Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 3 april 2007, nr. DJZ2007015948, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269), de artikelen 8.45 en 10.15 tot en met 10.18 van de Wet milieubeheer en artikel 21.8 van de Wet milieubeheer voor zover het betreft artikel I, onderdeel D;
De Raad van State gehoord (advies van 3 mei 2007, nr. W08.07.0089/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 juni 2007, nr. DJZ2007054463, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage19 juni 2007BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. M.Cramerde achtentwintigste juni 2007De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinWijzigt het Besluit beheer autowrakken.
Wijzigt het Besluit beheer autobanden.
Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat op 1 juli 2009 de voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit verleende vergunningen voor inrichtingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit beheer autowrakken aan dit besluit voldoen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2007.
In afwijking van het eerste lid, treedt artikel I, onderdeel E, van dit besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt dat onderdeel terug tot en met 31 december 2006.