Beleidsregel · BWBR0021516
Richtlijn voor strafvordering winkeldiefstal
Deze richtlijn ziet zowel op de diefstal van winkelgoederen als op de verduistering van winkelgoederen en ’omprijzen’. Aangezien deze drie delicten uitermate veel overeenkomst vertonen, met het doel het bereiken van economisch voordeel door (een deel van) de waarde van winkelgoederen niet te voldoen, worden ze binnen deze richtlijn op dezelfde wijze afgedaan. Om toch onderscheid te kunnen maken zijn ze evenwel in verschillende basisdelicten benoemd. De waarde van de (beoogde) goederen (bij omprijzen het verschil in prijs) dient mee te wegen in de sanctiebepaling. Overigens moet daarbij wel worden opgemerkt dat van daadwerkelijk genoten voordeel veelal geen sprake zal zijn: dikwijls blijven de goederen achter in de winkel of worden alsnog betaald òf dient, als de gestolen/verduisterde goederen niet kunnen worden achterhaald dan wel zijn beschadigd, schadevergoeding plaats te vinden.
Commuun
- –
Diefstal van winkelgoederen
- –
Verduistering van winkelgoederen
- –
Omprijzen
Beschrijving
Het zich wederrechtelijk toeëigenen van één of meer winkelgoederen. Indien binnen één winkel of warenhuis meer artikelen worden gestolen en/of verduisterd en/of omgeprijsd dient dit te worden beoordeeld als één voortgezette handeling. Indien het meer artikelen in verschillende winkels betreft dient dit te worden beoordeeld als separate delicten.
Toepasselijk kader
Aanwijzing Kader voor strafvordering
Basispunten
6 punten
Strafbeschikking
Indien van toepassing: afhankelijk van beleid van het parket
Basisfactoren
– Tot en met € 50 | 0 pt |
– Van € 50 tot en met € 120 | 4 pt |
– € 120 of meer | 4 pt |
Indien de economische waarde van de beoogde goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie aan te bieden. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan € 120 wordt voor het delict geen transactie meer door de politie aangeboden. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.
Economische waarde van de (beoogde) goederen
- Schijf 1: het gedeelte tussen € 120 en € 1200 | bedrag gedeeld door 60 pt |
- Schijf 2: het gedeelte tussen € 1200 en € 5000 | bedrag gedeeld door 250 pt |
- Schijf 3: het gedeelte boven € 5000 | bedrag gedeeld door 500 pt |
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
- –
Er is geen sprake van medeplegen: +0 %
- –
Er is sprake van medeplegen: +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
- –
Dader: +0 %
- –
Medeplichtige : -33 %
Poging
- –
Voltooid delict: +0 %
- –
Poging tot plegen -33 %
Recidiveregeling
– Geen recidive | +0 % | |
– 1 maal binnen 2 jaar | +50 % | (NH) |
– 1 maal binnen 2-5 jaar | +50 % | |
– Meermalen | +100 % | (DV, NH) |
(NH) + naast hogere sanctie
(DV) + dagvaarden
Draagkracht
Geen
Maatwerk
Indien sprake is van recidive volgens beoordelingsfactor 3.01.59 of beoordelingsfactor 3.04.04 dient bepaald te worden of het delict een contraindicatie voor een taakstraf heeft op grond van art 22b lid 2 WvSr.
- Er is geen sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr | +0 % | |
- Er is sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr | +0 % | (CKT) |
(CKT) + contra-indicatie kale taakstraf
Speciale regelingen
Geen
Bijzonderheden
Geen
Beschrijving
Het zich wederrechtelijk toeëigenen van één of meer winkelgoederen die de verdachte, anders dan door een misdrijf, onder zich heeft. Indien binnen één winkel of warenhuis meer artikelen worden gestolen en/of verduisterd en/of omgeprijsd dient dit te worden beoordeeld als één voortgezette handeling. Indien het meer artikelen in verschillende winkels betreft dient dit te worden beoordeeld als separate delicten.
