Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de secretaris van het Productschap Tuinbouw, d.d. 3 juli 2007, houdende verlening van mandaat en volmacht aan de afdelingshoofden, hun plaatsvervanger, en enkele functionarissen van het Productschap Tuinbouw (Besluit PT verlening mandaat en volmacht aan de afdelingshoofden van het Productschap Tuinbouw)Besluit PT verlening mandaat en volmacht aan de afdelingshoofden van het Productschap Tuinbouw

Gehoord de voorzitter,

Gelet op hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op hoofdstuk 1, 3 en 9 van de Verordening PT algemene bepalingen;

Gelet op de artikelen 4 en 5 van het Besluit PT verlening mandaat, volmacht en machtiging voorzitter en secretaris Productschap Tuinbouw;

Gelet op de brief van het Ministerie van Landbouw en Visserij inzake het aanwijzen van het Productschap Tuinbouw als certificerende instelling betreffende radio-activiteit;

Gelet op de Regeling medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;

Gelet op artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

Gelet op artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002;

Besluit:

Zoetermeer3 juli 2007de voorzitternamens dezeC.Kuijvenhovensecretaris

Dit besluit en de daarbij behorende toelichting en bijlagen wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking de tweede dag na publicatie.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit PT verlening mandaat en volmacht aan de afdelingshoofden van het Productschap Tuinbouw.

1.

Het aan het afdelingshoofd Beleid en Onderzoek en zijn plaatsvervanger verstrekte mandaat betreft de volgende concrete werkzaamheden:

Het aan de beleidsmedewerker internationale zaken verstrekte mandaat heeft betrekking op de volgende certificaten:

Voornoemde verklaringen vinden plaats door middel van een format dat door het hoofd van de afdeling wordt vastgesteld.

Ingeval van afwezigheid van de beleidsmedewerker internationale zaken kan deze bevoegdheid worden uitgeoefend door het afdelingshoofd dan wel zijn plaatsvervanger.

2.

Het aan het afdelingshoofd Medebewind, de unit manager programma, de unit manager product, en de jurist medebewind verstrekte mandaat betreft de volgende concrete werkzaamheden:

Er zijn interne afspraken gemaakt over welke functionaris wat mag ondertekenen en hoe de plaatsvervanging is geregeld

3.

Het aan het afdelingshoofd Staf verstrekte mandaat betreft de volgende concrete werkzaamheid:

– het toezicht houden op de verwerking van persoonsgegevens.

Het aan de adviseur algemeen verstrekte mandaat betreft de volgende concrete werkzaamheid:

– het aanhangig maken van tuchtzaken bij het tuchtgerecht.

Ingeval van afwezigheid van de adviseur algemeen kan deze bevoegdheid worden uitgeoefend door het afdelingshoofd.

Het aan het hoofd debiteurenbeheer verstrekte volmacht betreft de volgende concrete werkzaamheid:

– het opstellen van betalingsregelingen inzake debiteurenbeheer.

Het aan het hoofd facilitaire dienst en hoofd service verstrekte volmacht betreft de aan hen opgedragen werkzaamheden in het kader van hun functieomschrijving.

Ingeval van afwezigheid van het hoofd facilitaire dienst dan wel het hoofd service kan deze bevoegdheid worden uitgeoefend door het afdelingshoofd.

4

Het aan het afdelingshoofd Heffingen en zijn plaatsvervanger verstrekte mandaat betreft de volgende concrete werkzaamheden:

Het aan de teamleider binnendienst verstrekte mandaat heeft betrekking op de volgende concrete werkzaamheden:

Ingeval van afwezigheid van de teamleider binnendienst dan kan deze bevoegdheid worden uitgeoefend door het afdelingshoofd dan wel zijn plaatsvervanger.

Ten aanzien van de verstrekte volmacht geldt het volgende:

1

Indien wordt afgeweken van de hoofdlijnen van:

2

Indien het gaat om het afsluiten van overeenkomsten dient ten aanzien van de juridische aspecten instemming te zijn verkregen van de juridisch adviseur.

3

Indien wordt afgeweken van de hoofdlijnen van het personeelsbeleid dient instemming te ziin verkregen van de coördinator personeelszaken.

4

4.2

Voor wat betreft het aangaan van privaatrechtelijke financiële verplichtingen, niet betrekking hebbende op de werkzaamheden genoemd in bijlage 1, die uitgaan boven € 5.000,00, dient instemming te zijn verkregen van een secretaris.

4.2

Voor wat betreft het aangaan van privaatrechtelijke financiële verplichtingen, door het hoofd van de afdeling en het hoofd afdeling services, niet betrekking hebbende op de werkzaamheden genoemd in bijlage 1, voor zover van toepassing, die uitgaan boven € 5.000,00, dient instemming te zijn verkregen van een secretaris.

Voor wat betreft het aangaan van privaatrechtelijke financiële verplichtingen, door het hoofd facilitaire dienst, betrekking hebbende op werkzaamheden gerelateerd aan zijn functieomschrijving, die uitgaan boven € 25.000,00, dient instemming te zijn verkregen van een secretaris.

Ingeval van afwezigheid van het hoofd facilitaire dienst dan wel het hoofd service kan deze bevoegdheid worden uitgeoefend door het afdelingshoofd.