Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 mei 2007, nr. W&B/URP/07/16532, houdende regels inzake de verstrekking van borgstellingen ter zake van kredieten aan starters vanuit een uitkering (Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering)Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkeringDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag30 mei 2007De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.Aboutaleb

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Minister geeft voor niet meer dan € 6.000.000,– aan borgstellingsovereenkomsten af als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan.

Onverminderd het bepaalde in artikel 5 worden op grond van deze regeling ten hoogste 300 aanbiedingen tot een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, tweede lid, door de Minister afgegeven.

Borgstellingsovereenkomsten kunnen tot maximaal een jaar na datum inwerkingtreding van deze regeling worden verleend, tenzij het bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, of het aantal aanbiedingen voor een borgstellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bereikt.

De artikelen 5 tot en met 16 en 18 van de Algemene Regeling SZW-subsidies zijn niet van toepassing op deze regeling.

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering.

De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen: de Minister

en…………………… ten deze vertegenwoordigd door…………………

hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te ………………… op……………………..

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van borgstellingskredieten die met inachtneming van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt. Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een borgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het borgstellingskrediet het totaal van de borgstellingskredieten, berekend per startende ondernemer, een bedrag van € 31.500,– niet overschrijdt.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de Minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet is nagekomen.

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst is (zijn) .................

De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen: de Minister

en…………………… ten deze vertegenwoordigd door…………………

hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Getekend te ………………… op……………………..

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van borgstellingskredieten die met inachtneming van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt. Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een borgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het borgstellingskrediet het totaal van de borgstellingskredieten, berekend per startende ondernemer, een bedrag van € 31.500,– niet overschrijdt.

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de Minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet is nagekomen.

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van deze overeenkomst is (zijn) .................