel 4:39m, eerste lid, waarop de gemaakte kosten zijn gespecificeerd een verklaring van een onafhankelijke technisch deskundige dat de blackbox voldoet aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 7.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een controleverklaring van een accountant.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een controleverklaring van een accountant.

Geen garantstelling wordt verstrekt:

In afwijking van artikel 1:15, eerste lid, onderdeel a, komen kosten die op grond van hoofdstuk 4, titel 4, paragraaf 2, worden gesubsidieerd eveneens in aanmerking voor subsidie op grond van deze paragraaf.

Artikel 1:6 is van toepassing.

De subsidieontvanger heeft de activiteiten, bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, uitgevoerd respectievelijk voert die activiteiten, uit:

Artikel 1:6 is van toepassing.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De Minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan beroepsvissers die vissen in de kust- en binnenwateren en die als gevolg van het visverbod op aal, bedoeld in artikel 32a van de Uitvoeringsregeling visserij, in de maanden september, oktober en november 2012 schade lijden en aan beroepsvissers die deelnemen aan een pilot in het kader van decentraal aalbeheer, waarvoor op grond van artikel 11 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 ontheffing is verleend.

Een beschikking omtrent verstrekking van de tegemoetkoming wordt gegeven binnen drie maanden na afloop van de openstellingsperiode in enig jaar waarin de aanvraag kon worden gedaan.

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder ‘nettoresultaat’; omzet verminderd met de vaste kosten en de variabele kosten, voordat dit bedrag is verminderd met de verschuldigde inkomsten- en vennootschapsbelasting.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze titel wordt verstaan onder:

De subsidieontvanger voert de activiteiten, bedoeld in artikel 5:3, tweede lid, onderdelen a en c, vóór 30 september 2010 uit, en de activiteiten, bedoeld in artikel 5:3, tweede lid, onderdeel b, vóór 30 september 2011.

Als personen als bedoeld in artikel 8 van de Kaderwet EZ-subsidies worden aangewezen de ambtenaren van:

De volgende regelingen en besluiten worden ingetrokken:

Deze regeling berust mede op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2007.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling LNV-subsidies.

Onderliggend Controleprotocol controleverklaring LNV-subsidies is van toepassing wanneer bij vaststelling van een subsidiebedrag een controleverklaring, vanuit de Regeling LNV-subsidies, wordt vereist.

Dit protocol is afgestemd met het Koninklijk Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA).

Het referentiekader is de Regeling LNV-subsidies waaronder de subsidie is verleend.

Het doel van dit controleprotocol is het verstrekken van duidelijkheid over de reikwijdte en diepgang van de accountantscontrole en de in dat kader af te geven controleverklaring. De controleverklaring moet de Minister zekerheid geven over de juistheid en volledigheid van de gedeclareerde subsidiabele kosten. Hiertoe controleert de accountant de financiële verantwoording van de gedeclareerde subsidiabele kosten die door de eindontvanger bij het verzoek tot vaststelling (eindafrekening) is aangeleverd. de Minister controleert vervolgens de eindafrekening op het voldoen aan de subsidievoorwaarden en stelt de subsidie vast.

De subsidieontvanger verzoekt de accountant een controleverklaring op te stellen op basis van het protocol controleverklaring LNV-subsidies. De eindbegunstigde levert hiertoe de aanvraag vaststelling (eindafrekening) aan de accountant aan. De accountant controleert de juistheid en volledigheid van het verzoek tot subsidievaststelling (eindafrekening) van de subsidieontvanger op basis van de richtlijnen in dit protocol. Naar aanleiding van de controle waarmerkt de accountant de eindafrekening en stelt de controleverklaring op. Hoofdstuk 3 bevat de minimaal voorgeschreven tekst van de controleverklaring.

De subsidieontvanger levert het verzoek tot vaststelling (de gewaarmerkte eindafrekening) en de controleverklaring bij de Minister aan. Het verzoek tot vaststelling (eindafrekening) moet nadat het project is voltooid binnen de in de regeling LNV-subsidies gestelde termijn worden gedaan. Deze termijn is in de subsidieverplichtingen bij de beschikking tot subsidieverlening opgenomen.

De Minister behoudt zich het recht voor een review te laten uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake de eindafrekening. De accountant die de controle uitvoert verstrekt desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden zoals deze dat gewenst acht.

De accountant voert de controle met betrekking tot het verzoek tot vaststelling (eindafrekening) uit in overeenstemming met de richtlijnen in dit controleprotocol. De accountant controleert hiertoe de financiële verantwoording van de gedeclareerde kosten op de hieronder genoemde specifieke controlepunten. De controleaanpak is de primaire verantwoordelijkheid van de accountant.

