Ministeriële regeling · BWBR0022284

Subsidieregeling pieken in de delta 2007

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2007, nr. WJZ 7084113, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van gebiedsgerichte projecten (Subsidieregeling pieken in de delta 2007)Subsidieregeling pieken in de delta 2007De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage 1 in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 tot en met 4, die ter inzage worden gelegd bij het secretariaat van de directie Ruimtelijk Economisch Beleid van het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie, Bezuidenhoutseweg 20 in Den Haag.

Den Haag11 juli 2007De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven

Onverminderd het bepaalde in artikel 2, zesde lid, bedraagt de subsidie voor een gebiedsgericht project, niet zijnde een gebiedsgericht innovatieproject, 50% van de op grond van artikel 5 berekende subsidiabele kosten, verminderd met de aan het gebiedsgericht project toe te rekenen opbrengsten, de eigen bijdrage van de aanvrager, de bijdragen van derden en de subsidies van de andere bestuursorganen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, waarbij onder de bijdragen van derden en de subsidies van andere bestuursorganen niet die van publieke cofinanciers worden verstaan.

Bij Ministeriële regeling wordt een subsidieplafond per gebiedsgericht programma vastgesteld voor het verlenen van subsidies op in een periode als bedoeld in artikel 7, eerste lid, ontvangen aanvragen op grond van deze regeling. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld per actielijn of programmalijn en voor bepaalde categorieën gebiedsgerichte projecten.

Binnen 22 weken na de laatste dag van de in artikel 7, eerste lid, genoemde periode geeft de Minister een beschikking tot subsidieverlening omtrent in die periode ontvangen aanvragen om subsidie.

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling. Bij deze beslissing wordt niet de vraag betrokken of een gebiedsgericht project past binnen een actielijn.

De beschikking tot verlening van een subsidie kan de opschortende voorwaarde bevatten dat binnen drie maanden na de beschikking tot subsidieverlening een publieke cofinancier of de publieke cofinanciers gezamenlijk voor het betrokken project tenminste evenveel subsidie moeten hebben verleend als op grond van deze regeling is verleend.

Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidieontvanger door de Minister voorschotten worden verstrekt.

De Minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, dan wel indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

De Minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.

Bij de subsidieverlening wordt de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer tussenrapportages over de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de gerealiseerde kosten ten opzichte van de bij de subsidieverlening vermelde begroting.

De Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Met betrekking tot een aanvraag om subsidie voor een gebiedsgericht project dat past in één van de actielijnen van het gebiedsgericht programma van het gebied Noord-Nederland gelden de volgende bepalingen:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pieken in de delta 2007.

Bijlage als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van de Subsidieregeling pieken in de delta 2007

Deze bijlage behoort bij de regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2007, nr. WJZ 7084113, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van gebiedsgerichte projecten (Subsidieregeling pieken in de delta 2007)

Oost-Nederland

De provincies Gelderland en Overijssel.

Noordvleugel Randstad

De provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland.

Zuidvleugel Randstad

De provincie Zuid-Holland.

Zuidwest-Nederland

De provincie Zeeland en het westelijke deel van de provincie Noord-Brabant.

Zuidoost-Nederland

Het oostelijk deel van de provincie Noord-Brabant en de provincie Limburg.

Noord-Nederland

De provincies Drenthe, Friesland en Groningen

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Ligt ter inzage bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland te Groningen.

Ligt ter inzage bij de directie Ruimtelijk Economisch Beleid van het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.