Ministeriële regeling · BWBR0022232

Regeling interventie melk en zuivelproducten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 juli 2007, nr. TRCJZ/2007/1832, houdende regels ten aanzien van de interventie van melk en zuivelproductenRegeling interventie melk en zuivelproducten De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 15, 19 en 23 van de Landbouwwet;

Gelet op:

– Verordening (EEG) nr. 2921/90 van de Commissie van 10 oktober 1990 betreffende de steunverlening voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten wordt verwerkt (PB L 279 van 11 oktober 1990);

– Verordening (EEG) nr. 3002/92 van de Commissie van 16 oktober 1992 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van producten uit interventie (PB L 301 van 17 oktober 1992);

– Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (PB L 160 van 26 juni 1999);

– Verordening (EG) nr. 2771/1999 van de Commissie van 16 december 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room (PB L 333 van 24 december 1999);

– Verordening (EG) nr. 2799/1999 van de Commissie van 17 december 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de toekenning van steun voor ondermelk en mageremelkpoeder voor voederdoeleinden en de verkoop van voornoemd mageremelkpoeder (PB L 340 van 31 december 1999);

– Verordening (EG) nr. 213/2001 van de Commissie van 9 januari 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening 1255/1999, wat betreft de referentiemethoden voor de analyse en de kwaliteitsbeoordeling van melk en zuivelproducten, en houdende wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2771/1999 en (EG) 2799/1999 (PB L 37 van 7 februari 2001);

– Verordening (EG) nr. 214/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor mageremelkpoeder (PB L 37 van 7 februari 2001);

– Verordening (EG) nr. 562/2005 van de Commissie van 5 april 2005 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de mededelingen van gegevens tussen de lidstaten en de Commissie in de sector melk en zuivelproducten (PB L 95 van 14 april 2005);

– Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap (PB L 308 van 25 november 2005), en

Verordening (EG) 884/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de financiering van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en de boeking van de verrichtingen in verband met openbare opslag door de betaalorganen van de lidstaten (PB L 171 van 23 juni 2006);

Verordening (EG) 884/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de financiering van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en de boeking van de verrichtingen in verband met openbare opslag door de betaalorganen van de lidstaten (PB L 171 van 23 juni 2006);

Besluit:

Den Haag5 juli 2007De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,G.Verburg

In deze regeling wordt verstaan onder:

In afwijking van artikel 2, eerste lid, is het RIKILT de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van Verordening 214/2001.

Als aanvullende eisen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder a, van Verordening 2799/1999 worden gesteld:

Erkenningen kunnen overeenkomstig de in artikel 1 bedoelde verordeningen worden geschorst of ingetrokken door het bestuursorgaan dat de erkenning heeft verleend.

Een erkenning is geldig vanaf de datum van afgifte.

Onverminderd het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van Verordening 2771/1999 neemt het COKZ bij elk productiebedrijf op weekbasis monsters die representatief zijn voor elke aangemelde dag van de productieweek en analyseert die.

Onverminderd het bepaalde in de Landbouwkwaliteitsregeling boter controleert het COKZ de boter tevens op weekbasis op afwezigheid van colibacteriën en op het maximumgehalte van 2% vetvrijemelkdrogestof.

De kosten van de in deze paragraaf bedoelde controles komen voor rekening van het desbetreffende productiebedrijf.

Indien is komen vast te staan dat een partij in Nederland geproduceerde boter aan de in Verordening 1255/1999 en Verordening 2771/1999 gestelde eisen voldoet, geeft het COKZ aan het productiebedrijf een kwaliteitscertificaat af.

Indien is komen vast te staan dat een partij in Nederland geproduceerde boter niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet, komt de gehele weekproductie van het desbetreffende bedrijf niet voor een certificaat zoals bedoeld in artikel 14 in aanmerking.

Ingeval boter, die in een andere lidstaat van de Europese Unie is vervaardigd, in Nederland in het kader van deze regeling een bestemming krijgt, wordt het certificaat als bedoeld in artikel 45, tweede lid, van Verordening 1898/2005, artikel 6, eerste lid, dan wel artikel 31 van Verordening 2771/1999 voor de desbetreffende boter aan Dienst Regelingen overgelegd.

Het COKZ neemt monsters per productiedag zodanig dat de monsters representatief zijn voor alle partijen room die op die dag bij het gecontroleerde bedrijf zijn geproduceerd.