De kern van de accountantscontrole is de vaststelling dat het verzoek tot vaststelling (eindafrekening) juist en volledig is. Hiertoe controleert de accountant de eindafrekening.

De specifieke controlepunten hierbij zijn:

De verklaring is gericht op het afgeven van een oordeel bij het verzoek tot vaststelling (eindafrekening). Bij de oordeelsvorming streeft de accountant naar een redelijke mate van zekerheid. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische technieken moet worden gekwantificeerd, moet worden uitgegaan van een betrouwbaarheid van 95 procent.

Een goedkeurende controleverklaring impliceert dat, gegeven de hierboven genoemde betrouwbaarheid, in de eindafrekening verslag geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen met een materieel belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Informatie is materieel indien het weglaten of het onjuist weergeven daarvan de beslissing van de subsidieverlener over het verzoek tot vaststelling (eindafrekening) zou kunnen beïnvloeden. Verder wordt verwezen naar hetgeen over materialiteit is vastgelegd in standaard 320 ‘Materieel belang in de accountantscontrole’ van NBA. Als omvangsbasis voor de toleranties geldt het totaal van de in de eindafrekening opgenomen subsidiabele kosten.

De subsidieontvanger dient in beginsel alle geconstateerde fouten te corrigeren. De accountant beoordeelt wat de gevolgen zijn van de niet gecorrigeerde fouten voor de strekking van zijn controleverklaring.

Voor de strekking van de controleverklaring gelden de volgende toleranties:

Voor de controleverklaring dient het model controleverklaring gehanteerd te worden. De accountant stelt de verklaring op overeenkomstig de voorbeeldteksten van NBA. De accountant dient het van toepassing zijnde controleprotocol te vermelden in de controleverklaring.

Afgegeven ten behoeve van de Minister

Aan: opdrachtgever

Wij hebben bijgevoegde eindafrekening van <naam instelling/persoon> te <zetel, plaats> over de periode <datum> tot <datum> met betrekking tot subsidieverlening in het kader van de Regeling LNV-subsidies <openstelling> gecontroleerd. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft per brief <kenmerk> d.d. <datum> terzake een subsidie verleend tot een maximum van <bedrag>.

Verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger

<Het bestuur van de instelling/naam persoon> is verantwoordelijk voor het opstellen van de eindafrekening in overeenstemming met de relevante bepalingen in de Regeling LNV-subsidies. <Het bestuur van de instelling/naam persoon> is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de eindafrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de eindafrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol controleverklaring LNV-subsidies, vastgesteld in bijlage 1 bij de Regeling LNV-subsidies. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de eindafrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de eindafrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de eindafrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.

Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van de eindafrekening door de entiteit, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor de subsidiedeclaratie, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de subsidiedeclaratie.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel

Naar ons oordeel is de eindafrekening van <naam instelling/persoon> over de periode <datum> tot <datum> in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld in overeenstemming met de begroting zoals opgenomen in brief <kenmerk> d.d. <datum> en de relevante bepalingen in de Regeling LNV-subsidies.

Beperking in gebruik en verspreidingskring

De eindafrekening is opgesteld voor de Minister met als doel <naam instelling/persoon> in staat te stellen te voldoen aan de relevante bepalingen in de Regeling LNV-subsidies. Hierdoor is de eindafrekening mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Dit doet geen afbreuk aan ons oordeel. De eindafrekening met onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor <naam instelling/persoon> en de Minister en dient derhalve niet te worden verspreid of gebruikt door anderen.

<Plaats, datum>

<Naam accountantspraktijk>

<Naam accountant >

Hoofdstuk 1. Onderzoeksactiviteiten integraal duurzame stallen

A. Beschrijving van het innovatieproject, bedoeld in artikel 2:32, eerste lid

Twee of vier ten aanzien van de milieuparameters gelijke stallen op respectievelijk twee of vier locaties, die voldoen aan de volgende voorwaarden:

B. Beschrijving van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2:35

In deze bijlage wordt verstaan onder:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Bedieningsmechanisme, inclusief bedieningssoftware, met beweegbaar energiebesparend doek (niet zijnde gevelscherm of verduisteringsscherm) te bevestigen aan de binnenzijde van een glastuinbouwkas bestemd voor het verminderen van het warmteverlies in glastuinbouwkassen. De energiebesparing bij gesloten toestand van het doek is ten minste 35%.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot eerste energieschermen gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot eerste energieschermen gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Bedieningsmechanisme, inclusief bedieningssoftware, met beweegbaar energiebesparend doek (niet zijnde gevelscherm of verduisteringsscherm) te bevestigen aan de binnenzijde van een glastuinbouwkas waarin al een eerste energiescherm aanwezig is of waarbij het eerste energiescherm gelijktijdig wordt geïnstalleerd, bestemd voor het verminderen van het warmteverlies in glastuinbouwkassen. De energiebesparing bij gesloten toestand van alleen het tweede energiescherm is ten minste 45%.

