Ministeriële regeling · BWBR0021734

Regeling rekening-courant- en leningenbeheer derden

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Financiën van 9 april 2007, houdende voorschriften inzake het rekening-courantbeheer bij ’s Rijks schatkist van derden die collectieve middelen beheren, alsmede van het leningenbeheer van die derden (Regeling rekening-courant- en leningenbeheer derden)Regeling rekening-courant- en leningenbeheer derdenDe Minister van Financiën,

Gelet op artikel 49a van de Comptabiliteitswet 2001 en op artikel 2, derde lid, van het Besluit kasbeheer 1998;

Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief van 20 februari 2007, kenmerk 6007579R);

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, W.J.Bos

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Minister kan een trekkingsrecht voor derden toestaan op middelen die een rechtspersoon in ’s Rijks schatkist aanhoudt, mits die rechtspersoon daartoe een verzoek heeft ingediend en haar middelen in ’s Rijks schatkist toereikend zijn.

Ten aanzien van een rechtspersoon die reeds voor de inwerkingtreding van het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie een rekening-courant bij ’s Rijks schatkist aanhield, kan de Minister, in afwijking van deze regeling, de in het verleden contractueel overeengekomen modaliteiten continueren.

Vervroegde aflossing van een lening of vervroegde opname van een deposito (indien noodzakelijk voor de bedrijfsvoering) is toegestaan. Er worden géén kosten en/of boetes in rekening gebracht. De vervroegde aflossing of opname is gelijk aan de marktwaarde van de lening of het deposito.

De formule om de marktwaarde te berekeningen is: Σ Cashflows * df

Cashflows = alle toekomstige kasstromen zoals rente en aflossing

df = disconteringsfactor (een factor waarmee een toekomstige kasstroom vermenigvuldigd dient te worden, om de huidige waarde van deze kasstroom te berekenen) waarbij:

Daarbij worden de zero-rates van de GMB-rentetarieven gebruikt en niet de GMB-rentetarieven zelf, omdat:

Om de zero-rate te bepalen van de GMB-rentetarieven ≤ 1 jaar, dienen deze vermenigvuldigd te worden met actual/360. VoorbeeldVoor de leesbaarheid van alle formules zijn in alle voorbeelden de zero-rates afgerond op 3 decimalen en de df op 4 decimalen. Voor de uiteindelijke berekening zijn de niet-afgeronde cijfers gebruikt.: De zero-rate op 2-5-2005 behorende bij een 5 maands GMB-tarief van 2,14% is 2,14% * 365/360 = 2,170%. De bijbehorende df is 1 / (1+2,170% * 153/365) = 0,9910 (153 is het aantal dagen vanaf 2-5-2005 tot 2-10-2005).

De zero-rates > 1 jaar worden aan de hand van de bootstrapping methode bepaald. Bootstrappen is feitelijk niet meer dan een onbekende oplossen in de formule. Deze formule is recursief en dat wil zeggen dat de df van ieder jaar wordt berekend met de df van voorgaande jaren. Met de df van een jaar kan dan via een formule ook de zero-rate van dat jaar berekend worden. De formule om de df van een jaar n te berekenen is:

dfn = 1 – Σ (dfx * rn) / (1+ rn) voor x = 1 t/m n-1 ; rn = het rentetarief voor n jaar

Nu de df voor jaar n berekend is, kan de zero-rate voor jaar n berekend worden. Hiervoor wordt de volgende formule gebruikt: zero-raten = (1/dfn)1/n – 1 (dit is in feite de inverse van dfrl = 1/(1+zero-raterl)rl; waarbij rl = n)

Samenvattend is het stappenplan van het berekenen van de marktwaarde als volgt:

Hieronder volgt een voorbeeld waarin volgens het stappenplan de marktwaarde bepaald zal worden.

Een lening met een looptijd van 4 jaar en een hoofdsom van 10 miljoen tegen een rente van 2,94%. De lening werd verstrekt op 19-11-2004 en loopt af op 19-11-2008. Er zijn 4 aflossingen:

Op 2 mei 2005 wordt de lening vervroegd afgelost.

Stap 1: Bepaling resterende looptijd cashflows

2 De periode 2-5-2005 tot 19-11-2007 bevat 2 hele jaren en een gebroken jaar, namelijk van 2-5-2007 tot 19-11-2007. Dit gebroken jaar maakt onderdeel uit van het jaar 2-5-2007 tot 2-5-2008, welke een schrikkeldag (29-2-2008) bevat. Dit betekent dat voor het gebroken jaar het jaar op 366 wordt gesteld.

Stap 2: Berekening zero-rates en disconteringsfactoren van 2 mei 2005

De zero-rates en disconteringsfactoren van 2 mei 2005 tot na de langste resterende looptijd (3 en 201/365 jaar) van de cashflows worden als volgt bepaald.

Stap 3: Berekening zero-rates cashflows

Nu de zero-rates van 2 mei 2005 bekend zijn kunnen d.m.v. lineaire interpolatie de zero-rates van de cashflows berekend worden.

Stap 4: Berekening disconteringsfactor en marktwaarde cashflows

Aan de hand van de zero-rate van de cashflows kan de disconteringsfactor (df) en vervolgens de marktwaarde berekend worden.

In geval van een vervroegde opname van een deposito zal een gestegen rente de marktwaarde verlagen en een gedaalde rente de marktwaarde verhogen. In de praktijk kan het dus voorkomen dat een instelling meer terugontvangt dan de initiële storting + de opgelopen rente van een deposito. Onderstaand zal een voorbeeld van dit scenario worden uitgewerkt.

Een deposito met een looptijd van 1 jaar en een hoofdsom van 1 miljoen tegen een rente van 2,29%. Het deposito is op 19-10-2004 geplaatst. Op 19-4-2005 wordt het deposito vervroegd opgenomen. Stel dat de rente flink is gedaald en dat het 6 maands tarief op 19-4-2005 1,79% bedraagt.

Stap 1: Bepaling resterende looptijd cashflows

Stap 2: Berekening zero-rate en disconteringsfactor van 19 april 2005

De zero-rate en de disconteringsfactor van 19 april 2005 wordt als volgt bepaald.

Stap 3: Berekening zero-rate cashflows

Aangezien de resterende looptijd van de cashflows gelijk is aan 6 maanden (dus gelijk aan 6-maands GMB-tarief), is het niet nodig om de zero-rate van de cashflow d.m.v. lineaire interpolatie te berekenen. De zero-rate (en de df) van de cashflow is gelijk aan de zero-rate (en de df) van het 6-maands GMB-tarief.

Stap 4: Berekening marktwaarde cashflows

De markwaarde van het vervroegd opgenomen deposito bedraagt € 1.013.990,88. De initiële waarde (€ 1.000.000,00) + de opgelopen rente(182/365 * € 23.218,06 = € 11.577,22) bedraagt € 1.011.577,22. In dit voorbeeld bedraagt het voordelige resultaat voor de instelling dus € 2.413,66.