Indien een partij room wordt geleverd aan een rechtstreeks verwerkend bedrijf, vermeldt het productiebedrijf op de transportdocumenten en de facturen de hoeveelheden per partijnummer en de productiedatum van die partij alsmede de zin ‘de room is bestemd voor verwerking in het kader van Verordening 1898/2005’.

Indien is komen vast te staan dat een partij in Nederland geproduceerde room aan de in artikel 5, eerste lid, onder c, van Verordening 1898/2005 gestelde eisen voldoet, geeft het COKZ met betrekking tot alle partijen room van de desbetreffende productiedatum van het desbetreffende productiebedrijf een kwaliteitscertificaat af.

Indien is komen vast te staan dat een partij in Nederland geproduceerde room niet aan de in artikel 5, eerste lid, onder c, van Verordening 1898/2005 gestelde eisen voldoet, komen alle partijen room van de desbetreffende productiedatum van het desbetreffende productiebedrijf niet voor een certificaat als bedoeld in artikel 23 in aanmerking.

Indien in Nederland room, die in een andere lidstaat van de Europese Unie is vervaardigd, in het kader van deze regeling wordt bewerkt of verwerkt, wordt door de bewerker of verwerker een door de bevoegde instantie van de lidstaat van productie afgegeven origineel certificaat als bedoeld in artikel 45, tweede lid, van Verordening 1898/2005 voor de desbetreffende room aan Dienst Regelingen overgelegd.

Het bepaalde in de artikelen 13 en 16 is van overeenkomstige toepassing.

De Minister is bevoegd op verzoek van het tweede laboratorium als bedoeld in artikel 28, eerste lid, een ander laboratorium aan te wijzen indien dat tweede laboratorium niet tot het verrichten van de benodigde analyses is uitgerust.

Het productiebedrijf levert het in Bijlage VIII, vierde punt, van Verordening 213/2001 bedoelde bewijs aan de AID.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Door het indienen van de in artikel 38 bedoelde vooraanmelding verklaart de aanbieder zich akkoord dat de Minister de partijen boter voordat de fysieke overname van de boter heeft plaatsgevonden, in bewaring geeft in door de Minister aangewezen vrieshuizen en dat de partijen worden bemonsterd en gecontroleerd.

Indien de aanbieder van de vooraanmelding gebruik maakt, brengt de Minister de volgende kosten bij hem in rekening:

Het in artikel 4, eerste lid, van Verordening 214/2001 bedoelde certificaat wordt op aanvraag door Dienst Regelingen afgegeven indien het productiebedrijf het bewijs levert dat aan de in dat artikel lid gestelde eisen is voldaan.

De Minister sluit met het opslagpand of het vrieshuis een opslagcontract als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van Verordening 884/2006.

Voor de opslag van boter komen uitsluitend vrieshuizen in aanmerking die voldoen aan de volgende technische normen als bedoeld in artikel 18 van Verordening 2771/1999:

Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van Verordening 214/2001 beschikken opslagpanden over weegschalen en toetsgewichten als bedoeld in artikel 46, onder e en f.

Indien in het vrieshuis of het opslagpand beschadigde of vuile dozen boter of zakken mageremelkpoeder worden aangetroffen, wordt aangenomen dat de beschadiging of verontreiniging in het vrieshuis of het opslagpand is geschied en zullen de daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van het vrieshuis of opslagpand komen.

Indien het vrieshuis of het opslagpand naar het oordeel van Dienst Regelingen – rekening houdend met de duur van de opslag – niet voldoende zorgdraagt voor het op peil blijven van de kwaliteit dan wel de verpakking van de boter of het mageremelkpoeder, dan wel anderszins de gestelde voorwaarden niet of niet volledig nakomt, is Dienst Regelingen gerechtigd ofwel de boter of het mageremelkpoeder naar elders te doen vervoeren en te doen opslaan, ofwel de nodige andere maatregelen te treffen. De daaruit voortvloeiende kosten komen, voor zover het boter betreft, voor rekening van het vrieshuis en, voor zover het mageremelkpoeder betreft, voor rekening van het opslagpand.

De aanbieder levert de boter of het mageremelkpoeder aan het vrieshuis respectievelijk het opslagpand aan op pallets die elk 1.000 of 1.250 kilogram omvatten, met uitzondering van de laatste pallet van een partij die een lager aantal kilogram mag omvatten.

De pallets zijn per partij uniform van soort en van gewicht, tenzij elke pallet van een TARRA-etiket is voorzien dan wel het gewicht erin is gegraveerd.

Per partij mageremelkpoeder levert de aanbieder ten minste drie lege zakken, bestemd voor mageremelkpoeder en die identiek zijn aan die van de geleverde partij, mee.

