U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-06-2008.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 17 februari 2007, houdende regeling voor de toelating, het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingmiddelen en biociden (Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden)Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen voor de toelating, het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen alsmede voor de toelating en registratie, het op de markt brengen en het gebruik van biociden, mede gelet op richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230) en richtlijn nr. 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PbEG L 123);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lech17 februari 2007BeatrixDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.VerburgDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. M.Cramerde tiende april 2007De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

Er is een College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het college bezit rechtspersoonlijkheid.

Onze Ministers kunnen beleidsregels stellen met betrekking tot de taakuitoefening van het college.

In de Staatscourant worden bekendgemaakt:

Het college draagt overeenkomstig de voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van zijn gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens.

Een ieder is verplicht ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen of biociden of de tot die middelen behorende werkzame stoffen alsmede ten aanzien van lege verpakkingen voldoende zorg in acht te nemen. Die zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten gevaar ontstaat of kan ontstaan voor de mens, voor dieren of planten waarvan de instandhouding gewenst is, voor planten die aan anderen toebehoren of voor bodem of water, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel onverwijld alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde voornoemd gevaar te voorkomen of de nadelige gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken.

Het is verboden een werkzame stof op de markt te brengen, voorhanden of in voorraad te hebben, binnen Nederland te brengen of, al dan niet in een gewasbeschermingsmiddel of biocide, te gebruiken.

Het is verboden een gewasbeschermingsmiddel of een biocide op de markt te brengen, voorhanden of in voorraad te hebben, binnen Nederland te brengen of te gebruiken, dat niet ingevolge deze wet is toegelaten of, voor zover het een biocide met een gering risico betreft, is geregistreerd.

In afwijking van artikel 24, eerste lid, kan het college op aanvraag van Onze Minister besluiten tot toelating van een gewasbeschermingsmiddel indien:

In afwijking van artikel 45, eerste lid, kan het college op aanvraag van Onze Minister besluiten tot toelating van een biocide indien:

Een registratie wordt verleend onder de voorwaarde dat:

Een aanvraag voor de registratie van een biocide met een gering risico die reeds in een andere lidstaat van de Europese Unie is geregistreerd, wordt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 58 en 59 in behandeling genomen, met uitzondering van de gegevens over de doeltreffendheid, waarvoor een samenvatting voldoende is.

Stoffen die in bijlage IB bij richtlijn 98/8/EG opgenomen zijn, vallen niet onder de werking van deze wet en mogen vrijelijk op de markt worden gebracht en gebruikt voor zover aan de voorwaarden bij de opneming van een stof in bijlage IB bij richtlijn 98/8/EG is voldaan.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden nadere regels worden gesteld over onder meer:

De gebruiker of degene die een gewasbeschermingsmiddel of biocide namens de gebruiker ontvangt, legitimeert zich, op verzoek van de leverancier, bedoeld in artikel 73, of zijn vertegenwoordiger, met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, onverminderd het bepaalde in artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van goede praktijken bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen of biociden.

Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de wijze van monsterneming, het verpakken en het verzegelen van monsters.

Een toezichthouder is bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

Onze Minister is, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het de verplichting betreft tot het verlenen van medewerking aan de ingevolge artikel 82 aangewezen ambtenaren.

Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.

Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien tegen de overtreder wegens hetzelfde feit:

Onze Minister stemt, mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de hoogte van de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Hij houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:

Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanmaning, bedoeld in artikel 107, en het dwangbevel, bedoeld in artikel 108.

Een ieder is tot naleving van een voor hem geldende algemeen verbindend verklaarde overeenkomst gehouden tegenover ieder ander, die bij de naleving een redelijk belang heeft.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Diergeneesmiddelenwet.

Wijzigt de Flora- en faunawet.

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Wijzigt de Wet milieugevaarlijke stoffen.

Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, met daarin een rapportage over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het college.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.