Het tweede energiescherm moet op een zelfstandig dradenbed worden geïnstalleerd waardoor het mogelijk is om zowel het eerste als het tweede energiescherm tegelijkertijd te kunnen sluiten. Hierdoor wordt een additionele energiebesparing ten opzichte van een eerste energiescherm behaald.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

In aanvulling op artikel 2:40, derde lid, komen niet voor subsidie in aanmerking de door de aanvrager te maken kosten voor het materieel en de installatie van een tweede energiescherm geïnstalleerd op een reeds voor het eerste energiescherm gebruikt dradenbed waarbij slechts één van de schermen op enig moment ingezet kan worden.

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot tweede energieschermen gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot tweede energieschermen gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Kasdekglas voorzien van een antireflectiecoating bestemd voor verhoging van de lichtdoorlatendheid van het glas tot ten minste 95% van direct invallend PAR-licht en ten minste 90% van indirect PAR-licht.

Toelichting PAR-licht:

PAR staat voor Photosynthetic Active Radiation en is bepalend voor de snelheid van de fotosynthese.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn: energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking de door de aanvrager te maken meerkosten van het kasdekglas ten opzichte van vergelijkbaar niet-gecoate kasdekglas.

In aanvulling op artikel 2:40, derde lid, komen niet voor subsidie in aanmerking de door de aanvrager te maken kosten voor het installeren van het kasdekglas in het kasdek.

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot antireflectie gecoat kasdekglas gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot antireflectie gecoat kasdekglas gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Opslagtank met toebehoren bestemd voor het terugwinnen en opslaan van warmte die vrijkomt bij warmteopwekking in glastuinbouwkassen.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot een warmtebuffersysteem gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een warmtebuffersysteem gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Ventilatoren met een verticaal gerichte luchtuitworp voor het homogeniseren van kaslucht met als doel de benodigde stookenergie te reduceren. Verticale ventilatoren inclusief montage en ondersteunde software.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve en energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot de verticale ventilatoren gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot de verticale ventilatoren gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Een voorziening tussen een samenwerkingsverband van glastuinbouwondernemingen ten behoeve van de onderlinge uitwisseling van warmte-, en/of CO2- en/of elektriciteit met als doel een netto energiebesparing ten opzichte van de situatie waarbij geen clustering plaatsvindt, bestaande uit:

Leidingwerk voor warmte- en CO2-transport, elektriciteitskabels, warmtemeter(s), kilowattuurmeter(s), besturingsysteem, warmtebuffersysteem en het noodzakelijk klein materieel voor de installatie van het energienetwerk.

B. De landbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot het energiecluster gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot het energiecluster gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Hogedrukvernevelingssysteem ten behoeve van adiabatische koeling, waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron is, voor geconditioneerd telen in kassen met het doel het CO2-verlies en derhalve de CO2-emissie uit kassen te reduceren. Installatie bestaande uit hogedruknevelleiding, pompen, aansluitkosten en bijbehorende software voor de aansturing.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve glastuinbouwondernemingen en energie-intensieve- glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot het hogedruk vernevelingssysteem gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot het hogedruk vernevelingssysteem gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Gevelschermen ten behoeve van energiebesparing in kassen, niet zijnde (wettelijk verplichte) lichtafschermings- of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen. Installatie bestaande uit scherminstallatie voor beweegbare gevelscherming inclusief energiebesparend doek met een energiebesparing van tenminste 40% en montagekosten.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve en energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot gevelscherm gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot het gevelscherm gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Een ventilatiesysteem met voorverwarming en/of warmteterugwinning is een systeem waarbij de vochtbeheersing direct bij het gewas verbeterd wordt op een energiebesparende wijze. Kenmerkend is de afvoer van vocht uit het klimaat rond het gewas door het inbrengen van (voorverwarmde) drogere buitenlucht en/of opmenging van drogere kaslucht onder gelijktijdige vermindering van warmtetoevoer aan en warmtetoevoer van de kas door intensiever gebruik van een of meerdere energieschermen en minder gebruik van luchtramen door ontvochting.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking van subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot de ventilatiesystemen gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot de ventilatiesystemen gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Kasdekglas met lichtverstrooiende werking bestemd voor verhoging van de lichtdoorlatendheid van het glas tot tenminste 80% voor diffuus licht en tenminste 90% voor PAR-licht en een hazefactor van tenminste 25%. De hazefactor is de lichtverstrooiingsfactor.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de door de aanvrager te maken meerkosten van diffuus kasdekglas ten opzichte van vergelijkbaar niet diffuus kasdekglas voor subsidie in aanmerking.