Indien de aangeboden boter of mageremelkpoeder wordt overgenomen in het vrieshuis of opslagpand waar het zich reeds bevindt, wordt, in geval van aankoop van boter tegen 90% van de interventieprijs of mageremelkpoeder tegen de interventieprijs, onder ‘de datum van overname’ verstaan de datum die is vermeld op het acceptatiebericht van de aanbieding en, in geval van aankoop door middel van inschrijving, de datum die is vermeld in de schriftelijke toewijzing. Deze dag is ten vroegste de dag na de dag van verzending van dit acceptatiebericht respectievelijk schriftelijke toewijzing.

Indien de boter of het mageremelkpoeder niet in aanmerking komt voor overname in openbare opslag, neemt de aanbieder de betreffende boter of het mageremelkpoeder binnen 14 dagen na de datum van het afwijzingsbericht terug of hij slaat het voor eigen rekening en risico separaat van de interventievoorraad op dan wel laat hij het separaat opslaan.

In de situatie als bedoeld in artikel 24 septies, tweede lid, tweede alinea, van Verordening 214/2001 respectievelijk artikel 24 septies, tweede lid, tweede alinea, van Verordening 2771/1999 wordt in opdracht van Dienst Regelingen door het opslagpand of het vrieshuis uiterlijk op de 30e dag na de sluitingsdatum van de desbetreffende bijzondere openbare inschrijving een document op naam van de koper uitgeschreven dat de daaropvolgende dag ingaat. Dit document bevat een specificatie van de aan de koper toegewezen mageremelkpoeder of boter als bedoeld in artikel 24 septies, tweede lid, eerste alinea, van Verordening 214/2001 respectievelijk artikel 24 septies, tweede lid, eerste alinea, van Verordening 2771/1999 die nog niet is afgehaald.

De koper van het mageremelkpoeder of de boter informeert Dienst Regelingen schriftelijk over de door hem met het vrieshuis of opslagpand overeengekomen datum en het tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand of vrieshuis ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, onder vermelding van de naam van het opslagpand of vrieshuis, de dag en het tijdstip van uitslag, het verkoopfactuurnummer en de hoeveelheid.

De koper betaalt het bedrag als bedoeld in artikel 24 sexies, tweede lid, van Verordening 2771/1999 en artikel 24 sexies, tweede lid, van Verordening 214/2001 uiterlijk om 12:00 uur op de werkdag vóór de dag van uitslag.

Het in artikel 21, vierde lid, van Verordening 2771/1999 en artikel 21, tweede lid, van Verordening 214/2001 bedoelde bericht wordt geplaatst op de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

De koper van het mageremelkpoeder informeert Dienst Regelingen schriftelijk over de door hem met het opslagpand overeengekomen datum en het tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, onder vermelding van de naam van het opslagpand, de dag en het tijdstip van uitslag, het verkoopfactuurnummer en de hoeveelheid.

In de situatie als bedoeld in artikel 35, tweede lid, tweede alinea, van Verordening 2799/1999 wordt in opdracht van Dienst Regelingen door het opslagpand uiterlijk op de 30e dag na de sluitingsdatum van de desbetreffende bijzondere openbare inschrijving een document op naam van de koper uitgeschreven dat de daaropvolgende dag ingaat. Dit document bevat een specificatie van het aan de koper toegewezen mageremelkpoeder als bedoeld in artikel 35, tweede lid, eerste alinea, van Verordening 2799/1999 dat nog niet is afgehaald.

De koper betaalt het bedrag als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van Verordening 2799/1999 uiterlijk om 12:00 uur op de werkdag vóór de dag van uitslag.

Het in artikel 26, vierde lid, van Verordening 2799/1999 bedoelde bericht wordt geplaatst op de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 46 van Verordening 1898/2005 en het bepaalde in deze paragraaf:

Onverminderd het bepaalde in artikel 9, derde lid, van Verordening 1898/2005 wordt op de verpakking tevens het contractnummer vermeld.

Door middel van gebruikmaking van een bij Dienst Regelingen op te vragen verantwoordingsstaat verstrekken:

Het in artikel 17 van Verordening 1898/2005 bedoelde bericht wordt geplaatst op de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Het bedrijf dat een nieuwe partij verklikstoffen ontvangt, doet hiervan melding aan de AID en het COKZ.

