U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 28-02-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0021328

Regeling mobiele eenheid 2007

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie van 15 februari 2007, nr. 2006/361778, houdende nieuwe regels voor de mobiele eenheid (Regeling mobiele eenheid 2007)Regeling mobiele eenheid 2007De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie,

Gelet op de artikelen 48, eerste lid, en 48a van de Politiewet 1993 en de artikelen 6, tweede lid, en 17, tweede lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag15 februari 2007De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.RemkesDe Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch Ballin

De korpsbeheerder draagt voor wat betreft opleiden en oefenen zorg voor dat:

De korpsbeheerder draagt voor wat betreft het materieel zorg voor dat:

De korpsbeheerder van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond draagt er zorg voor dat ten behoeve van de eenheden te water, als bedoeld in artikel 3, kan worden beschikt over twee vaartuigen, een commandovaartuig en een reddingsvaartuig met een voor deze taak bekwame bemanning.

De korpsbeheerder draagt er, zelfstandig of samen met andere korpsbeheerders, zorg voor de coördinatie van de mobiele eenheid.

De Regeling mobiele eenheid wordt ingetrokken.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mobiele eenheid 2007.

Over welk aantal basiseenheden en bijzondere eenheden zoals genoemd in de paragrafen 2 en 3 van de Regeling mobiele eenheid 2007 beschikte het regionale politiekorps feitelijk?

Op welke wijze heeft de korpsbeheerder gezorgd dat de leden van de mobiele eenheid voldoen aan de eindtermen van opleiding en geoefendheid? (volstaan kan worden met datum waarop is voldaan aan de eindtermen of het benoemen van de behaalde opleidings- en oefeningsdoelen)

Op welke wijze heeft de korpsbeheerder invulling gegeven aan de paraatheideis zoals gesteld in paragraaf 6 van de Regeling mobiele eenheid 2007? (bijv. aantal testen paraatheid – wijze van alarmering – interne regelingen in vakantieperioden)