Wijzigingen Officiële bron
Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 20 februari 2007, houdende de vaststelling van uitlekgewichten voor verduurzaamde champignons en zuurkool (Verordening PT Uitlekgewichten verduurzaamde champignons en zuurkool 2007)Verordening PT Uitlekgewichten verduurzaamde champignons en zuurkool 2007Het Bestuur van het Productschap Tuinbouw,

gelet op de artikelen 93, 95, 102, 104 en 106 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

gelet op artikel 14, lid 3 van het Warenwetbesluit Etikettering van Levensmiddelen en

gelet op de artikelen 3, 12 en 13 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw;

gehoord de Commissie voor groenten en fruit, d.d. 15 februari 2007;

Besluit

Deze verordening, de toelichting en de daarbij behorende bijlagen worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie

Zoetermeer20 februari 2007D.DuijzervoorzitterJ.N.Gerritsensecretaris

Goedgekeurd bij Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 juni 2007, nr VGP/VV 2777888, in overeenstemming met de Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Economische Zaken.

Het doel van de verordening is door het vaststellen van het uitlekgewicht de consument bescherming te bieden tegen praktijken die concurrentievervalsend zouden uitwerken.

Overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn strafbare feiten.

Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT Uitlekgewichten verduurzaamde champignons en zuurkool 2007.

Voor de uitvoering van de controle op het uitlekgewicht zijn de bepalingen in onderdeel B en C van toepassing.

De volgende definities worden gehanteerd:

2.1 Het gedeclareerde uitlekgewicht komt tenminste overeen met 54% van de waarde van de capaciteit van de verpakkingseenheid:

0.54 x capaciteit van de verpakkingseenheid in ml. = gedeclareerd uitlekgewicht in gram

Uitzonderingen voor metalen verpakkingseenheden:

2.2 Te declareren uitlekgewichten worden altijd naar boven afgerond op een veelvoud van 5 gram.

Het gemiddelde uitlekgewicht van een partij moet voldoen aan het gedeclareerde uitlekgewicht van de betreffende verpakkingseenheid. In onderdeel B.2 en B.4 staat nader omschreven wanneer een partij voldoet.

De volgende toleranties voor het uitlekgewicht van individuele verpakkingseenheden ten opzichte van het gedeclareerde uitlekgewicht zijn toegestaan:

1. Degenen die verhandelt is verplicht, voordat monsters worden genomen, aan te geven uit welke partij en zijn voorraad verduurzaamde champignons is samengesteld. Onder een partij wordt verstaan een partij verduurzaamde champignons bestaande uit verduurzaamde champignons van dezelfde soort, presentatievorm en categorie aanwezig in verpakkingseenheden vervaardigd van hetzelfde type materiaal en met dezelfde capaciteit.

2. Voor de bepaling of het gemiddelde uitlekgewicht van de partij voldoet aan het gedeclareerde uitlekgewicht van de betreffende verpakkingseenheid, wordt onderstaande indeling gehanteerd voor de monstergrootte. Het gemiddelde uitlekgewicht van de steekproef moet >=Qn-k*s.

Qn = gedeclareerde uitlekgewicht

s = standaardafwijking berekend uit de uitlekgewichten van de steekproef

N = partijomvang

n = steekproefomvang, monstergrootte (aantal verpakkingseenheden)

c = goedkeuringscriterium

d = afkeuringscriterium

k = t/√n; t= ‘toevalsvariabele’ van de ‘studentverdeling’

3. De monstername dient willekeurig gespreid genomen te worden uit een partij bestaande uit een bepaald aantal verpakkingseenheden.

4. Een partij voldoet aan de desbetreffende in onderdeel A opgenomen voorschriften, indien het aantal afwijkende verpakkingseenheden van het desbetreffende monster (n) het goedkeuringscriterium (c), zoals dat is weergegeven onder punt 2, niet te boven gaat.

Het uitlekgewicht wordt bepaald met behulp van zeven van niet roestend metaalgaas (o.a. monel, koper) met een maaswijdte van ca. 2,8 mm (A.S.T.N. Standard Size 7) met opstaande rand van roestvrij staal of koper van ca. 10 cm hoogte. Bij verpakkingseenheden met een capaciteit van kleiner of gelijk aan 850 ml kan een zeef met een middellijn van 20 cm gebruikt worden. Bij grotere capaciteiten dan 850 ml wordt een zeef met een middellijn van 30 cm gebruikt.

2.1 Bij het bepalen van het uitlekgewicht van een product, moet de temperatuur van het product tussen de 15 en 25°C zijn.

2.2 Bepaal het gewicht van de schone zeef zonder inhoud.

2.3 Breng de inhoud van een verpakkingseenheid voorzichtig op de zeef. Hierbij wordt het product gelijkmatig over de zeef verspreid.