In aanvulling op artikel 2:40, derde lid, komen de door de aanvrager te maken kosten voor het installeren van diffuus glas in het kasdek niet voor subsidie in aanmerking.

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot diffuus kasdekglas gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot diffuus kasdekglas gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Biomassa gestookte ketel met toebehoren bestemd voor het produceren van warmte die vrijkomt bij de verbranding van biomassa die aan de definitie in Richtlijn 2001/80/EG voldoen.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien:

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een biomassa gestookte ketelinstallatie gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Een voorziening voor de aansluiting van een glastuinbouwonderneming op een energie- of CO2netwerk voor het afnemen van warmte, en/of CO2 en/of biogas met als doel fossiele energiebesparing, bestaande uit: leidingwerk voor warmte-, CO2- en biogastransport, warmtemeter(s), CO2meter(s), biogasmeter(s), besturingsysteem, warmtebuffersysteem en het noodzakelijk klein materieel voor de aansluiting op het energie- en of CO2netwerk.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de warmte, de CO2 of het biogas uitsluitend wordt afgenomen en gebruikt wordt door de landbouwonderneming die de subsidie heeft aangevraagd ten behoeve van glastuinbouwdoeleinden van die onderneming.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen;

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot een aansluiting op het energie- of CO2netwerk gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een aansluiting op het energie- of CO2netwerk gaat vergezeld van:

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerst lid.

De reductie, bedoeld in de onderdelen a en b, is gerelateerd aan de referentiesituatie van de betrokken glastuinbouwonderneming of samenwerkingsverband van glastuinbouwondernemingen en wordt niet geheel of gedeeltelijk behaald door afname van groene stroom. Primaire energiereductie, bedoeld in de onderdelen a en b, is energiereductie die uitsluitend wordt bereikt door gebruik van energie afkomstig van duurzame energiebronnen, zoals aardwarmte. Ingeval een referentiesituatie voor CO2 reductie ontbreekt, bijvoorbeeld bij een startende glastuinbouwonderneming of een teeltwijziging die betrekking heeft op een situatie na subsidieverlening, wordt de reductie gerelateerd aan het in het vigerende boek ‘Kwantitatieve Informatie voor de glastuinbouw’ opgenomen energieverbruik. De reductie van de CO2-emissie en de primaire energiereductie wordt berekend op de wijze die is aangegeven op het aanvraagformulier.

Onderdelen van de energiesystemen kunnen op andere landbouwondernemingen dan de ondernemingen met de glasopstanden worden geïnstalleerd en mede door die ondernemingen worden gebruikt.

De investeringen komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:

Aanvullend op de hiervoor vermelde voorwaarden komen investeringen in energiesystemen, niet zijnde semi-gesloten kassystemen, die tevens in het kader van een aardwarmteproject plaatsvinden, uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:

B. De landbouwondernemingen en samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In aanvulling op artikel 2:40 komen voor de subsidie in aanmerking:

In aanvulling op artikel 1:15, derde lid, en artikel 2:40, derde lid, komen niet voor de subsidie in aanmerking:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening, voorschotverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:

De aanvraag voor een voorschotverlening gaat vergezeld van:

Er worden maximaal drie voorschotten verleend; een voorschot bedraagt ten minste € 200.000.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

E. Verplichtingen van de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 2:39.

Het energiesysteem is uiterlijk 2 jaar na subsidieverlening geïnstalleerd, dan wel uiterlijk 3 jaar na subsidieverlening indien installatie binnen 2 jaar niet haalbaar is vanwege onvoorziene omstandigheden die aantoonbaar buiten de invloedssfeer liggen van de subsidieaanvrager, dan wel uiterlijk 4 jaar na subsidieverlening indien installatie binnen 3 jaar niet haalbaar is vanwege onvoorziene omstandigheden die aantoonbaar buiten de invloedssfeer liggen van de subsidieaanvrager en geen betrekking hebben op de financiering en de opdrachtverstrekking van het project.

Energiesystemen, niet zijnde semi-gesloten kassystemen, die in het kader van een aardwarmte- of aardwarmte-opslagproject worden geïnstalleerd en waarvoor subsidie is verleend vóór 31 december 2013, zijn uiterlijk 5 jaar na subsidieverlening geïnstalleerd indien installatie binnen 4 jaar niet haalbaar is vanwege onvoorziene omstandigheden die aantoonbaar buiten de invloedssfeer liggen van de subsidieaanvrager.

