Regeling · BWBR0021876
Besluit bekwaamheid en betrouwbaarheid opsporingsambtenaren bijzondere opsporingsdiensten
Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 15 maart 2007, nr. 5472701/07/6;
Gelet op artikel 7, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
De Raad van State gehoord (advies van 3 april 2007, nr. W03.07.0066/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 19 april 2007, nr. 5479106/07/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage7 mei 2007BeatrixDe Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballinde tweeëntwintigste mei 2007De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch BallinIn dit besluit wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Justitie.
Een persoon beschikt over de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden, indien hij de daarvoor vastgestelde basiskennis en vaardigheden bezit. De bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg hebben afgelegd van een examen waarmee Onze Minister heeft ingestemd.
Van het met goed gevolg afleggen van een examen als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister ontheffing verlenen, indien de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden op andere wijze blijkt. Bij het verlenen van een ontheffing kunnen aanwijzingen en voorschriften worden gegeven met het oog op het waarborgen van een adequaat niveau van bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.
Een persoon beschikt over de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden, indien hij van onbesproken gedrag is.
Onze Minister beslist of een persoon betrouwbaar is voor de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden.
Wijzigt het Besluit justitiële gegevens.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten in werking treedt.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekwaamheid en betrouwbaarheid opsporingsambtenaren bijzondere opsporingsdiensten.