Toepasselijk kader
Aanwijzing Kader voor strafvordering
Basispunten
6 punten
Strafbeschikking
Indien van toepassing: afhankelijk van beleid van het parket
Basisfactoren
– Tot en met € 50 | 0 pt |
– Van € 50 tot en met € 120 | 4 pt |
– € 120 of meer | 4 pt |
Indien de economische waarde van de beoogde goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie aan te bieden. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan € 120 wordt voor het delict geen transactie meer door de politie aangeboden. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.
Economische waarde van de (beoogde) goederen
- Schijf 1: het gedeelte tussen € 120 en € 1200 | bedrag gedeeld door 60 pt |
- Schijf 2: het gedeelte tussen € 1200 en € 5000 | bedrag gedeeld door 250 pt |
- Schijf 3: het gedeelte boven € 5000 | bedrag gedeeld door 500 pt |
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
- –
Er is geen sprake van medeplegen: +0 %
- –
Er is sprake van medeplegen: +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
- –
Dader: +0 %
- –
Medeplichtige: -33 %
Poging
- –
Voltooid delict: +0 %
- –
Poging tot plegen: -33 %
Recidiveregeling
– Geen recidive | +0 % | |
– 1 maal binnen 2 jaar | +50 % | (NH) |
– 1 maal binnen 2-5 jaar | +50 % | |
– Meermalen | +100 % | (DV, NH) |
(NH) + naast hogere sanctie
(DV) + dagvaarden
Draagkracht
Geen
Maatwerk
Indien sprake is van recidive volgens beoordelingsfactor 3.01.59 of beoordelingsfactor 3.04.04 dient bepaald te worden of het delict een contraindicatie voor een taakstraf heeft op grond van art 22b lid 2 WvSr.
- Er is geen sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr | +0 % | |
- Er is sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr | +0 % | (CKT) |
(CKT) + contra-indicatie kale taakstraf
Speciale regelingen
Geen
Bijzonderheden
Geen
Beschrijving
Het omprijzen van één of meer winkelgoederen. Indien binnen één winkel of warenhuis meer artikelen worden gestolen en/of verduisterd en/of omgeprijsd dient dit te worden beoordeeld als één voortgezette handeling. Indien het meer artikelen in verschillende winkels betreft dient dit te worden beoordeeld als separate delicten.
Toepasselijk kader
Aanwijzing Kader voor strafvordering
Basispunten
6 punten
Strafbeschikking
Indien van toepassing: afhankelijk van beleid van het parket
Basisfactoren
– Tot en met € 50 | 0 pt |
– Van € 50 tot en met € 120 | 4 pt |
– € 120 of meer | 4 pt |
Indien de economische waarde van de beoogde goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie aan te bieden. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan € 120 wordt voor het delict geen transactie meer door de politie aangeboden. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.
Economische waarde van de (beoogde) goederen
- Schijf 1: het gedeelte tussen € 120 en € 1200 | bedrag gedeeld door 60 pt |
- Schijf 2: het gedeelte tussen € 1200 en € 5000 | bedrag gedeeld door 250 pt |
- Schijf 3: het gedeelte boven € 5000 | bedrag gedeeld door 500 pt |
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
- –
Er is geen sprake van medeplegen: +0 %
- –
Er is sprake van medeplegen: +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
- –
Dader: +0 %
- –
Medeplichtige: -33 %
Poging
- –
Voltooid delict: +0 %
- –
Poging tot plegen: -33 %
Recidiveregeling
– Geen recidive | +0 % | |
– 1 maal binnen 2 jaar | +50 % | (NH) |
– 1 maal binnen 2-5 jaar | +50 % | |
– Meermalen | +100 % | (DV, NH) |
(NH) + naast hogere sanctie
(DV) + dagvaarden
Draagkracht
Geen
Maatwerk
Indien sprake is van recidive volgens beoordelingsfactor 3.01.59 of beoordelingsfactor 3.04.04 dient bepaald te worden of het delict een contraindicatie voor een taakstraf heeft op grond van art 22b lid 2 WvSr.
- Er is geen sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr | +0 % | |
- Er is sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr | +0 % | (CKT) |
(CKT) + contra-indicatie kale taakstraf
Speciale regelingen
Geen
Bijzonderheden
Geen