2.4 Zet de zeef onder een hoek van ongeveer 20 graden om het uitlekken te vergemakkelijken.

2.5 Laat de zeef 2 minuten uitlekken vanaf het moment dat al het product op de zeef aanwezig is.

2.6 Opnieuw wordt de zeef (met inhoud) gewogen.

2.7 Het uitlekgewicht is het gewogen gewicht volgens punt 2.6 minus het gewicht onder punt 2.2.

2.8 Aanvullende opmerkingen:

De zeef dient schoon en droog te zijn aan het begin van elke bepaling. De zeef moet worden gewogen aan het begin van elke bepaling.

Bij grote verpakkingseenheden (inhoud meer dan 1 kg) wordt het uitlekgewicht van de inhoud van een verpakkingseenheid in gedeelten bepaald, door tegelijkertijd op meerdere zeven maximaal 1 kg inhoud per zeef te brengen. Het uitlekgewicht is dan de som van afzonderlijk gevonden uitlekgewichten per zeef.

Voor de uitvoering van de controle op het uitlekgewicht zijn de bepalingen in onderdeel B en C van toepassing.

De volgende definities worden gehanteerd:

1.1 nettogewicht: gewicht van de zuurkool inclusief de opgietvloeistof dat op de betreffende verpakkingseenheid staat vermeld.

1.2 vaste bestanddelen: het gewicht van de in de verpakkingseenheid aanwezige zuurkool, vastgesteld overeenkomstig de methode omschreven in onderdeel C.

2.1 Voor verpakkingseenheden met een inhoud van 1000 gram/1000 ml of minder dient het uitlekgewicht gemiddeld tenminste 90% te zijn van het vermelde nettogewicht op de verpakking.

Het absolute negatieve verschil mag ten hoogste 3% van het vermelde nettogewicht op de verpakking bedragen.

2.2 Van het uitlekgewicht moet tenminste 90% uit vaste bestanddelen bestaan en maximaal 10% uit vocht.

2.3 De tolerantie voor het percentage vaste bestanddelen per verpakking is 3%.

2.4 Het percentage vaste bestanddelen wordt bepaald volgens de in onderdeel C omschreven methode.

1. Degenen die produceert en/of verhandelt is verplicht, voordat monsters worden genomen, aan te geven uit welke partijen zijn voorraad zuurkool is samengesteld. Onder een partij wordt verstaan een partij zuurkool bestaande uit zuurkool van dezelfde soort of presentatievorm aanwezig in verpakkingseenheden vervaardigd van hetzelfde type materiaal en met dezelfde capaciteit.

2. Een partij voldoet aan de desbetreffende in onderdeel A opgenomen voorschriften, indien het gemiddelde van de uitlekgewichten van het desbetreffende monster (n) niet lager is dan het bepaalde in onderdeel A, sub 2.1.

3. Onder punt 4 is weergegeven de monstergrootte, zijnde een aantal verpakkingseenheden (n) dat willekeurig gespreid genomen dient te worden uit een partij bestaande uit een bepaald aantal verpakkingseenheden (N) met een gewicht kleiner dan of gelijk aan 1000 gram/1000 ml.

4. Monstergrootte:

Verpakkingseenheden met een nettogewicht kleiner dan of gelijk aan 1000 gram/1000 ml.

Het percentage vaste bestanddelen wordt bepaald met behulp van droge ronde zeven van niet roestend metaalgaas (o.a. monel, koper), met een maaswijdte van ca. 2,8 mm (A.S.T.N. Standard Size 7) met opstaande rand van roestvrij staal of koper van ca. 10 cm hoogte. Bij verpakkingseenheden met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 1000 gram of 1000 ml moet een zeef met een middellijn van 20 cm worden gebruikt.

Voor verpakkingseenheden met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 1000 gram of 1000 ml.

2.1 Bepaal het gewicht van de schone droge zeef zonder inhoud (= a).

2.2 Breng de inhoud van een verpakkingseenheid voorzichtig op de zeef. Hierbij wordt het product gelijkmatig zonder aandrukken over de zeef verspreid.

2.3 Zet de zeef onder een hoek van 20 graden om het uitlekken te vergemakkelijken.

2.4 Laat de zeef 2 minuten uitlekken vanaf het moment dat al het product op de zeef aanwezig is.

2.5 Opnieuw wordt de zeef (met inhoud) gewogen (=b).

2.6 Het percentage vaste bestanddelen is:

b-a /vermelde uitlekgewicht x 100%.

Het bepaalde percentage vaste bestanddelen wordt naar beneden afgerond op gehele getallen.