De subsidieontvanger verleent gegevens omtrent:

De hiervoor bedoelde gegevens worden door de subsidieontvanger één jaar na subsidievaststelling en twee jaar na subsidievaststelling aan DR verstrekt.

De hiervoor bedoelde gegevens worden door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in geanonimiseerde vorm gebruikt voor onderzoek en voorlichtingsactiviteiten.

De subsidieontvanger verleent tot drie jaar na de subsidievaststelling desgevraagd medewerking aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie of het Productschap Tuinbouw ten behoeve van door dit Ministerie of het productschap geëntameerd onderzoek en voorlichting in het kader van het energietransitieprogramma (Programma Kas als Energiebron).

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Gecombineerde luchtwassystemen als bedoeld in de Regeling ammoniak en veehouderij.

B. De landbouwonderneming, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, is een landbouwonderneming met een of meer stalruimten waarbinnen dieren worden gehouden.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening, de aanvraag tot voorschotverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot een gecombineerd luchtwassysteem gaat vergezeld van:

De aanvraag tot voorschotverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een gecombineerd luchtwassysteem gaat vergezeld van:

E. Voorwaarden voorschotverlening

Er wordt maximaal één voorschot verleend per luchtwasser. Een voorschot bedraagt ten minste € 10.000.

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid.

Investeringen in integraal duurzame stallen en houderijsystemen.

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn:

landbouwondernemingen met een of meer stalruimten waarbinnen dieren worden gehouden.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen in aanmerking voor subsidie de door de aanvrager in verband met de verbetering van het welzijn van landbouwhuisdieren te maken extra kosten, en, voor zover van toepassing, de te maken extra kosten in verband met de verbetering van het milieu of diergezondheid voor investeringen met betrekking tot milieu of diergezondheid die verder gaan dan hetgeen bij of krachtens wet is voorgeschreven – ten opzichte van kosten in gangbare investeringen in stallen of houderijsystemen – voor:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en de aanvraag tot subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

De aanvraag tot subsidieverlening met betrekking tot een integraal duurzame stal of houderijsysteem gaat vergezeld van:

De aanvraag tot subsidievaststelling met betrekking tot een integraal duurzame stal of houderijsysteem gaat vergezeld van:

E. Verplichtingen van de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 2:39.

De integraal duurzame stal of het integraal duurzame houderijsysteem is uiterlijk 2 jaar na subsidieverlening geïnstalleerd.

A. Beschrijving van de investering, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid

Investeringen in technieken ter vermindering van de uitstoot van fijn stof, die:

B. De landbouwondernemingen, bedoeld in artikel 2:37, eerste lid, zijn kleine of middelgrote landbouwondernemingen.

Geen subsidie wordt verstrekt indien er ten aanzien van de onderneming een uitstaand bevel tot terugvordering is ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

C. Beschrijving van de kosten, bedoeld in artikel 2:40, vierde lid.

In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

D. Bij de aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling mee te sturen documenten als bedoeld in artikel 2:38.

Categorie 1: mestbewerking

Categorie 2: precisielandbouw

Categorie 3: mestopslag voor dierlijke meststoffen

Categorie 4: energie-efficiëntie

Categorie 5: hernieuwbare energie

Categorie 6: waterkwantiteit

Computergestuurde beregeningapparatuur met vochtsensoren die precisieberegening mogelijk maakt en wordt gestuurd met behulp van GPS.

Categorie 7: energie-efficiëntie en hernieuwbare energie glastuinbouw

Landbouwondernemingen met een economische bedrijfsomvang van 25.000 Standaard Output of meer in de landbouwtelling van het voorgaande kalenderjaar, met dien verstande dat:

In aanvulling op artikel 2:40, eerste lid, van de regeling komen de door de leverancier aan de aanvrager in rekening gebrachte, noodzakelijke installatiekosten voor het bouwen en monteren van de apparatuur, machine of installatie, met uitzondering van transportkosten en invoerrechten, in aanmerking voor subsidie.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Tegemoetkoming vorstschade fruitteeltsector 2005

A. Voorwaarden tegemoetkoming

B. Omvang tegemoetkoming

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Tegemoetkoming sneeuwdrukschade boomkwekerijsector 2005

Tabel 1

Vervallen.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

A

B

C

Ontwikkelingstrategieën

Artikel 15 van het politieke akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement van 30 mei 2013 over het voorstel voor een Verordening van het Europees Parament en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (COM(2011) 425 definitief)