In de situatie als bedoeld in artikel 32, tweede lid, tweede alinea, van Verordening 1898/2005 wordt in opdracht van Dienst Regelingen door het vrieshuis uiterlijk op de 45e dag na de sluitingsdatum van de desbetreffende bijzondere openbare inschrijving een document op naam van de koper uitgeschreven dat de daaropvolgende dag ingaat. Dit document bevat een specificatie van de aan de koper toegewezen boter als bedoeld in artikel 32, tweede lid, eerste alinea, van Verordening 1898/2005 die nog niet is afgehaald.

De koper van de boter informeert Dienst Regelingen schriftelijk over de door hem met het vrieshuis overeengekomen datum en het tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het vrieshuis ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, onder vermelding van de naam van het vrieshuis, de dag en het tijdstip van uitslag, het verkoopfactuurnummer en de hoeveelheid.

De koper betaalt het bedrag als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van Verordening 1898/2005 uiterlijk om 12:00 uur op de werkdag vóór de dag van uitslag.

Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van Verordening 1898/2005 wordt op de enveloppe van de niet per telefax ingediende offerte als bedoeld in dat artikel vermeld: ‘Offerte Bakkersboter’.

Indien op de in artikel 22, eerste lid, respectievelijk 23, eerste lid, van Verordening 1898/2005 bedoelde offerte niets wordt toegewezen, kan de inschrijver Dienst Regelingen verzoeken om de desbetreffende inschrijvingswaarborg niet vrij te geven maar te mogen gebruiken voor de eerstvolgende inschrijvingsmogelijkheid.

De koper van de producten verstrekt in de in artikel 5, eerste lid, eerste gedachtestreepje, van Verordening 3002/92 bedoelde situatie aan Dienst Regelingen de in het tweede lid van dat artikel bedoelde informatie.

De inschrijver is verplicht een naar contractnummer te onderscheiden administratie te voeren die zodanig is ingericht dat inzichtelijk kan worden gemaakt dat, en op welke datum, de in artikel 5, eerste lid, van Verordening 1898/2005 bedoelde producten zijn verwerkt in de in Bijlage I van die verordening bedoelde eindproducten.

Indien aan alle voorwaarden voor het ontvangen van steun is voldaan, betaalt Dienst Regelingen het betreffende bedrag uiterlijk aan het begin van de vierde week na het verstrijken van de periode als bedoeld in artikel 86, eerste respectievelijk tweede lid.

Van de verwerkingsstaat als bedoeld in artikel 90, eerste lid, houdt de fabrikant van mengvoeders vanaf de derde dag na afloop van de verwerkingsperiode een exemplaar ter beschikking van de AID.

De Minister kent op aanvraag in overeenstemming met de artikelen 47 tot en met 70 van Verordening 1898/2005 steun toe voor boterconcentraat voor rechtstreekse consumptie.

Onverminderd het bepaalde in artikel 50, tweede lid, van Verordening 1898/2005 wordt op de enveloppe van de niet per telefax ingediende offerte als bedoeld in dat artikel vermeld: ‘Offerte Bak- en Braadboter’.

Een verzoek als bedoeld in artikel 63, derde lid, laatste alinea, van Verordening 1898/2005 wordt ingediend bij Dienst Regelingen.

Het bedrijf dat in het kader van dit hoofdstuk een nieuwe partij verklikstoffen ontvangt, doet hiervan melding aan de AID en het COKZ.

Door middel van gebruikmaking van bij Dienst Regelingen op te vragen verantwoordingsstaten verstrekken producenten, verpakkers en ompakkers van boterconcentraat wekelijks en handelaren inclusief productiebedrijven die boterconcentraat verhandelen vierwekelijks aan Dienst Regelingen de in die verantwoordingsstaten gevraagde informatie.

De Minister verleent in overeenstemming met de artikelen 71 tot en met 83 van Verordening 1898/2005 op aanvraag steun aan leveranciers van boter die deze tegen verlaagde prijs afzetten aan instellingen en gemeenschappen zonder winstoogmerk.

Boter tegen verlaagde prijs kan uitsluitend worden aangekocht door instellingen en gemeenschappen zonder winstoogmerk met primair een medische, sociale of maatschappelijke functie die:

Een aanvraag om bonnen als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van Verordening 1898/2005 wordt ingediend bij Dienst Regelingen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 81, eerste lid, van Verordening 1898/2005 wordt op de verpakking van de boter de productiedatum vermeld.

De leverancier maakt ten behoeve van de levering van de boter aan de instelling of gemeenschap een vervoersdocument in drievoud op. Hierop worden in ieder geval de geadresseerde, de hoeveelheid boter in kilogrammen, het aantal verpakkingseenheden, de productiedatum, de leveringsdatum en het bonnummer vermeld.

Het vervoersdocument wordt door de instelling of gemeenschap ondertekend voor overname van de boter. De instelling of gemeenschap ontvangt hiervan een exemplaar.

De leverancier vermeldt op de verkoopfactuur:

De leverancier factureert de boter aan de instelling. Het bedrag van de in artikel 74, eerste lid, van Verordening 1898/2005 bedoelde steun wordt op de bruto verkoopprijs in mindering gebracht.

De Minister verleent voor de particuliere opslag van boter en room steun indien is voldaan aan de eisen zoals gesteld in artikel 6, derde lid, van Verordening 1255/1999 en in de artikelen 25 tot en met 38 van Verordening 2771/1999.

Een aanvraag om de in artikel 109 bedoelde steun wordt ingediend bij Dienst Regelingen.

Particuliere opslag van boter en room vindt plaats in vrieshuizen die:

Een opslagpartij van in Nederland geproduceerde boter kan slechts bestaan uit boter die gedurende één productieweek is vervaardigd in dezelfde fabriek.

De opslagpartijen die reeds vóór de bij de dan geldende Europese verordeningen vastgelegde begindatum zijn ingeslagen en onder de werking van dit hoofdstuk worden gebracht, worden door het vrieshuis tevens geregistreerd als zijnde ingeslagen met ingang van die begindatum.

De uitslag bedraagt ten minste 1.000 kilogram per opslagpartij met dien verstande dat wanneer van een opslagpartij minder dan 1.000 kilogram in opslag is, de uitslag van de totale resterende hoeveelheid in een keer is toegestaan.

Zo spoedig mogelijk na de uitslag zendt het vrieshuis bevestiging van de uitslag aan Dienst Regelingen.

De leden en de secretaris van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van de zaken- en bedrijfsgeheimen, welk hun als zodanig ter kennis zijn gekomen, en van alle aangelegenheden, waarvan zij het vertrouwelijk karakter moeten begrijpen.

De noteringen worden schriftelijk vastgesteld en onmiddellijk daarna bekend gemaakt.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling interventie melk en zuivelproducten.

1. De pallets met boter worden zodanig in stellingen opgeslagen dat na het aanbrengen van het nylonkoord de pallets niet uit de stelling gehaald kunnen worden zonder dat het koord losgemaakt wordt.

2. Het aanbrengen van het koord en het verzegelen vinden tijdens de inslagcontrole plaats. Tijdens deze inslagcontrole dient de boter bereikbaar en controleerbaar te zijn of te worden gemaakt.

3. Het koord wordt door het vrieshuis onder toezicht van de controlefunctionaris aangebracht, en de uiteinden worden zodanig samengeknoopt dat daar het zegel – t.b.v. de verzegeling – door de controlefunctionaris kan worden bevestigd.

4. De verzegelde stelling wordt per opslagpartij voorzien van een kaart waarop de navolgende gegevens worden vermeld:

5. Het vrieshuis draagt zorg voor het nylonkoord en voor de onder punt 4. bedoelde kaarten.

6. De controlefunctionaris behoudt zich het recht voor om ongeacht de verzegeling toch een of meerdere partijen aan een nadere controle te onderwerpen. Dit betekent dat de opslagpartijen dan controleerbaar gemaakt moeten worden.

7. Wanneer bij controle blijkt dat de verzegeling is verbroken zullen de desbetreffende opslagpartijen boter aan een intensieve controle worden onderworpen.

8. Vóór uitslag vindt er een eindcontrole plaats en tijdens deze controle verbreekt de controlefunctionaris het zegel.

9. Uitsluitend wanneer de uitslag tijdig is aangemeld en de desbetreffende opslagpartij(en) niet aan een eindcontrole wordt (worden) onderworpen mag het vrieshuis het zegel op de aangemelde dag van uitslag verbreken.

In dat geval wordt op de in punt 4 genoemde kaart door de medewerker van het vrieshuis vermeld:

Wanneer na de uitslag van de desbetreffende aangemelde (deel)-hoeveelheid van de partij zich nog boter in de desbetreffende stelling bevindt zal deze bij een volgende controle door de controlefunctionaris aan een intensieve controle worden onderworpen.

10. Indien een contractant bezwaar heeft tegen opslag in stellingen, dient dit bezwaar vóór de opslag bij zowel de vrieshuishouder als bij Dienst Regelingen schriftelijk kenbaar te worden gemaakt.